Auteur: Jason M. Brown
Titel: Thuiskomen in de wildernis: Wat ecospiritualiteit ons kan leren
Uitgever: Otheo, 2025
Prijs: € 24,50
ISBN: 978 90 8528 800 8
Aantal pagina’s: 255
Ecologisch theoloog Jason M. Brown beschrijft de gesprekken die hij met monniken van vier verschillende afgelegen kloosters tijdens het werk en al wandelend voert. Dat geeft het boek een aangename traagheid. Op beeldende en reflecterende wijze beschrijft hij de plaats, de natuur en de stilte waarmee de monniken zich op spirituele wijze innig verbonden voelen. Een monnik vertelt: “Ik breng mijn leven in de liturgie; mijn ervaringen die ik had in het bos, of toen ik in de tuin de grond bewerkte en dingen zag groeien. Mijn tijd op mijn eentje in het bos heeft me geholpen om te zien wat er in de liturgie plaatsvindt.”
In het laatste hoofdstuk geeft hij aan hoe we onze levensstijl kunnen veranderen door betekenis te geven aan plaats waar we verblijven. “Monniken fluisteren de wereld onophoudend en zonder veel tamtam toe: doe een rustig, stop even, let op, luister, bid, wees dankbaar, maak een wandeling in het bos.” Zij nodigen ons uit tot verandering. Tenslotte geeft Brown in dit inspirerende boek nog een aantal praktische tips.
Tegenwoordig wordt nogal eens opgeroepen tot vooral jezelf te zijn en iedereen moet de ruimte krijgen zichzelf te kunnen zijn. Mij lijkt het niet prettig: al die mensen die zichzelf zijn. En het lijkt mij voor mijn omgeving ook niet aangenaam als ik voortdurend bezig ben mezelf te zijn. Als mens kom je pas tot je recht in relatie met andere mensen. De mens is een relationeel wezen. Om dat vorm te kunnen geven heb je omgangsvormen nodig. Hoe ga op een goede manier met anderen om? Om daar in te voorzien is gedurende duizenden jaren de beschaving ontstaan, een beschaving die zich steeds blijft ontwikkelen.
Het christendom heeft een flinke bijdrage geleverd aan de beschaving in onze streken en op vele andere plaatsen in de wereld. Binnen het christendom is de menselijke persoon altijd in ontwikkeling. We zijn iemand en wij worden iemand. Kerkvader Augustinus drukt dit bij het uitreiken van de heilige Communie als volgt uit:“Ontvang wat je bent – Lichaam van Christus – en word wat je ontvangt: Lichaam van Christus”. Mensen zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. We worden geboren als kinderen van God. Bij onze Doop zegt God ons – zoals eens bij de Doop van Jezus in de Jordaan – jij bent mijn geliefd kind. Dat is onze uitgangspositie. Dat is het grote geschenk van God aan ons.
Vanuit deze uitgangspositie mogen we verder groeien. Wij groeien in gelijkvormigheid met Jezus Christus. Zo word je jezelf. Zo ben je in ontwikkeling tot de mens zoals je bedoeld bent. Zo groei je in liefde en word je een gelukkig mens. Wie enkel zichzelf is en roept ‘zo ben ik nu eenmaal’ kent geen enkele progressie. Ons vermogen onszelf te ontwikkelen is een geschenk. Het is een geschenk dat ook – overeenkomstig de parabel van de talenten (Matteüs 25,14-30) – een opdracht inhoudt. Bij onze Doop worden we met het heilig Chrisma tot priester, koning en profeet gezalfd. Deze zalving is een opdracht ons leven te heiligen door te leven vanuit ons hart.
In zijn laatste encycliek ‘Dilexit nos’ (Hij heeft ons liefgehad) mediteert paus Franciscus op de liefde. Hij doet dit aan de hand van de devotie van het heilig Hart van Jezus. Alles, ziel en lichaam, is verenigd in het hart. Het hart is de zetel van de liefde. Alles speelt zich af in het hart, daar zijn wij onszelf. Het verstand en de wil moeten zich ten dienste stellen van het hart. Het hart herkend het hogere goed. De wil moet zich daar op richten. Ook de verbeeldingskracht en gevoelens laten zich leiden door het hart. Door ons hart te laten spreken, handelen we uit liefde en laten wij ons leiden door de waarheid die wij in Jezus vinden. Zo komen we tot ware wijsheid, zo heiligen we ons leven en ontwikkelen wij ons tot gelijkvormigheid met Jezus.
Ook gepubliceerd als weekbrief op https://hhpp-oost.nl/2025/10/29/weekbrief-29-oktober/
De profeet Habakuk schrijft: “Waarom laat Gij mij onrecht lijden en ziet Gij die ellende maar aan? Waarom moet ik leven te midden van geweld en verdrukking en waarom rijst er twist en moet men lijden onder tweedracht?” Deze tekst van Habakuk kunnen we zo toepassen op onze eigen situatie in deze tijd. Ook als we niet direct zelf onrecht lijden, vragen wij ons af wanneer er een einde komt aan het geweld waarmee we elke dag in de media worden geconfronteerd. Wanneer komt er een einde aan de tweedracht in de vorm van steeds toenemende polarisatie, wereldwijd en ook in ons eigen land. We voelen ons vaak totaal machteloos. Habakuk vraagt zich af: “Hoelang moet ik nog roepen, Heer, terwijl Gij maar niet luistert? Hoelang moet ik de hemel nog geweld aandoen, terwijl Gij maar geen uitkomst brengt?” In een visioen wordt het Habakuk duidelijk dat hij de hoop niet mag verliezen, dat hij moet blijven geloven: “Want dit visioen, al wacht het de vastgestelde tijd nog af, hunkert niettemin naar zijn vervulling… Het komt niet te laat.” Ook al is ons geloof klein als een mosterdzaadje, we mogen blijven hopen. Habakuk smeekte God om iets te doen. Zijn voorbeeld moeten we zeker volgen.
Paulus herinnert Timoteüs eraan hoe hij Gods genade heeft ontvangen. Paulus zelf heeft hem de handen opgelegd. Ook ons is een aantal keren de handen opgelegd: bij ons Doopsel en bij ons Vormsel en bij een enkeling bij de Wijding. Ook wij hebben Gods genade ontvangen: een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Ook in ons brandt het vuur van Gods genade.
Tijdens de vredesweek hadden we een spreker van PAX op bezoek. Zij vertelde over de manier waarop deze vredesorganisatie bezig is maatschappelijke veranderingen tot stand te brengen. Ze maakte ons duidelijk dat massale demonstraties – zoals vanmiddag in Amsterdam – wel degelijk invloed hebben. Ook vertelde ze dat we niet teveel energie moeten stoppen in het bestrijden verkeerde denkbeelden. Het is veel effectiever er een goed verhaal tegenover te zetten. Draag een aantrekkelijke boodschap uit. Houd een goed verhaal.
Dit is wat ook Habakuk met zijn visioen doet en Paulus ons voorhoudt. Ieder van ons mag getuigen van onze Heer en bijdragen aan de verkondiging van het Evangelie. Paulus zegt ons dat we ons niet moeten schamen voor ons geloof. Wij moeten ons niet schamen voor onze zwakte. Wij mogen ons gedragen en gesteund weten door de liefde van Christus en de hulp van de heilige Geest die in ons woont. Eind deze maand zijn de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Dat is een gelegenheid bij uitstek om te getuigen van het goede. Meer dan Habakuk zijn wij werkelijk in staat de besluitvorming in ons land in de goede richting te sturen.
Daarvoor moeten ons laten leiden door ons hart. In zijn laatste encycliek ‘Dilexit nos’ (Hij heeft ons liefgehad) mediteert paus Franciscus op de liefde. Hij doet dit aan de hand van de devotie van het heilig Hart van Jezus. Alles, ziel en lichaam, is verenigd in het hart. Het hart is de zetel van de liefde. Alles speelt zich af in het hart, daar zijn wij onszelf. Het verstand en de wil moeten zich ten dienste stellen van het hart. Het hart herkend het hogere goed. De wil moet zich daar op richten. Ook de verbeeldingskracht en gevoelens laten zich leiden door het hart. Door ons hart te laten spreken, handelen we uit liefde en laten wij ons leiden door de waarheid die wij in Jezus vinden. Zo komen we tot ware wijsheid. Stemmen met ons hart is kiezen voor het algemeen welzijn, kiezen voor het welzijn van alle mensen, niemand uitgezonderd. Wij zijn geroepen om ons hart te laten spreken. Net als Timoteüs moeten we ons daar niet voor te schamen. Onze onderbuik moeten we laten zwijgen. En dat geldt ook voor onze portemonnee.
Eigenlijk maakt dit het stemmen gemakkelijk. Alle harteloze partijen kunnen we zonder meer doorstrepen. We stemmen niet op een partij die wie dan ook in de kou laat staan of erger nog het liefst ziet verdwijnen. We stemmen ook niet op een partij die alleen maar het belang van een bepaalde groep nastreeft, ook al gaat dat ten koste van anderen of ten koste van de schepping. Kortom luister naar uw hart en niet naar uw onderbuik of portemonnee. Ik wens u de komende tijd veel wijsheid en liefde toe. De geest des Heren zal met u zijn. Amen.
Mijn afscheid komt nu steeds sneller dichterbij. Dit is mijn laatste column voor Contact. Op zondag 9 november is er om 14.00 uur een afscheidssymposium in de Sint Martinuskerk en op 23 november assisteer ik de laatste keer in de Eucharistie. Dat is om 11.15 uur in de H. Bonifatiuskerk. Twee gelegenheden om elkaar nog te ontmoeten.
Het symposium heeft als onderwerp dialoog. Verschillende sprekers met geheel verschillende achtergronden gaan hierover vertellen. Dat is voor de sprekers een mooie uitdaging om het begrip dialoog vanuit hun specifieke situatie onder woorden te brengen. Maar het is niet alleen voor de sprekers een uitdaging, dialoog vraagt ook dat er goed geluisterd wordt. Dat is aan ons als luisteraars. Wat hebben de sprekers ons te zeggen? Wat betekent dat voor ons persoonlijk en welk gevolg geven wij in ons eigen leven aan hun boodschap?
Op 14 september, het feest van de Kruisverheffing ging het onder meer over de gehoorzaamheid van Jezus. Als we tegen kinderen zeggen dat ze gehoorzaam moeten zijn, bedoelen we meestal dat ze braaf moeten doen wat wij van hun vragen. Maar wat betekent gehoorzaamheid voor volwassenen? Dan gaat het in ieder geval niet over braaf zijn. Gehoorzaam zijn is dan vooral luisteren, gehoor geven aan en aandacht hebben voor een ander. Wat heeft de ander mij te zeggen? Wat heeft de ander van mij nodig? Dat vraagt ook bescheidenheid en niet onmiddellijk met je eigen mening en eigen oordeel klaarstaan. Jezus leert ons bescheidenheid en er te zijn voor de ander. Op die manier komen we ook tot dienstbaarheid naar elkaar.
Dienstbaar zijn staat in deze tijd niet in een goed daglicht. Al gauw wordt bij dienstbaarheid gedacht aan onderdanigheid. Gedwongen dienstbaarheid gaat inderdaad samen met onderdanigheid. Maar dat is niet wat er van ons gevraagd wordt. Het gaat om vrijwillige dienstbaarheid. Dienstbaarheid als een daad van liefde. Daarbij staat de gelijkwaardigheid van mensen centraal. Je doet iets voor een ander niet uit onderdanigheid maar ook niet neerbuigend. Gelijkwaardigheid is niet hetzelfde als gelijkheid. Mensen verschillen van elkaar, hebben verschillende vaardigheden en talenten en zitten in verschillende situaties. Dat vraagt dat de sterke de zwakke ondersteunt, maar het plaatst de sterke niet boven de zwakke.
Ik hoop dat het me gelukt is de afgelopen jaren een beetje vanuit deze houding te werken. Het was een boeiende tijd. Ik heb me geen moment verveeld. Het heeft mij verrijkt. Ik zie er met dankbaarheid op terug.
Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact oktober 2025
Vandaag vieren we het feest van de Kruisverheffing. Een in het Westen minder bekend feest, maar in de Oosterse Kerk een van de grote christelijke feesten. Dit feest gaat terug tot het jaar 335. Toen werd de H. Grafkerk in Jeruzalem in gebruik genomen. Deze kerk staat over de Calvarieberg waar Jezus gekruisigd is, en over de plaats waar Hij begraven is, heen.
De tekst uit de brief van Paulus is een oude hymne uit de begintijd van het christendom. Hierin wordt bezongen dat de Zoon van God mens is geworden. Hij heeft zijn gelijkheid met God losgelaten en is aan de mensen gelijk geworden. Vanuit zijn gelijkheid met ons, vanuit zijn nederigheid als slaaf heeft Jezus Christus ons God laten zien. Zijn gelijkheid met God werd zichtbaar in zijn spreken en handelen. Hij verkondigde de boodschap van de liefde en genas vele zieken. Zo kwamen de leerlingen tot het inzicht dat Jezus de Zoon van God is. Als mens heeft Hij zich vernederd tot de dood aan het kruis. Hij heeft zichzelf ontledigd. Hij heeft zichzelf weggegeven. Daarom heeft God Hem uit de dood laten opstaan. Hij is verrezen en tot eer van God is Hij hoog verheven.
Het kruis dat bedoeld is als martelwerktuig om de doodstraf uit te voeren, is voor ons een teken van overwinning geworden. Het kruis staat voor de overwinning op het kwaad en op de dood. Door het kruis heeft Christus ons verlost en bevrijd.
In het Evangelie zien we dezelfde beelden van Jezus als bij Paulus: De Mensenzoon kan naar de hemel opklimmen omdat Hij uit de hemel is neergedaald. De Mensenzoon moest sterven aan het kruis. Zo moest Hij hoog verheven worden boven de aarde en boven alle mensen, om ons te bevrijden en het geluk te brengen.
Dankzij zijn kruisdood mogen wij leven in vrede en geluk. Hij heeft ons zijn liefde gegeven. Die liefde is voor ons een eeuwige bron van liefde voor elkaar. Door zijn liefde geven wij elkaar onze liefde en maken wij elkaar gelukkig. Het kruis is een blijvend teken van zijn aanwezigheid onder ons. Elke keer als wij een kruisteken maken of een kruis zien, worden wij herinnerd aan Gods liefde voor ons. Hij zal ons nooit verlaten. Hij laat ons nooit in de steek. Zijn liefde voor ons is voor eeuwig. Dat geeft ons de kracht en het vertrouwen om ook ons eigen kruis te dragen. Wij weten dat God ons daarin bijstaat met zijn liefde en genade. Hij bevrijdt ons uit ons lijden. Hij neemt ons op in zijn Rijk van vrede en geluk. Wij mogen nu en altijd leven bij Hem. Het kruis is voor ons een teken van de redding die God ons brengt. Daaraan mogen wij ons vastklampen tot troost van onszelf en tot troost van anderen. Het kruis brengt ons tot medelijden en barmhartigheid, tot het delen in het lijden van anderen om zo hun lijden te verlichten. Zoals Christus onze zonden op zich heeft genomen, zo kunnen wij het lijden van anderen mee dragen en verlichten.
Paulus schrijft over de gehoorzaamheid van Jezus: gehoorzaamheid tot de dood. Gehoorzaamheid en nederigheid horen bij elkaar. Nederigheid en bescheidenheid betekenen dat wij onszelf niet belangrijker en beter vinden dan anderen, dat wij ons zelf niet boven anderen stellen en dat wij luisteren naar wat zij ons te zeggen hebben en daar gehoor aan geven. Gehoorzaamheid is niet een vorm van braafheid. Het is vooral aandacht hebben voor een ander. Wat heeft de ander van mij nodig. Paulus houdt ons de nederigheid en gehoorzaamheid van Jezus voor als een na te volgen voorbeeld. Jezus leert ons bescheidenheid en er te zijn voor de ander.
Paulus schrijft hoe Jezus door God hoog verheven wordt en Hem de naam verleend die boven alle namen is. In het Evangelie zegt Jezus dat Gods Zoon niet is gekomen om te oordelen, maar om de wereld te redden. De navolging van Jezus Christus, zijn leerling zijn houdt de belofte in door Hem gered te worden en te mogen delen in zijn liefde hier en nu en in de eeuwigheid. Amen.