De profeet Habakuk schrijft: “Waarom laat Gij mij onrecht lijden en ziet Gij die ellende maar aan? Waarom moet ik leven te midden van geweld en verdrukking en waarom rijst er twist en moet men lijden onder tweedracht?” Deze tekst van Habakuk kunnen we zo toepassen op onze eigen situatie in deze tijd. Ook als we niet direct zelf onrecht lijden, vragen wij ons af wanneer er een einde komt aan het geweld waarmee we elke dag in de media worden geconfronteerd. Wanneer komt er een einde aan de tweedracht in de vorm van steeds toenemende polarisatie, wereldwijd en ook in ons eigen land. We voelen ons vaak totaal machteloos. Habakuk vraagt zich af: “Hoelang moet ik nog roepen, Heer, terwijl Gij maar niet luistert? Hoelang moet ik de hemel nog geweld aandoen, terwijl Gij maar geen uitkomst brengt?” In een visioen wordt het Habakuk duidelijk dat hij de hoop niet mag verliezen, dat hij moet blijven geloven: “Want dit visioen, al wacht het de vastgestelde tijd nog af, hunkert niettemin naar zijn vervulling… Het komt niet te laat.” Ook al is ons geloof klein als een mosterdzaadje, we mogen blijven hopen. Habakuk smeekte God om iets te doen. Zijn voorbeeld moeten we zeker volgen.
Paulus herinnert Timoteüs eraan hoe hij Gods genade heeft ontvangen. Paulus zelf heeft hem de handen opgelegd. Ook ons is een aantal keren de handen opgelegd: bij ons Doopsel en bij ons Vormsel en bij een enkeling bij de Wijding. Ook wij hebben Gods genade ontvangen: een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Ook in ons brandt het vuur van Gods genade.
Tijdens de vredesweek hadden we een spreker van PAX op bezoek. Zij vertelde over de manier waarop deze vredesorganisatie bezig is maatschappelijke veranderingen tot stand te brengen. Ze maakte ons duidelijk dat massale demonstraties – zoals vanmiddag in Amsterdam – wel degelijk invloed hebben. Ook vertelde ze dat we niet teveel energie moeten stoppen in het bestrijden verkeerde denkbeelden. Het is veel effectiever er een goed verhaal tegenover te zetten. Draag een aantrekkelijke boodschap uit. Houd een goed verhaal.
Dit is wat ook Habakuk met zijn visioen doet en Paulus ons voorhoudt. Ieder van ons mag getuigen van onze Heer en bijdragen aan de verkondiging van het Evangelie. Paulus zegt ons dat we ons niet moeten schamen voor ons geloof. Wij moeten ons niet schamen voor onze zwakte. Wij mogen ons gedragen en gesteund weten door de liefde van Christus en de hulp van de heilige Geest die in ons woont. Eind deze maand zijn de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Dat is een gelegenheid bij uitstek om te getuigen van het goede. Meer dan Habakuk zijn wij werkelijk in staat de besluitvorming in ons land in de goede richting te sturen.
Daarvoor moeten ons laten leiden door ons hart. In zijn laatste encycliek ‘Dilexit nos’ (Hij heeft ons liefgehad) mediteert paus Franciscus op de liefde. Hij doet dit aan de hand van de devotie van het heilig Hart van Jezus. Alles, ziel en lichaam, is verenigd in het hart. Het hart is de zetel van de liefde. Alles speelt zich af in het hart, daar zijn wij onszelf. Het verstand en de wil moeten zich ten dienste stellen van het hart. Het hart herkend het hogere goed. De wil moet zich daar op richten. Ook de verbeeldingskracht en gevoelens laten zich leiden door het hart. Door ons hart te laten spreken, handelen we uit liefde en laten wij ons leiden door de waarheid die wij in Jezus vinden. Zo komen we tot ware wijsheid. Stemmen met ons hart is kiezen voor het algemeen welzijn, kiezen voor het welzijn van alle mensen, niemand uitgezonderd. Wij zijn geroepen om ons hart te laten spreken. Net als Timoteüs moeten we ons daar niet voor te schamen. Onze onderbuik moeten we laten zwijgen. En dat geldt ook voor onze portemonnee.
Eigenlijk maakt dit het stemmen gemakkelijk. Alle harteloze partijen kunnen we zonder meer doorstrepen. We stemmen niet op een partij die wie dan ook in de kou laat staan of erger nog het liefst ziet verdwijnen. We stemmen ook niet op een partij die alleen maar het belang van een bepaalde groep nastreeft, ook al gaat dat ten koste van anderen of ten koste van de schepping. Kortom luister naar uw hart en niet naar uw onderbuik of portemonnee. Ik wens u de komende tijd veel wijsheid en liefde toe. De geest des Heren zal met u zijn. Amen.
Mijn afscheid komt nu steeds sneller dichterbij. Dit is mijn laatste column voor Contact. Op zondag 9 november is er om 14.00 uur een afscheidssymposium in de Sint Martinuskerk en op 23 november assisteer ik de laatste keer in de Eucharistie. Dat is om 11.15 uur in de H. Bonifatiuskerk. Twee gelegenheden om elkaar nog te ontmoeten.
Het symposium heeft als onderwerp dialoog. Verschillende sprekers met geheel verschillende achtergronden gaan hierover vertellen. Dat is voor de sprekers een mooie uitdaging om het begrip dialoog vanuit hun specifieke situatie onder woorden te brengen. Maar het is niet alleen voor de sprekers een uitdaging, dialoog vraagt ook dat er goed geluisterd wordt. Dat is aan ons als luisteraars. Wat hebben de sprekers ons te zeggen? Wat betekent dat voor ons persoonlijk en welk gevolg geven wij in ons eigen leven aan hun boodschap?
Op 14 september, het feest van de Kruisverheffing ging het onder meer over de gehoorzaamheid van Jezus. Als we tegen kinderen zeggen dat ze gehoorzaam moeten zijn, bedoelen we meestal dat ze braaf moeten doen wat wij van hun vragen. Maar wat betekent gehoorzaamheid voor volwassenen? Dan gaat het in ieder geval niet over braaf zijn. Gehoorzaam zijn is dan vooral luisteren, gehoor geven aan en aandacht hebben voor een ander. Wat heeft de ander mij te zeggen? Wat heeft de ander van mij nodig? Dat vraagt ook bescheidenheid en niet onmiddellijk met je eigen mening en eigen oordeel klaarstaan. Jezus leert ons bescheidenheid en er te zijn voor de ander. Op die manier komen we ook tot dienstbaarheid naar elkaar.
Dienstbaar zijn staat in deze tijd niet in een goed daglicht. Al gauw wordt bij dienstbaarheid gedacht aan onderdanigheid. Gedwongen dienstbaarheid gaat inderdaad samen met onderdanigheid. Maar dat is niet wat er van ons gevraagd wordt. Het gaat om vrijwillige dienstbaarheid. Dienstbaarheid als een daad van liefde. Daarbij staat de gelijkwaardigheid van mensen centraal. Je doet iets voor een ander niet uit onderdanigheid maar ook niet neerbuigend. Gelijkwaardigheid is niet hetzelfde als gelijkheid. Mensen verschillen van elkaar, hebben verschillende vaardigheden en talenten en zitten in verschillende situaties. Dat vraagt dat de sterke de zwakke ondersteunt, maar het plaatst de sterke niet boven de zwakke.
Ik hoop dat het me gelukt is de afgelopen jaren een beetje vanuit deze houding te werken. Het was een boeiende tijd. Ik heb me geen moment verveeld. Het heeft mij verrijkt. Ik zie er met dankbaarheid op terug.
Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact oktober 2025
Vandaag vieren we het feest van de Kruisverheffing. Een in het Westen minder bekend feest, maar in de Oosterse Kerk een van de grote christelijke feesten. Dit feest gaat terug tot het jaar 335. Toen werd de H. Grafkerk in Jeruzalem in gebruik genomen. Deze kerk staat over de Calvarieberg waar Jezus gekruisigd is, en over de plaats waar Hij begraven is, heen.
De tekst uit de brief van Paulus is een oude hymne uit de begintijd van het christendom. Hierin wordt bezongen dat de Zoon van God mens is geworden. Hij heeft zijn gelijkheid met God losgelaten en is aan de mensen gelijk geworden. Vanuit zijn gelijkheid met ons, vanuit zijn nederigheid als slaaf heeft Jezus Christus ons God laten zien. Zijn gelijkheid met God werd zichtbaar in zijn spreken en handelen. Hij verkondigde de boodschap van de liefde en genas vele zieken. Zo kwamen de leerlingen tot het inzicht dat Jezus de Zoon van God is. Als mens heeft Hij zich vernederd tot de dood aan het kruis. Hij heeft zichzelf ontledigd. Hij heeft zichzelf weggegeven. Daarom heeft God Hem uit de dood laten opstaan. Hij is verrezen en tot eer van God is Hij hoog verheven.
Het kruis dat bedoeld is als martelwerktuig om de doodstraf uit te voeren, is voor ons een teken van overwinning geworden. Het kruis staat voor de overwinning op het kwaad en op de dood. Door het kruis heeft Christus ons verlost en bevrijd.
In het Evangelie zien we dezelfde beelden van Jezus als bij Paulus: De Mensenzoon kan naar de hemel opklimmen omdat Hij uit de hemel is neergedaald. De Mensenzoon moest sterven aan het kruis. Zo moest Hij hoog verheven worden boven de aarde en boven alle mensen, om ons te bevrijden en het geluk te brengen.
Dankzij zijn kruisdood mogen wij leven in vrede en geluk. Hij heeft ons zijn liefde gegeven. Die liefde is voor ons een eeuwige bron van liefde voor elkaar. Door zijn liefde geven wij elkaar onze liefde en maken wij elkaar gelukkig. Het kruis is een blijvend teken van zijn aanwezigheid onder ons. Elke keer als wij een kruisteken maken of een kruis zien, worden wij herinnerd aan Gods liefde voor ons. Hij zal ons nooit verlaten. Hij laat ons nooit in de steek. Zijn liefde voor ons is voor eeuwig. Dat geeft ons de kracht en het vertrouwen om ook ons eigen kruis te dragen. Wij weten dat God ons daarin bijstaat met zijn liefde en genade. Hij bevrijdt ons uit ons lijden. Hij neemt ons op in zijn Rijk van vrede en geluk. Wij mogen nu en altijd leven bij Hem. Het kruis is voor ons een teken van de redding die God ons brengt. Daaraan mogen wij ons vastklampen tot troost van onszelf en tot troost van anderen. Het kruis brengt ons tot medelijden en barmhartigheid, tot het delen in het lijden van anderen om zo hun lijden te verlichten. Zoals Christus onze zonden op zich heeft genomen, zo kunnen wij het lijden van anderen mee dragen en verlichten.
Paulus schrijft over de gehoorzaamheid van Jezus: gehoorzaamheid tot de dood. Gehoorzaamheid en nederigheid horen bij elkaar. Nederigheid en bescheidenheid betekenen dat wij onszelf niet belangrijker en beter vinden dan anderen, dat wij ons zelf niet boven anderen stellen en dat wij luisteren naar wat zij ons te zeggen hebben en daar gehoor aan geven. Gehoorzaamheid is niet een vorm van braafheid. Het is vooral aandacht hebben voor een ander. Wat heeft de ander van mij nodig. Paulus houdt ons de nederigheid en gehoorzaamheid van Jezus voor als een na te volgen voorbeeld. Jezus leert ons bescheidenheid en er te zijn voor de ander.
Paulus schrijft hoe Jezus door God hoog verheven wordt en Hem de naam verleend die boven alle namen is. In het Evangelie zegt Jezus dat Gods Zoon niet is gekomen om te oordelen, maar om de wereld te redden. De navolging van Jezus Christus, zijn leerling zijn houdt de belofte in door Hem gered te worden en te mogen delen in zijn liefde hier en nu en in de eeuwigheid. Amen.
“Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigd ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.” Voor de schrijver van de Hebreeënbrief is dit een waarheid als een koe. Hij vindt daarvoor volop aanwijzingen in de geschiedenis van zijn volk. De Hebreeënbrief geeft een uitvoerige opsomming van mensen uit het Oude Testament die geloofden. Mensen die overtuigd zijn van een werkelijkheid zonder dat ze die kunnen zien. De werkelijkheid is niet beperkt tot dat wat we kunnen zien, niet beperkt tot dat wat we wetenschappelijk kunnen aantonen, en ook niet beperkt tot dat wat wij ons als mensen kunnen voorstellen. De werkelijkheid bestaat los van ons mensen. Wij maken deel uit van de werkelijkheid, maar bepalen haar niet.
We vieren het heilig jaar met als thema ‘Pelgrims van Hoop’. De brief geeft een opsomming van mensen die leefden als pelgrims van hoop. Velen zijn ons op deze levensweg voorgegaan. Allen leefden zij in vertrouwen dat God zijn beloftes waarmaakt. Zonder geloof geen hoop. God is liefde. Wij geloven in liefde. Ons geloof is gebaseerd op liefde. In Jezus Christus heeft God zich aan ons geopenbaard. Hij nodigt ons uit Hem lief te hebben. Hij nodigt ons uit tot een vertrouwelijke relatie. Dat geloof is de grond van onze hoop.
Als pelgrims van hoop zijn wij op weg. Ons leven is een pelgrimage. Zoals de voorbeelden uit de brief, zijn ook wij op zoek naar een vaderland, op zoek naar een stad die God voor ons bouwt. Deze gelovige zoektocht leggen we samen af. We doen dat niet alleen. Het huis van de Vader is niet een knus hutje op de hei. Het huis van de Vader is een stad, een vaderland, een woonplaats voor een gemeenschap, een gemeenschap van liefde. Het gaat om de liefdevolle relatie tussen mensen. Mensen worden altijd geroepen er voor elkaar te zijn. Daarin vinden wij de essentie van ons leven. Daarin vinden we het Koninkrijk van God.
De vervulling van onze hoop is niet alleen maar iets in de verre toekomst. Het is een verwachte werkelijkheid die zich nu reeds aandient. Het geloof trekt de toekomst naar het heden en verandert het heden. Nu reeds kunnen we Gods liefde ervaren en die delen met alle mensen. Ons verlangen naar de volmaakte liefde, naar de liefdevolle vereniging met God en met elkaar doet ons vol vertrouwen op weg gaan.
Ons leven is niet alleen licht en liefde. Er zijn ook donkere dagen. Het leven kent ook lijden en tegenslag. Soms zijn we de weg kwijt en tasten we in het duister. Maar door het geloof vertrouwde Abraham erop dat hij en zijn erfgenamen hun bestemming zullen vinden in het land waar God hem naartoe leidt. Voor Abraham is het onvoorstelbare mogelijk. God heeft hem beloofd dat de nakomelingen van Isaäk een groot volk zullen vormen. Hij blijft in deze belofte van God geloven zelfs als hij Isaäk ten offer wil gaan brengen. Juist in het lijden en door de tegenslag ontdekken we ook de liefde. Op die momenten ervaren we ook wat werkelijk belangrijk is in ons leven. De liefde brengt ons tot elkaar en geeft ons vertrouwen. Zij overwint de teleurstellingen. De liefde laat ons ervaren wat leven werkelijk is. De beproevingen versterken ons geloof.
De liefde is het grote geschenk dat God ons geeft. Liefde is niet het product van onze inspanningen. Liefde vraagt wel onze medewerking, onze ontvankelijkheid. Wij zijn vrij om voor of tegen de liefde te kiezen. Geloof, hoop en liefde, de drie goddelijke deugden worden ons als een genade gegeven. Het zijn uitingen van de heilige Geest, die in ons woont. Geloof, hoop en liefde zijn primair op God gericht en zij helpen ons om ons hele leven op Hem te richten. Geloof, hoop en liefde geven ons houvast aan God en houvast aan elkaar. Als wij ons werkelijk in liefde met God en medemens verbonden weten, kan niets ons deren. De liefde is de grootste. Zij overwint alles. Amen.
“IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid!” (Pr 1,2) Prediker is goed in het relativeren van ons menselijk streven, van onze drukmakerij en van onze succesverhalen. Daarmee is dit Bijbelboek van belang ook in onze tijd, waarin we onszelf geweldig serieus nemen, geweldig druk zijn met onszelf en met onze succesverhalen. “Wat heeft een mens tenslotte aan al zijn geploeter, en aan de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt? Alle dagen bereiden hem leed, en ergernis is zijn loon; zelfs ’s nachts vindt hij geen rust; ook dat is ijdelheid.” (Pr 2,22-23)
Onlangs was in het nieuws dat het aantal arbeidsongeschikten in ons land stijgt. Er is steeds meer sprake van psychische klachten. Een op de vijf werknemers ervaart burn-outklachten. De oorzaak ligt niet alleen in de werkdruk maar ook in de manier van leven. Kan Prediker ons hierover wat leren of is hij een mopperende zuurpruim? Prediker zegt ons ook dat we van het leven moeten genieten. Voor hem ligt de kunst van het genieten vooral in de manier waarop we met de wisselvallige werkelijkheid omgaan. Het gaat erom te kunnen ontvangen en het leven en alles wat daarin gebeurt als een geschenk te zien. Geluk kunnen we niet maken; we kunnen alleen maar ontvangen. “Eet je brood met vreugde en drink je wijn met een opgewekt hart. Dat heeft bij voorbaat Gods zegen. Ga altijd feestelijk gekleed en zorg steeds voor parfum op je hoofd. Geniet van het leven met de vrouw van je hart, heel het ijdel en kortstondig bestaan dat God je geeft onder de zon.” (Pr 9,7-9)
“Wie uit is op geld heeft nooit genoeg en wie uit is op rijkdom wil altijd meer. Ook dat is ijdel. (…) Inderdaad, als God je welstand en rijkdom schenkt en je de kans geeft ervan te profiteren, als je je deel krijgt en gelukkig bent bij al je werk, dan is dat een gave van God.” (Pr 5,9.18) We vinden ons geluk niet in materiële zaken. Prediker laat ons nadenken over ons leven. Wat is echt belangrijk? Wat geeft ons leven betekenis? “Tenslotte heb ik alleen dit gevonden: naar Gods bedoeling is het leven eenvoudig, maar de mens haalt zich van alles in ’t hoofd.” (Pr 7,29) Gelukkig worden is niet het afwerken van een bucketlist. Herinneringen maak je niet; ze vallen je toe. Geluk is geen prestatie; het is een geschenk. Begin dit jaar zei paus Franciscus: “Alleen door een spirituele manier aan te nemen om naar de werkelijkheid te kijken, alleen door wijsheid van hart te herstellen, kunnen wij de nieuwheid van onze tijd onder ogen zien en interpreteren.” Zo’n “wijsheid van hart” is “de deugd die ons in staat stelt het geheel en zijn delen, onze beslissingen en hun gevolgen te integreren”. Zij “kan niet bij machines gezocht worden”, maar zij “laat zich vinden door degenen die haar zoeken, en laat zich zien aan degenen die haar liefhebben”.
Ook gepubliceerd als weekbrief op https://hhpp-oost.nl/2025/07/30/weekbrief-30-juli/
Voor joden, christenen en moslims is Abraham de vader in het geloof. Wij allen zien Abraham als onze geestelijke vader. Hij is ons voorgegaan in het geloof in de ene God, de Schepper van hemel en aarde, de barmhartige God die zich om de mensen bekommerd. Abraham is niet alleen ons voorbeeld van geloof. Hij is voor ons ook een voorbeeld van gastvrijheid. In de eerste lezing hoorden we hoe Abraham en Sara gastvrijheid verlenen aan drie vreemdelingen.
Werkelijke gastvrijheid gaat verder dan iemand onderdak verlenen en te eten en te drinken geven. Werkelijke gastvrijheid is je tot de ander keren, belangstellingstelling voor hem hebben, je inleven in de ander en hem echt serieus nemen. In het Evangelie van vandaag horen we hoe Marta met haar handelen in de voetsporen van Sara en Abraham treedt. Maria laat ons zien dat gastvrijheid meer is dan dat. Zij is een en al aandacht voor wat Jezus te vertellen heeft.
Gastvrijheid verlenen is een van de werken van barmhartigheid. Daar heet het: de vreemdelingen herbergen. Gastvrijheid gaat niet alleen over je buren op de koffie vragen of je familie op bezoek krijgen. Ook dat is belangrijk, maar het gaat vooral om vreemdelingen. Gastvrijheid is het anders-zijn van de ander respecteren en waarderen. Dat geldt niet alleen in je eigen huis. Dat geldt ook op straat, op je werk, in de kerk. Dat geldt voor alle maatschappelijke verkeer. Ook van een gemeenschap, van een volk, van de Kerk wordt gastvrijheid gevraagd. Gastvrijheid is een graadmeter van het morele peil van een samenleving. Hoe meer gastvrijheid, hoe meer beschaving.
Gastvrijheid kent twee kanten: gastvrijheid verlenen en gastvrijheid ontvangen. Hoewel dit niet direct gelijkwaardige verhoudingen met zich meebrengt, moet dat wel het streven zijn. Gastvrijheid kent ook wederkerigheid. Op onze beurt laten wij ons aan onze gast kennen. Wij laten hem zien wat ons lief is en wat ons bezighoudt. Gastvrijheid is met de ander delen wat je lief is. De gast wordt opgenomen in een gemeenschap. Een gast is daarmee niet rechteloos. Hij is niet tot een nederige positie van enkel dankbaarheid verplicht, maar moet zich wel als een gast gedragen en rekening houden met de regels en gewoonten van de gemeenschap en zich daar in alle vrijheid toe verhouden.
Zodra we denken en spreken in termen van ‘wij’ en ‘zij’ en zeker als dat gepaard gaat met het onderscheid ‘goed’ en ‘slecht’, zijn we vreemdelingen aan het creëren. Polarisatie en populisme versterken het wij/zij-denken. Mensen worden gestigmatiseerd, ontmenselijkt en buitengesloten.
Bij de vreemdelingen herbergen denken we aan de vluchtelingen die een beroep op ons doen en ons om asiel vragen. Mensen die zich genoodzaakt voelen om hun eigen land te verlaten, omdat ze daar niet in veiligheid kunnen leven, hebben recht op onze gastvrijheid. Gastvrijheid verlenen geldt ook voor de eigen burgers. Onze samenleving kent ook een gebrek aan gastvrijheid als er onvoldoende woningen zijn, als mensen geen gezin kunnen stichten omdat ze geen huis hebben en als huizen en gebouwen om financieel gewin leegstaan.
Gastvrijheid verlenen gaat verder dan alleen het verstrekken van voedsel en van een dak boven het hoofd. Mensen hebben ook behoefte aan vriendschap, gemeenschap, solidariteit en barmhartigheid. Gastvrijheid betekent ook inclusiviteit. Niemand mag worden uitgesloten vanwege geslacht, huidskleur, gender, levensbeschouwing, seksuele voorkeur et cetera.
Voor Paulus betekent dit dat hij de wereld in trekt om de het evangelie aan de heidenen te verkondigen. De liefde voor Jezus Christus maakt Paulus tot dienaar van de Kerk. Hij verkondigt het woord van God. Hij onthult het geheim, het mysterie. Paulus verkondigt Jezus Christus als het heil voor alle volkeren. Voor hem zijn alle mensen aan elkaar gelijkwaardig. Hij maakt geen onderscheid.
Christelijke gastvrijheid is gastvrij zijn zoals Jezus dat is. Het is handelen zoals Jezus handelt. Het is openstaan voor iedereen en geen voorwaarden vooraf stellen. Het vraagt dat wij onze angst voor het vreemde en onbekende afleggen. Juist in de vreemdeling en de mens in nood ontmoeten wij Jezus zelf. Vanuit onze band met Jezus ontmoeten wij Hem in de ander. Het sleutelwoord is telkens weer de liefde. Door aan zijn voeten te gaan zitten, ervaren wij de liefde van Jezus voor ons. Zijn liefde voor ons stelt ons in staat anderen lief te hebben. Zijn liefde is de basis voor onze gastvrijheid. Zijn liefde willen wij delen met iedereen. Zij geeft ons de vreugde die we iedereen gunnen. Liefde gaat niet zonder lijden, zoals ook Paulus heeft ervaren. Maar zonder lief te hebben zijn we dood. Zonder liefde hebben we geen leven.
Paulus schrijft elders: “Vergeet de gastvrijheid niet; door haar hebben sommigen zonder het te weten engelen onthaald.” Als wij de gastvrijheid vergeten en iedereen buiten de deur houden, zullen we zeker geen engelen ontvangen. Als wij de gastvrijheid vergeten, houden we ook God buiten de deur. Amen.
Auteur: Thijs Caspers
Titel: Katholiek denken doen: Het katholiek sociaal denken in theorie en praktijk
Uitgever: Adveniat, 2023
Prijs: € 24,99
ISBN: 978 94 9327 902 2
Aantal pagina’s: 209
“Katholiek denken doen laat zien hoe het katholiek sociaal denken ons kan helpen woorden te geven aan onze persoonlijke en gezamenlijke inzet. Als levende traditie van denken, bezinnen en doen, stelt het telkens de vraag naar wat dat is: een gezonde en rechtvaardige samenleving?” Het belang van het katholiek sociaal denken is voor Thijs Caspers buiten twijfel. Zij geeft uitdrukking aan de liefde, die er de basis van is. Het vestigen van een hemel op aarde ligt niet in de macht van mensen, maar we moeten wel steeds werken aan de realisatie van een goede samenleving.
Caspers beschrijft eerst de inhoud van het katholiek sociaal denken. Vervolgens geeft hij een overzicht van de katholieke sociale leer: de officiële kerkelijke documenten die het resultaat zij van het katholiek sociaal denken. Tenslotte gaat hij op zoek naar het belang van het katholiek sociaal denken in onze tijd. Het rijk geïllustreerde en vlot leesbare boek is een goede inleiding op het katholiek sociaal denken. In het boek staan verschillende voorbeelden van sociaal handelen in de praktijk.
Het boek is een aangevulde en aangepaste heruitgave van het in 2012 uitgegeven boek ‘Proeven van goed samenleven’. Het katholiek sociaal denken is voortdurend in beweging. Als antwoord op de ontwikkelingen in zijn tijd voegde paus Franciscus er een aantal nieuwe hoofdstukken aan toe.