Spring naar inhoud

De dienstbaarheid present stellen: De rol van de diaken in de viering van de Eucharistie

7 augustus 2012

De diaken in de r.-k. kerk

Ter inleiding een korte schets van het diaconaat binnen de katholieke kerk, maar eerst een opmerking over het verschil in woordgebruik tussen protestanten en katholieken: voor katholieken staat het woord diaconaat voor het gewijde ambt van diaken, terwijl het voor protestanten staat voor het kerkelijk werkveld van de liefdewerken. Dit laatste wordt door katholieken caritas en tegenwoordig meestal diaconie genoemd.

Sinds het Tweede Vaticaans Concilie kent de katholieke kerk – na een onderbreking van meer dan duizend jaar – het diaconaat opnieuw als een zelfstandig ambt: de permanent diaken. Ook werd dit ambt toen open gesteld voor gehuwde mannen ouder dan vijfendertig jaar. Tijdens de tussenliggende tien eeuwen bestond het diaconaat als opstap naar het priesterschap. Het diaconaat is een van de oudste ambten in de kerk – zie Hnd 6 – maar het is ook een zeer jong ambt: in 1977 vond in Nederland de wijding van de eerste permanent diaken plaats.[1]

Het denken over het gewijde ambt is door Vaticanum II veranderd. Vroeger stond het priesterschap centraal met lagere wijdingen als voorbereiding en was de bisschop een soort superpriester. Nu staat het bisschopsambt centraal. Hier vinden we de volheid van het sacrament van de wijding. Het priesterschap en het diaconaat zijn hier beide mee verbonden. Zij zijn ook complementair aan elkaar. De priesters verbeelden het hogepriesterschap en het herderschap van Christus en de diakens het dienaarschap van Christus. Het conciliedocument Lumen gentium stelt: “de diakens, aan wie de handen worden opgelegd ‘niet voor het priesterschap, maar voor het dienstbetoon’.” Dit dienstbetoon bestaat uit “de diaconie van de liturgie, het woord en de liefdewerken”.[2] Ondanks deze veranderde zienswijze blijkt in de praktijk voor velen het priesterschap nog steeds het referentiepunt voor het denken over het ambt in de kerk te zijn.[3]

De oorspronkelijke betekenis van het woord διακονος verwijst naar een dienaar die zekere vertrouwensrelatie met zijn heer heeft. Het gaat om een rol die vertrouwen, vaardigheid en wilskracht veronderstelt. Hiermee onderscheidt de διακονος zich van de δουλος: de onvrije slaaf, die het eigendom is van zijn heer.[4] Het Griekse woord διακονος is minder gekoppeld aan de begrippen dienstbaarheid en liefdadigheid dan over het algemeen verondersteld wordt. Een van de belangrijkste aspecten van het diaconaat is de bemiddelende en vertegenwoordigende rol van de diaken: de diaken als de dynamische go-between.[5]

Voor mij betekent dit dat de diaken een sterk missionaire opdracht heeft. Hij stelt in woord en daad Christus present in de wereld. Hij brengt God naar de mensen en de noden van de mensen en van de maatschappij naar de kerk. Zijn werkterrein ligt vooral op het snijvlak van kerk en maatschappij.

De diaken in de liturgie

Een diaken kan in verschillende liturgische vieringen als voorganger optreden: Woordvieringen, gebedsvieringen, Communievieringen, uitvaarten en zegeningen. In dergelijke vieringen kunnen ook daartoe gezonden leken voorgaan. Anders dan leken kan de diaken ook het sacrament van het Doopsel bedienen en kunnen man en vrouw ten overstaan van een diaken elkaar het ja-woord geven. Bij deze twee sacramenten heeft de diaken dezelfde bevoegdheden als de priester. Natuurlijk zal de diaken als voorganger van dergelijke vieringen zich mede baseren op zijn diaconale spiritualiteit. Toch zal hij in deze gevallen als voorganger niet direct totaal anders handelen dan de andere gewijde en niet-gewijde ambtsdragers.

Naast deze gangbare vieringen wil ik hier de aandacht vestigen op vieringen die zich afspelen aan de rand van de kerk. Dergelijke vieringen behoren mijns inziens bij uitstek tot het terrein van de diaken. Mogelijke voorbeelden van dergelijke vieringen zijn:
1. het begraven van een dakloze;
2. een Allerzielenviering in een verzorgingshuis waarbij alle overledenen bewoners genoemd worden en iedereen welkom is ongeacht zijn of haar religie;
3. een viering met een school waarbij het merendeel van de kinderen niet katholiek is.
Dit zijn situaties waarin de diaken gestalte geeft aan zijn missionaire opdracht. Vanuit de eigen katholieke traditie treedt hij hier naar buiten; zijn christelijke geloof meenemend begeeft hij zich onder de mensen. Zo brengt hij God naar de mensen.

De diaken in de Eucharistie

Nu kom ik bij de eigen liturgische rol van de diaken.[6] Naast een aantal andere plechtigheden, zoals bijvoorbeeld het binnendragen van de Paaskaars en het zingen van de Paasjubelzang in de Paaswake, betreft het vooral de rol van de diaken in de viering van de Eucharistie.

De Algemene Inleiding van het Romeins Missaal vermeldt het volgende.[7] De diaken:
1. assisteert de priester en begeleidt hem;
2. bedient aan het altaar de kelk en het boek;
3. verkondigt het Evangelie en kan op verzoek van de celebrerende priester preken;
4. richt zich tot het gelovige volk met gepaste inleidingen en spreekt de intenties van de voorbede uit;
5. assisteert de priester bij het uitreiken van de Communie en reinigt de gewijde vaten en brengt ze in orde;
6. vervult voor zo ver noodzakelijk de taken van andere assistenten als zij niet aanwezig zijn.

Zeker als in meer detail wordt gekeken, komt hieruit het beeld van de verkondiger en de boodschapper, van de go-between naar voren. Maar de rol als dienaar valt het meest op en daar wil ik het vandaag over hebben. De diaken staat de bisschop of priester terzijde. Hiermee heeft de diaken een wezenlijk andere rol dan eventueel concelebrerende priesters en hij neemt daarmee ook een andere houding aan. Concelebrerende priesters staan aan het altaar als medevoorgangers. Samen met de hoofdcelebrant leiden zij de viering. De diaken daarentegen assisteert de priester. Hij houdt voortdurend in de gaten waar hij nodig is, en dat blijkt ook uit zijn houding. Met zijn houding en zijn blik richt hij zich op het handelen van de priester.

Nu ik de rol van de diaken in de viering van de Eucharistie beschreven heb, wil ik stil staan bij drie reacties die ik de afgelopen maanden kreeg op mijn aanwezigheid als diaken in de Eucharistie. Hierbij moet opgemerkt worden dat de aanwezigheid van een diaken voor velen nog iets bijzonders is. De eerste reactie betrof mijn toewijding en aandacht voor het altaarmissaal, het op de benodigde plaats openleggen en het tijdig omslaan van de bladzijden, kortom de bediening van het boek zoals dat in de Algemene Inleiding wordt genoemd. De tweede ging over mijn duidelijke aanwezigheid: er staat iemand, zo werd gezegd.[8] De derde opmerking was een boze reactie over het verschil tussen priester en diaken. Deze was gericht op de volgorde van het communiceren: eerst communiceert de hoofdcelebrant en eventuele concelebranten onder de gedaanten van Brood en Wijn, en pas daarna de diaken. Drie reacties die mij alle drie goed deden en de derde eigenlijk wel het meest. Dienen wordt in onze maatschappij tegenwoordig vaak als minderwaardig beschouwd en roept dus wrevel op.

Dienen vraagt in mijn ogen toewijding en alertheid. Je bent gefocust op je taak. Je staat daar niet voor jezelf, maar voor de ander. Maar dienen in christelijk perspectief bekeken, is voor mij iets anders dan ondergeschiktheid en minderwaardigheid. Het priesterschap van Christus is drievoudig: Christus de hogepriester is leraar, koning en priester. Hierin staat de koning voor de dienstbaarheid: de koning is belast met de zorg voor zijn volk. Het is een dienen met opgeheven hoofd en niet het onderdanige dienen van een slaaf. Toewijding en aanwezigheid gaan zo hand in hand. De dienende aanwezigheid van de diaken in de Eucharistie is geen op de persoon zelf aandacht vestigende aanwezigheid, maar een verwijzende aanwezigheid. Zij verwijst naar het dienaarschap van Christus. Vooral de boze reactie bevestigt dat het mogelijk is het verschil in rol en houding van priester en diaken goed zichtbaar te maken en mensen dat daadwerkelijk te laten ervaren en hen hiermee te raken.

Op deze wijze wordt ook in de liturgie zichtbaar dat priesters en diakens wezenlijk verschillende opdrachten hebben. Beiden stellen Christus present maar wel op verschillende manieren: de priester staat voor Christus als Hoofd van de gemeenschap en de diaken voor Christus als Dienaar. Met deze complementariteit is het mogelijk Christus op indringende wijze present te stellen. Zo is de aanwezigheid van een diaken een verrijking van de liturgie. Tijdens het Laatste Avondmaal waste Jezus zijn leerlingen de voeten, voordat Hij hen voorging aan de tafel. Eucharistie en voetwassing zijn nauw met elkaar verbonden. Zo vormen ook leiderschap en dienaarschap voor christenen een onverbrekelijk paar.

Graag wil ik mijn collega’s oproepen vooral op zoek te gaan naar de eigen positie van de diaken binnen de kerk en in de liturgie. Wees geen gemankeerde priester, maar wees diaken. Ditzelfde is – denk ik – ook van toepassing degenen die een niet-gewijd ambt binnen de kerk vervullen: tracht niet een surrogaat priester te zijn, maar zoek je eigen plaats en eigen spiritualiteit. En aan priesters vraag ik om ruimte te scheppen voor de andere werkers in Gods wijngaard. Tot slot een uitspraak van een priester die ik van horen zeggen heb: “Ik heb geen diaken nodig. Alles wat een diaken kan, kan ik ook.” Gelukkig is deze priester een uitzondering. Stel je voor dat mijn vrouw zoiets tegen me zou zeggen als ik haar in een galante bui in haar jas help.

Uitgesproken op 8 november 2007 te Hilversum tijdens het symposium ‘Geroepen om voor te gaan: Ambten en functies in liturgie en kerk’ en gepubliceerd in Tijdschrift voor Liturgie, 92 (2008), nr 4, 212-216.

 


[1]   Peeters, Wim (red.), 25 Jaar diakens in Nederland: Twaalf persoonlijke getuigenissen, Haarlem: Persdienst Bisdom Haarlem, 2002.

[2]   Tweede Vaticaans Concilie, Lumen gentium: Dogmatische Constitutie over de Kerk, 1964, 29.

[3]   Zie: Alphonse Borras, ‘Gezonden tot authenticiteit: Diakens als “garanten” van een doorleefd geloof’, in: Johan van der Vloet & Roger Vandebroek (red.), Het permanent diaconaat op zoek naar zichzelf: 35 jaar diakens in Vlaanderen, Antwerpen: Halewijn, 2006, 81-83.

[4]   Christian Wessely, Gekommen, um zu dienen: Der Diakonat aus fundamentaltheologisch-ekklesiologischer Sicht, Regensburg: Verlag Friedrich Pustet, 2004, 164.

[5]   John N. Collins, Deacons and the Church: Making connections between old and new, Harrisburg: Morehouse, 2003, 129-132 & 141.

[6]   Hiervoor is gebruik gemaakt van: Peter Hoefnagels, ‘De diaken als “bewogen beweger”: Theologische verkenningen rond de diaken in de liturgie’, in: Tijdschrift voor Liturgie, 86 (2002), nr. 3, 135-148.

[7]   General Instruction of the Roman Missal, http://www.vatican.va, raadpleging op 04-11-07. De Nederlandse vertaling is nog niet geautoriseerd.

[8]   Mijn lengte van 1,97 m speelt hierbij ongetwijfeld een rol.

Advertenties
One Comment
  1. Eric Wiss permalink

    Mooi stuk, Pier!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s