Skip to content

Geen slaaf, maar dienaar; Mc 10,35-45

21 oktober 2012

“Wie onder u groot wil worden moet dienaar van u zijn.” Vandaag gaat het over dienstbaar zijn. Dienstbaar zijn, dienaar zijn is in onze tijd geen vanzelfsprekendheid.

Bij veel managementtrainingen wordt tegenwoordig gesproken over: dienend leiderschap. Op internet vinden we bijvoorbeeld: “Luisteren, empathie tonen, zorgen voor de mensen in je omgeving, je werknemers laten groeien, gemeenschapsgevoel bevorderen, je bewust zijn van jezelf en hoe je je verhoudt tot je omgeving, overtuigingskracht uitstralen, richting geven, vooruitzien, anticiperen en een goede rentmeester zijn.” Dat zijn volgens een website de eigenschappen van de dienende leider. Dat klinkt inderdaad geheel anders dan het beeld dat Jezus schetst: heersers der volkeren die met ijzeren vuist regeren en groten die misbruik maken van hun macht.

Dat managementtrainingen aandacht besteden aan dienend leiderschap betekent dat dit blijkbaar geen vanzelfsprekende stijl van leidinggeven is. In onze maatschappij staat vooral het eigen ‘ik’ centraal: je moet assertief zijn, je de kaas niet van het brood laten eten. Ieder voor zich en God voor ons allen. Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die zouden ons wel begrijpen: zij denken aan zichzelf, aan hun eigen toekomst en vragen dan ook aan Jezus: “Geef dat in uw glorie een van ons aan uw rechter- en de ander aan uw linkerhand moge zitten.” Dat is de taal van onze tijd, de taal die ook wij spreken. Dit is echter niet de taal van het Evangelie. Jezus roept ons op Hem na te volgen en dienaar te zijn. Over zichzelf zegt Hij: “want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.”

In de Evangeliën worden in het Grieks twee woorden gebruikt die beide vaak met ‘dienaar’ worden vertaald. Dat is verwarrend, want ze hebben duidelijk verschillende betekenissen. Het zijn de woorden δουλος (doulos) en διακονος (diakonos). De δουλος is een slaaf, iemand die niet vrij is. De διακονος is een vrije dienaar, bijvoorbeeld een ambtenaar van de koning. Van dit laatste woord is ons woord ‘diaken’ afgeleid.

U zult begrijpen dat ik tijdens mijn opleiding tot diaken en ook na mijn wijding mij afgevraagd heb wat het voor mij betekent diaken, dienaar te zijn. Dienstbaarheid had ik min of meer met de paplepel binnengekregen. Mijn vader had een kruidenierswinkel op het Friese platteland en als kinderen hielpen wij natuurlijk in de winkel. Terugkijkend op zijn werkzame leven schreef mijn vader in zijn notitieboekje: “Ik had geen zaak, maar een dienstverlenend bedrijf.” Als diaken dienstbaar zijn: dat zou ik dus wel moeten kunnen. Maar er was nog iets anders. Voortdurend wordt er ook gesproken over nederigheid en over nederige dienstbaarheid. En dat was voor mij een begrip waar ik niet echt mee uit de voeten kon. Ik heb niets met onderdanigheid, ik ben trots op wie ben en wat ik kan. Ik ben een kind van God. Hij heeft mij gezegend met talenten. Daar ben ik werkelijk trots op. Bovendien ben ik een Fries, voortkomend uit een volk vol eer en roem.

Op een avond tijdens de opleiding was de bisschop van Antwerpen op bezoek en ook hij sprak over nederigheid. Ik trok de stoute schoenen aan en legde mijn probleem aan hem voor. Dat gaf lucht. Hij vertelde mij, dat ik het woord nederig niet moest uitleggen als onderdanig, maar als bescheiden. Bescheidenheid als de tegenstelling van hooghartigheid, als tegenstelling van egocentrisme. Deze bemoediging in combinatie met het onderscheid dat het Evangelie maakt tussen δουλος en διακονος maakten het voor mij mogelijk diaken te worden en nederige dienstbaarheid als mijn roeping te aanvaarden.

Wat is de essentie van de woorden van Jezus als Hij zegt: “de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.” In het Grieks staat hier voor het woord dienen: διακονέω (diakoneo).Jezus heeft het dus over het handelen als een diaken, als een dienaar. Hij heeft het dus niet over het handelen als een slaaf, niet over het onderdanige en gedwongen dienen.

Hier zit – denk ik – ook het probleem van onze cultuur. Dienstbaarheid wordt tegenwoordig vaak alleen gezien in termen van onderdanigheid en ondergeschiktheid. Ook ik was tot een aantal jaren geleden onderdeel van dat denken. Maar dienen zoals hier in het Evangelie bedoeld, is juist handelen uit vrije wil en op basis van gelijkwaardigheid. Dienen is hier een uiting van vriendschap en van liefde.

Een slaafse houding van dienstbaarheid mist juist die liefde. Gedwongen liefde bestaat niet. Verslaafd zijn aan dienstbaarheid is dan ook eerder een kwaad. Een verslaving maakt je onvrij, maakt je slaaf en daarvan komt Jezus ons nu juist verlossen. Jezus is mens geworden om ons uit de slavernij te bevrijden, om van ons vrije mensen te maken. Het christendom leert – anders dan de filosoof Nietzsche beweert – geen slavenmoraal.

Er is nog iets bijzonders met het Evangelie van vandaag. In deze tekst worden de woorden slaaf en dienaar – δουλος en διακονος – naast elkaar gebruikt: “Wie onder u groot wil worden moet dienaar van u zijn, en wie onder u de eerste wil zijn moet aller slaaf wezen.” Er kan er natuurlijk maar één de eerste zijn en dat is Jezus zelf. Alleen Hij is in staat slaaf te zijn zonder zijn vrijheid te verliezen. Alleen Hij kan zijn leven geven als losprijs voor velen. Alleen Hij kan ons bevrijden uit de slavernij en tot vrije mensen maken.

Wij zijn niet geroepen om slaaf maar om dienaar te zijn. Dienstbaar te zijn zoals God dienstbaar is. Hij komt ons met zijn oneindige liefde altijd weer te hulp. Die liefde mogen wij op onze beurt delen met allen. Amen.

Advertenties

From → Preken

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s