Spring naar inhoud

Laat je hart spreken; Hab 1,2-3;2,2-4; 2 Tim 1,6-8.13-14; Lc 17,5-10

De profeet Habakuk schrijft: “Waarom laat Gij mij onrecht lijden en ziet Gij die ellende maar aan? Waarom moet ik leven te midden van geweld en verdrukking en waarom rijst er twist en moet men lijden onder tweedracht?” Deze tekst van Habakuk kunnen we zo toepassen op onze eigen situatie in deze tijd. Ook als we niet direct zelf onrecht lijden, vragen wij ons af wanneer er een einde komt aan het geweld waarmee we elke dag in de media worden geconfronteerd. Wanneer komt er een einde aan de tweedracht in de vorm van steeds toenemende polarisatie, wereldwijd en ook in ons eigen land. We voelen ons vaak totaal machteloos. Habakuk vraagt zich af: “Hoelang moet ik nog roepen, Heer, terwijl Gij maar niet luistert? Hoelang moet ik de hemel nog geweld aandoen, terwijl Gij maar geen uitkomst brengt?” In een visioen wordt het Habakuk duidelijk dat hij de hoop niet mag verliezen, dat hij moet blijven geloven: “Want dit visioen, al wacht het de vastgestelde tijd nog af, hunkert niettemin naar zijn vervulling… Het komt niet te laat.” Ook al is ons geloof klein als een mosterdzaadje, we mogen blijven hopen. Habakuk smeekte God om iets te doen. Zijn voorbeeld moeten we zeker volgen.

Paulus herinnert Timoteüs eraan hoe hij Gods genade heeft ontvangen. Paulus zelf heeft hem de handen opgelegd. Ook ons is een aantal keren de handen opgelegd: bij ons Doopsel en bij ons Vormsel en bij een enkeling bij de Wijding. Ook wij hebben Gods genade ontvangen: een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Ook in ons brandt het vuur van Gods genade.

Tijdens de vredesweek hadden we een spreker van PAX op bezoek. Zij vertelde over de manier waarop deze vredesorganisatie bezig is maatschappelijke veranderingen tot stand te brengen. Ze maakte ons duidelijk dat massale demonstraties – zoals vanmiddag in Amsterdam – wel degelijk invloed hebben. Ook vertelde ze dat we niet teveel energie moeten stoppen in het bestrijden verkeerde denkbeelden. Het is veel effectiever er een goed verhaal tegenover te zetten. Draag een aantrekkelijke boodschap uit. Houd een goed verhaal.

Dit is wat ook Habakuk met zijn visioen doet en Paulus ons voorhoudt. Ieder van ons mag getuigen van onze Heer en bijdragen aan de verkondiging van het Evangelie. Paulus zegt ons dat we ons niet moeten schamen voor ons geloof. Wij moeten ons niet schamen voor onze zwakte. Wij mogen ons gedragen en gesteund weten door de liefde van Christus en de hulp van de heilige Geest die in ons woont. Eind deze maand zijn de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Dat is een gelegenheid bij uitstek om te getuigen van het goede. Meer dan Habakuk zijn wij werkelijk in staat de besluitvorming in ons land in de goede richting te sturen.

Daarvoor moeten ons laten leiden door ons hart. In zijn laatste encycliek ‘Dilexit nos’ (Hij heeft ons liefgehad) mediteert paus Franciscus op de liefde. Hij doet dit aan de hand van de devotie van het heilig Hart van Jezus. Alles, ziel en lichaam, is verenigd in het hart. Het hart is de zetel van de liefde. Alles speelt zich af in het hart, daar zijn wij onszelf. Het verstand en de wil moeten zich ten dienste stellen van het hart. Het hart herkend het hogere goed. De wil moet zich daar op richten. Ook de verbeeldingskracht en gevoelens laten zich leiden door het hart. Door ons hart te laten spreken, handelen we uit liefde en laten wij ons leiden door de waarheid die wij in Jezus vinden. Zo komen we tot ware wijsheid. Stemmen met ons hart is kiezen voor het algemeen welzijn, kiezen voor het welzijn van alle mensen, niemand uitgezonderd. Wij zijn geroepen om ons hart te laten spreken. Net als Timoteüs moeten we ons daar niet voor te schamen. Onze onderbuik moeten we laten zwijgen. En dat geldt ook voor onze portemonnee.

Eigenlijk maakt dit het stemmen gemakkelijk. Alle harteloze partijen kunnen we zonder meer doorstrepen. We stemmen niet op een partij die wie dan ook in de kou laat staan of erger nog het liefst ziet verdwijnen. We stemmen ook niet op een partij die alleen maar het belang van een bepaalde groep nastreeft, ook al gaat dat ten koste van anderen of ten koste van de schepping. Kortom luister naar uw hart en niet naar uw onderbuik of portemonnee. Ik wens u de komende tijd veel wijsheid en liefde toe. De geest des Heren zal met u zijn. Amen.

Afscheid, dialoog, gehoorzaamheid en dienstbaarheid

Mijn afscheid komt nu steeds sneller dichterbij. Dit is mijn laatste column voor Contact. Op zondag 9 november is er om 14.00 uur een afscheidssymposium in de Sint Martinuskerk en op 23 november assisteer ik de laatste keer in de Eucharistie. Dat is om 11.15 uur in de H. Bonifatiuskerk. Twee gelegenheden om elkaar nog te ontmoeten.

Het symposium heeft als onderwerp dialoog. Verschillende sprekers met geheel verschillende achtergronden gaan hierover vertellen. Dat is voor de sprekers een mooie uitdaging om het begrip dialoog vanuit hun specifieke situatie onder woorden te brengen. Maar het is niet alleen voor de sprekers een uitdaging, dialoog vraagt ook dat er goed geluisterd wordt. Dat is aan ons als luisteraars. Wat hebben de sprekers ons te zeggen? Wat betekent dat voor ons persoonlijk en welk gevolg geven wij in ons eigen leven aan hun boodschap?

Op 14 september, het feest van de Kruisverheffing ging het onder meer over de gehoorzaamheid van Jezus. Als we tegen kinderen zeggen dat ze gehoorzaam moeten zijn, bedoelen we meestal dat ze braaf moeten doen wat wij van hun vragen. Maar wat betekent gehoorzaamheid voor volwassenen? Dan gaat het in ieder geval niet over braaf zijn. Gehoorzaam zijn is dan vooral luisteren, gehoor geven aan en aandacht hebben voor een ander. Wat heeft de ander mij te zeggen? Wat heeft de ander van mij nodig? Dat vraagt ook bescheidenheid en niet onmiddellijk met je eigen mening en eigen oordeel klaarstaan. Jezus leert ons bescheidenheid en er te zijn voor de ander. Op die manier komen we ook tot dienstbaarheid naar elkaar.

Dienstbaar zijn staat in deze tijd niet in een goed daglicht. Al gauw wordt bij dienstbaarheid gedacht aan onderdanigheid. Gedwongen dienstbaarheid gaat inderdaad samen met onderdanigheid. Maar dat is niet wat er van ons gevraagd wordt. Het gaat om vrijwillige dienstbaarheid. Dienstbaarheid als een daad van liefde. Daarbij staat de gelijkwaardigheid van mensen centraal. Je doet iets voor een ander niet uit onderdanigheid maar ook niet neerbuigend. Gelijkwaardigheid is niet hetzelfde als gelijkheid. Mensen verschillen van elkaar, hebben verschillende vaardigheden en talenten en zitten in verschillende situaties. Dat vraagt dat de sterke de zwakke ondersteunt, maar het plaatst de sterke niet boven de zwakke.

Ik hoop dat het me gelukt is de afgelopen jaren een beetje vanuit deze houding te werken. Het was een boeiende tijd. Ik heb me geen moment verveeld. Het heeft mij verrijkt. Ik zie er met dankbaarheid op terug.

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact oktober 2025

Pelgrims van Hoop: Liefde

Onze Kerk is een Kerk van lange adem. Ontwikkelingen hebben tijd nodig. Maar als ik terugkijk naar mijn jeugd moet ik constateren dat de Kerk een ware revolutie heeft doorgemaakt. De Kerk van nu is een andere dan de Kerk van mijn ouders. Afgelopen jaren heb ik regelmatig bedacht dat ik mij niet kan herinneren dat er in mijn jeugd veel over de liefde werd gesproken. Wij moesten brave kinderen zijn en werden opgevoed tot in het gelid lopende brave burgers. Het woord liefde viel daarbij niet. Bladerend in mijn catechismus van de lagere school kom ik de woorden liefde en barmhartigheid nauwelijks tegen. In plaats van te beginnen met bijvoorbeeld het dubbelgebod van de liefde gaat het pas tegen het einde – in de achtenveertigste les – over de christelijke liefde. Wel leerde ik de oefening van liefde uit mijn hoofd, maar leerde ik daardoor liefhebben? Gelukkig had ik liefhebbende ouders.

Hoe anders is deze tijd. Zowel paus Benedictus XVI als paus Franciscus schreven twee encyclieken over de liefde. De eerste ‘Deus caritas est’ en ‘Caritas in veritate’ en de laatste ‘Fratelli tutti’ en eind vorig jaar ‘Dilexit nos’. Waar Benedictus begint met de basis te leggen voor zijn pontificaat, sluit Franciscus zijn pontificaat af met het verdiepen van het door hem gehanteerde fundament. Terwijl Benedictus een filosofische en theologische uiteenzetting geeft, vinden we bij Franciscus een meditatieve overweging. In het verlengde van het Tweede Vaticaans Concilie sprak paus Paulus VI eerder over een ‘beschaving van liefde’. Hiermee is de sociale leer van de Kerk steeds duidelijker gefundeerd in de liefde. Het is werkelijk een andere benadering dan in mijn kinderjaren. In de encycliek ‘Quadragesimo anno’ van Pius XI uit 1931 komt het woord liefde wel voor, maar rechtvaardigheid is het belangrijkste uitgangspunt. Vorig jaar presenteerde het Dicasterie voor de Geloofsleer een document over menselijke waardigheid: ‘Dignitas infinita’. Het is een momentopname van het denken van de Kerk over menselijke waardigheid. Ook in dit document vormt de liefde de basis voor het denken. Waar in het verleden naar de natuurwet werd verwezen, komt dit begrip nu in zijn geheel niet voor. De liefde is gericht op het goede, niet op de verdelging van het onkruid. (Vgl. Mt 13,24-30)

‘God is liefde’. Wij zijn kinderen van God. Liefde is bepaald wat anders dan braaf zijn en in het gelid lopen. De liefde maakt verantwoordelijk. Liefde vraagt eerder eigenzinnige radicaliteit en tegen de stroom in gaan.

Paus Benedictus XVI

Paus Benedictus XVI maakt duidelijk dat niet de gerechtigheid maar de liefde het fundament van het katholieke sociale denken is. “De ‘stad van de mensen’ wordt niet alleen vooruitgeholpen door betrekkingen op grond van rechten en plichten, maar allereerst en vooral op grond van relaties die worden getekend door belangeloze vrijgevigheid, barmhartigheid en saamhorigheid. De naastenliefde openbaart ook in de menselijke betrekkingen altijd de liefde van God; die verleent aan iedere inzet voor gerechtigheid in de wereld een theologische en heilbrengende waarde.” (CiV 6) In ‘Deus caritas est’ (God is liefde; 2005) beschrijft hij het wezen van de liefde. Hij maakt onderscheid tussen de goddelijke en de passionele menselijke liefde, tussen agape en eros. De mens bestaat uit lichaam en ziel. Paus Benedictus schrijft: “Het is niet de geest of het lichaam dat liefheeft – de mens, de persoon, heeft lief als enig schepsel dat uit geest en lichaam bestaat. Alleen als die twee werkelijk verenigd zijn, is de mens geheel zichzelf.” (DCS 5)

Eros en agape worden ook als opstijgende en neerdalende liefde en als begerende en schenkende liefde tegenover elkaar gezet. De paus stelt echter dat in werkelijkheid eros en agape zich nooit helemaal van elkaar laten scheiden. Hij schrijft: “Ook al is eros op de eerste plaats verlangend, opstijgend toch zal hij, als hij de ander nader komt, steeds minder met zichzelf bezig zijn, steeds meer het geluk van de ander willen, steeds meer zorg voor de ander hebben, zichzelf schenken, er voor de ander willen zijn. Het element van agape doet zijn intrede, anders raakt eros in verval en verliest ook zijn eigen wezen. Van de andere kant is het ook onmogelijk voor de mens om alleen van de schenkende, neerdalende liefde te leven. Hij kan niet alleen maar geven, hij moet ook ontvangen. Wie liefde wil schenken, moet haar zelf ook krijgen.” (DCS 7) Benedictus concludeert dat de liefde uiteindelijk één enkele werkelijkheid is met verschillende dimensies die met elkaar verbonden zijn. Je zou kunnen zeggen dat alle vormen van liefde van dezelfde ‘stof’ zijn gemaakt.

De encycliek ‘Caritas in veritate’ (Liefde in waarheid; 2009) gaat over de relatie tussen vrede en de eerlijke verdeling van natuurlijke hulpbronnen en aardse goederen, over mensen en volkeren in achterstandssituaties en over de globalisering, over de migratie en over de toenemende speculatie. Paus Benedictus schrijft over de relatie tussen liefde en waarheid. Deze twee kunnen niet zonder elkaar. “De waarheid moet worden gezocht, gevonden en uitgedrukt in de ‘economie’ van de liefde, maar de liefde moet tevens in het licht van de waarheid worden verstaan, bevestigd en in praktijk gebracht.” (CiV 2) “Zonder waarheid glijdt de liefde af in sentimentaliteit. Ze wordt een leeg omhulsel, dat men naar believen kan vullen. Dat is het noodlottige gevaar voor de liefde in een cultuur zonder waarheid.” (CiV 3) Waarheid zonder liefde leidt tot puur rationele ideologieën waarin van menselijke waardigheid geen sprake is. De paus schrijft verder: “De vruchtbare dialoog tussen geloof en rede kan het werk van sociale naastenliefde alleen maar doeltreffender maken en vormt een passend kader om de broederlijke samenwerking te bevorderen tussen gelovigen en niet-gelovigen, om in het gemeenschappelijke perspectief te werken voor gerechtigheid en de vrede van de mensheid.” (CiV 57)

Franciscus

Met ‘Fratelli tutti’ (Allen broeders; 2020) vraagt paus Franciscus aandacht voor de broederlijke relatie tussen alle mensen. Hij neemt hierbij de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan als uitgangspunt. De begrippen broederschap en sociale vriendschap staan centraal. De paus pleit voor een open samenleving met mensen die openstaan voor mensen die anders zijn. Hij waarschuwt tegen het liberale marktdenken. Hierin worden mensen onderschikt aan persoonlijke belangen. In plaats van een doel te zijn, worden mensen hierin een middel en is er geen respect voor hun menselijke waardigheid. In het internationale handelen ontbreekt het vaak aan morele waarden en aan verantwoordelijkheidsgevoel voor het wereldwijde algemeen welzijn. Alles wordt opgeofferd aan kortzichtige economische belangen. Menselijke waardigheid is een sleutelbegrip in onze benadering van vluchtelingen en migranten. Voortdurend moeten wij voor ogen houden dat het hier om mensen gaat. Angst ontneemt ons echter vaak de moed om de ander te ontmoeten.

De paus pleit voor echte ontmoeting tussen mensen en voor diepgaande communicatie en dialoog. Het gaat om het gestadig opbouwen van vriendschap en om een geleidelijk groeiende consensus. Hij waarschuwt hierbij voor de sociale agressie die we vaak op internet zien. Er is echter vooral sprake van hoop op een betere wereld, want God blijft voortdurend het goede in de mensheid zaaien. Wij mensen zijn geschapen voor de liefde. In relatie met anderen leren wij onszelf kennen en groeien wij als mens. Door de betrokkenheid op anderen komen we tot een sociale vriendschap die niemand uitsluit en een broederschap die voor iedereen openstaat.

Deze universele broederschap is grensoverschrijdend. Broederschap en sociale vriendschap beperkt zich niet tot gelijkgestemden. Zij vereisen de erkenning van de waardigheid van alle mensen, altijd en overal. De paus pleit voor het versterken van de internationale samenwerking en van de universele solidariteit. Hij waarschuwt ook voor de verschillende vormen van populisme. Wanneer politici in naam van de welvaart van het eigen land haat en angst zaaien ten opzichte van andere naties, moeten we ons zorgen maken, op tijd reageren en actie ondernemen. De liefde moet het spirituele hart van de politiek zijn. Dan is er openheid naar andere mensen en andere volkeren. Dan is er aandacht voor de zwakke en noodlijdende mensen. De liefde respecteert en verwelkomt verschillen tussen mensen. De liefde brengt ons met elkaar in gesprek.

De paus pleit voor een cultuur van ontmoeting en dialoog. Ontmoeting en dialoog tussen verschillende culturen en tussen verschillende groepen in de samenleving. Een echt gesprek met anderen behoedt ons voor zelfgerichtheid en brengt ons tot solidariteit en samenwerking gericht op het algemeen welzijn. In een pluralistische samenleving is de dialoog het beste middel om fundamentele waarheden te onderkennen. Waarheid kan nooit los gezien worden van gerechtigheid en barmhartigheid. Samen vormen zij de basis voor vrede en verzoening. De dialoog tussen de verschillende godsdiensten is nodig om te komen tot vriendschap, vrede en harmonie en om spirituele en morele waarden en ervaringen in een geest van liefde en waarheid met elkaar te delen. Op basis van de gedeelde overtuiging dat iedereen een kind van God is, kunnen godsdiensten samen bijdragen aan de universele broederschap en in vrede met elkaar samenleven. De rol van de Kerk beperkt zich niet tot de privésfeer. Zij heeft respect voor de autonomie van de politiek, maar is ook zelf van publieke betekenis. De Kerk heeft aandacht voor de waardigheid van de mens, het algemeen welzijn en de ontwikkeling van de volkeren. Alles wat menselijk is gaat ook de Kerk aan.

In zijn laatste encycliek ‘Dilexit nos’ (Hij heeft ons liefgehad; 2024) mediteert paus Franciscus op de liefde. Aan de hand van de devotie van het heilig Hart van Jezus verdiept hij het denken waarop zijn sociale encyclieken ‘Laudato si’’ (2015) en ‘Fratelli tutti’ zijn gebaseerd. Alles, ziel en lichaam, is verenigd in het hart. Het hart is de zetel van de liefde. Wij zijn geschapen om te beminnen en bemind te worden. Alles speelt zich af in het hart, daar zijn wij onszelf. Het verstand en de wil moeten zich ten dienste stellen van het hart. Het hart herkend het hogere goed. De wil moet zich daar op richten. Ook de verbeeldingskracht en gevoelens laten zich leiden door het hart.

Onze omgang met de Heer is een zaak van het hart. Alleen met het hart kunnen wij ons geheel op de Heer richten. Met ons hart overbruggen we verschillen binnen onze gemeenschappen. Christus heeft niet uitgelegd, hoe Hij ons liefheeft. Hij heeft het ons laten zien. Hij is altijd vol liefde en tederheid op zoek naar mensen, naar nabijheid en naar ontmoeting. Jezus vraagt om liefde. Het antwoord van het gelovige hart is een kwestie van liefde. Het beste antwoord op de liefde van zijn Hart is de liefde voor onze broeders en zusters. Deze verbinding tussen de devotie tot het Hart van Jezus en de verplichting jegens de broeders en zusters loopt als een rode draad door de geschiedenis van de christelijke spiritualiteit. De mensheid van vandaag heeft behoefte aan het Hart van Christus om een beschaving van liefde op te bouwen.

Jezus beperkt zichzelf en beteugelt de verspreiding van zijn liefde om ons de ruimte te geven tot samenwerking met zijn Hart. Ons afwijzen of onze onverschilligheid beperken de vruchtbaarheid van zijn liefde in ons. Er valt niets toe te voegen aan het ene verlossende offer van Christus, maar onze afwijzing maakt het voor het Hart van Christus onmogelijk zijn liefde uit te breiden. De opofferingen door daden van liefde voor de naaste, verenigen ons met het lijden van Christus. Christus maakt het ons mogelijk lief te hebben zoals Hij heeft liefgehad. Zo heeft Hijzelf lief en dient Hij door ons. Door onze getuigenis wordt de liefde in de harten van de mensen uitgestort. Zo wordt de Kerk opgebouwd en ook een maatschappij van gerechtigheid, vrede en broederschap. Met het grootste respect voor de vrijheid en de waardigheid van de ander hoopt een christen dat hij over de liefde die hem zoveel vreugde geeft, mag vertellen. Christus’ liefde kan deze aarde een hart geven en de liefde doen herleven waar wij het niet meer mogelijk achten. Ook de Kerk heeft behoefte aan die liefde om niet te vervallen in vergankelijke structuren, en allerlei vormen van fanatisme.

Kruisverheffing; Fil 2,6-11; Joh 3,13-17

Vandaag vieren we het feest van de Kruisverheffing. Een in het Westen minder bekend feest, maar in de Oosterse Kerk een van de grote christelijke feesten. Dit feest gaat terug tot het jaar 335. Toen werd de H. Grafkerk in Jeruzalem in gebruik genomen. Deze kerk staat over de Calvarieberg waar Jezus gekruisigd is, en over de plaats waar Hij begraven is, heen.

De tekst uit de brief van Paulus is een oude hymne uit de begintijd van het christendom. Hierin wordt bezongen dat de Zoon van God mens is geworden. Hij heeft zijn gelijkheid met God losgelaten en is aan de mensen gelijk geworden. Vanuit zijn gelijkheid met ons, vanuit zijn nederigheid als slaaf heeft Jezus Christus ons God laten zien. Zijn gelijkheid met God werd zichtbaar in zijn spreken en handelen. Hij verkondigde de boodschap van de liefde en genas vele zieken. Zo kwamen de leerlingen tot het inzicht dat Jezus de Zoon van God is. Als mens heeft Hij zich vernederd tot de dood aan het kruis. Hij heeft zichzelf ontledigd. Hij heeft zichzelf weggegeven. Daarom heeft God Hem uit de dood laten opstaan. Hij is verrezen en tot eer van God is Hij hoog verheven.

Het kruis dat bedoeld is als martelwerktuig om de doodstraf uit te voeren, is voor ons een teken van overwinning geworden. Het kruis staat voor de overwinning op het kwaad en op de dood. Door het kruis heeft Christus ons verlost en bevrijd.

In het Evangelie zien we dezelfde beelden van Jezus als bij Paulus: De Mensenzoon kan naar de hemel opklimmen omdat Hij uit de hemel is neergedaald. De Mensenzoon moest sterven aan het kruis. Zo moest Hij hoog verheven worden boven de aarde en boven alle mensen, om ons te bevrijden en het geluk te brengen.

Dankzij zijn kruisdood mogen wij leven in vrede en geluk. Hij heeft ons zijn liefde gegeven. Die liefde is voor ons een eeuwige bron van liefde voor elkaar. Door zijn liefde geven wij elkaar onze liefde en maken wij elkaar gelukkig. Het kruis is een blijvend teken van zijn aanwezigheid onder ons. Elke keer als wij een kruisteken maken of een kruis zien, worden wij herinnerd aan Gods liefde voor ons. Hij zal ons nooit verlaten. Hij laat ons nooit in de steek. Zijn liefde voor ons is voor eeuwig. Dat geeft ons de kracht en het vertrouwen om ook ons eigen kruis te dragen. Wij weten dat God ons daarin bijstaat met zijn liefde en genade. Hij bevrijdt ons uit ons lijden. Hij neemt ons op in zijn Rijk van vrede en geluk. Wij mogen nu en altijd leven bij Hem. Het kruis is voor ons een teken van de redding die God ons brengt. Daaraan mogen wij ons vastklampen tot troost van onszelf en tot troost van anderen. Het kruis brengt ons tot medelijden en barmhartigheid, tot het delen in het lijden van anderen om zo hun lijden te verlichten. Zoals Christus onze zonden op zich heeft genomen, zo kunnen wij het lijden van anderen mee dragen en verlichten.

Paulus schrijft over de gehoorzaamheid van Jezus: gehoorzaamheid tot de dood. Gehoorzaamheid en nederigheid horen bij elkaar. Nederigheid en bescheidenheid betekenen dat wij onszelf niet belangrijker en beter vinden dan anderen, dat wij ons zelf niet boven anderen stellen en dat wij luisteren naar wat zij ons te zeggen hebben en daar gehoor aan geven. Gehoorzaamheid is niet een vorm van braafheid. Het is vooral aandacht hebben voor een ander. Wat heeft de ander van mij nodig. Paulus houdt ons de nederigheid en gehoorzaamheid van Jezus voor als een na te volgen voorbeeld. Jezus leert ons bescheidenheid en er te zijn voor de ander.

Paulus schrijft hoe Jezus door God hoog verheven wordt en Hem de naam verleend die boven alle namen is. In het Evangelie zegt Jezus dat Gods Zoon niet is gekomen om te oordelen, maar om de wereld te redden. De navolging van Jezus Christus, zijn leerling zijn houdt de belofte in door Hem gered te worden en te mogen delen in zijn liefde hier en nu en in de eeuwigheid. Amen.

Liefde en gerechtigheid; Js 66,18-21; Hb 12,5-7.11-13; Lc 13,22-30

In de eerste lezing laat Jesaja weten hoe God als een liefhebbende Vader iedereen kent en hoe Hij iedereen tot zich roept om zijn glorie te aanschouwen. De brief aan de Hebreeën leert ons hoe liefde en gerechtigheid samengaan in de opvoeding van onze kinderen. De liefdevolle terechtwijzing is noodzakelijk om tot een goed mens te kunnen opgroeien. Ook wij ontmoeten lijden en tegenslag in ons leven. Ons leven is niet alleen maar rozengeur en maneschijn. In die zin worden wij mensen beproefd. Wat doen wij in dergelijke situaties? Juist in moeilijke situaties komen we tot nieuwe inzichten. Moeilijke tijden in ons leven doen ons groeien in geloof, hoop en liefde.

Jezus wijst erop dat het niet voldoende is tot het uitverkoren volk te behoren. Ook voor ons geldt dat wij het Rijk Gods niet zullen binnengaan alleen maar omdat we gedoopt zijn. Mensen worden op hun eigen intenties en eigen handelen beoordeeld. In Israël leeft in de tijd van Jezus onder de joden de gedachte dat slechts een klein aantal mensen gered zal worden, en dat alleen joden gered zullen worden. Jezus antwoordt hen dat het geen garantie is dat je deel uitmaakt van het uitverkoren volk. Ook mensen die met Jezus gegeten en gedronken hebben, worden buitengesloten. En anderen van de hele wereld – uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden – zullen worden toegelaten: “Er zijn laatsten die eersten zijn en eersten die laatsten zullen zijn.”

In deze tijd kunnen wij deze boodschap als volgt vertalen: Christen-zijn is geen garantie op de hemel, ook moslims, hindoes en vele anderen worden daar toegelaten. Het gaat niet om het lidmaatschap van de Kerk, maar om onze persoonlijke intentie en hoe wij die in ons leven gestalte geven.

Jezus heeft het over het bedrijven van ongerechtigheid. In de eerste lezing stelt Jesaja de liefde van God centraal. Als een liefhebbende Vader kent God ons. Hij kent onze werken en onze gedachten. Hij weet hoezeer wij tekort schieten. Hij zal alle volkeren en talen bijeenroepen. Allen zullen zij zijn glorie aanschouwen. Allen worden geroepen tot geloof te komen. Ook bij Jesaja blijft de uitverkiezing niet beperkt tot het uitverkoren volk.

Voor ons menselijke denken zijn liefde en gerechtigheid vaak moeilijk met elkaar te verenigen. Hoe kan God die liefde is, mensen voorgoed uitsluiten? Het enige wat we hierop kunnen zeggen is: God is geen mens. Hij denkt niet zoals mensen doen. Elders schrijft Jesaja over God: “Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen niet mijn wegen.” Goddelijke gerechtigheid is anders. De apostel Jacobus schrijft: “Want onbarmhartig zal het oordeel zijn voor hem die geen barmhartigheid heeft bewezen, maar de barmhartigheid triomfeert over het oordeel.”

God is rechtvaardig in zijn oordeel, Maar zijn liefde is groter dan zijn rechtvaardigheid. Gods gerechtigheid is op de eerste plaats barmhartigheid. Zonder barmhartigheid is er geen gerechtigheid. Volgens Augustinus is het voor God gemakkelijker zijn toorn te bedwingen dan zijn barmhartigheid. Paus Franciscus voegt hieraan toe: “Als God bij de gerechtigheid halt zou houden, dan zou Hij ophouden God te zijn, Hij zou zoals alle mensen zijn die een beroep doen op het respect voor de wet.”

Laat dit gegeven ons tot troost zijn. Als onze intentie goed is, als wij oprecht geloven in God als wij zelf de liefde centraal stellen in ons leven, zal God ons alles vergeven. Zijn liefde en barmhartigheid voor ons zal triomferen over het oordeel. Ondanks al onze tekortkomingen zal Jezus Christus ook ons tot redding zijn. Hij is onze Verlosser. Op Hem mogen wij onze hoop vestigen. Hij is onze weg ten eeuwig leven, onze weg naar de Vader. Amen.

De werken van barmhartigheid in de Martinikerk in Groningen

Ontvankelijk zijn is een belangrijke eigenschap van mensen. Wij mensen zijn veelzijdig. Op vele manieren zoeken wij naar antwoorden. Al onze zintuigen zijn daarbij van belang. De schoonheid van de kunst opent ons hart en scherpt onze geest. Het mysterie laat zich moeilijk in woorden vatten. Rationele taal schiet tekort. Gedichten, glas-in-loodramen, beelden, schilderijen en muziek raken aan andere dimensies van ons bestaan. Zij maken ons ontvankelijk voor het mysterie.

Door de eeuwen heen zijn schilders geïnspireerd door de werken van barmhartigheid. In tal van kerken zijn glas-in-loodramen te vinden waarin zij zijn afgebeeld. Hoogtepunten uit de Nederlandse schilderkunst zijn de zeven werken van barmhartigheid van de Meester van Alkmaar. De in 1504 geschilderde panelen zijn te vinden in het Rijksmuseum in Amsterdam. Het werk van Pieter Brueghel de Jonge uit 1559 hangt in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. In het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam hangt een schilderij uit 1580 van een anonieme meester.

In hun voetsporen trad Egbert Modderman. Vorig jaar voltooide hij zijn acht werken van barmhartigheid. Deze zijn te vinden in de Groningse Martinikerk. Hij koos een geheel eigen invalshoek door verschillende Bijbelverhalen met de werken van barmhartigheid te verbinden. Evenals zijn grote voorgangers plaatst hij deze min of meer in onze eigen tijd. De modellen op de schilderijen zijn Groningers uit zijn directe omgeving. Het interieur van de Martinikerk vormt de achtergrond van de taferelen. Op ieder van de schilderijen is iemand afgebeeld die op een of andere wijze ons aanspreekt en een beroep op onze meelevendheid doet. Juist deze op onszelf gerichte blikken laten veel ruimte voor een eigen interpretatie. Ieder wordt op zijn eigen wijze aangesproken.

Het eerste werk dat Modderman maakte is de afbeelding van Sint Maarten. Deze heilige is de patroon van de kerk en van de stad Groningen. Het verhaal van Martinus van Tours verwijst rechtstreeks naar ‘de naakten kleden’. Anders dan gebruikelijk zien we hier Martinus niet hoog te paard, maar gaat de aandacht op de eerste plaats naar de bedelaar die ons aankijkt en onze betrokkenheid vraagt. Martinus staat op de achtergrond en niet in het licht. Na het maken van dit eerste schilderij kreeg Modderman de opdracht de overige werken van barmhartigheid in beeld te brengen. Met het oog op de plaatsing in de kooromgang van de kerk is voor de rest van de serie een ander formaat gekozen. De kooromgang bestaat uit zeven wanden. Dit maakte het mogelijk om ook het door paus Franciscus toegevoegde achtste werk van barmhartigheid, het behoud van het gemeenschappelijk huis op te nemen.

Een goede reden voor een uitstapje naar Groningen. Zie voor meer informatie: https://martinikerk.nl/.

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact juli 2025

Pelgrims van Hoop; Hb 11,1-2.8-19

“Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigd ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.” Voor de schrijver van de Hebreeënbrief is dit een waarheid als een koe. Hij vindt daarvoor volop aanwijzingen in de geschiedenis van zijn volk. De Hebreeënbrief geeft een uitvoerige opsomming van mensen uit het Oude Testament die geloofden. Mensen die overtuigd zijn van een werkelijkheid zonder dat ze die kunnen zien. De werkelijkheid is niet beperkt tot dat wat we kunnen zien, niet beperkt tot dat wat we wetenschappelijk kunnen aantonen, en ook niet beperkt tot dat wat wij ons als mensen kunnen voorstellen. De werkelijkheid bestaat los van ons mensen. Wij maken deel uit van de werkelijkheid, maar bepalen haar niet.

We vieren het heilig jaar met als thema ‘Pelgrims van Hoop’. De brief geeft een opsomming van mensen die leefden als pelgrims van hoop. Velen zijn ons op deze levensweg voorgegaan. Allen leefden zij in vertrouwen dat God zijn beloftes waarmaakt. Zonder geloof geen hoop. God is liefde. Wij geloven in liefde. Ons geloof is gebaseerd op liefde. In Jezus Christus heeft God zich aan ons geopenbaard. Hij nodigt ons uit Hem lief te hebben. Hij nodigt ons uit tot een vertrouwelijke relatie. Dat geloof is de grond van onze hoop.

Als pelgrims van hoop zijn wij op weg. Ons leven is een pelgrimage. Zoals de voorbeelden uit de brief, zijn ook wij op zoek naar een vaderland, op zoek naar een stad die God voor ons bouwt. Deze gelovige zoektocht leggen we samen af. We doen dat niet alleen. Het huis van de Vader is niet een knus hutje op de hei. Het huis van de Vader is een stad, een vaderland, een woonplaats voor een gemeenschap, een gemeenschap van liefde. Het gaat om de liefdevolle relatie tussen mensen. Mensen worden altijd geroepen er voor elkaar te zijn. Daarin vinden wij de essentie van ons leven. Daarin vinden we het Koninkrijk van God.

De vervulling van onze hoop is niet alleen maar iets in de verre toekomst. Het is een verwachte werkelijkheid die zich nu reeds aandient. Het geloof trekt de toekomst naar het heden en verandert het heden. Nu reeds kunnen we Gods liefde ervaren en die delen met alle mensen. Ons verlangen naar de volmaakte liefde, naar de liefdevolle vereniging met God en met elkaar doet ons vol vertrouwen op weg gaan.

Ons leven is niet alleen licht en liefde. Er zijn ook donkere dagen. Het leven kent ook lijden en tegenslag. Soms zijn we de weg kwijt en tasten we in het duister. Maar door het geloof vertrouwde Abraham erop dat hij en zijn erfgenamen hun bestemming zullen vinden in het land waar God hem naartoe leidt. Voor Abraham is het onvoorstelbare mogelijk. God heeft hem beloofd dat de nakomelingen van Isaäk een groot volk zullen vormen. Hij blijft in deze belofte van God geloven zelfs als hij Isaäk ten offer wil gaan brengen. Juist in het lijden en door de tegenslag ontdekken we ook de liefde. Op die momenten ervaren we ook wat werkelijk belangrijk is in ons leven. De liefde brengt ons tot elkaar en geeft ons vertrouwen. Zij overwint de teleurstellingen. De liefde laat ons ervaren wat leven werkelijk is. De beproevingen versterken ons geloof.

De liefde is het grote geschenk dat God ons geeft. Liefde is niet het product van onze inspanningen. Liefde vraagt wel onze medewerking, onze ontvankelijkheid. Wij zijn vrij om voor of tegen de liefde te kiezen. Geloof, hoop en liefde, de drie goddelijke deugden worden ons als een genade gegeven. Het zijn uitingen van de heilige Geest, die in ons woont. Geloof, hoop en liefde zijn primair op God gericht en zij helpen ons om ons hele leven op Hem te richten. Geloof, hoop en liefde geven ons houvast aan God en houvast aan elkaar. Als wij ons werkelijk in liefde met God en medemens verbonden weten, kan niets ons deren. De liefde is de grootste. Zij overwint alles. Amen.

De lessen van Prediker in onze tijd

“IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid!” (Pr 1,2) Prediker is goed in het relativeren van ons menselijk streven, van onze drukmakerij en van onze succesverhalen. Daarmee is dit Bijbelboek van belang ook in onze tijd, waarin we onszelf geweldig serieus nemen, geweldig druk zijn met onszelf en met onze succesverhalen. “Wat heeft een mens tenslotte aan al zijn geploeter, en aan de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt? Alle dagen bereiden hem leed, en ergernis is zijn loon; zelfs ’s nachts vindt hij geen rust; ook dat is ijdelheid.” (Pr 2,22-23)

Onlangs was in het nieuws dat het aantal arbeidsongeschikten in ons land stijgt. Er is steeds meer sprake van psychische klachten. Een op de vijf werknemers ervaart burn-outklachten. De oorzaak ligt niet alleen in de werkdruk maar ook in de manier van leven. Kan Prediker ons hierover wat leren of is hij een mopperende zuurpruim? Prediker zegt ons ook dat we van het leven moeten genieten. Voor hem ligt de kunst van het genieten vooral in de manier waarop we met de wisselvallige werkelijkheid omgaan. Het gaat erom te kunnen ontvangen en het leven en alles wat daarin gebeurt als een geschenk te zien. Geluk kunnen we niet maken; we kunnen alleen maar ontvangen. “Eet je brood met vreugde en drink je wijn met een opgewekt hart. Dat heeft bij voorbaat Gods zegen. Ga altijd feestelijk gekleed en zorg steeds voor parfum op je hoofd. Geniet van het leven met de vrouw van je hart, heel het ijdel en kortstondig bestaan dat God je geeft onder de zon.” (Pr 9,7-9)

“Wie uit is op geld heeft nooit genoeg en wie uit is op rijkdom wil altijd meer. Ook dat is ijdel. (…) Inderdaad, als God je welstand en rijkdom schenkt en je de kans geeft ervan te profiteren, als je je deel krijgt en gelukkig bent bij al je werk, dan is dat een gave van God.” (Pr 5,9.18) We vinden ons geluk niet in materiële zaken. Prediker laat ons nadenken over ons leven. Wat is echt belangrijk? Wat geeft ons leven betekenis? “Tenslotte heb ik alleen dit gevonden: naar Gods bedoeling is het leven eenvoudig, maar de mens haalt zich van alles in ’t hoofd.” (Pr 7,29) Gelukkig worden is niet het afwerken van een bucketlist. Herinneringen maak je niet; ze vallen je toe. Geluk is geen prestatie; het is een geschenk. Begin dit jaar zei paus Franciscus: “Alleen door een spirituele manier aan te nemen om naar de werkelijkheid te kijken, alleen door wijsheid van hart te herstellen, kunnen wij de nieuwheid van onze tijd onder ogen zien en interpreteren.” Zo’n “wijsheid van hart” is “de deugd die ons in staat stelt het geheel en zijn delen, onze beslissingen en hun gevolgen te integreren”. Zij “kan niet bij machines gezocht worden”, maar zij “laat zich vinden door degenen die haar zoeken, en laat zich zien aan degenen die haar liefhebben”.

Ook gepubliceerd als weekbrief op https://hhpp-oost.nl/2025/07/30/weekbrief-30-juli/

Gastvrijheid; Gn 18,1-10; Kol 1,24-28; Lc 10,38-42

Voor joden, christenen en moslims is Abraham de vader in het geloof. Wij allen zien Abraham als onze geestelijke vader. Hij is ons voorgegaan in het geloof in de ene God, de Schepper van hemel en aarde, de barmhartige God die zich om de mensen bekommerd. Abraham is niet alleen ons voorbeeld van geloof. Hij is voor ons ook een voorbeeld van gastvrijheid. In de eerste lezing hoorden we hoe Abraham en Sara gastvrijheid verlenen aan drie vreemdelingen.

Werkelijke gastvrijheid gaat verder dan iemand onderdak verlenen en te eten en te drinken geven. Werkelijke gastvrijheid is je tot de ander keren, belangstellingstelling voor hem hebben, je inleven in de ander en hem echt serieus nemen. In het Evangelie van vandaag horen we hoe Marta met haar handelen in de voetsporen van Sara en Abraham treedt. Maria laat ons zien dat gastvrijheid meer is dan dat. Zij is een en al aandacht voor wat Jezus te vertellen heeft.

Gastvrijheid verlenen is een van de werken van barmhartigheid. Daar heet het: de vreemdelingen herbergen. Gastvrijheid gaat niet alleen over je buren op de koffie vragen of je familie op bezoek krijgen. Ook dat is belangrijk, maar het gaat vooral om vreemdelingen. Gastvrijheid is het anders-zijn van de ander respecteren en waarderen. Dat geldt niet alleen in je eigen huis. Dat geldt ook op straat, op je werk, in de kerk. Dat geldt voor alle maatschappelijke verkeer. Ook van een gemeenschap, van een volk, van de Kerk wordt gastvrijheid gevraagd. Gastvrijheid is een graadmeter van het morele peil van een samenleving. Hoe meer gastvrijheid, hoe meer beschaving.

Gastvrijheid kent twee kanten: gastvrijheid verlenen en gastvrijheid ontvangen. Hoewel dit niet direct gelijkwaardige verhoudingen met zich meebrengt, moet dat wel het streven zijn. Gastvrijheid kent ook wederkerigheid. Op onze beurt laten wij ons aan onze gast kennen. Wij laten hem zien wat ons lief is en wat ons bezighoudt. Gastvrijheid is met de ander delen wat je lief is. De gast wordt opgenomen in een gemeenschap. Een gast is daarmee niet rechteloos. Hij is niet tot een nederige positie van enkel dankbaarheid verplicht, maar moet zich wel als een gast gedragen en rekening houden met de regels en gewoonten van de gemeenschap en zich daar in alle vrijheid toe verhouden.

Zodra we denken en spreken in termen van ‘wij’ en ‘zij’ en zeker als dat gepaard gaat met het onderscheid ‘goed’ en ‘slecht’, zijn we vreemdelingen aan het creëren. Polarisatie en populisme versterken het wij/zij-denken. Mensen worden gestigmatiseerd, ontmenselijkt en buitengesloten.

Bij de vreemdelingen herbergen denken we aan de vluchtelingen die een beroep op ons doen en ons om asiel vragen. Mensen die zich genoodzaakt voelen om hun eigen land te verlaten, omdat ze daar niet in veiligheid kunnen leven, hebben recht op onze gastvrijheid. Gastvrijheid verlenen geldt ook voor de eigen burgers. Onze samenleving kent ook een gebrek aan gastvrijheid als er onvoldoende woningen zijn, als mensen geen gezin kunnen stichten omdat ze geen huis hebben en als huizen en gebouwen om financieel gewin leegstaan.

Gastvrijheid verlenen gaat verder dan alleen het verstrekken van voedsel en van een dak boven het hoofd. Mensen hebben ook behoefte aan vriendschap, gemeenschap, solidariteit en barmhartigheid. Gastvrijheid betekent ook inclusiviteit. Niemand mag worden uitgesloten vanwege geslacht, huidskleur, gender, levensbeschouwing, seksuele voorkeur et cetera.

Voor Paulus betekent dit dat hij de wereld in trekt om de het evangelie aan de heidenen te verkondigen. De liefde voor Jezus Christus maakt Paulus tot dienaar van de Kerk. Hij verkondigt het woord van God. Hij onthult het geheim, het mysterie. Paulus verkondigt Jezus Christus als het heil voor alle volkeren. Voor hem zijn alle mensen aan elkaar gelijkwaardig. Hij maakt geen onderscheid.

Christelijke gastvrijheid is gastvrij zijn zoals Jezus dat is. Het is handelen zoals Jezus handelt. Het is openstaan voor iedereen en geen voorwaarden vooraf stellen. Het vraagt dat wij onze angst voor het vreemde en onbekende afleggen. Juist in de vreemdeling en de mens in nood ontmoeten wij Jezus zelf. Vanuit onze band met Jezus ontmoeten wij Hem in de ander. Het sleutelwoord is telkens weer de liefde. Door aan zijn voeten te gaan zitten, ervaren wij de liefde van Jezus voor ons. Zijn liefde voor ons stelt ons in staat anderen lief te hebben. Zijn liefde is de basis voor onze gastvrijheid. Zijn liefde willen wij delen met iedereen. Zij geeft ons de vreugde die we iedereen gunnen. Liefde gaat niet zonder lijden, zoals ook Paulus heeft ervaren. Maar zonder lief te hebben zijn we dood. Zonder liefde hebben we geen leven.

Paulus schrijft elders: “Vergeet de gastvrijheid niet; door haar hebben sommigen zonder het te weten engelen onthaald.” Als wij de gastvrijheid vergeten en iedereen buiten de deur houden, zullen we zeker geen engelen ontvangen. Als wij de gastvrijheid vergeten, houden we ook God buiten de deur. Amen.

Katholiek denken doen

Auteur: Thijs Caspers
Titel: Katholiek denken doen: Het katholiek sociaal denken in theorie en praktijk
Uitgever: Adveniat, 2023
Prijs: € 24,99
ISBN: 978 94 9327 902 2
Aantal pagina’s: 209

Katholiek denken doen laat zien hoe het katholiek sociaal denken ons kan helpen woorden te geven aan onze persoonlijke en gezamenlijke inzet. Als levende traditie van denken, bezinnen en doen, stelt het telkens de vraag naar wat dat is: een gezonde en rechtvaardige samenleving?” Het belang van het katholiek sociaal denken is voor Thijs Caspers buiten twijfel. Zij geeft uitdrukking aan de liefde, die er de basis van is. Het vestigen van een hemel op aarde ligt niet in de macht van mensen, maar we moeten wel steeds werken aan de realisatie van een goede samenleving.

Caspers beschrijft eerst de inhoud van het katholiek sociaal denken. Vervolgens geeft hij een overzicht van de katholieke sociale leer: de officiële kerkelijke documenten die het resultaat zij van het katholiek sociaal denken. Tenslotte gaat hij op zoek naar het belang van het katholiek sociaal denken in onze tijd. Het rijk geïllustreerde en vlot leesbare boek is een goede inleiding op het katholiek sociaal denken. In het boek staan verschillende voorbeelden van sociaal handelen in de praktijk.

Het boek is een aangevulde en aangepaste heruitgave van het in 2012 uitgegeven boek ‘Proeven van goed samenleven’. Het katholiek sociaal denken is voortdurend in beweging. Als antwoord op de ontwikkelingen in zijn tijd voegde paus Franciscus er een aantal nieuwe hoofdstukken aan toe.