Spring naar inhoud

Diaconaal doen doordacht

17 oktober 2018

Op 6 maart bespraken we in Rotterdam in het diocesaan werkveldoverleg diaconie hoofdstuk 1 van ‘Diaconaal doen doordacht’[1]. De deelnemers aan dit overleg binnen het bisdom Rotterdam zijn degenen die binnen de pastorale teams van de parochies diaconie in hun portefeuille hebben. Ter voorbereiding van het gesprek had ik twee kreten genoteerd: ‘Daden van liefde’ en ‘Perspectief van de naaste’. Deze twee zaken komen volgens mij te weinig aan de orde. In deze notitie heb ik mijn gedachten verder uitgewerkt. Hierbij bespreek ik ook hoe het door mij gesignaleerde manco doorwerkt in de rest van het boek. Het is niet mijn bedoeling iets aan het boek af te doen, maar ik wil er wel iets aan toevoegen.

Daden van liefde

Laat ik beginnen met de daden van liefde. Vijf jaar geleden vierde het bisdom Rotterdam het Jaar van Daden van Liefde. Hiermee wilden we in ons bisdom duidelijk maken waar het geloof in de God – die liefde is – toe leidt. “God is liefde. De apostel Johannes schrijft het in zijn eerste brief (1 Joh 4,8). Als liefde wezenlijk is aan God, dan is het ook wezenlijk aan de mens, want wij zijn naar zijn beeld geschapen. Wij zijn geschapen en verlost voor en door de liefde. Het Rijk Gods is en wordt gebouwd op liefde. De liefde is bepalend voor ons mens-zijn.

In de encycliek ‘Deus caritas est’[2] laat paus Benedictus XVI zien hoe alle vormen van liefde met elkaar samenhangen, hoe ze als het ware allemaal uit dezelfde stof zijn opgebouwd: eros en agapè, amor en caritas, dalende en stijgende liefde, zelfgerichte en onbaatzuchtige liefde, menselijke en goddelijke liefde. Dat stelt ons in staat te groeien van eigenliefde naar op de ander gerichte liefde. Benedictus schrijft dat de Kerk de plicht heeft de samenleving de ‘dienst van de liefde’ aan te bieden. De ‘dienst van de liefde’, is een individuele verantwoordelijkheid voor elke christen, maar net zo goed een collectieve opdracht voor de Kerk: “Het programma van de christen – het programma van de barmhartige Samaritaan, het programma van Jezus – is een ‘hart dat ziet’. Dat hart ziet waar de liefde nodig is en handelt in overeenstemming ermee. Het spreekt vanzelf dat als de caritatieve activiteit door de Kerk als een gemeenschapsinitiatief wordt opgenomen, de spontaniteit van het individu moet worden aangevuld met programma’s, vooruitzichten en vormen van samenwerking met gelijkaardige instellingen.[3]

Het eerste handboek draagt de titel ‘Barmhartigheid en gerechtigheid’[4]. Dat is een belangrijk begrippenpaar. Het zijn begrippen die niet zonder elkaar kunnen. Ze passen in het rijtje: hart en hoofd, gevoel en verstand, liefde en waarheid. Over dit laatste begrippenpaar schreef paus Benedictus XVI in zijn encycliek ‘Caritas in veritate’[5]. De begrippen liefde en waarheid staan centraal in deze encycliek. De liefde is het hart van de sociale leer van de Kerk. Alles komt voort uit de liefde van God, alles wordt er door gevormd en alles is er op gericht: God is liefde. Vormgeving van deze liefde vraagt om waarheid. Liefde en waarheid kunnen niet zonder elkaar. Zonder waarheid wordt liefde sentimentaliteit, staat zij los van kennis en ervaring en is er geen sprake van solidariteit en verantwoordelijkheid. Liefde in waarheid vraagt naast liefdadigheid om gerechtigheid. De gerechtigheid is de maatstaaf voor het minimum. Je kunt niet iets aan een ander geven, waar de ander gewoon recht op heeft, wat in feite al zijn eigendom is.

Een vroegere collega van mij zei met enige regelmaat: “We werken hier niet bij een bank. Voordat hij priester werd had hij in de financiële wereld gewerkt. Zelf heb ik een groot deel van mijn leven bij technische bedrijven gewerkt. Ik hield me daar bezig met het verbeteren van bedrijfsprocessen. Bij het lezen van ‘Diaconaal doen doordacht’ kreeg ik met enige regelmaat een déjà vu. Niet dat ik bezwaar heb tegen effectiviteit en efficiëntie, ook niet als het het werken in de Kerk betreft, maar we moeten ons wel realiseren dat effectiviteit en efficiëntie nodig is als het gaat om schaarse middelen. Niet dat de Kerk geen schaarste kent, maar het meest wezenlijke wat we bezitten en wat we te schenken hebben is de liefde. En liefde is er altijd in overvloed. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer we vanuit die gedachte werken we werkelijk tot nieuwe inzichten komen en los kunnen komen van het bedrijfsmatige en resultaatgerichte denken. Hier wordt zichtbaar dat er in ‘Diaconaal denken doordacht’ onvoldoende aandacht voor de liefde is. Diaconie is geen maakbaarheidsproject. Het is een voortdurende manifestatie van liefde. Paus Benedictus schrijft: “Er zal altijd lijden zijn dat troost en hulp vereist. Er zal altijd eenzaamheid zijn. Net zo goed als er altijd situaties van materiële nood zullen zijn waarvoor hulp onontbeerlijk blijft, in de zin van een concrete liefde voor de naaste.[6]

Het perspectief van de naaste

In ‘Diaconaal doen doordacht’ worden drie perspectieven genoemd om diaconie te bezien. Het binnenperspectief betreft het kijken vanuit de Kerk en vanuit de theologie naar de positionering van diaconie binnen de Kerk. Het buitenperspectief is het kijken van de buitenwereld naar deze kerkelijke activiteit. Het perspectief van de mensen in nood spreekt voor zichzelf. Ik mis in deze opsomming het perspectief van de naaste. Het woord naaste in de betekenis die Jezus er aan geeft in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan (Lc 10,25-37). De naaste die goed wil zijn voor zijn medemens.

Dit vierde perspectief sluit aan bij het idee dat diaconie primair een manifestatie van liefde is. Om lief te hebben heb je concrete mensen nodig. Liefde is gericht op mensen en liefde gaat uit van mensen. Instituten kunnen niet liefhebben en dat geldt ook voor de Kerk. Als Jezus spreekt over daden van liefde zoals in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan of bij de werken van barmhartigheid (Mt 25,31-46) gaat het altijd over concrete mensen, niet over instituten. Van de mens in nood wordt gezegd dat hij naar Gods beeld geschapen is en dus zijn eigen menselijke waardigheid heeft. Dit geldt niet alleen voor mensen in nood. Alle mensen zijn beelddragers van God. Iedere mens is het gegeven de liefde van God zichtbaar te maken in de wereld en zo God te eren en te dienen. Als het over gelijkwaardigheid van mensen gaat, gaat het erom dat iedereen liefde kan ontvangen en liefde kan geven. In een liefdesrelatie staat niemand centraal. Zoals de liefde wezenlijk is aan God is zij ook wezenlijk aan de mens.

De rol van de naaste centraal stellen betekent dat de rol van de Kerk primair ligt op het vlak van faciliteren en krachten bundelen en vanuit het oogpunt van subsidiariteit datgene doen waartoe individuele gelovigen niet in staat zijn. Ik zie mijn opdracht als diaken niet primair om namens de parochie diaconaal op te treden maar veel meer om de parochianen ertoe te bewegen diaconaal te zijn en dat kan zowel in de persoonlijke situatie als in georganiseerd verband. Hub Crijns en Herman van Well stellen dat diaconie altijd organisatie vraagt.[7] Mogelijk is dat zo omdat ze diaconie als zodanig gedefinieerd hebben. Mijn idee is probeer het eerst maar eens zonder organisatie. De ballast van organisatie kun je altijd nog op je nek nemen. Hun commentaar bij het optreden van de barmhartige Samaritaan is niet het mijne. De Samaritaan is juist barmhartig omdat hij spontaan en onvoorbereid reageert op de nood van een medemens. Hij doet wat hij kan. Jezus laat nergens blijken dat we ons moeten organiseren om goed te doen. Hijzelf is ook in het geheel niet bezig met het op gestructureerde wijze genezen van zieken en het vergeven van zonden. De enige keer dat sprake is van enige organisatie is bij de uitzending van de leerlingen. Zij worden twee aan twee uitgezonden. Ook Augustinus kiest in de in het boek geciteerde preek het perspectief van de naaste en niet dat van de Kerk.[8]

Consequenties

Meer aandacht voor de liefde als basis voor diaconie en de rol van de naaste daarin doet op een andere wijze kijken naar de wereld van de diaconie. Een paar voorbeelden.

  1. Hoe verhouden vrijwilligers en professionals verhouden zich tot elkaar?
    Vrijwilligers zijn amateurs, zij handelen uit liefde. Professionals handelen op basis van kennis. De verschillende uitgangsposities maken dat zij elkaar kunnen waarderen en aanvullen. Professionals moeten presteren. Zij zijn gebonden aan kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen. Er zijn rechten en plichten. Bij amateurs gaat het vooral om de liefde. Meetbare resultaten zijn bijzaak. Het is zoals Augustinus zegt: “Heb lief en doe wat je wilt. Zij willen gewoon iets goeds doen. Hierbij is het persoonlijke contact van cruciaal belang.
  2. Diaconie en maatschappelijke voorzieningen. Moeten wij diaconie op een seculiere wijze presenteren om fondsen te werven? Wanneer houdt iets op diaconie te zijn en wordt het een maatschappelijke voorziening? Zijn we in staat zaken los te laten als het gemeen goed is geworden? Is het dan nog wel diaconie?
  3. Vanuit het organisatorisch denken stellen Hub Crijns en Herman van Well dat diaconie mensen nodig heeft.[9] Er moeten doelstellingen gerealiseerd worden. Kortom we moeten aan human resource management doen. Draai het eens om. Er zijn mensen die iets willen doen, dat vraagt mogelijk om een diaconale organisatie.
  4. Overvloed en schaarste. Liefde is onuitputtelijk. Schaarste is slechts materieel en het gevolg van gestelde doelen. In het geval van liefde deel je wat je hebt, geef je wat je kunt missen, meer wordt er niet gevraagd.
  5. Gelijkwaardigheid in een relatie is vanzelfsprekend wanneer liefde de basis is. Liefde is niet normatief. Zij eist niet jij moet worden zoals ik ben.
  6. Verzoening is vooral een daad van liefde.

 

Deze inleiding is uitgesproken op de Diaconale studiedag op 14 september in Amersfoort.

______________________________________________________________

[1]  Hanneke Arts-Ronselaar (eindredactie), Diaconaal doen doordacht: Handboek diaconiewetenschap, Kampen: Kok, 2018.

[2]  Benedictus XVI, Deus caritas est, 2005.

[3]  Ibid., 38.

[4]  Hub Crijns, Wielie Elhorst, Lútzen Miedema e.a. (red.), Barmhartigheid en gerechtigheid: Handboek diaconiewetenschap, Kampen: Kok, 2018.

[5]  Benedictus XVI, Caritas in veritate, 2009.

[6]  Deus caritas est, 28.

[7]  Diaconaal doen doordacht, 200.

[8]  Ibid., 15.

[9]  Ibid., 199.

Advertenties
Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s