Spring naar inhoud

Verbinding; 1 Kor 12,4-11; Joh 2,1-12

De evangelist Johannes vertelt hoe Jezus na de doop in de Jordaan een bruiloft in Kana bezoekt. Hier verricht Hij zijn eerste teken. Hier treedt Hij voor het eerst naar buiten en maakt Hij zich bekend. Lucas vertelt hoe met de komst van Jezus een genadejaar aanbreekt. Johannes laat zien wat dat betekent: Jezus komt ons vreugde brengen. In de Bijbel is wijn bij uitstek het symbool van vreugde. Met zijn menswording heeft Gods Zoon zich met ons verbonden. Hij is mens geworden zoals wij. Hij heeft zich met ieder van ons verbonden. Hij brengt vreugde voor ieder van ons.

Bij een bruiloft verbinden mensen zich met elkaar. Wij mensen zijn op veel verschillende manieren met elkaar verbonden. Sommige verbindingen kiezen we heel bewust zelf. Vele verbindingen komen op ons af. Zij worden ons gegeven. Dat begint al met onze geboorte. Het leven zelf wordt ons gegeven. Onze ouders en onze familie worden ons gegeven. Buren, klasgenoten, collega’s: ze worden ons gegeven. Wij mensen worden aan elkaar gegeven. Geschenken maken je verantwoordelijk. Zeker als het geschenk je uit liefde wordt gegeven. Daarmee kun je niet zomaar doen wat je wilt. Sterker nog: je wordt geacht het geschenk te koesteren.

De apostel Paulus schrijft over de gaven van de heilige Geest. Deze gaven krijgen wij tot welzijn van allen. Ook de ons gegeven verbindingen zijn geen vrijblijvende geschenken. Het zijn geschenken die we moeten koesteren. Het zijn geschenken om de gemeenschap op te bouwen. Het zijn geschenken tot welzijn van allen.

In onze tijd zijn we gewend veel verbindingen zelf te kiezen. Je kiest zelf je vrienden en je kiest zelf je levenspartner. In hoeverre je daarbij door de omstandigheden gestuurd wordt, laten we graag buiten beschouwing. Wij noemen onszelf onafhankelijk, vrij en zelfredzaam. In de tijd van Jezus stond de gemeenschap op de eerste plaats. Het individu was daaraan ondergeschikt. Je buren waren je vrienden en je trouwde met de man of vrouw die je ouders voor je uitzochten. ok op deze bruiloft van Kana gaat het ongetwijfeld om een gearrangeerd huwelijk. Verbindingen werden je aangereikt. Het waren geschenken die je moest koesteren.

Misschien vraagt u zich af: waar blijft dan de liefde? Ik hoorde ooit een Syriër over zijn gearrangeerde huwelijk vertellen. Hij was ervan overtuigd dat zijn ouders veel beter in staat waren geweest een vrouw te vinden die bij hem paste dan hijzelf. Hij was gelukkig en hield veel van zijn vrouw. Ook Jezus ziet dit niet als een tweederangs verbintenis. Hij ziet het als een bron van vreugde. En als het feest dreigt te mislukken, herinnert Maria Hem eraan wat zijn missie hier op aarde is: vreugde brengen aan de mensen. Dan toont Jezus zijn ware aard. Hij brengt vreugde in overvloed. Wat dacht u van zeshonderd liter wijn, terwijl de gasten blijkbaar al het nodige gedronken hadden. Zo overvloedig is ook Gods liefde en genade voor ons. Zo overvloedig is ook de Geest met zijn gaven aan ons. Zo wordt ons ook een overvloed van verbindingen aangereikt.

Wij zijn uitgenodigd daar ‘ja’ tegen te zeggen en ze liefdevol te maken. Dat doen we door Jezus te volgen, door zijn leerlingen te zijn. Dat doen we door ons met Hem te verbinden en te doen zoals Hij doet. Zo maken wij de ons aangereikte verbindingen liefdevol en tot een bron van vreugde. De meeste van onze verbindingen hebben we niet zelf gekozen. Het leven bestaat niet alleen uit mensen die we zelf gekozen hebben, uit mensen met wie we veel gemeen hebben. Ook die andere verbindingen vragen onze aandacht. Vriendelijkheid en omzien naar elkaar bouwen de gemeenschap op. Dat begint dicht bij huis, dicht bij ons dagelijks leven. Jezus heeft zich met ons verbonden. Wij worden uitgenodigd ons met elkaar te verbinden.

Vandaag begint de Week van gebed voor de Eenheid. We bidden dat alle christenen zich – als leerlingen van Jezus – met elkaar verbonden weten, dat ze één gemeenschap vormen. Door alle gaven van de Geest en al onze werkzaamheden bij elkaar te brengen in één gemeenschap, in de Kerk van Christus, werken wij aan verbindingen tussen de mensen. Zo brengen wij liefde in deze wereld. Amen.

Een interreligieuze ontmoeting; Mt 2,1-12

In de Kerstnacht hoorden we het verhaal van de geboorte van Jezus en hoe de herders hiervan hoorden en Hem gingen zoeken. Vandaag horen we hoe Wijzen uit het oosten het pasgeboren Kind hulde komen brengen. Vroeger spraken we over de openbaring aan de joden en over de openbaring aan de heidenen. Het eerste was direct bij de geboorte aan de herders en het tweede later aan de Wijzen. De Wijzen staan dan voor de heidenen uit alle windstreken.

Ik zou hier liever willen spreken van een interreligieuze ontmoeting. De Wijzen waren ongetwijfeld mensen met een godsdienst. Zij bestudeerden de sterren. Dat was destijds een religieuze bezigheid. De sterren werden gezien als boodschappers van de goden.

Sinds het Tweede Vaticaans Concilie heeft de Kerk aandacht voor andere godsdiensten en is daarmee in gesprek. Niet om deze mensen onmiddellijk tot het christendom te bekeren, maar om de eenheid en liefde tussen alle mensen te bevorderen. Samen kunnen we bijdragen aan een betere wereld, aan een wereld waar vrede heerst. Dit jaar vieren we dat het zestig jaar geleden is dat de tekst van Nostra aetate door het Concilie werd goedgekeurd. Deze verklaring gaat over de houding van de Kerk ten opzichte van de niet-christelijke godsdiensten.

Hierin lezen we het volgende: “De katholieke Kerk wijst niets af van wat er aan waars en heiligs is in deze godsdiensten. Met oprechte eerbied beschouwt zij die vormen van handelen en leven, die normen en leerstelsels, die wel in vele opzichten afwijken van hetgeen zijzelf gelooft en voorhoudt, maar toch niet zelden een straal weerkaatsen van de Waarheid, die alle mensen verlicht. Zij spoort daarom haar kinderen aan om met voorzichtigheid en liefde, door een dialoog en door samenwerking met de volgelingen van andere godsdiensten, en daarbij altijd het getuigenis gevend van christelijk geloof en leven, de geestelijke en morele goederen en ook de sociaal-culturele waarden, die deze godsdiensten bezitten, te erkennen, te bewaren en te bevorderen.”

Namens het bisdom Rotterdam ben ik lid van de Contactraad voor Interreligieuze Dialoog van de r.-k. Kerk in Nederland. In dat kader ben ik bezig om samen met twee moslims – een jong Turks echtpaar – een interreligieuze wandeling in Leiden te ontwikkelen. Op de dag voor Kerstmis liepen wij samen als eerste test deze wandeling. We liepen langs twee moskeeën, de synagoge en een aantal kerken. Het was een wat druilerige ochtend, maar dat was geen probleem. Het was een zeer inspirerende wandeling. Het is leuk om allerlei weetjes met elkaar uit te wisselen. Wist u dat er allemaal halve maantjes op het stadhuis van Leiden staan? En wist u dat het Koninkrijk der Nederlanden een eeuw geleden het grootste moslimrijk ter wereld was? Na de viering kan ik u daar meer over vertellen.

We spraken samen over onze godsdiensten, over de Kerststalletjes die overal te zien waren, over wat er in de Koran staat over de geboorte van Jezus, over de overeenkomst tussen de christelijke diaconie en de zakaat in de islam. Zo hoorde ik dat Maria in de Koran de enige vrouw is die bij haar naam genoemd wordt. Zij staat in de islam hoog in aanzien. Aan het einde van de wandeling kreeg ik een Kerstkaart van hen. Thuis aangekomen vond ik daarop een prachtige en ontroerende tekst. Een tekst die ik u niet wil onthouden.

“Beste Pier, In deze bijzondere tijd van het jaar is het inspirerend om de boodschap van vrede, begrip en liefde te herinneren. Zowel de islam als het christendom benadrukken het belang van dankbaarheid en verbondenheid met God.

In dit kader willen wij graag de volgende prachtige woorden met u delen:
– ‘Als je dankbaar bent, zal ik je zeker meer geven.’ (Koran)
– ‘Wees in alle omstandigheden dankbaar, want dit is wat God van u wil.’ (Bijbel)
Daarnaast is het leven van Maria (Maryam), haar opoffering en haar zuivere houding een grote bron van inspiratie voor ons allemaal.
– ‘Wees gegroet, vrouw vol genade! De Heer is met u.’ (Bijbel)
– ‘God heeft u gekozen en u verheven boven alle vrouwen in de wereld.’ (Koran)

Moge deze periode een gelegenheid zijn voor de mensheid om een pad van liefde, vrede en begrip te bewandelen. Het verdiepen van onze gemeenschappelijke waarden, geeft ons vreugde. Fijne kerstdagen.”

Daar heb ik weinig aan toe te voegen. Amen.

Toelichting:
De halve maantjes op het stadhuis van Leiden herinneren aan de watergeuzen, die Leiden hebben ontzet. Zij droegen halve maantjes op hun kleding met de tekst ‘Liever Turks dan Paaps’. In het islamitische Ottomaanse Rijk was destijds meer godsdienstvrijheid dan onder de katholieke koning Filips II van Spanje.

Momenteel is Indonesië het land met de meeste moslims. Destijds was dit land een kolonie van Nederland en zo was het Koninkrijk der Nederlanden toen het grootste moslimrijk ter wereld. Een gevolg daarvan is dat de Universiteit van Leiden nog steeds een belangrijke leerstoel islam kent en dat hier veel documentatie over de islam beschikbaar is.

De waarheid ontmoeten; Joh 1,1-18

Vannacht werd het verhaal van de geboorte van Jezus verteld met de woorden die Lucas heeft opgeschreven. Een heel menselijk verhaal over aanstaande ouders op reis. Deze ouders vinden onderdak in een stal. Daar wordt het kind geboren. Van dat kind zegt de engel: “Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer.” (Lc 2,11) Deze ochtend horen hetzelfde verhaal vertelt door Johannes. Johannes vertelt het op een geheel andere manier. Hij gebruikt geheel andere woorden: “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.” Met deze tekst dringt Johannes diep door in het mysterie van de menswording van God. Hij gebruikt hierbij de woorden ‘woord’ en ‘vlees’.

‘Woord’ is de vertaling van het Griekse ‘logos’. Logos heeft een bredere betekenis dan ons ‘woord’. Het betekent ‘woord’, maar ook ‘kennis’ en het vermogen om te kennen. Aan het einde van zijn leven, aan het Laatste Avondmaal verbindt Jezus Gods Woord met waarheid. “Uw woord is waarheid.” (Joh 17,17) En van Zichzelf zegt Hij: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” (Joh 14,6) Gods Woord, de waarheid wordt mens, een mens van vlees en bloed. Het woord vlees wijst op de lichamelijkheid van Jezus. Jezus is geen geest, geen mythologische figuur. Hij is ook geen hologram, geen product van kunstmatige intelligentie. Hij is waarlijk een mens, een mens van vlees en bloed. Ook de woorden ‘Woord’ en ‘Licht’ zijn direct met elkaar verbonden. Denk aan de tekst uit Psalm 119: “Uw woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad.” Jezus is zowel het Woord als het Licht.

De menswording van God is nodig om ons tot de waarheid te brengen. De Wet van Mozes gaf leefregels. De komst van Jezus in de wereld brengt ons tot de waarheid zelf. In Jezus wordt Gods waarheid geopenbaard. Juist in onze tijd is dit een belangrijk gegeven. Er is veel verwarring over wat waarheid is en wat waar is. Onze wereld verkeert wat dat betreft in duisternis. Toch blijven mensen naar waarheid zoeken. Paus Franciscus schreef in 2013 in de encycliek Lumen fidei: “In de huidige cultuur zijn we vaak geneigd enkel de technologie als waarheid te aanvaarden: wáár is wat de mens met zijn wetenschap kan maken en meten.” Vervolgens heeft de paus het over individuele waarheid. Je hoort vaak: ‘Ieder zijn eigen waarheid.’ De paus schrijft: “De grote waarheid, die het geheel van het persoonlijk en maatschappelijk leven verklaart, wordt met argwaan bejegend. (…) Men is niet meer geïnteresseerd in de vraag naar de universele waarheid, die ten diepste ook de vraag naar God is.”

Ondertussen zijn we al weer tien jaar verder. Nu wordt er beweerd dat wetenschap ook maar een mening is. Daarnaast is er de opkomst van kunstmatige intelligentie, zijn er volop complottheorieën en zaaien trollen onrust op internet. Het wordt steeds moelijker nepnieuws van echt te onderscheiden. Wat is waarheid? Wat is waar? Waarheid bestaat niet uit de verzameling feiten die je op internet vindt. Waarheid is meer dan kennis. Waarheid heeft te maken met verstaan. Daar heb je elkaar voor nodig. Hoe begrijpen wij, hoe verstaan wij de wereld om ons heen. Paus Franciscus wijst op de relatie van de waarheid met de liefde. Liefde en waarheid kunnen niet zonder elkaar. “Liefde en waarheid kan men niet scheiden; zonder liefde wordt de waarheid koud, onpersoonlijk en belastend voor het concrete leven van een mens.”

De zoektocht naar waarheid vraagt om relaties, vraagt om dialoog. Zo komen we tot gezamenlijke en gedeelde kennis, tot een zienswijze vanuit het perspectief van een gemeenschappelijke kijk op de wereld. Dat vraagt dat we elkaar als mensen ontmoeten. Dat we met elkaar in gesprek gaan en ons leven met elkaar delen. Het vraagt niet alleen om een ontmoeting van hoofd tot hoofd, een ontmoeting van geest tot geest. Het vraagt ook om een ontmoeting van hart tot hart, een ontmoeting van vlees tot vlees. Het vraagt een fysieke ontmoeting, om lichamelijke aanwezigheid. Het vraagt ook dat we met elkaar eten en drinken. Ontmoeting is ook nodig om te ontsnappen aan de groeiende tweedeling in onze samenleving en aan de groeiende polarisatie. Niemand heeft de waarheid in pacht. De waarheid ligt ook niet in het midden in het compromis. De waarheid ligt buiten ons zelf. We moeten er samen naar zoeken.

Juist in het elkaar ontmoeten is Jezus ons voorgegaan. Hij was en is nog steeds lichamelijk onder ons aanwezig. Hij is aanraakbaar en raakt zelf de mensen aan. Op deze wijze wordt Hij ook in ons geboren. Hij die de waarheid zelf is. Zo laat Hij ons Gods heerlijkheid aanschouwen. De Eniggeboren Zoon, Hij doet ons God kennen. Laten ook wij ons door Hem aanraken.

Ik wens u allen een zalig Kerstfeest. Amen.

Bereidt de weg van de Heer; Bar 5,1-9; Fil 1,3-6.8-11; Lc 3,1-6

Veertig jaar geleden ging ik jaarlijks met een stel vrienden naar Frankrijk om daar te fietsen, het liefst in het hooggebergte, in de Alpen of in de Pyreneeën. Op die fietstochten dacht ik wel eens: er valt hier nog een hoop te doen: de bergen slechten en de dalen opvullen, zodat er een mooi vlak land ontstaat zoals wij dat hier in Nederland gewend zijn.

Het beeld van het aanleggen van mooie vlakke en rechte wegen vinden we op verschillende plaatsen in de Bijbel. Dit beeld keert jaarlijks terug in de lezingen op de tweede zondag van de Advent. Het is een beeld dat past bij het heuvelachtige en bergachtige Israël. En het past bij een tijd waarin het reizen vooral te voet ging. Denk aan de reis van Maria naar haar nicht Elisabeth en van Jozef en Maria naar Betlehem.

“Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.” Ook wij worden opgeroepen alle obstakels op te ruimen, alle obstakels die de komst van de Heer in de weg staan. Nu is het niet zo dat de Heer zich laat tegenhouden door obstakels. Hij komt hoe dan ook, wat er ook gebeurt. Niemand houdt Hem tegen. Maar het is wel de vraag of wij dat in de gaten zullen hebben. De obstakels staan niet zozeer de Heer in de weg; de obstakels staan ons in de weg de komst van de Heer te ervaren.

De komst van de Heer vieren we met Kerstmis. Dan vieren we de menswording van Gods Zoon. Het Woord is vlees geworden. De komst van Jezus in ons persoonlijke leven is iets dat niet aan Kerstmis gebonden is. Hij komt voortdurend in ons leven. Hij klopt voortdurend op onze deur. Als wij het horen, als wij opendoen, zal Hij bij ons te gast zijn. (Apk 3,20) De Heer komt tot ons in het Woord dat wij lezen, in de Bijbel. Hij komt tot ons in zijn wonderschone schepping. En Hij komt tot ons in onze medemens: in de armen, in de zieken, in de gevangenen, in de vreemdelingen en in hen die lijden onder de klimaatverandering, zoals op West-Flores. Als wij daar blind voor zijn, lopen we aan Hem voorbij.

Terug naar mijn fietstochten. Dat deed ik natuurlijk voor mijn plezier. Bergen en dalen en kronkelende wegen geven veel meer plezier dan aangeharkte rechte en vlakke wegen. Ik fietste ook vaak van hier naar mijn familie in Friesland. Ik verwachtte destijds dat de Afsluitdijk een lang en saai stuk zou zijn, maar dat viel reuze mee. Het water is voortdurend in beweging en er is van alles te zien: vogels, bootjes, de naderde kust van Friesland. Echt saai was de Wieringermeerpolder met zijn lange rechte wegen en een eindeloze herhaling van een boom, een hek en een boerderij en dan weer een boom, een hek en een boerderij. Juist het aangeharkte, het keurige, het zijn precies zoals het hoort kan ons behoorlijk benauwen.

Dat doet me denken aan wat paus Franciscus schreef in de encycliek ‘Verheugt u en juicht’, de encycliek over heiliging van ons leven. Hij schreef: “Wij moeten weliswaar de deur voor Jezus Christus openen, omdat Hij klopt en roept, maar soms vraag ik mij af of Jezus, ten gevolge van de verstikkende lucht van onze zelfbetrokkenheid, niet in ons aan het kloppen zal zijn om Hem daaruit te laten.” Door onze zelfbetrokkenheid, onze zelfgerichtheid zien we de ander over het hoofd. Ook de wonderen van de schepping zien we dan niet en we zijn doof voor het Woord van de Heer. Onze zelfgerichtheid leidt er ook toe dat we geen ruimte laten aan de Heer. Wij maken zelf wel uit wat de Heer van ons en vooral ook van anderen vraagt. Wij vormen ons een God naar onze eigen ideeën.

Maar Gods wegen zijn niet onze wegen. Zijn gedachten zijn niet onze gedachten. Wat recht en vlak is in de ogen van God gaat onze voorstelling ver te boven. Dat kun je misschien als bedreigend ervaren, maar dat is het zeker niet. Het is een boodschap van hoop. De hoop dat Hij ons ondanks alles toch zal vinden en dat wij Hem zullen ontmoeten. De hoop dat zijn liefde, zijn barmhartigheid recht en vlak maakt wat in onze ogen krom en oneffen is. Laten we ons als leerlingen van Jezus en als pelgrims van hoop vanuit die gedachte voorbereiden op de komst van de Heer. Laten we ons zo voorbereiden op het komende Kerstfeest. Dan zullen we ook net als de apostel Paulus bidden in blijdschap. Amen.

Leren luisteren

Auteur: Timothy Radcliffe
Titel: Leren luisteren: Een nieuwe bron van spirituele rijkdom
Uitgever: Antwerpen: Otheo, 2024
Prijs: € 19,99
ISBN: 978 90 8528 758 2
Aantal pagina’s: 188

De dominicaan Timothy Radcliffe verzorgde in 2023 voorafgaand aan de synode over synodaliteit een retraite voor de deelnemers en daarnaast meditaties tijdens de synode. Dit boek bevat zijn bijdragen hieraan. Hierin overweegt hij het wezen van de synodaliteit. Hij gaat in op wat mensen beweegt en tegenhoudt. Over angst schrijft hij, “dat moed zich vertaalt in de weigering slaaf te worden van zijn angst”. Het gaat om de “hoop voor de hele mensheid” die de synode bijeenbrengt. Het synodale proces vraagt dat we leren te luisteren naar elkaar en het vraagt geduld. Synodaliteit is een kwestie van lange adem en vertrouwen in de werking van de heilige Geest in iedere gedoopte. Verwacht geen snelle veranderingen op korte termijn. Synodaliteit gaat tegen onze huidige cultuur in en gaat over het wezen van de Kerk.

Het is zeer lezenswaardig en inspirerend boek. Het helpt ons ook in onze eigen lokale situatie synodaal te denken en te handelen, samen op zoek te gaan naar de waarheid. “De heilige Albertus de Grote (1200-1280), de leermeester van Thomas van Aquino, beweerde dat de grootste vreugde bestaat in ‘het samen zoeken naar de waarheid en het plezier van het gezelschap hierbij’.”

Wat is geloven?

In de serie over waarheid, geloof en wetenschap de vraag: wat is geloven? De Belgische filosoof Herman Den Dijn schrijft dat in onze geseculariseerde wereld velen het geloof zien als een rationele levensvisie, die met rationele argumenten bekritiseerd moet worden. Hij stelt daar tegenover: “De godsdienst is geen (primitieve) theorie over de werkelijkheid en haar causale verbanden, een theorie waarmee men best rekening houdt in de beheersing van de levensomstandigheden. Het gaat in de godsdienst integendeel om een waarheid en een visie die te maken hebben met de diepere zin van het menselijk leven.”

Het woord ‘geloven’ wordt op drie verschillende manieren gebruikt. Je kunt geloven dat iets waar is, je kunt in iemand geloven en je kunt iemand geloven. Het verschil tussen de gelovige en de niet gelovige wordt vooral omschreven met het wel of niet geloven dat God bestaat. In de geloofsbelijdenis van de r.-k. Kerk wordt het woord ‘geloven’ niet op deze wijze gebruikt. Hier is sprake van geloven in God de Vader, in God de Zoon en in God de heilige Geest. ‘Geloven in’ duidt op een relatie met degene in wie je geloof. Zoals je kunt zeggen dat je in je geliefde geloofd. Het drukt niet op de eerste plaats uit dat de ander bestaat maar dat je op hem kunt vertrouwen. Dat geldt ook voor iemand geloven. In de geloofsbelijdenis geldt dit voor de Kerk. De Kerk wordt geloofd.

In de Catechismus van katholieke Kerk lezen we onder meer: “Het geloof tracht te begrijpen: het is eigen aan het geloof dat de gelovige Hem beter wil leren kennen in wie hij gelooft, en dat hij beter wil begrijpen wat Hij geopenbaard heeft; een dieper gaande kennis zal op haar beurt een groter, steeds meer van liefde brandend geloof vragen.”

Het onwrikbare vertrouwen is het zeker weten van het geloof. Dat staat los van alle twijfel die we kunnen hebben ten aanzien van allerlei geloofswaarheden. Vertrouwen heb je in de God die liefde is, niet in een verzameling geloofszekerheden. God reduceren tot een verzameling geloofswaarheden en het kennen van de absolute waarheid betekent dat je God in je macht hebt. Geloven is overgave aan Hem op wie je vertrouwt. Trouw is zekerheid. Geloven vraagt ook om een zekere naïviteit. Jezus wijst zijn leerlingen terecht: “Laat die kinderen toch bij Mij komen en houdt ze niet tegen. Want aan hen die zijn zoals zij behoort het Koninkrijk Gods. Voorwaar, Ik zeg u: wie het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er zeker niet binnengaan.” (Mc 10,14-15)

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact november 2024

Eenvoud is het kenmerk van het ware

Het motto van de Leidse hoogleraar en medicus Herman Boerhave (1668-1738) luidt ‘Simplex sigillum veri’ (Eenvoud is het kenmerk van het ware). De oorsprong van dit motto is onbekend. Waarschijnlijk is het ouder dan Boerhave. In ieder geval komen we de gedachte ook al tegen bij Ockhams scheermes (de wet van de spaarzaamheid). De franciscaanse filosoof Willem van Ockham (1288-1347) stelde dat een eenvoudige oplossing altijd de voorkeur heeft boven een ingewikkelde. Hij ontleende het idee aan Aristoteles.

Mensen zijn geneigd eenvoud boven complexiteit te stellen, eenheid boven verscheidenheid. Dat zie in de mode. Hoezeer iedereen naar unieke zelfverwezenlijking streeft, zie heel veel mensen in vrijwel identieke kleding rondlopen. Kwalijker wordt het als zich dit uit in discriminatie van alles wat anders is. Ook in de zoektocht naar waarheid wordt gezocht naar eenduidigheid. Dit geldt zeker voor de wetenschap. Denk aan het willen unificeren van de verschillende krachten binnen de natuurkunde. Ook daarbuiten bepaalt dit idee het denken van mensen. Denk hierbij aan complotdenkers. Eenvoud en enkelvoudigheid wordt als positief gezien en complexiteit, veelvoud en verscheidenheid als negatief. Voor Meister Eckhart (1260-1328) vallen veel en veelheid onder het onvolmaakte. Daartegenover horen het ene of de eenheid bij Christus, de Zoon, de Waarheid. Zijn denken is verwant aan dat van Augustinus.

Hiertegenover staat het denken van de Zuid-Afrikaanse bisschop Desmond Tutu. Hij hield op 3 december 2008 in Den Haag de Haagse Burgerschapslezing. Heel enthousiast sprak hij over de schepping als een ‘orgie van creativiteit’ en een ‘vloed van verscheidenheid’. Een verscheidenheid die leidt tot een netwerk van onderlinge afhankelijkheid. Geen enkel deel van de schepping heeft betekenis los van het geheel. Geen enkele mens kan zonder de anderen. Tutu stelde dat God ons met de menswording van zijn Zoon vraagt zijn droom te realiseren: de droom van onderlinge afhankelijkheid van heel de schepping, de droom van verbondenheid van alle mensen met elkaar. Met vrede en eenheid realiseren we Gods droom: alle mensen levend in verbondenheid met elkaar en met respect voor de schepping waarvan zij afhankelijk zijn, en geen enkele mens die wanhoopt. Voor de gelovige is God liefde, waarheid en eenheid en is de schepping veelheid en verscheidenheid. De drie-ene God is niet alleen eenheid. Hij is in zichzelf ook relatie en gemeenschap. Door de liefde groeit er ook in de schepping eenheid in verscheidenheid.

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact oktober 2024

Allen broeders; Mc 13,24-32

Op de laatste zondagen van het kerkelijk jaar gaat het over het einde der tijden. Jezus spreekt over de verduistering van de zon en dat de maan geen licht meer zal geven. De politiek volgend krijg ik de indruk dat die verduistering ook in onze dagen aan de orde is. Het licht van de waarheid, het Woord van God lijkt ernstig verduisterd. Het zijn momenteel niet zo zeer de hemelse machten die in verwarring zijn. Vele politici zijn in verwarring geraakt. Verschillende bevolkingsgroepen worden tegen elkaar opgezet. Polarisatie en haat zaaien is aan de orde van de dag.

Wat moet ik met uitspraken van politici dat sommige groepen onze normen en waarden niet onderschrijven? Willen zij een moraalpolitie? Een moraalpolitie die onze gedachten en meningen gaat toetsen? Moeten allen die een afwijkende mening hebben het land worden uitgezet of worden opgesloten? En wat zijn ònze normen en waarden? De normen en waarden van politici die dergelijke uitspraken doen, zijn zeker niet mijn normen en waarden. Waar leidt dit toe als deze ontwikkeling zich verder doorzet? Moet ik gaan oppassen, omdat als katholiek respect heb voor mensen uit andere culturen en uit andere godsdiensten?

Gelukkig klinken er ook andere geluiden. Afgelopen vrijdag was ik bij een bijeenkomst over synodale Kerk. Synodaliteit betekent dat je taal niet gebruikt om elkaar af te maken, maar juist om respectvol met elkaar om te gaan. Synodaal taalgebruik is gezamenlijk zoeken naar waarheid.

In de encycliek Fratelli tutti (Allen broeders) pleit paus Franciscus voor grensoverschrijdende universele broederschap. Broederschap en sociale vriendschap beperken zich niet tot gelijkgestemden. De paus pleit voor echte ontmoeting tussen mensen en voor diepgaande communicatie en dialoog. Het gaat om het gestadig opbouwen van vriendschap en om het bereiken van een geleidelijk groeiende consensus. Gedeelde normen en waarden kun je niet als regering opleggen. Wel kun als samenleving samen op zoek gaan naar wat je bindt en wat je met elkaar deelt. Daarbij kun je respectvol omgaan met de verschillen die er ook zijn. We moeten niet bang zijn om met elkaar in gesprek te gaan.

De paus waarschuwt voor de verschillende vormen van populisme. Wanneer politici in naam van de welvaart haat en angst zaaien, moeten we ons zorgen maken, op tijd reageren en actie ondernemen. De liefde moet het spirituele hart van de politiek zijn. Dan is er openheid naar andere mensen. Dan is er aandacht voor de zwakke en noodlijdende mensen. De liefde respecteert en verwelkomt verschillen tussen mensen. De liefde brengt ons met elkaar in gesprek.

Het Evangelie van vandaag is niet alleen een aankondiging van rampspoed. Er is ook hoop. Jezus zegt: “Hemel en aarde zullen voorbijgaan maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.” Gods Woord van liefde blijft klinken. Het klonk aan het begin. Door zijn Woord is alles geschapen. “God bezag alles wat Hij gemaakt had, en Hij zag dat het heel goed was.” (Gn 1,31) Telkens weer sprak God tot de mensen. De profeten spraken zijn Woord. In Jezus Christus is het Woord van God vlees geworden. (Joh 1,14) Vandaag is Hij onder ons aanwezig in de Schriftlezing, in de Eucharistie en in ons samenzijn. Gods Woord blijft klinken door alle eeuwen heen. En altijd zullen er mensen zijn die zijn Woord verstaan. Altijd zal zijn licht een weg naar ons mensen vinden. Zijn liefde en trouw voor ons vergaat nooit. Amen.

Allerzielen; Sir 17,1-10; Joh 11,1.17.20-27

In de eerste lezing wordt het leven van ons mensen beschreven. God heeft ons geschapen. Hij heeft ons het beheer over zijn schepping gegeven. Het is onze taak goed voor de schepping te zorgen. God heeft ons een hart en een hoofd gegeven, zodat wij met liefde en met wijsheid kunnen oordelen, zodat wij het verschil zien tussen goed en kwaad. Zo zijn wij in staat zijn God te eren en goed te leven.

Wij geloven en bidden dat God onze dierbare overledenen bij Hem opneemt. Dat Hij allen thuisbrengt in zijn Vaderhuis. Zij mogen weer zingen, lachen, gelukkig zijn. Voor eeuwig mogen zij leven in Gods rijk van liefde en geluk. Wij kunnen ons geen enkele voorstelling maken van het leven na de dood, van het eeuwig leven. En toch hopen en verlangen wij naar dat volmaakte geluk. Wij noemen dat: het ware leven, het eeuwig leven. Diep in ons leeft er een verlangen naar het ware leven, wat dat ook moge zijn. Hoe wij ook verlangen naar dat ware leven, we zijn toch heel erg gehecht aan ons leven hier op aarde. We zijn gehecht aan elkaar en het kost ons moeite iemand te moeten laten gaan, iemand los te laten en uit handen te geven.

Vandaag gedenken wij onze dierbare overledenen. Over de dood heen weten wij ons met hen verbonden. De liefde die er tussen ons gegroeid is, is sterker dan de dood. De gemeenschap van de Kerk omvat niet alleen de mensen hier op aarde. Ook alle gestorvenen behoren bij onze gemeenschap. Onze aardse leven is tijdelijk. We worden geboren, groeien op en komen tot bloei. Net als alle andere leven hier op aarde komt ook ons aardse leven tot een einde. Ook wij mensen maken deel uit van een keten van geboren worden en doodgaan. Centraal in ons geloof staat de gedachte: God is liefde. Liefde laat zich niet ketenen door de dood. De liefde overwint de dood. Liefde gaat over de grenzen van de dood heen.

Jezus zegt tegen Marta: “Ik ben de verrijzenis en het leven.” Dat geldt niet alleen voor Marta, niet alleen voor haar broer Lazarus. Deze uitspraak van Jezus geldt voor alle mensen. Jezus geeft ons het leven. Hij is ons leven. Hij geeft ons leven over de aardse dood heen. Zoals Hijzelf uit de doden is opgestaan, zo mag iedereen eeuwig leven en weer opstaan op de laatste dag. Zo mogen onze dierbaren en zo mogen wij allen delen in het eeuwig leven van de verrezen Christus.

Jezus geeft ons hoop, hoop op een goede toekomst, hoop op leven. Ook als wij in de put zitten, moedeloos zijn en het niet meer weten. Het verdriet over een verlies kan ons helemaal in beslag nemen en ons alle hoop en vertrouwen doen verliezen. We zijn in verwarring. Hoe moet het verder? Wat mogen we nog verwachten? Zullen we ooit weer vreugde en blijdschap kennen?

Wij hoeven niet te wanhopen. Wij mogen juist vertrouwen, Wij mogen ons vertrouwen op Jezus stellen. Hij is onze hoop. Hij nodigt ons uit zijn leerlingen te zijn. Zoals Hij zich met ons verbindt, zo mogen wij ons met Hem verbinden. Wij mogen delen in zijn heerlijkheid. Deze belofte is er voor ieder van ons en voor al onze dierbaren. Amen.

De Barmhartige; Jer 31,7-9; Heb 5,1-6; Mc 10,46-52

Moslims hebben 99 schone namen voor God. De belangrijkste is: ar-Rahman, de Barmhartige. Ook voor ons is God de Barmhartige. Vandaag horen we over de barmhartigheid van God. De eerste lezing is een jubellied op Gods barmhartigheid. Hij heeft zijn volk gered en teruggevoerd uit de ballingschap. Hij brengt zijn volk bijeen, heeft het getroost als een vader. Dit is de roeping die God heeft voor iedere mens. Iedere mens is geboren voor een gelukkig en liefdevol leven. Het geluk is niet maakbaar. Het is vooral een geschenk van God aan ons. Dit geschenk vraagt echter wel onze medewerking. Het vraagt van ons we dat ervoor open staan, dat we het geschenk willen ontvangen en aanvaarden. Ontvankelijk zijn is leven vanuit de hoop.

God roept zijn volk terug uit de ballingschap. Hij zal het volk terugvoeren naar het beloofde land, naar Israël. Dat vraagt echter wel dat de mensen zelf op reis gaan. Ze moeten vertrouwen op Gods belofte en zullen zelf hun land weer moeten opbouwen. Dat is de weg van de hoop die hen het toegezegde geluk zal brengen. In het Evangelie horen we de mensen Bartimeüs toeroepen: “Heb goede moed! Sta op, Hij roept u.” Ook Bartimeüs moet in beweging komen. Maar ondertussen geeft Jezus hem alle vrijheid. Hij moet zelf kiezen. “Wat wilt u dat Ik voor u doe?”

Bartimeüs gelooft dat Jezus een bijzonder mens is. Hij noemt Jezus Zoon van David. Dat is niet zo maar een titel. Dat is een titel met een grote belofte. Bartimeüs vertrouwt erop dat die belofte er ook voor hem is. Bartimeüs is een mens met hoop. Hij hoopt op Gods barmhartigheid. Hij vertrouwt erop dat Jezus in staat is hem te laten zien. Hij antwoordt aan Jezus: “Rabboeni, maak dat ik kan zien.” Daarop zegt Jezus: “Ga, uw geloof heeft u genezen.” Maar Bartimeüs is helemaal niet van plan te gaan. Hij kan inderdaad weer zien. De ogen zijn hem opengegaan. Maar dit is niet alleen in letterlijke betekenis het geval. Bartimeüs ziet dat Jezus werkelijk de Messias is. Bartimeüs volgt Jezus op zijn tocht naar Jeruzalem. Dit is de roeping die Jezus heeft gekregen: opgaan naar Jeruzalem. In de brief aan de Hebreeën gaat het over de roeping van Jezus: Hij is de door God geroepen hogepriester die zijn leven heeft geofferd om ons te redden.

Bartimeüs kwam tot het inzicht dat hij Jezus moest volgen, dat het volgen van Jezus zijn roeping is. Hij wist dat het volgen van Jezus hem gelukkig zou maken. Ook wij volgen Jezus, ook wij zijn zijn leerlingen. Het grootste geluk dat ons kan overkomen is dat wij anderen tot zijn leerling weten te maken. Een ander gelukkig maken, maakt jezelf werkelijk gelukkig. Het geluk dat God ons geeft, willen we niet voor onszelf houden. We willen de liefde en het geluk delen met alle mensen. Dit delen gaat niet ten koste van ons eigen geluk. Dit delen van geluk vergroot ook ons eigen geluk.

Dit is ook wezenlijk aan onze hoop. Hoop is iets anders dan optimisme. De optimist denkt: het komt wel goed; het zal zo’n vaart niet lopen; ze lossen het wel op. De optimist ziet het wel gebeuren. Optimisme leidt tot passiviteit, hoop leidt tot actie. Iemand die hoopt, komt zelf in actie. Hoopvolle mensen denken: we gaan er wat aan doen. Zij hebben een doel voor ogen, een doel dat een inspanning en een offer waard is.

Hoop is de basis van het werken aan het Rijk Gods. Het Rijk Gods is geen kwestie van maakbaarheid, geen kwestie van het realiseren van doelen. Wij mensen zijn helemaal niet in staat het Rijk Gods te realiseren. En toch worden wij uitgenodigd eraan te werken. Wij worden uitgenodigd te werken aan een niet te bereiken doel. Het is de hoop die ons ervan overtuigd, dat we desondanks werken aan de verbetering van de wereld, dat we hoe dan ook bijdragen aan het realiseren van Gods droom, dat we werken aan het geluk van onze medemensen. Uiteindelijk zal God ons werk voltooien en het Rijk Gods tot stand brengen.

Bartimeüs volgde Jezus op zijn weg naar Jeruzalem. Dat was zijn bijdrage aan de komst van het Rijk Gods. Volgen wij Bartimeüs in zijn hoop? Amen.