Spring naar inhoud

HH. Petrus en Paulus

Het kerkelijk jaar kent drie hoogfeesten die gewijd zijn aan bijzondere personen. Als deze feesten op zondag vallen, vieren we wereldwijd de liturgie van de feestdag in plaats van de liturgie van de zoveelste zondag door het jaar. Het zijn de feesten van de geboorte van Johannes de Doper, van het sterven van Petrus en Paulus en van de tenhemelopneming van Maria. Maria is de moeder van Jezus. Johannes de Doper was de voorloper van Jezus. Hij kondigde zijn komst niet alleen aan. Hij wees Hem ook concreet als de Messias aan. Petrus en Paulus traden in voetsporen van Jezus. Zij stonden voor de grote opdracht de boodschap van Jezus, zijn gedachtengoed handen en voeten te geven en uit te dragen. Vooral in de Handelingen der Apostelen lezen we hoe zij deze opdracht tot uitvoering brachten.

Petrus en Paulus zijn twee totaal verschillende persoonlijkheden. Petrus, een visser van eenvoudige komaf uit Galilea, een uithoek van Israël. Paulus, een Roemeins staatsburger, als tentenmaker een ambachtsman met een goed opvoeding uit de stad Tarsus uit het zuiden van het huidige Turkije. Petrus een impulsieve doener, Paulus een gedreven denker. Petrus de stabiele bestuurder in het centrum van de Kerk, Paulus de rondtrekkende prediker en theoloog.

Beide mannen worden door Jezus geroepen Hem te volgen. En beiden maken een ingrijpende bekering door. Petrus wordt samen met zijn broer Andreas door Jezus geroepen om vissers van mensen te worden. Onmiddellijk gaan de twee broers met Jezus mee. Petrus houdt van Jezus, gevoelsmatig weet hij dat Jezus voor Hem de weg is. Maar wat dat voor hem betekent, begint pas met horten en stoten tot hem door te dringen. Zijn werkelijke bekering komt als hij de haan hoort kraaien nadat hij Jezus verloochend heeft. Dan begrijpt hij pas echt wat Jezus liefhebben voor hem betekent. Paulus is een gedreven jood en behoorlijk streng in de leer. Hij ziet de nieuwe Jezusbeweging als een bedreiging voor het jodendom en doet fanatiek mee aan het vervolgen van de eerste christenen. Dan krijgt hij onderweg naar Damascus een visioen, waarin Jezus hem vraagt waarom hij Jezus vervolgt. Drie dagen lang laat Paulus zich onderrichten en komt tot het inzicht dat hij fout bezig is. Het is juist Jezus die de vervulling is van het woord van de profeten. Jezus is de Messias. Jezus brengt Gods beloften tot vervulling.

Petrus en Paulus hebben beiden een grote rol gespeeld in de verbreiding van het christendom. Paulus staat bekend als de apostel van de heidenen. Hij trok naar Klein-Azië, het huidige Turkije, en naar Griekenland om daar de boodschap van Jezus te verkondigen. Direct na het ontvangen van heilige Geest treedt Petrus naar buiten en spreekt het volk toe. In deze eerste preek van Petrus en ook daarna legt Hij uit hoe in Jezus Gods beloften tot vervulling komen. De boodschap van Jezus ziet hij op dat moment als een boodschap voor het volk van Israël. Dan krijgt Petrus een visioen met de opdracht te eten van gerechten die de joden als onrein beschouwen. Na dit visioen wordt hij uitgenodigd bij de Romeinse honderdman Cornelius. Volgens het jodendom mogen joden het huis van niet-joden niet binnengaan. Nu begrijpt hij de boodschap van het visioen en gaat bij Cornelius op bezoek. Nadat de heilige Geest over de bewoners van het huis is neergedaald, doopt Petrus hen en daarmee is hij de eerste die heidenen doopt. Het is Paulus die ervoor zorgt dat de apostelen besluiten dat de christenen uit het heidendom zich niet aan de joodse wetten hoeven te houden. Wel moeten zij zich onthouden van allerlei heidense gebruiken. Samen hebben Petrus en Paulus zo voor iedereen de weg gebaand naar het christendom en het ook voor ons mogelijk gemaakt leerlingen van Jezus te zijn.

Deze feestdag leert ons dat het uitdragen van de boodschap van Jezus een verscheidenheid aan verschillende persoonlijkheden, verschillende charisma’s en verschillende talenten nodig heeft. Iedereen is geroepen op ieders eigen manier een bijdrage te leveren. We leren dat er verschillende manieren van verkondigen nodig zijn, verschillende manieren van spreken en verschillende manieren van handelen. Zo ontvangt ieder de boodschap van Jezus op een wijze die voor hem verstaanbaar is. We leren dat de boodschap gebracht moet worden op een wijze die past bij de cultuur en levensomstandigheden van de ontvanger. We leren dat onze eigen manier van doen ons niet in de weg mag staan en dat het christendom in iedere cultuur ingebed kan worden. Amen.

De bestuurscultuur van de Kerk

Op het moment dat ik deze column schrijf is het conclaaf nog gaande. Ondertussen lees ik de net verschenen Nederlandse vertaling van het slotdocument van de synode over de synodale Kerk. Een mooi moment om eens stil te staan bij de wijze waarop de r.-k. Kerk bestuurd wordt. Het eerste wat opvalt is dat de Kerk een uitermate vlakke bestuursstructuur heeft: de wereldkerk met de paus, de bisdommen met hun bisschoppen en de parochies met hun pastoors. De grote mate van autonomie van iedere bestuurslaag blijkt bij uitstek uit de uitgebreide procedures om bisschoppen en pastoors uit hun functie te ontslaan. De Kerk kent zeker een hiërarchische ordening maar wel van een andere orde dan ik vanuit het bedrijfsleven gewend ben. Daar kun je binnen een dag op straat staan. In De Volkskrant van 7 mei schreef Frank van den Heuvel over het conclaaf als “een zorgvuldig proces met een mix van urgentie en weloverwogen handelen”. De opeenvolgende stemrondes zorgen voor een goede balans van continuïteit en verandering. Er is oog voor de situatie van de Kerk en de daarbij benodigde persoonlijkheid van de paus. Volgens hem kunnen bedrijfsdirecties hier nog van leren.

In het slotdocument van de synode lees ik het volgende: “We leven in een tijdperk gekenmerkt door toenemende ongelijkheden, groeiende ontgoocheling over traditionele bestuursmodellen, teleurstelling over het functioneren van de democratie, groeiende autocratische en dictatoriale tendensen, overheersing van het marktmodel zonder oog voor de kwetsbaarheid van mensen en van de schepping, en de verleiding om conflicten met geweld eerder dan met dialoog op te lossen. Authentieke synodale praktijken stellen christenen in staat een cultuur te ontwikkelen die kritisch-profetisch is ten aanzien van het dominante denken en zo een unieke bijdrage levert aan het vinden van antwoorden op de vele uitdagingen waar hedendaagse samenlevingen voor staan en aan de opbouw van het algemene welzijn.”

Nog voor ik de laatste letter op papier zet, zie ik witte rook op het journaal en een uur later staat paus Leo XIV op het balkon. Hij spreekt over vrede, over bruggen bouwen door dialoog en ontmoeting en over een synodale en missionaire Kerk. Zijn pastorale houding verwoordt hij als augustijn met de woorden van Sint Augustinus: “Met u ben ik christen, voor u ben ik bisschop.” Later op de avond realiseer ik me dat dit de eerste paus is die jonger is dan ik ben.

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact juni 2025

Herstel van de relaties: het Heilig Jaar

Het jaar 2025 is een Heilig Jaar of Jubeljaar met als thema ‘Pelgrims van Hoop’. Het Jubeljaar vindt zijn oorsprong in het jodendom. Het is een gebod in de Wet van Mozes (Lv 25,8‑55). Het Jubeljaar werd eens in de vijftig jaar gevierd. Dan moesten slaven en gevangenen worden vrijgelaten, schulden kwijtgescholden en land aan de rechtmatige eigenaar teruggegeven. Aan het begin van zijn openbare leven refereert Jezus aan het Jubeljaar door een genadejaar van de Heer af te kondigen. (Lc 4,19) Een Heilig Jaar is een jaar van herstel van relaties, een jaar van barmhartigheid. Dat geldt niet alleen voor onze relatie met God. Dat geldt evengoed voor onze relaties met elkaar. Een goede relatie met God gaat niet samen met slechte relaties met de medemensen.

Barmhartigheid in de Kerk van vandaag
Paus Johannes XXIII was overtuigd van het belang van barmhartigheid in onze tijd. ‘Barmhartige’ is voor hem de mooiste naam en titel van God. Bij de opening van het Tweede Vaticaans Concilie in 1962 zegt hij: “Wat onze tijd betreft maakt de Bruid van Christus echter liever gebruik van het geneesmiddel der barmhartigheid dan van de wapenen der gestrengheid; meer dan door te veroordelen wil zij de noden van deze tijd tegemoet komen door te wijzen op de kracht van haar leer.” Daarmee werd een nieuwe toon aangeslagen, die tot op de dag van vandaag doorklinkt.

Paus Johannes Paulus II heeft het thema van de barmhartigheid verder uitgewerkt en verdiept. Voor hem is gerechtigheid alleen niet genoeg. De eerste heiligverklaring in het derde millennium betreft de Poolse kloosterzuster en mystica Faustina Kowalska (1905-1938). Anders dan de neoscholastische theologie van haar tijd zag zij de barmhartigheid als Gods belangrijkste eigenschap. De zondag na Pasen, Beloken Pasen, werd uitgeroepen tot de zondag van de goddelijke barmhartigheid. Paus Benedictus XVI gaat verder op de ingeslagen weg. Hij maakt duidelijk dat niet de gerechtigheid maar de liefde het fundament is van het katholieke sociale denken. “De ‘stad van de mensen’ wordt niet alleen vooruitgeholpen door betrekkingen op grond van rechten en plichten, maar allereerst en vooral op grond van relaties die worden getekend door belangeloze vrijgevigheid, barmhartigheid en saamhorigheid. De naastenliefde openbaart ook in de menselijke betrekkingen altijd de liefde van God; die verleent aan iedere inzet voor gerechtigheid in de wereld een theologische en heilbrengende waarde.”

Paus Franciscus trekt zich het lot van de mensen in nood aan, van vluchtelingen, van armen, van gehandicapten, van ouderen, van culturele minderheden. Hij trekt fel van leer tegen het egoïsme, het neoliberalisme, het consumentisme, het individualisme, tegen moderne vormen van slavernij, tegen de groeiende ongelijkheid en tegen de vernietiging van de schepping. Bij de afsluiting van het Heilig Jaar van Barmhartigheid (2016) schrijft hij: “Barmhartigheid kan niet zomaar tussen twee haakjes gezet worden in het leven van de Kerk; ze behoort ten diepste tot het ware wezen van de Kerk, zodat de waarheid van het Evangelie zichtbaar, tastbaar wordt. Alles openbaart zich in de barmhartigheid. Alles wordt opgelost in de barmhartige liefde van de Vader.”

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact april 2025

Kleine verhalen

De postmoderne filosofie stelde het bestaan van een absolute waarheid ter discussie. De grote verhalen werden dood verklaard. We kunnen inderdaad constateren dat de grote verhalen van ideologieën als het communisme en het fascisme niet de hemel op aarde hebben gebracht. Ook het geloof in de wetenschap als de brenger van de absolute waarheid kent een afnemend aantal aanhangers. De allesomvattende waarheid ligt buiten het bereik van de mensheid. Taal is niet in staat haar te vangen, ook de wiskunde niet. Woorden schieten altijd tekort en ook de wiskunde kent beperkingen. Grote christelijke denkers als Aurelius Augustinus en Thomas van Aquino kwamen tot de conclusie dat de waarheid niet in een systeem te vatten is.

We kunnen raken aan de waarheid in kleine verhalen en in ontmoetingen van mensen met elkaar. Dit is ook wat we in de heilige boeken van de grote religies zien. Hierin vinden we de waarheid niet als een dicht getimmerd systeem. Hierin vinden verhalen over hoe mensen handelen en spreken in het perspectief van de waarheid, over hoe zij zich tot  de waarheid verhouden. Hoe zij vertrouwen op de waarheid en erin geloven. Hoe zij goed en kwaad in hun leven ervaren en wegen vinden om daarmee om te gaan en hoe zij zo tot leefregels komen. In de gebeurtenissen in het leven zelf moeten we de sporen van waarheid zoeken. Telkens weer moet in iedere situatie opnieuw gezocht worden naar het ware, het goede en het schone. Dat vraagt om ontmoetingen en dialoog. Daarvoor moeten we elkaar bewust opzoeken, maar hierbij is ook sprake van terloopsheid en toevalligheid. Ook Jezus koos de weg van de kleine verhalen om zijn boodschap te verkondigen. Wie kent niet de verhalen over de verloren zoon en over de barmhartige Samaritaan?

Kleine verhalen overstijgen de wereld van de rationaliteit. Zij hebben ook een zekere buigzaamheid en bieden ruimte aan diversiteit. Deze verhalen hebben geen probleem met paradoxen. Met elkaar strijdende stellingen kunnen naast elkaar bestaan en zelfs met elkaar verbonden zijn zonder de tegenstelling te verdoezelen of op te heffen. Hiermee weerspiegelen verhalen het echte leven en de conditie van de mens. Het ene heldere licht van de waarheid wordt door ons mensen waargenomen als een caleidoscoop van kleuren. De schepping waarvan wij onderdeel zijn, is een en al verscheidenheid. Verhalen brengen een zekere eenheid in de verscheidenheid van de werkelijkheid.

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact februari 2025

Verwarring

Op de laatste zondagen van het kerkelijk jaar gaat het over het einde der tijden. Jezus spreekt over de verduistering van de zon en dat de maan geen licht meer zal geven. (Mc 13,24) De politiek volgend krijg ik de indruk dat die verduistering ook in onze dagen aan de orde is. Het licht van de waarheid, het Woord van God lijkt ernstig verduisterd. Het zijn momenteel niet zo zeer de hemelse machten die in verwarring zijn. (Mc 13,25) Vele politici zijn in verwarring geraakt. Verschillende bevolkingsgroepen worden tegen elkaar opgezet. Polarisatie en haat zaaien is aan de orde van de dag.

Wat moet ik met uitspraken van politici dat sommige groepen onze normen en waarden niet onderschrijven? Willen zij een moraalpolitie? Een moraalpolitie die onze gedachten en meningen gaat toetsen? Moeten allen die een afwijkende mening hebben het land worden uitgezet of worden opgesloten? En wat zijn ònze normen en waarden? De normen en waarden van politici die dergelijke uitspraken doen, zijn zeker niet mijn normen en waarden. Waar leidt dit toe als deze ontwikkeling zich verder doorzet? Moet ik gaan oppassen, omdat als katholiek respect heb voor mensen uit andere culturen en uit andere godsdiensten?

Gelukkig klinken er ook andere geluiden. Laatst was ik bij een bijeenkomst over synodale Kerk. Synodaliteit betekent dat je taal niet gebruikt om elkaar af te maken, maar juist om respectvol met elkaar om te gaan. Synodaal taalgebruik is gezamenlijk zoeken naar waarheid.

In de encycliek Fratelli tutti (Allen broeders) pleit paus Franciscus voor grensoverschrijdende universele broederschap. Broederschap en sociale vriendschap beperken zich niet tot gelijkgestemden. De paus pleit voor echte ontmoeting tussen mensen en voor diepgaande communicatie en dialoog. Het gaat om het gestadig opbouwen van vriendschap en om het bereiken van een geleidelijk groeiende consensus. Gedeelde normen en waarden kun je niet als regering opleggen. Wel kun als samenleving samen op zoek gaan naar wat je bindt en wat je met elkaar deelt. Daarbij kun je respectvol omgaan met de verschillen die er ook zijn. We moeten niet bang zijn om met elkaar in gesprek te gaan.

De paus waarschuwt voor de verschillende vormen van populisme. Wanneer politici in naam van de welvaart haat en angst zaaien, moeten we ons zorgen maken, op tijd reageren en actie ondernemen. De liefde moet het spirituele hart van de politiek zijn. Dan is er openheid naar andere mensen. Dan is er aandacht voor de zwakke en noodlijdende mensen. De liefde respecteert en verwelkomt verschillen tussen mensen. De liefde brengt ons met elkaar in gesprek.

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact december 2024/januari 2025

Geloof, hoop en liefde

De drie goddelijke deugden geloof, hoop en liefde worden ons als een genade gegeven en zijn uitingen van de heilige Geest, die in ons woont. Wij kunnen ze niet op eigen kracht verwerven. Wij kunnen ernaar verlangen en ons ervoor openstellen. Ieder van ons is geboren met ontvankelijkheid voor de genade die God ons geeft. Met geloof, hoop en liefde richten we ons op God. Hij is de bron en het doel van ons leven. Hij is ons houvast.

Geloof, hoop en liefde vormen zijn onmisbaar in ons menselijk bestaan. Geloof, hoop en liefde zijn de kern van onze wijze van omgaan met elkaar. Zij zorgen ervoor dat we elkaar respecteren en vertrouwen en dat we positieve verwachtingen naar elkaar hebben. Zij stellen ons ook in staat om te gaan met situaties waarin een gezond wantrouwen nodig is. Iemand ondanks alles krediet geven is een daad van hoop die de ander mogelijk boven zichzelf doet uitstijgen.

Paulus schrijft dat wij vanuit het geloof tot de hoop komen: “Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.” (Hebr 11,1) Je kunt de volgorde geloof, hoop en liefde ook omdraaien. De liefde als basis voor de hoop en voor het geloof. Augustinus schrijft: “Hopen betekent geloven in het avontuur van de liefde, vertrouwen in de mensen hebben, de sprong in het onzekere wagen en je helemaal overgeven aan God.”

“God is liefde.” (1 Joh 4,8) God is ook geloof en hoop. God gelooft in ons mensen. Hij vertrouwt ons zijn schepping toe. Hij hoopt dat wij werken aan zijn Koninkrijk, dat wij zijn opdracht aan ons tot een goede einde brengen. Dat terwijl hij weet dat wij zelfgerichte, zwakke en falende mensen zijn. Goddelijke deugden zijn in die zin werkelijk goddelijk te noemen: God beoefend ze zelf.

Artikel in Kerk aan de Vliet 9,3 juni/augustus 2025

Eenheid, verscheidenheid, liefde en vrijheid; Joh 17,20-26

Op de avond voor zijn lijden en sterven bidt Jezus voor de eenheid. Hij vraagt zijn Vader dat allen één mogen zijn. Bij eenheid denken wij al gauw aan eenvormigheid. Je straalt bijvoorbeeld eenheid uit door allemaal het zelfde uniform te dragen. Maar dat is niet de eenheid waarom Jezus vraagt. Jezus vraagt zijn Vader “dat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U; dat zij ook in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt. Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die Gij Mij geschonken hebt, opdat zij één zijn zoals Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij…”

De apostel Johannes gebruikt geen eenvoudige taal. Het gaat ook niet over een gemakkelijk te begrijpen zaak. Laten we proberen er een vinger achter te krijgen. De eenheid die Jezus voor ons vraagt, is gelijk aan de eenheid van de Vader en de Zoon: de eenheid van de heilige Drie-eenheid, de eenheid van één God in drie Personen. God is eenheid in verscheidenheid. Dit is een eenheid waarin één en veel samengaan. Er zijn drie Personen die samen één God zijn. De goddelijke Drie-eenheid is een gemeenschap van drie Personen. God is in zichzelf gemeenschap. De drie goddelijke Personen zijn volmaakt één, omdat ze oneindig veel van elkaar houden. Hun verbondenheid met elkaar is gebaseerd op liefde. God is liefde. God is relatie in zichzelf.

De liefde streeft naar eenheid. De liefde streeft naar een in elkaar opgaan. Jezus zegt: “Gij, Vader in Mij en Ik in U” en “Ik in hen en Gij in Mij”. Liefde kan alleen bestaan tussen verschillende personen. Liefde kan alleen bestaan als er sprake is van verscheidenheid. Liefde brengt eenheid in verscheidenheid. Eenheid en verscheidenheid zijn beide even belangrijk. Eenheid en verscheidenheid bestaan niet los van elkaar. Ook als wij in elkaar opgaan blijven we afzonderlijke personen.

Liefde is altijd een vrije keuze. Liefde kan niet afgedwongen worden. In volle vrijheid houden de drie goddelijke Personen van elkaar. Niets dwingt hen ertoe. Uit liefde komt de Zoon uit de Vader voort. Uit liefde komt de heilige Geest voort uit de Vader en de Zoon. Dit is een eeuwig gebeuren. Het is altijd geweest en het gebeurt altijd. God is niet aan tijd gebonden. Eenheid en verscheidenheid zijn direct verbonden met liefde en vrijheid. Dit is de eenheid die Jezus voor ons vraagt. Hij vraagt dat wij een gemeenschap vormen van allerlei verschillende mensen. Hij vraagt om eenheid in verscheidenheid. Hij vraagt dat al die verschillende mensen zich met elkaar verbonden weten.

Eenheid, verbondenheid, liefde en vrijheid zijn geschenken. God geeft ze ons als een genade. Wij zijn niet in staat deze gaven zelf tot stand te brengen. We kunnen ze wel weigeren. Wij zijn vrij. Wij mogen Gods genade afwijzen. Genade vraagt van onze kant ontvankelijkheid. Genade vraagt dat wij ons ervoor openstellen. Wij zijn in staat om Gods liefde in de wereld te blokkeren en de werking van zijn liefde negatief te beïnvloeden.

Twee weken geleden hoorden we Jezus zeggen: “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben; zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.” (Joh 13,34-35) Evenals de lezing van vandaag spreekt Jezus deze tekst uit tijdens zijn grote toespraak bij het Laatste Avondmaal. Zowel de liefde voor elkaar als de daaruit voortkomende gemeenschap zijn tekenen van ons geloof in God, van ons geloof in de Blijde Boodschap die Jezus verkondigt.

Op diezelfde avond zegt Jezus: “Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn. Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in mijn Naam vraagt. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.” (Joh 15,16-17) Wij stellen niet zelf onze gemeenschap samen. Wij mensen worden aan elkaar gegeven. Ook daarin gaat het om ontvankelijkheid en openstaan voor elkaar. Dat is het wezen van onze gastvrijheid.

Een gastvrije parochie zet geen mensen bij de deur om te selecteren wie wel en niet naar binnen mogen. Een gastvrije parochie staat open voor iedereen. Wij nodigen in volle vrijheid iedereen uit die bij ons aanklopt. Eenheid in verscheidenheid vraagt om openheid en gastvrijheid. Het is een eenheid die God zelf tot stand brengt. Het is zijn liefde voor ons die de gemeenschap opbouwt. Het is de heilige Geest, de Geest die voortkomt uit de Vader en de Zoon, de Geest die in ons woont die ons doet liefhebben. Maar dat vraagt wel dat wij in volle vrijheid daarop reageren. Amen.

Dilexit nos (Hij heeft ons liefgehad)

Inleiding

Afgelopen zondag (vijfde zondag van Pasen) lazen we: “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben; zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.” (Joh 13,34)

Onze Kerk is een Kerk van lange adem. Ontwikkelingen hebben hun tijd nodig. Maar als ik terugkijk naar mijn jeugd moet ik constateren dat de Kerk een ware revolutie heeft doorgemaakt. De Kerk van nu is een andere dan de Kerk van mijn ouders. Afgelopen jaren heb ik regelmatig bedacht dat ik mij niet kan herinneren dat er in mijn jeugd veel over de liefde werd gesproken. Wij moesten brave kinderen zijn en werden opgevoed tot in het gelid lopende brave burgers. Het woord liefde viel daarbij niet. Bladerend in mijn catechismus van de lagere school kom ik de woorden liefde en barmhartigheid nauwelijks tegen. In plaats van te beginnen met bijvoorbeeld het dubbelgebod van de liefde gaat het pas tegen het einde – in de achtenveertigste les – over de christelijke liefde. Wel leerde ik de oefening van liefde uit mijn hoofd, maar leerde ik daardoor liefhebben? Gelukkig had ik liefhebbende ouders.

Hoe anders is deze tijd. Zowel paus Benedictus XVI als paus Franciscus schreven twee encyclieken over de liefde. De eerste ‘Deus caritas est’ en ‘Caritas in veritate’ en de laatste ‘Fratelli tutti’ en eind vorig jaar ‘Dilexit nos’. Waar Benedictus begint met de basis te leggen voor zijn pontificaat, sluit Franciscus zijn pontificaat af met het verdiepen van het door hem gehanteerde fundament. Terwijl Benedictus een filosofische en theologische uiteenzetting geeft, vinden we bij Franciscus een meditatieve overweging. In het verlengde van het Tweede Vaticaans Concilie sprak paus Paulus VI eerder over een ‘beschaving van liefde’. Hiermee is de sociale leer van de Kerk steeds duidelijker gefundeerd in de liefde. Het is werkelijk een andere benadering dan in mijn kinderjaren. In de encycliek ‘Quadragesimo anno’ van Pius XI uit 1931 komt het woord liefde wel voor, maar rechtvaardigheid is het belangrijkste uitgangspunt.

Een ander voorbeeld: in 1956 kwam Pius XII met de encycliek Haurietis Aquas. Hierin schrijft hij over de verering van het heilig Hart van Jezus. Ook hierin is het zoeken naar het woord liefde. Waar het over liefde gaat betreft het vooral de goddelijke liefde. Van het dubbelgebod van de liefde wordt alleen het eerste gedeelte geciteerd. De menselijke genegenheid die ook bij Jezus aanwezig is, wordt een aandoening genoemd passend bij de menselijke zwakheid.

Een jaar geleden presenteerde het Dicasterie voor de Geloofsleer een document over menselijke waardigheid: ‘Dignitas infinita’. Het is een momentopname van het denken van de Kerk over menselijke waardigheid. Ook in dit document vormt de liefde de basis voor het denken. Waar in het verleden naar de natuurwet werd verwezen, komt dit begrip nu in zijn geheel niet voor. De liefde is gericht op het goede, niet op de verdelging van het onkruid. (Vgl. Mt 13,24-30)

Gelijktijdig heeft ook de barmhartigheid als een van de vormen van liefde de afgelopen decennia een centrale plaats binnen onze Kerk gekregen.

‘God is liefde’. Wij zijn kinderen van God. Liefde is bepaald wat anders dan braaf zijn en in het gelid lopen. De liefde maakt verantwoordelijk. Liefde vraagt eerder eigenzinnige radicaliteit en tegen de stroom in gaan.

De encycliek ‘Dilexit nos’

Hoofdstuk 1: Het belang van het hart

Het eerste hoofdstuk gaat over het belang van het hart. Alles, ziel en lichaam, is verenigd in het hart. Het hart is de zetel van de liefde. Wij zijn geschapen om te beminnen en bemind te worden. Alles speelt zich af in het hart, daar zijn wij onszelf. Het verstand en de wil moeten zich ten dienste stellen van het hart. Het hart herkend het hogere goed. De wil moet zich daar op richten. Ook de verbeeldingskracht en gevoelens laten zich leiden door het hart.

Onze omgang met de Heer is een zaak van het hart. Alleen met het hart kunnen wij ons geheel op de Heer richten. Met ons hart overbruggen we verschillen binnen onze gemeenschappen. Onze harten hebben een ontologische waardigheid. Voor ons zoeken naar een waardiger leven hebben wij Gods liefde nodig. In het Hart van Jezus leren wij onszelf kennen en leren wij lief te hebben. Het Heilig Hart is het eenmakend principe van de werkelijkheid, omdat Christus het hart van de wereld is.

Hoofdstuk 2: Gebaren en woorden van liefde

Christus heeft niet uitgelegd, hoe Hij ons liefheeft. Hij heeft het ons laten zien. Hij is altijd vol liefde en tederheid op zoek naar mensen, naar nabijheid en naar ontmoeting. Zo kent Jezus onze goede bedoelingen en goede daden. De woorden van Jezus laten een liefde vol passie zien, een liefde die compassie met ons heeft, die ontroerd raakt, bedroefd is en zelfs tot tranen wordt bewogen.

Hoofdstuk 3: Dit is het hart dat zozeer heeft liefgehad

De devotie tot het Hart van Christus staat niet los van de Persoon van Jezus. Wij aanbidden de hele Persoon Jezus en gaan met Hem een relatie aan. De afbeelding van het hart ondersteunt dit. Als wij niet liefhebben, bereiken wij ons volledig mens-zijn niet. Gods Zoon heeft ons ook met een menselijk hart willen liefhebben. Vanuit zijn oneindige liefde heeft God een lichaam en een hart aangenomen en is zo de geschiedenis en de menselijke situatie binnengetreden. Zo kunnen wij het oneindige vinden in het eindige. Zo aanschouwen en ontmoeten we het onzichtbare en onuitsprekelijke Mysterie.

Het beeld van het Hart van Jezus bevat een drievoudige liefde: allereerst de oneindige goddelijke liefde die wij vinden in Christus, daarnaast de geestelijke dimensie van zijn mens-zijn en ten slotte is het een symbool van zijn zichtbare liefde. Deze drie liefdes staan niet los van elkaar. Juist in zijn menselijke liefde vinden wij zijn goddelijke liefde. De devotie tot het Hart van Jezus is uitgesproken christologisch. Jezus is echter de weg naar de Vader en in zijn Hart is de Heilige Geest levend en werkzaam. Zo is devotie van het Heilig Hart ook trinitair.

In het verleden was deze devotie een antwoord op de vormen van spiritualiteit die de barmhartigheid van God vergaten. Nu heeft de mens behoefte aan het Hart van Christus om God te kennen en om zichzelf te kennen. De mens heeft behoefte aan een beschaving van de liefde. Iedereen heeft behoefte aan een richtpunt in het leven, aan een bron van waarheid en goedheid. De devotie tot het Hart van Jezus is wezenlijk voor ons christelijk leven. In deze tijd komen er verschillende vormen van religiositeit op die niets hebben met een persoonlijke relatie met een God van liefde. Het zijn vormen van ‘ontlichaamde’ spiritualiteit. Het is een manifestatie van het gnosticisme.

Het Hart van Christus bevrijdt ons ook van een andere misvatting: het zoeken van oplossingen in uiterlijke activiteiten, in wereldse projecten en geseculariseerde overwegingen. Deze leiden tot een christendom zonder de tederheid van het geloof, zonder de vreugde van de toewijding aan de dienstbaarheid, het vuur van de zending van persoon tot persoon, de overweldigende schoonheid van Christus, zonder de diepe dankbaarheid voor zijn vriendschap en voor de uiteindelijke zin die Hij ons leven geeft. Het beste is te vertrouwen op de oneindige barmhartigheid van een God die grenzeloos liefheeft.

Hoofdstuk 4: De liefde die te drinken geeft

In het Oude Testament nemen de messiaanse aankondigingen geleidelijk de vorm aan van een bron van reinigend water. De eerste christenen zagen dit verwezenlijkt in de open zijde van Christus, de bron waaruit het nieuwe leven stroomt. In zijn doorstoken zijde, in zijn hart vinden we Gods liefde voor zijn volk. Vele grote christenen hebben op dit beeld als bron van liefde en barmhartigheid gemediteerd. De verrezen Christus draagt de wonden van het Lijden. Ze zijn niet verdwenen maar veranderd. Het glorierijke leven van de Verrezene en de goddelijke barmhartigheid gaan hand-in-hand.

De gelovige wil niet alleen op deze grote liefde een antwoord geven, maar ook op de pijn die Jezus ervoor heeft willen verdragen. De sensus fidelium voelt aan dat het hier om iets mysterieus gaat dat onze menselijke logica te boven gaat, en dat het lijden van Christus niet puur een feit uit het verleden is, maar dat wij er door het geloof deel aan kunnen hebben. Het evangelie moet ook geleefd worden, zowel in de werken van liefde als in de innerlijke ervaring, en dit geldt vooral voor het mysterie van de dood en de verrijzenis van Christus.

Het verlangen om Christus te troosten begint met het verdriet van het aanschouwen van zijn lijden. Het gaat er niet om dat we door berouw verteerd worden. Berouw is een genade. Berouw wijkt voor vertrouwen en bevrijdt ons van de lasten. Zo kunnen wij, als wij lijden, de innerlijke troost ervaren te weten dat Christus zelf met ons lijdt. In ons verlangen om Hem te troosten worden wij zelf getroost.

Hoofdstuk 5: Liefde voor liefde

Jezus vraagt om liefde. Het antwoord van het gelovige hart is een kwestie van liefde. Het beste antwoord op de liefde van zijn Hart is de liefde voor onze broeders en zusters. Deze verbinding tussen de devotie tot het Hart van Jezus en de verplichting jegens de broeders en zusters loopt als een rode draad door de geschiedenis van de christelijke spiritualiteit. De mensheid van vandaag heeft behoefte aan het Hart van Christus om een beschaving van liefde op te bouwen. Een puur uiterlijk eerherstel is niet voldoende, noch voor de wereld, noch voor het Hart van Christus.

Het eerherstel vraagt om werkelijk het hart van de gekwetste persoon te raken en niet om een eenvoudige daad van compenserende gerechtigheid. Het vraagt erkennen dat men schuldig is en vragen om vergeving om de relaties te herstellen. Jezus beperkt zichzelf en beteugelt de verspreiding van zijn liefde om ons de ruimte te geven tot samenwerking met zijn Hart. Ons afwijzen of onze onverschilligheid beperken de vruchtbaarheid van zijn liefde in ons. Zo wordt eerherstel verstaan als het verwijderen van de hindernissen die wij – met ons gebrek aan vertrouwen, dankbaarheid en toewijding – opwerpen tegen de uitbreiding van de liefde van Christus in de wereld. Er valt niets toe te voegen aan het ene verlossende offer van Christus, maar onze afwijzing maakt het voor het Hart van Christus onmogelijk zijn liefde uit te breiden. Het gaat om een vorm van eerherstel waarin onze liefde het Hart van Christus de ruimte geeft. Dit gaat verder dan een eenvoudige ‘troost’ voor Christus. De opofferingen door daden van liefde voor de naaste, verenigen ons met het lijden van Christus. Christus maakt het ons mogelijk lief te hebben zoals Hij heeft liefgehad. Zo heeft Hijzelf lief en dient Hij door ons.

Door onze getuigenis wordt de liefde in de harten van de mensen uitgestort. Zo wordt de Kerk en ook een maatschappij van gerechtigheid, vrede en broederschap opgebouwd. In het perspectief van het uitstralen van de liefde van het Hart van Jezus, vraagt de zending om missionarissen die verliefd zijn en zo door Christus in beslag worden genomen, dat ze niet anders kunnen dan deze liefde, die hun leven heeft veranderd, door te geven. Met het grootste respect voor de vrijheid en de waardigheid van de ander hoopt de verliefde eenvoudigweg dat hij over de liefde die hem zoveel vreugde geeft, mag vertellen. Missie wordt beleefd in gemeenschap met de eigen gemeenschap en met de Kerk. Als wij de gemeenschap vergeten zal onze vriendschap met Jezus verkoelen.

Tenslotte geeft de paus aan dat dit document een sleutel is tot de sociale encyclieken ‘Laudato si’’ en ‘Fratelli tutti’. Christus’ liefde kan deze aarde een hart geven en de liefde doen herleven waar wij het niet meer mogelijk achten. Ook de Kerk heeft behoefte aan die liefde om niet te vervallen in vergankelijke structuren, en allerlei vormen van fanatisme.

Dit is een uitgebreidere versie van de inleiding op 21 mei 2025 voor de priesters, diakens en pastoraal werkers van het bisdom Rotterdam.

Heb elkaar lief; Apk 21,1-5a; Joh 13,31-33a.34-35

In het boek Openbaring lezen we over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Heel de schepping zal haar voltooiing vinden. In het Evangelie gaat het over de verheerlijking aan het kruis waardoor heel de schepping wordt bevrijdt en verlost. Als wij aan het kruis van Christus denken, komt niet als eerste dit beeld van de verheerlijking op. Wij zijn gewend aan het beeld van een lijdende Jezus aan het kruis. Dat is wat wij zien op de kruisbeelden in onze kerken en in onze huizen. Dit is niet altijd zo geweest. Denk aan het kruis van San Damiano. Dit is het kruis waarbij Franciscus van Assisi heeft gebeden en waar hij zijn roeping verstond. Op dit kruis zien we niet een lijdende Christus maar de glorievolle verrezen Heer afgebeeld.

Dood en verrijzenis zijn nauw met elkaar verbonden. Pasen en Goede Vrijdag kunnen niet los van elkaar bestaan. De dood van Jezus is niet zomaar een dood. Het is een sterven dat tot heerlijkheid en glorie leidt, waarin de verheerlijking plaatsvindt. In zijn verrijzenis wordt Jezus door God de Vader verheerlijkt en in Jezus wordt de Vader zelf verheerlijkt. In de verrezen Heer toont God zijn liefdevolle macht. In Jezus’ dood en verrijzenis wordt Gods grootheid zichtbaar voor ons. Jezus heeft onze dood ondergaan. En als eerste van alle schepselen is Hij verrezen en heeft Hij de dood overwonnen. Als een van ons is Hij ons op deze weg voorgegaan. Hij is onze weg.

Uit liefde heeft God ons geschapen en uit liefde heeft Hij ons verlost en bevrijd. Het is aan ons om die liefde zichtbaar te maken voor iedereen: “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.” Hoezo een nieuw gebod. Eerder noemt Jezus het dubbelgebod van de liefde het grootste gebod. Gij zult de Heer uw God liefhebben en uw naaste als uzelf. Dit dubbelgebod is gebaseerd op de Wet van Mozes. Jezus heeft ook gezegd, dat je ook je vijanden moet liefhebben. Je moet een naaste zijn voor iedereen die jouw daad van liefde nodig heeft. Met heel zijn leven, lijden en sterven heeft Jezus het gebod van de liefde nieuw leven ingeblazen. Hij heeft het in een nieuw perspectief geplaatst. Hij is de liefde zelf. Hij heeft zijn leven gegeven uit liefde voor allen. Zijn weg is de weg van de liefde. Zijn weg is de weg van God: God is liefde.

Leerling van Jezus zijn, Hem volgen, zijn weg gaan vraagt van ons dat de liefde de basis van ons leven is, de basis van al handelen en spreken, altijd en overal. Dat begint dicht bij huis, in onze directe omgeving. Jezus noemt zijn leerlingen hier kindertjes, lieve kinderen. Als een vader van een groot gezin spreekt Hij met zijn leerlingen. Om zijn liefde in de wereld te verkondigen en uit te dragen, moeten zij als eerste van elkaar houden. Hun broederlijke liefde is de basis van hun missie. In de Handelingen der Apostelen kunnen we lezen, hoe de eerste christenen dit nieuwe gebod in de praktijk brengen. Zij worden herkend door en geprezen om hun broederliefde. Zij zijn mensen van de weg, de weg van Jezus, de weg van de liefde.

Vanuit deze broederliefde, vanuit de liefde van Jezus komen we tot liefde voor iedereen. Alle vormen van liefde hangen met elkaar samen, ze bestaan niet los van elkaar. Jezus maakt duidelijk dat de twee delen van het dubbelgebod van de liefde met elkaar samenvallen. Alles wat wij voor een mens in nood doen, doen we voor Jezus. Al onze daden van liefde zijn uiteindelijk op Hem gericht. We kunnen niet God liefhebben zonder zijn kinderen lief te hebben. En als we onze medemensen liefhebben hebben we God, die hierin als bron van liefde aanwezig is, lief.

De vorige twee pausen hebben uitgebreid over de liefde geschreven. Zowel Benedictus XVI als Franciscus wijdden er twee encyclieken aan. Terwijl paus Benedictus een filosofische en theologische uiteenzetting geeft, vinden we bij Franciscus een meer meditatieve overweging en vele voorbeelden van liefdevol handelen.

Deze ochtend wordt paus Leo XIV geïnaugureerd. Hij wordt officieel ingehuldigd als universeel herder van de katholieke Kerk. Direct na zijn verkiezing sprak hij over vrede, over liefde, over bruggen bouwen door dialoog en ontmoeting en over een synodale en missionaire Kerk. Leo XIV geeft aan op de weg van zijn voorgangers verder te gaan. Broederliefde vertaalt hij ook naar eenheid. Zij wapenspreuk luidt: ‘In Illo uno unum’ (In de Ene zijn wij één). Bidden wij voor onze nieuwe paus. Dat hij ons voorgaat op de weg de liefde tot zegen en vreugde van de gehele mensheid. Amen.

In memoriam paus Franciscus

Het is de ochtend van tweede Paasdag. In gedachten ben ik bezig met een column voor de KBO in Voorburg. Afgelopen dagen vierden we dat Jezus met zijn lijden en sterven de dood heeft overwonnen. In zijn liefde voor ons ging hij tot het uiterste toe. Zijn verrijzenis maakt duidelijk dat de liefde sterker is dan het kwaad. Dan komt het nieuws van het overlijden van de paus.

De liefde was de basis voor pontificaat van paus Franciscus. Uit liefde voor de mensen gaf hij gisteren op Pasen met zijn laatste krachten de zegen, urbi et orbi. Toen hij net paus was ging hij naar Lampedusa. Daar sprak hij bootvluchtelingen uit Afrika. Hij trok zich hun lot aan. Afgelopen zaterdag las ik dat de paus met geld en aandacht een groep Zuid-Amerikaanse transgender sekswerkers nabij Rome steunt. Barmhartigheid geldt voor alle mensen.

De afgelopen decennia is de liefde de basis geworden voor het christelijke handelen in de wereld. Paus Benedictus XVI schreef aan het begin van zijn pontificaat de encycliek ‘Deus caritas est’ (God is liefde). ‘Liefde’ is hét kernwoord van het christelijk geloof. Het is de meest bepalende eigenschap van God en het moet het meest belangrijke werkwoord voor de christen zijn. Daarmee gaf paus Benedictus een nieuwe richting aan het katholieke sociale denken. Paus Franciscus zette deze weg voort. Hij schreef in de encycliek ‘Laudato si’’ over de zorg voor de schepping en in ‘Fratelli tutti’ over broederschap en sociale vriendschap. Met zijn laatste encycliek ‘Delexit nos’ (Hij heeft ons liefgehad) mediteert hij over de vele aspecten van de liefde, de liefde van God voor ons en de liefde van de mensen voor elkaar. Hiermee geeft hij aan wat de basis is voor onze zorg voor de schepping en voor een broederlijke samenleving. De Nederlandse vertaling van deze encycliek is afgelopen week gepubliceerd. Zie hier.

Paus Benedictus XVI schreef in de encycliek ‘Caritate in veritate’ (liefde in waarheid) dat liefde en waarheid niet zonder elkaar kunnen. Voor paus Franciscus betekende dit dat hij veel nadruk legde op de dialoog, de dialoog met andere religies, met de politiek en met de wetenschap en ook de dialoog binnen de Kerk. Het in gang zetten van het synodale proces op weg naar een synodale Kerk is hiervan het resultaat. Het is nu aan ons hiermee verder aan de slag te gaan.

Wij geloven en bidden dat God paus Franciscus opneemt in zijn Rijk van liefde en geluk.

Zie ook de website rkkerk.nl.