Spring naar inhoud

Eenvoud is het kenmerk van het ware

Het motto van de Leidse hoogleraar en medicus Herman Boerhave (1668-1738) luidt ‘Simplex sigillum veri’ (Eenvoud is het kenmerk van het ware). De oorsprong van dit motto is onbekend. Waarschijnlijk is het ouder dan Boerhave. In ieder geval komen we de gedachte ook al tegen bij Ockhams scheermes (de wet van de spaarzaamheid). De franciscaanse filosoof Willem van Ockham (1288-1347) stelde dat een eenvoudige oplossing altijd de voorkeur heeft boven een ingewikkelde. Hij ontleende het idee aan Aristoteles.

Mensen zijn geneigd eenvoud boven complexiteit te stellen, eenheid boven verscheidenheid. Dat zie in de mode. Hoezeer iedereen naar unieke zelfverwezenlijking streeft, zie heel veel mensen in vrijwel identieke kleding rondlopen. Kwalijker wordt het als zich dit uit in discriminatie van alles wat anders is. Ook in de zoektocht naar waarheid wordt gezocht naar eenduidigheid. Dit geldt zeker voor de wetenschap. Denk aan het willen unificeren van de verschillende krachten binnen de natuurkunde. Ook daarbuiten bepaalt dit idee het denken van mensen. Denk hierbij aan complotdenkers. Eenvoud en enkelvoudigheid wordt als positief gezien en complexiteit, veelvoud en verscheidenheid als negatief. Voor Meister Eckhart (1260-1328) vallen veel en veelheid onder het onvolmaakte. Daartegenover horen het ene of de eenheid bij Christus, de Zoon, de Waarheid. Zijn denken is verwant aan dat van Augustinus.

Hiertegenover staat het denken van de Zuid-Afrikaanse bisschop Desmond Tutu. Hij hield op 3 december 2008 in Den Haag de Haagse Burgerschapslezing. Heel enthousiast sprak hij over de schepping als een ‘orgie van creativiteit’ en een ‘vloed van verscheidenheid’. Een verscheidenheid die leidt tot een netwerk van onderlinge afhankelijkheid. Geen enkel deel van de schepping heeft betekenis los van het geheel. Geen enkele mens kan zonder de anderen. Tutu stelde dat God ons met de menswording van zijn Zoon vraagt zijn droom te realiseren: de droom van onderlinge afhankelijkheid van heel de schepping, de droom van verbondenheid van alle mensen met elkaar. Met vrede en eenheid realiseren we Gods droom: alle mensen levend in verbondenheid met elkaar en met respect voor de schepping waarvan zij afhankelijk zijn, en geen enkele mens die wanhoopt. Voor de gelovige is God liefde, waarheid en eenheid en is de schepping veelheid en verscheidenheid. De drie-ene God is niet alleen eenheid. Hij is in zichzelf ook relatie en gemeenschap. Door de liefde groeit er ook in de schepping eenheid in verscheidenheid.

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact oktober 2024

Allen broeders; Mc 13,24-32

Op de laatste zondagen van het kerkelijk jaar gaat het over het einde der tijden. Jezus spreekt over de verduistering van de zon en dat de maan geen licht meer zal geven. De politiek volgend krijg ik de indruk dat die verduistering ook in onze dagen aan de orde is. Het licht van de waarheid, het Woord van God lijkt ernstig verduisterd. Het zijn momenteel niet zo zeer de hemelse machten die in verwarring zijn. Vele politici zijn in verwarring geraakt. Verschillende bevolkingsgroepen worden tegen elkaar opgezet. Polarisatie en haat zaaien is aan de orde van de dag.

Wat moet ik met uitspraken van politici dat sommige groepen onze normen en waarden niet onderschrijven? Willen zij een moraalpolitie? Een moraalpolitie die onze gedachten en meningen gaat toetsen? Moeten allen die een afwijkende mening hebben het land worden uitgezet of worden opgesloten? En wat zijn ònze normen en waarden? De normen en waarden van politici die dergelijke uitspraken doen, zijn zeker niet mijn normen en waarden. Waar leidt dit toe als deze ontwikkeling zich verder doorzet? Moet ik gaan oppassen, omdat als katholiek respect heb voor mensen uit andere culturen en uit andere godsdiensten?

Gelukkig klinken er ook andere geluiden. Afgelopen vrijdag was ik bij een bijeenkomst over synodale Kerk. Synodaliteit betekent dat je taal niet gebruikt om elkaar af te maken, maar juist om respectvol met elkaar om te gaan. Synodaal taalgebruik is gezamenlijk zoeken naar waarheid.

In de encycliek Fratelli tutti (Allen broeders) pleit paus Franciscus voor grensoverschrijdende universele broederschap. Broederschap en sociale vriendschap beperken zich niet tot gelijkgestemden. De paus pleit voor echte ontmoeting tussen mensen en voor diepgaande communicatie en dialoog. Het gaat om het gestadig opbouwen van vriendschap en om het bereiken van een geleidelijk groeiende consensus. Gedeelde normen en waarden kun je niet als regering opleggen. Wel kun als samenleving samen op zoek gaan naar wat je bindt en wat je met elkaar deelt. Daarbij kun je respectvol omgaan met de verschillen die er ook zijn. We moeten niet bang zijn om met elkaar in gesprek te gaan.

De paus waarschuwt voor de verschillende vormen van populisme. Wanneer politici in naam van de welvaart haat en angst zaaien, moeten we ons zorgen maken, op tijd reageren en actie ondernemen. De liefde moet het spirituele hart van de politiek zijn. Dan is er openheid naar andere mensen. Dan is er aandacht voor de zwakke en noodlijdende mensen. De liefde respecteert en verwelkomt verschillen tussen mensen. De liefde brengt ons met elkaar in gesprek.

Het Evangelie van vandaag is niet alleen een aankondiging van rampspoed. Er is ook hoop. Jezus zegt: “Hemel en aarde zullen voorbijgaan maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.” Gods Woord van liefde blijft klinken. Het klonk aan het begin. Door zijn Woord is alles geschapen. “God bezag alles wat Hij gemaakt had, en Hij zag dat het heel goed was.” (Gn 1,31) Telkens weer sprak God tot de mensen. De profeten spraken zijn Woord. In Jezus Christus is het Woord van God vlees geworden. (Joh 1,14) Vandaag is Hij onder ons aanwezig in de Schriftlezing, in de Eucharistie en in ons samenzijn. Gods Woord blijft klinken door alle eeuwen heen. En altijd zullen er mensen zijn die zijn Woord verstaan. Altijd zal zijn licht een weg naar ons mensen vinden. Zijn liefde en trouw voor ons vergaat nooit. Amen.

Allerzielen; Sir 17,1-10; Joh 11,1.17.20-27

In de eerste lezing wordt het leven van ons mensen beschreven. God heeft ons geschapen. Hij heeft ons het beheer over zijn schepping gegeven. Het is onze taak goed voor de schepping te zorgen. God heeft ons een hart en een hoofd gegeven, zodat wij met liefde en met wijsheid kunnen oordelen, zodat wij het verschil zien tussen goed en kwaad. Zo zijn wij in staat zijn God te eren en goed te leven.

Wij geloven en bidden dat God onze dierbare overledenen bij Hem opneemt. Dat Hij allen thuisbrengt in zijn Vaderhuis. Zij mogen weer zingen, lachen, gelukkig zijn. Voor eeuwig mogen zij leven in Gods rijk van liefde en geluk. Wij kunnen ons geen enkele voorstelling maken van het leven na de dood, van het eeuwig leven. En toch hopen en verlangen wij naar dat volmaakte geluk. Wij noemen dat: het ware leven, het eeuwig leven. Diep in ons leeft er een verlangen naar het ware leven, wat dat ook moge zijn. Hoe wij ook verlangen naar dat ware leven, we zijn toch heel erg gehecht aan ons leven hier op aarde. We zijn gehecht aan elkaar en het kost ons moeite iemand te moeten laten gaan, iemand los te laten en uit handen te geven.

Vandaag gedenken wij onze dierbare overledenen. Over de dood heen weten wij ons met hen verbonden. De liefde die er tussen ons gegroeid is, is sterker dan de dood. De gemeenschap van de Kerk omvat niet alleen de mensen hier op aarde. Ook alle gestorvenen behoren bij onze gemeenschap. Onze aardse leven is tijdelijk. We worden geboren, groeien op en komen tot bloei. Net als alle andere leven hier op aarde komt ook ons aardse leven tot een einde. Ook wij mensen maken deel uit van een keten van geboren worden en doodgaan. Centraal in ons geloof staat de gedachte: God is liefde. Liefde laat zich niet ketenen door de dood. De liefde overwint de dood. Liefde gaat over de grenzen van de dood heen.

Jezus zegt tegen Marta: “Ik ben de verrijzenis en het leven.” Dat geldt niet alleen voor Marta, niet alleen voor haar broer Lazarus. Deze uitspraak van Jezus geldt voor alle mensen. Jezus geeft ons het leven. Hij is ons leven. Hij geeft ons leven over de aardse dood heen. Zoals Hijzelf uit de doden is opgestaan, zo mag iedereen eeuwig leven en weer opstaan op de laatste dag. Zo mogen onze dierbaren en zo mogen wij allen delen in het eeuwig leven van de verrezen Christus.

Jezus geeft ons hoop, hoop op een goede toekomst, hoop op leven. Ook als wij in de put zitten, moedeloos zijn en het niet meer weten. Het verdriet over een verlies kan ons helemaal in beslag nemen en ons alle hoop en vertrouwen doen verliezen. We zijn in verwarring. Hoe moet het verder? Wat mogen we nog verwachten? Zullen we ooit weer vreugde en blijdschap kennen?

Wij hoeven niet te wanhopen. Wij mogen juist vertrouwen, Wij mogen ons vertrouwen op Jezus stellen. Hij is onze hoop. Hij nodigt ons uit zijn leerlingen te zijn. Zoals Hij zich met ons verbindt, zo mogen wij ons met Hem verbinden. Wij mogen delen in zijn heerlijkheid. Deze belofte is er voor ieder van ons en voor al onze dierbaren. Amen.

De Barmhartige; Jer 31,7-9; Heb 5,1-6; Mc 10,46-52

Moslims hebben 99 schone namen voor God. De belangrijkste is: ar-Rahman, de Barmhartige. Ook voor ons is God de Barmhartige. Vandaag horen we over de barmhartigheid van God. De eerste lezing is een jubellied op Gods barmhartigheid. Hij heeft zijn volk gered en teruggevoerd uit de ballingschap. Hij brengt zijn volk bijeen, heeft het getroost als een vader. Dit is de roeping die God heeft voor iedere mens. Iedere mens is geboren voor een gelukkig en liefdevol leven. Het geluk is niet maakbaar. Het is vooral een geschenk van God aan ons. Dit geschenk vraagt echter wel onze medewerking. Het vraagt van ons we dat ervoor open staan, dat we het geschenk willen ontvangen en aanvaarden. Ontvankelijk zijn is leven vanuit de hoop.

God roept zijn volk terug uit de ballingschap. Hij zal het volk terugvoeren naar het beloofde land, naar Israël. Dat vraagt echter wel dat de mensen zelf op reis gaan. Ze moeten vertrouwen op Gods belofte en zullen zelf hun land weer moeten opbouwen. Dat is de weg van de hoop die hen het toegezegde geluk zal brengen. In het Evangelie horen we de mensen Bartimeüs toeroepen: “Heb goede moed! Sta op, Hij roept u.” Ook Bartimeüs moet in beweging komen. Maar ondertussen geeft Jezus hem alle vrijheid. Hij moet zelf kiezen. “Wat wilt u dat Ik voor u doe?”

Bartimeüs gelooft dat Jezus een bijzonder mens is. Hij noemt Jezus Zoon van David. Dat is niet zo maar een titel. Dat is een titel met een grote belofte. Bartimeüs vertrouwt erop dat die belofte er ook voor hem is. Bartimeüs is een mens met hoop. Hij hoopt op Gods barmhartigheid. Hij vertrouwt erop dat Jezus in staat is hem te laten zien. Hij antwoordt aan Jezus: “Rabboeni, maak dat ik kan zien.” Daarop zegt Jezus: “Ga, uw geloof heeft u genezen.” Maar Bartimeüs is helemaal niet van plan te gaan. Hij kan inderdaad weer zien. De ogen zijn hem opengegaan. Maar dit is niet alleen in letterlijke betekenis het geval. Bartimeüs ziet dat Jezus werkelijk de Messias is. Bartimeüs volgt Jezus op zijn tocht naar Jeruzalem. Dit is de roeping die Jezus heeft gekregen: opgaan naar Jeruzalem. In de brief aan de Hebreeën gaat het over de roeping van Jezus: Hij is de door God geroepen hogepriester die zijn leven heeft geofferd om ons te redden.

Bartimeüs kwam tot het inzicht dat hij Jezus moest volgen, dat het volgen van Jezus zijn roeping is. Hij wist dat het volgen van Jezus hem gelukkig zou maken. Ook wij volgen Jezus, ook wij zijn zijn leerlingen. Het grootste geluk dat ons kan overkomen is dat wij anderen tot zijn leerling weten te maken. Een ander gelukkig maken, maakt jezelf werkelijk gelukkig. Het geluk dat God ons geeft, willen we niet voor onszelf houden. We willen de liefde en het geluk delen met alle mensen. Dit delen gaat niet ten koste van ons eigen geluk. Dit delen van geluk vergroot ook ons eigen geluk.

Dit is ook wezenlijk aan onze hoop. Hoop is iets anders dan optimisme. De optimist denkt: het komt wel goed; het zal zo’n vaart niet lopen; ze lossen het wel op. De optimist ziet het wel gebeuren. Optimisme leidt tot passiviteit, hoop leidt tot actie. Iemand die hoopt, komt zelf in actie. Hoopvolle mensen denken: we gaan er wat aan doen. Zij hebben een doel voor ogen, een doel dat een inspanning en een offer waard is.

Hoop is de basis van het werken aan het Rijk Gods. Het Rijk Gods is geen kwestie van maakbaarheid, geen kwestie van het realiseren van doelen. Wij mensen zijn helemaal niet in staat het Rijk Gods te realiseren. En toch worden wij uitgenodigd eraan te werken. Wij worden uitgenodigd te werken aan een niet te bereiken doel. Het is de hoop die ons ervan overtuigd, dat we desondanks werken aan de verbetering van de wereld, dat we hoe dan ook bijdragen aan het realiseren van Gods droom, dat we werken aan het geluk van onze medemensen. Uiteindelijk zal God ons werk voltooien en het Rijk Gods tot stand brengen.

Bartimeüs volgde Jezus op zijn weg naar Jeruzalem. Dat was zijn bijdrage aan de komst van het Rijk Gods. Volgen wij Bartimeüs in zijn hoop? Amen.

Zelfgerichte praatjesmakers; Heb 4,14-16; Mc 10,35-45

Het is eigenlijk een heel hoopvol verhaal, de Evangelielezing van vandaag. De leerlingen van Jezus zijn jonge mannen die het wel zien zitten een mooie functie te hebben in een rijk waarin Jezus de hoofdrol speelt. Het zijn jongelui die geen last hebben van valse bescheidenheid: natuurlijk kunnen wij dat aan. En Jezus moet inderdaad concluderen dat zij in staat zijn de zware taak van de opbouw van de Kerk op zich te nemen en dat zij bereid zullen zijn net als Jezus zelf hun leven daarvoor te geven. Deze zelfgerichte praatjesmakers worden ware dienaars van mensen en verkondigers van het Evangelie. Zij staan aan de basis van een missionaire Kerk.

Zo mogen ook wij hoopvol zijn over de jeugd van tegenwoordig. We mogen hoopvol zijn over onze kinderen en kleinkinderen. We mogen hoopvol zijn over onszelf. Als het erop aankomt is menigeen tot grote daden in staat. Jezus geeft aan welke vorm die grote daden moeten aannemen. Hijzelf geeft ons het voorbeeld. “De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.” Ook van ons wordt gevraagd dienstbaar te zijn: dienstbaar aan elkaar, dienstbaar aan onze medemensen, dienstbaar aan de wereld.

In de brief aan de Hebreeën gaat het over Jezus als de verheven hogepriester. Deze hogepriester is mens geweest zoals wij. Hij kent al onze zwakheden en tekortkomingen. Hij geeft ons ook de genade en de hulp die wij nodig hebben, om op onze beurt dienaar en dienstbaar te zijn in onze wereld.

Dienstbaar zijn is er zijn voor anderen, je leven richten op anderen en je leven in dienst stellen van anderen. Voor Jezus betekende dat “zijn leven te geven als losprijs voor velen”. Voor Hem betekende dat de dood aan het kruis. Dat betekent niet dat ook wij net als veel van de eerste leerlingen martelaren moeten worden. Je kunt je leven ook geven zonder het te verliezen. Je kunt je leven geven en daar zelf heel gelukkig van worden. Je geeft je leven door er voor een ander te zijn.

Van paus Franciscus zijn de volgende woorden over gelukkig worden: “Echte vreugde komt voort uit een ontmoeting, uit een relatie met anderen, uit het gevoel aanvaard te worden, begrepen te zijn en bemind. Aanvaarden, verstaan en beminnen, zijn cruciale begrippen als het om vreugde gaat.” Aanvaarden, verstaan en beminnen zijn uitingen van dienstbaarheid naar elkaar. Elkaar werkelijk ontmoeten vraagt om een dienstbare houding.

Deze week is het de laatste week van de synode over de synodaliteit. De deelnemers spreken in Rome over de toekomst van de Kerk. Het gaat over gemeenschap, deelname en missie. Ook dat vraagt een houding van dienstbaarheid. Het vraagt ontmoeting en het vraagt naar elkaar luisteren.

Het is vandaag Missiezondag. Overal vieren katholieke gelovigen in gebed en solidariteit hun wereldomvattende gemeenschap. Vandaag is er een deurcollecte voor Missio. Wij zijn solidair met de mensen die te maken hebben met de stijging van de zeespiegel door de klimaatveranderingen.

Missionair zijn is niet: ik kom je even vertellen hoe het zit en wat je moet doen. Missionair zijn is op de eerste plaats luisteren naar de ander. Wat zijn de verlangens van de ander? Welke noden heeft mijn medemens? Als wij in staat zijn te luisteren, kunnen we ook begrijpelijk spreken. Als wij zien wat er om ons heen gebeurt, weten we hoe we met wijsheid het gesprek met anderen aangaan. Als wij werkelijk dienstbaar zijn vormen wij een missionaire Kerk. Amen.

Zo verborgen is God niet

Redactie: Peter Nissen
Titel: Zo verborgen is God niet: Mystiek en maatschappij bij Titus Brandsma
Uitgever: Boom, 2024
Prijs: € 22,90
ISBN: 9789024464791
Aantal pagina’s: 207

Pater Titus Brandsma schrijft: “Zo verborgen is God niet, wil Hij niet zijn, of voor het vindingrijke minnende hart is Hij te ontdekken, aan het van heimwee smachtende hart openbaart Hij Zich. Hij staat aan de deur en klopt en wacht dat Hem wordt opengedaan.” Mystiek is voor hem: “de vereniging van God met de mens en van de mens met God”. Elders schrijft hij: “God leeft in ons.” en “Het doel van de mens is God kennen, God beminnen, God dienen en dat niet zelf alleen, maar allen met elkaar in de gemeenschap met God.”

Brandsma heeft veel geschreven, geen dikke boeken maar veel artikelen en toespraken en meestal voor een breed publiek. Kerkhistoricus Peter Nissen heeft een bloemlezing samengesteld van teksten over mystiek en maatschappij. Brandsma schrijft over: “Hoe kan ik gelukkig worden? Wat is liefhebben? Kan ik God kennen en ervaren? Hoe bereiken we vrede, in onszelf en in de wereld? Hoe kan ik respectvol omgaan met mensen, met dieren, met de natuur? Wanneer ben je een held?”

Het ware, goede en schone

Mensen zijn op zoek naar waarheid, maar wat verstaan we onder waarheid? De Leidse rechtsfilosoof Andreas Kinneging definieert waarheid als volgt: “Waarheid is in abstracto het kenmerk van een juiste uitspraak over de werkelijkheid. Een ware uitspraak is dus een uitspraak die overeenstemt met de feitelijke werkelijkheid.” We gebruiken het woord waarheid echter ook in een veel bredere betekenis. Als we het hebben over de waarheid van het leven, hebben we het eerder over de zin en het doel van het leven, over liefde en over goed en kwaad. Als we het hebben over de ‘ware’ dan hebben het over iemand die bij ons past: ‘de ware Jacob’. Het gaat om de meest fundamentele vragen die een mens zich kan stellen.

Voor Griekse filosofen als Plato en Aristoteles ging het om het ware, goede en schone. Het verlangen van de filosoof is volgens Kinneging erop gericht “inzicht te verweven in het eeuwig en onveranderlijk Ware, Goede en Schone en daar aldus spiritueel deel aan te hebben. Die laatste is voor Plato de waarlijk, hoogste vorm van liefde.” Deze transcendente begrippen worden ook door christelijke denkers als Augustinus en Thomas van Aquino gebruikt. Zij verbinden het ware, goede en schone met God. God is het ware, goede en schone. Jezus Christus zegt van zichzelf: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” (Joh 14,6) De apostel Johannes schrijft: “God is liefde.” (1 Joh 4,8)

De mens is op zoek naar en gericht op het ware, goede en schone. Het dient als de maat voor zijn denken en handelen zijn leven te bepalen. De mens weet zich geroepen het ware, goede en schone in de wereld gestalte te geven en er zo deel aan te hebben. Dit geeft ook richting aan de kunst. Kinneging schrijft: “Kunst moet iets zeggen over het tijdloze, eeuwige en universele Goede, het Schone en het Ware. Kunst is een pad naar een dieper inzicht daarin.”

In de moderniteit raken het idee van het ware, goede en schone onder invloed van het denken van de Verlichting en de Romantiek uit beeld. Nu staat het individu centraal en gaat het om begrippen als vrijheid, gelijkheid en zelfontplooiing. Het wetenschappelijk denken is de norm geworden, maar is dat de weg die we werkelijk willen gaan? Is het leven niet meer dan enkel wetenschap en rationaliteit?

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact september 2024

Een levend geloof; Jes 50,5-9a; Jak 2,14-18; Mc 8,27-35

Wat betekent geloven voor ieder van ons? Met de geloofsbelijdenis verwoorden wij zo meteen ons gezamenlijk geloof, het geloof van de Kerk. Maar dat betekent niet dat we allemaal precies hetzelfde geloven. Ieder van ons heeft daar zijn eigen ideeën bij. Ieder van ons leeft het geloof op een eigen manier. Zowel onze ideeën als onze manier van leven verandert in de loop van ons leven. We hebben een levend geloof, een geloof dat niet stil staat. In de geloofsbelijdenis spreken we uit dat we ìn God geloven, ìn de Vader, ìn de Zoon en ìn de heilige Geest. We spreken uit dat we op God vertrouwen, dat we ons leven in zijn handen leggen. Geloven is durven te vertrouwen. Geloof en hoop gaan hand in hand. Dat is ook wat Jesaja ons voorhoudt. Wat er ook gebeurt: “God de Heer zal mij helpen.”

Jakobus heeft een geheel andere boodschap. Voor hem is een levend geloof een geloof dat zichtbaar wordt in daden. “Zo is ook het geloof, op zichzelf genomen zonder zich in daden te uiten, dood.” Ik mag Jakobus wel. Hij is zeer duidelijk over hoe wij moeten leven. Gedurende deze weken staat zijn brief op het leesrooster. De boodschap is telkens weer dat wij ons geloof met onze daden zichtbaar moeten maken. Jakobus is een man van ‘geen woorden maar daden’.

En dan de vraag die Jezus stelt: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?” Het is een heel indringende vraag die Jezus aan zijn leerlingen stelt. Praten over wat anderen ervan vinden, dat is gemakkelijk, dat is ook een manier om jezelf te verstoppen: je verstopt je achter de mening van een ander en zelf zeg je niets fout, zelf neem je geen risico. Jezus neemt daar geen genoegen mee. Voor Hem was wat anderen over Hem denken, slechts een inleiding. Hij vraagt zijn leerlingen op de man af: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?”

Zoals vaker neemt Petrus het voortouw en spreekt de grote woorden: “Gij zijt Christus.” Vervolgens blijkt dat Petrus niet echt begrijpt wat hij zegt. Hij begrijpt niet dat de Christus, de Zoon van God, zal lijden en sterven om ons te redden en te verlossen. Petrus heeft zijn geheel eigen ideeën over de Christus, over de Redder van Israël. Het lijden en sterven komt daar niet in voor. De Christus is voor hem een overwinnaar naar menselijke maatstaven. Petrus is bij uitstek een voorbeeld van een levend geloof. Gedurende zijn leven komt hij een aantal keren tot geheel nieuwe inzichten. Zo groeit hij in het geloof. Zo kan hij ook de Kerk leiden.

Hoe zit dat bij ons? Ook ons wordt de vraag gesteld: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?” Welke ideeën hebben wij over Jezus? Hoe zien wij Hem? En hoe heeft Hij een plaats in ons leven?

Petrus en ongetwijfeld ook de andere leerlingen laten zich “leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.” Zes dagen na deze aanvaring met de leerlingen neemt Jezus Petrus, Jakobus en Johannes mee een hoge berg op. Daar verandert Hij van gedaante. Weer laat Petrus zich leiden door menselijke overwegingen: hij stelt voor drie tenten te bouwen, zodat ze in dat moment kunnen blijven. Dan klinkt er een stem uit de hemel: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.”

Voor een levend geloof is luisteren een essentiële voorwaarde. We moeten luisteren naar de Heer en luisteren naar elkaar. Paus Franciscus wenst een synodale Kerk, een luisterende Kerk. Luisteren is niet eenvoudig. Luisteren vraagt verbeeldingskracht. Het vraagt loskomen van onze eigen ideeën om erachter te komen wat de ander ons werkelijk te zeggen heeft. Ook een missionaire Kerk vraagt dat we naar elkaar luisteren. We moeten met elkaar in gesprek gaan. Door naar elkaar te luisteren, verkondigen wij ons geloof. Door ons voor elkaar open te stellen, zullen we allemaal veranderen. In het gesprek met elkaar luisteren we naar de stem van de Heer. In het gesprek is de heilige Geest actief aanwezig. Zo zijn wij leerlingen van Jezus en hebben we een levend geloof. Zo maken we met Hem Gods liefde voor allen zichtbaar. Zo voegen wij de daad bij het woord. Zo vormen wij een synodale en missionaire Kerk. Amen.

Keuzes maken; Joz 24,1-2a.15-17.18b; Ef 5,21-32; Joh 6,60-69

De afgelopen decennia hebben velen de Kerk de rug toegekeerd. Zij vonden daar niet wat ze zochten of misschien zochten ze überhaupt niet. Ook hebben misstanden in de Kerk dit proces versneld. Ook Jozua had met dergelijke mensen te maken. “Als gij de Heer niet wilt dienen, kies dan nu wie gij wel dienen wilt.” Jozua noemt een aantal alternatieve goden. Ook tegenwoordig is er volop keuze. We kunnen kiezen voor een sterke leider, voor de waarheid van de wetenschap, voor piekervaringen, extases en materiële welvaart. We kunnen ervoor kiezen uitsluitend ons eigen belang na te jagen.

Ook de woorden van Jezus vallen niet in goede aarde. Veel van zijn leerlingen zeiden: “Deze taal stuit iemand tegen de borst.” Velen trokken zich terug en Jezus vraagt aan de twaalf: “Wilt ook gij soms weggaan?” Mensen horen graag bij een groep, een groep die groot is en die aanzien heeft, een groep waarvoor je niet hoeft te schamen en een lidmaatschap dat je niet hoeft te verdedigen. Daarvoor moet echter niet bij Jezus zijn. Dat was toen het geval. Dat is in onze tijd weer aan de orde. Wat zoek je in die Kerk? Wat moet je met die God? Wat moet je met een Kerk waar misstanden zijn en moet je met een God die allerlei geweld en misstanden laat bestaan?

Zijn wij op zoek naar een volmaakte wereld? Zoeken wij een God die alle problemen oplost? Of aanvaarden we een schepping die ook natuurrampen kent? Aanvaarden we een gemeenschap met mensen, die fouten maken en niet zonder zonde zijn? Aanvaarden we bovendien dat ook wijzelf niet volmaakt zijn en de nodige tekortkomingen hebben? Zoeken we in een dergelijke wereld het goede, het ware en het schone? Zijn we in een dergelijke wereld op zoek naar liefde? Dan heeft Jezus wel een boodschap voor ons. Dan kunnen ook wij zeggen: “Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven en wij geloven en weten dat Gij de Heilige Gods zijt.”

Vanuit een dergelijke houding kunnen we een bijdrage leveren aan een betere wereld. Afgelopen weken heb we met een groep parochianen teksten van Etty Hillesum gelezen. Wij volgden haar op haar spirituele weg. Een citaat: “Ik zal je helpen God, dat je het niet in mij begeeft, maar ik kan van te voren nergens voor in staan. Maar dit éne wordt me steeds duidelijker: dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen en door dat laatste helpen wij onszelf.” We vinden God niet in het succes en in de overwinning. We vinden God in het zwakke en in het lijden. We vinden God in de barmhartigheid en in de liefde voor elkaar. Dat is de weg die Jezus ons leert en ons voorgaat.

Dan nog de woorden van Paulus: “Zo moet de vrouw háár man in alles onderdanig zijn.” Paulus is geen politicus, geen maatschappijhervormer. Hij moet Gods liefde voor alle mensen verkondigen. De bestaande maatschappelijke situatie is voor hem een gegeven. Die situatie wordt door hem wel naar een hoger plan gebracht. In de tijd van Paulus waren vrouwen ondergeschikt aan hun mannen, vrouwen, kinderen en slaven waren het eigendom van de man en daarmee waren zij afhankelijk van de willekeur van de man. Binnen deze situatie benadrukt Paulus het gebod van de liefde: de liefde als het leidend beginsel om alles anders te doen. Onderdanig zijn aan elkaar is de opdracht voor iedere christen. Onderdanig zijn is een vorm van liefdevolle dienstbaarheid naar elkaar. Dat geldt dus ook voor vrouwen.

De boodschap die Paulus voor mannen heeft, is veel indringender. Zij moeten hun vrouw liefhebben. De vrouw is dus geen speeltje of sloofje. Zij is er niet louter voor het genot en het gemak van de man. Voor Paulus is de liefde het leidende beginsel. Dat geldt zowel voor vrouwen als voor mannen. Liefde kan er alleen bestaan tussen mensen die elkaar als gelijkwaardig beschouwen. Paulus stelt dat allen aan elkaar gelijkwaardig zijn: Joden en Grieken, mannen en vrouwen. In onze tijd, waarin alle mensen aan elkaar gelijkwaardig zijn, geldt alles wat Paulus schrijft, zowel voor vrouwen als voor mannen. Amen.

Meer over deze woorden van Paulus vindt u hier.

Wat is waarheid?

In onze tijd wordt waarheid door velen gezien als een tamelijk absoluut begrip. Zaken zijn echt waar, zijn onomstotelijk waar. Waarheid is iets wat waargenomen en bewezen kan worden. Daarbuiten is er geen waarheid. Daarnaast is waarheid ook iets persoonlijks: ieder zijn eigen waarheid of bubbel van waarheid. Samen zorgen deze fenomenen ervoor dat een rustig gesprek, een dialoog over waarheid vrijwel onmogelijk is. We leven in een sterk gepolariseerde samenleving.

Het denken over waarheid is de afgelopen eeuwen aan verandering onderhevig geweest. Tot en met de Middeleeuwen waren de Griekse oudheid en de Kerk bepalend voor het denken over waarheid. De waarheid is transcendent, de waarheid is bij God. Hij is de waarheid. Het opkomende rationalisme en wetenschappelijk denken brengen veranderingen met zich mee. Waarheid wordt gevonden door ontdekkingsreizen, door onderzoek en door logisch denken. In de moderne tijd komen verschillende filosofen tot verschillende denkrichtingen. Vele elementen daaruit zijn herkenbaar in het denken in onze tijd.

Mijn vrouw en ik proberen in Leiden met twee katholieke natuurwetenschappers grip te krijgen op het onderwerp ‘geloof en wetenschap’. Kunnen geloof en wetenschap samengaan of zijn ze strijdig aan elkaar? Vind je de waarheid in het geloof of moet je de waarheid juist in de wetenschap zoeken?

Enkele eerste conclusies op dit gebied zijn de volgende. Geloof en wetenschap zijn met verschillende soorten vragen bezig. Het geloof zoekt antwoorden op vragen als waarom besta ik en waarom wil ik het goede doen? De wetenschap houdt zich hier helemaal niet mee bezig en is ook niet in staat op deze vragen antwoorden te geven. De wetenschap zoekt ook niet zozeer naar waarheid. De wetenschap formuleert modellen waarmee verschijnselen kunnen worden verklaard en voorspellingen mogelijk zijn. Als een model geen antwoorden heeft op nieuwe ontdekkingen, dan wordt het model aangepast. Een model is een instrument wat nuttig is zolang het werkt. Het kan best waar zijn, maar daar gaat het niet om en dat valt ook niet definitief te bewijzen.

Geloof en wetenschap doen als het goed is ook geen uitspraken over elkaar. Het zijn verschillende domeinen. Wel kunnen ze elkaar aanvullen. Daar waar ze elkaar tegenspreken vraagt dat om serieuze reflectie: ga ik als wetenschapper of ga ik als gelovige niet buiten mijn boekje met de uitspraken die ik doe.

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact juli 2024