Johannes 2,13-25
“De ijver voor uw huis zal mij verteren.” (Joh 2,17)
Direct na de bruiloft van Kana komt Johannes
met het verhaal van de tempelreiniging.
De missie van Jezus is nu duidelijk.
Hij gaat helemaal voor de zaak van God.
Niets kan Hem daarvan weerhouden.
Hij draalt niet en stelt niet uit.
Hij maakt zich er niet vanaf
en laat het niet aan anderen over.
Hij weet wat Hem te doen staat.
Hij kent zijn roeping.
Exodus 20,1-17
“Ik ben de Heer uw God
die u heb weggeleid uit Egypte, het slavenhuis.” (Ex 20,2)
God is onze redder, Hij wijst ons de weg.
“De Heer is mijn licht en mijn heil.” (Psalm 27,1)
Hij laat ons weten hoe we goed kunnen leven.
Met de tien geboden stelt Hij de grenzen
die wij niet mogen overschrijden.
Als wij de tien geboden niet naleven,
overtreden wij de grenzen van onze menselijke waardigheid.
God heeft ons geschapen en verlost.
Hij heeft ons herschapen
om goede en daardoor gelukkige mensen te zijn.
Hier geeft Hij ons richtlijnen om dat waar te maken.
1 Korintiërs 1,22-25
“Wij verkondigen een gekruisigde Christus.” (1 Kor 1,23)
Niet alleen in onze tijd, ook in de tijd van Paulus
was de gekruisigde Christus onderwerp van spot.
Hoe kan die man aan het kruis ons redden?
“Ha, Gij daar (…)
kom van het kruis af en red U zelf.” (Mc 15,29-30)
In het zwakke toont God ons zijn macht.
Hij is in staat dit alles te laten gebeuren.
Uit liefde voor ons laat Hij ons vrij, zelfs in het kwaad.
Hij heeft ons de vrijheid gegeven
om in volle vrijheid voor Hem te kunnen kiezen.
Alleen op die manier heeft de liefde het laatste woord.
Woede (hoofdzonden 4)
Wat maakt mij zo boos?
Zo vaak gaan de dingen anders dan ik mij voorstelde.
Zo vaak gebeurt er niet wat ik wil.
Wat doe ik met mijn woede?
Ik kan mij afsluiten van de rest
en mij wentelen in mijn verongelijktheid.
Het is allemaal de schuld van de anderen.
Ik kan ook mijn verantwoordelijkheid nemen
en bijdragen aan een betere wereld.
Dan ervaar ik dat ik niet de enige ben met goede bedoelingen.
Ik leer ook mijn eigen zwakheid onder ogen te zien
en anderen hun fouten te vergeven.
Sterkte (gaven van de Geest 4)
Ons leven is ook lijden.
Wij ontmoeten weerstand en komen problemen tegen.
De Geest van sterkte geeft ons kracht
en zorgt ervoor dat we volhouden.
“Alles vermag ik in Hem, die mij kracht geeft.” (Fil 4,13)
De heilige Geest bevrijdt ons van gemakzucht.
Hij verlost ons van twijfel en angst.
Hij geeft ons de moed onze eigen weg te gaan
in navolging van Christus
met wie wij ons innig verbonden weten.
Met de kracht van heilige Geest
doorstaan wij bloed, zweet en tranen.
Met Hem bereiken wij de vreugdevolle vervulling van onze hoop.
Moed (deugden 4)
Wie durft er echt zichzelf te zijn.
Wie durft er te zijn zoals hij door God is bedoeld,
in plaats van wat de tijd, de mode en het goed fatsoen voorschrijft.
Christus navolgen vraagt moed.
Hij laat ons onszelf kennen en onszelf zijn.
Met Hem zijn wij kinderen van God.
In Hem zijn alle mensen broeders en zusters van elkaar.
Ook de ander is een kind van God.
Hem aanvaarden en respecteren zoals hij is, vraagt moed.
Durf ik mijn medemens die zo anders is, werkelijk lief te hebben?
Johannes 3,14-21
“Wie in Hem gelooft wordt niet geoordeeld.” (Joh 3,18)
Christus is niet gekomen om te oordelen.
Hij is gekomen om ons te redden.
Als wij in Hem geloven, zijn wij gered.
Als wij in Hem geloven, hebben wij Hem lief.
Als wij Hem liefhebben, hebben wij onze naaste lief.
“Iedereen die liefheeft,
is een kind van God en kent God.” (1 Joh 4,7)
Wie niet gelooft en niet lief heeft, sluit zichzelf buiten
en veroordeelt daarmee zichzelf.
Wie leeft in liefde en waarheid, wandelt in het licht.
Zijn daden gaan van God uit.
Het zijn daden van liefde.
Zij brengen licht in de duisternis.
2 Kronieken 36,14-16.19-23
Israël wordt bevrijdt uit de ballingschap.
Het volk keert terug naar Jeruzalem
en gaat daar opnieuw een tempel bouwen voor God.
Het is God zelf die hen verlossing brengt
en terugvoert uit de ballingschap.
Ook in de vreemde hebben zij Gods trouw ervaren.
Hij alom aanwezig en schenkt overal zijn liefde.
Maar zij zijn Jeruzalem niet vergeten.
Hun droom gaat in vervulling.
“De Heer bracht Sions ballingen terug:
het was alsof wij droomden.” (Psalm 126,1)