Spring naar inhoud

Verlangend of zelfgenoegzaam? Lc 6,17.20-26

Ben je verlangend of ben je zelfgenoegzaam? Deze vraag stelt Jezus aan de leerlingen en aan de aanwezige volksmenigte afkomstig uit heel Israël. Met deze vraag richt Jezus zich ook tot ons. Ben je verlangend of ben je zelfgenoegzaam?

We kennen de zaligsprekingen vooral uit het evangelie volgens Matteüs. Bij Lucas zijn het vier zaligsprekingen en hij vult ze aan met vier wee-uitspraken. Met de wee-uitspraken ontstaat er een tegenstelling. Jezus plaatst de wee-uitspraken tegenover de zaligsprekingen. Zalig de armen, maar wee u, rijken. Zalig die nu honger hebben, maar wee u, die nu verzadigd zijt. Zalig die nu weent, maar wee u, die nu lacht. Zalig zij die gehaat worden, maar wee u, wanneer alle mensen lof over u spreken. Door de tegenstellingen worden we als christen voor een keuze geplaatst. Kies je als leerling van Jezus voor de ene of de andere levenswijze? Ben je verlangend of ben je zelfgenoegzaam? Arm zijn en honger hebben staan hier voor verlangend zijn, rijk en verzadigd zijn voor zelfgenoegzaamheid. Wie weent, weet dat hem nog van alles ontbreekt. Wie lacht is tevreden met zichzelf.

Hoe staan wij in het leven: zijn we verlangend en of zijn we zelfgenoegzaam. Verlangen wij naar het bevrijdende werk van Jezus? Verlangen wij naar het Rijk Gods dat Hij verkondigd? Zien wij onszelf als afhankelijk van Gods liefde en genade? Of verliezen wij ons in kortstondig plezier? Zijn wij vooral uit op ons eigen genieten? Denken wij ons geluk zelf in de hand te hebben? Deze vraag geldt voor ieder van ons. Deze vraag stelt Jezus aan jonge mensen die nog een heel leven voor zich hebben, zoals de jongeren die drie maanden geleden gevormd zijn. Deze vraag geldt net zo goed voor de volwassenen die midden in het leven staan, en voor de ouderen die weten dat hun leven eindig is.

Verlangend in het leven staan is ook hoopvol zijn. Je weet dat je niet alles zelf kunt, dat je afhankelijk bent van anderen en dat geluk afhankelijk is van Gods genade. Vanuit die houding hoop je dat God en andere mensen ervoor jou willen zijn. Als je zelf hoopvol en verlangend bent, zie je ook de hoop en verlangens van anderen. De hoop richt je op de ander. Je wilt er voor de ander zijn, zoals jij hoopt dat die ander er voor jou is. Je bent niet alleen op jezelf gericht. De hoop maakt ook dat je je leven ziet als een geschenk. Het leven is je gegeven en je vertrouwt erop dat dat geschenk goed voor je is. Je vertrouwt erop dat je in staat bent een goed en gelukkig mens te zijn. Dit maakt je ook realistisch in je verlangens.

Onlangs verscheen het boek Op een andere planeet kunnen ze me redden, geschreven door Lieke Marsman. Zij is 34 jaar en een succesvol schrijver en dichter. Zeven jaar geleden kreeg zij een ongeneselijke vorm van kanker. Van een ongelovige werd zij een gelovige. Ondanks alles blijft zij hopen dat er plotseling een medicijn voor haar zal zijn. Daarnaast is ze ook realistisch en weet ze dat dit haar leven is. Ze schrijft: “Al is dit niet de koers die ik voor mijn leven had uitgestippeld, al gaat dit allemaal buiten mijn wil en weten om: dit is wel mijn leven. Van mij. Ook als het mijn dood inluidt. En ook die gedachte lucht op. Dit is hoe mijn leven zich gekneed heeft. Ik leef het met moeite, maar graag.”

Wij zijn allemaal mensen. Ieder mens en elk leven heeft zijn beperkingen. Met sommige beperkingen moeten we leren leven: niet iedereen wordt topsporter of filmster. Niet iedereen heeft een prachtige kop vol krullen zoals ik vroeger had. Aan andere beperkingen mogen we werken in de hoop en vertrouwen dat het werkelijk beter kan. We kunnen eraan werken dat we liefdevolle mensen mogen zijn, dat we de vrede en verbondenheid onder de mensen bevorderen, dat we rechtvaardige mensen mogen zijn. God zal ons daarbij met zijn liefde en genade behulpzaam zijn. Als we zelfgenoegzaam zijn sluiten we ons daarvoor af. Als we als pelgrims van hoop verlangend en hoopvol zijn staan we ervoor open en zijn we ontvankelijk.

Leerling zijn van Jezus vraagt durf en moed om te kiezen voor geloof, hoop en liefde, te kiezen voor gerechtigheid en vrede. Er is moed voor nodig die weg van liefde en waarheid te gaan. Leerling zijn van Jezus vraagt om tegen de tijdgeest in te gaan.

Zalig is de leerling die het aandurft met lege handen te staan. Zalig is de leerling die het aandurft pijn te lijden. Zalig is de leerling die zijn vreugde niet zoekt in kortstondig plezier. Zalig is de leerling die tegen de stroom in durft te gaan. Zalig is de leerling die leeft vanuit hoop en verlangen. Amen.

Ik wens je een glimlach

Auteur: Paus Franciscus
Titel: Ik wens je een glimlach: Een handleiding voor geluk
Uitgever: Antwerpen: Halewijn, 2024
Prijs: € 19,95
ISBN: 978 90 8528 726 1
Aantal pagina’s: 216

Het boek bevat zo’n honderdtachtig korte teksten, citaten uit brieven, preken, toespraken en boodschappen van paus Franciscus. Het zijn teksten die je aanzetten te reflecteren op je leven, teksten die je laten nadenken en die je de weg wijzen tot een liefdevol en gelukkig leven, inspirerende, hoopvolle en troostende teksten. Een voorbeeld: “Laten we onze hoop en onze dromen steeds weer als wegwijzers beschouwen. (…) Onze dromen realiseren we door hoop te koesteren en geduld en toewijding aan de dag te leggen. Snelheid is hier niet aan de orde. (…) We moeten niet bang zijn om risico’s te nemen of fouten te maken. (…) Niemand heeft het recht je de hoop te ontnemen.”

De teksten zijn thematisch gegroepeerd in acht hoofdstukken met titels als: ‘Dromen over schoonheid’, ‘Waarom God vol vreugde is?’, ‘Vreugde heeft het laatste woord’ en ‘Wees hoop’. Naast deze teksten bevat het boek twaalf gebeden van de paus en een interview met hem. Een boek om dagelijks een tekst uit te lezen.

Armoede uitgelegd aan mensen met geld

Auteur: Tim ‘S Jongers
Titel: Armoede uitgelegd aan mensen met geld
Uitgever: De Correspondent, 2024
Prijs: € 22,00
ISBN: 978 94 9325 446 6
Aantal pagina’s: 192

“Armoede is zoveel meer dan geen geld hebben.” Armoede is geen kwestie “van gewoon een bijbaantje nemen en de tering naar de nering zetten”. Armoede houdt niet op zodra je geld hebt. Armoede is eeuwig en erfelijk. Tim ‘S Jongers beschrijft op indringende wijze wat armoede werkelijk voor mensen betekent. Hij groeide zelf op in armoede. Uiteindelijk ging hij studeren en nu is hij directeur van de Wiardi Beckman Stichting.

Het zijn de mensen met geld die beslissen over de situatie van de armen. Iemand uit Moerwijk in Den Haag vraagt zich bijvoorbeeld af waarom “de woningbouwcorporatie elke zeven jaar de gevel verfrist, maar dat de schimmels in de slaapkamer al ruim een decennium bloeien”. De armen wordt niets gevraagd. Zelfredzaamheid is voor de rijken. Allerlei subsidieregelingen zijn alleen toegankelijk voor mensen met geld. Armoede is een dagtaak. Armoede bestrijden kan pas als de mensen met geld anders naar armoede leren kijken. Daarom is dit zeer leesbare boek zo belangrijk.

Op een andere planeet kunnen ze me redden

Auteur: Lieke Marsman

Titel: Op een andere planeet kunnen ze me redden
Uitgever: Uitgeverij Pluim, 2025
Prijs: € 24,99
ISBN: 978 94 932 5698 9
Aantal pagina’s: 197

“Mensen vragen me nu enigszins smalend: dus jij gelooft in God? Mijn antwoord luidt: hoe heb ik ooit niét kunnen geloven? Waarom heb ik er ooit genoegen mee genomen dat ik zou moeten leven in een onttoverde wereld, een leven van leegheid, sleur, van onzinnige procedures en sociale conventies? Waarin je je moet houden aan ongeschreven regels, zoals dat je hond niet op je bed mag slapen, waarin je geluk moet doseren, waarin je altijd binnen de lijntjes moet kleuren en je iedere beslissing tot op het bot moet rationaliseren, ook al kom je keer op keer tot de conclusie dat je er op rationele wijze naast hebt gezeten? Dit is het dichtst bij een openbaring dat je als mens kunt komen: niet de wetenschap dat er een God bestaat, maar de wetenschap dat je het jezelf toestaat te geloven in dingen die je niet kunt toetsen.”

Lieke Marsman lijdt aan een ongeneselijke kanker en komt als overtuigd atheïst tot geloof. Het boek bevat zes essays over geloof, hoop, eenzaamheid en wetenschappelijk onverklaarbare verschijnselen, over leven en doodgaan. Deze worden afgewisseld met dagboeknotities over haar ziekte en de naderende dood. “Er is misschien een bovennatuurlijke kracht. Er is misschien een medicijn tegen mijn ziekte. Het leven is het misschien waard te leven – en vanwege dat misschien is het dat zeker.” Ze weet dat dit haar leven is. “Al is dit niet de koers die ik voor mijn leven had uitgestippeld, al gaat dit allemaal buiten mijn wil en weten om: dit is wel mijn leven. Van mij. Ook als het mijn dood inluidt. En ook die gedachte lucht op. Dit is hoe mijn leven zich gekneed heeft. Ik leef het met moeite, maar graag.”

Een bijzonder boek.

Verbinding; 1 Kor 12,4-11; Joh 2,1-12

De evangelist Johannes vertelt hoe Jezus na de doop in de Jordaan een bruiloft in Kana bezoekt. Hier verricht Hij zijn eerste teken. Hier treedt Hij voor het eerst naar buiten en maakt Hij zich bekend. Lucas vertelt hoe met de komst van Jezus een genadejaar aanbreekt. Johannes laat zien wat dat betekent: Jezus komt ons vreugde brengen. In de Bijbel is wijn bij uitstek het symbool van vreugde. Met zijn menswording heeft Gods Zoon zich met ons verbonden. Hij is mens geworden zoals wij. Hij heeft zich met ieder van ons verbonden. Hij brengt vreugde voor ieder van ons.

Bij een bruiloft verbinden mensen zich met elkaar. Wij mensen zijn op veel verschillende manieren met elkaar verbonden. Sommige verbindingen kiezen we heel bewust zelf. Vele verbindingen komen op ons af. Zij worden ons gegeven. Dat begint al met onze geboorte. Het leven zelf wordt ons gegeven. Onze ouders en onze familie worden ons gegeven. Buren, klasgenoten, collega’s: ze worden ons gegeven. Wij mensen worden aan elkaar gegeven. Geschenken maken je verantwoordelijk. Zeker als het geschenk je uit liefde wordt gegeven. Daarmee kun je niet zomaar doen wat je wilt. Sterker nog: je wordt geacht het geschenk te koesteren.

De apostel Paulus schrijft over de gaven van de heilige Geest. Deze gaven krijgen wij tot welzijn van allen. Ook de ons gegeven verbindingen zijn geen vrijblijvende geschenken. Het zijn geschenken die we moeten koesteren. Het zijn geschenken om de gemeenschap op te bouwen. Het zijn geschenken tot welzijn van allen.

In onze tijd zijn we gewend veel verbindingen zelf te kiezen. Je kiest zelf je vrienden en je kiest zelf je levenspartner. In hoeverre je daarbij door de omstandigheden gestuurd wordt, laten we graag buiten beschouwing. Wij noemen onszelf onafhankelijk, vrij en zelfredzaam. In de tijd van Jezus stond de gemeenschap op de eerste plaats. Het individu was daaraan ondergeschikt. Je buren waren je vrienden en je trouwde met de man of vrouw die je ouders voor je uitzochten. ok op deze bruiloft van Kana gaat het ongetwijfeld om een gearrangeerd huwelijk. Verbindingen werden je aangereikt. Het waren geschenken die je moest koesteren.

Misschien vraagt u zich af: waar blijft dan de liefde? Ik hoorde ooit een Syriër over zijn gearrangeerde huwelijk vertellen. Hij was ervan overtuigd dat zijn ouders veel beter in staat waren geweest een vrouw te vinden die bij hem paste dan hijzelf. Hij was gelukkig en hield veel van zijn vrouw. Ook Jezus ziet dit niet als een tweederangs verbintenis. Hij ziet het als een bron van vreugde. En als het feest dreigt te mislukken, herinnert Maria Hem eraan wat zijn missie hier op aarde is: vreugde brengen aan de mensen. Dan toont Jezus zijn ware aard. Hij brengt vreugde in overvloed. Wat dacht u van zeshonderd liter wijn, terwijl de gasten blijkbaar al het nodige gedronken hadden. Zo overvloedig is ook Gods liefde en genade voor ons. Zo overvloedig is ook de Geest met zijn gaven aan ons. Zo wordt ons ook een overvloed van verbindingen aangereikt.

Wij zijn uitgenodigd daar ‘ja’ tegen te zeggen en ze liefdevol te maken. Dat doen we door Jezus te volgen, door zijn leerlingen te zijn. Dat doen we door ons met Hem te verbinden en te doen zoals Hij doet. Zo maken wij de ons aangereikte verbindingen liefdevol en tot een bron van vreugde. De meeste van onze verbindingen hebben we niet zelf gekozen. Het leven bestaat niet alleen uit mensen die we zelf gekozen hebben, uit mensen met wie we veel gemeen hebben. Ook die andere verbindingen vragen onze aandacht. Vriendelijkheid en omzien naar elkaar bouwen de gemeenschap op. Dat begint dicht bij huis, dicht bij ons dagelijks leven. Jezus heeft zich met ons verbonden. Wij worden uitgenodigd ons met elkaar te verbinden.

Vandaag begint de Week van gebed voor de Eenheid. We bidden dat alle christenen zich – als leerlingen van Jezus – met elkaar verbonden weten, dat ze één gemeenschap vormen. Door alle gaven van de Geest en al onze werkzaamheden bij elkaar te brengen in één gemeenschap, in de Kerk van Christus, werken wij aan verbindingen tussen de mensen. Zo brengen wij liefde in deze wereld. Amen.

Een interreligieuze ontmoeting; Mt 2,1-12

In de Kerstnacht hoorden we het verhaal van de geboorte van Jezus en hoe de herders hiervan hoorden en Hem gingen zoeken. Vandaag horen we hoe Wijzen uit het oosten het pasgeboren Kind hulde komen brengen. Vroeger spraken we over de openbaring aan de joden en over de openbaring aan de heidenen. Het eerste was direct bij de geboorte aan de herders en het tweede later aan de Wijzen. De Wijzen staan dan voor de heidenen uit alle windstreken.

Ik zou hier liever willen spreken van een interreligieuze ontmoeting. De Wijzen waren ongetwijfeld mensen met een godsdienst. Zij bestudeerden de sterren. Dat was destijds een religieuze bezigheid. De sterren werden gezien als boodschappers van de goden.

Sinds het Tweede Vaticaans Concilie heeft de Kerk aandacht voor andere godsdiensten en is daarmee in gesprek. Niet om deze mensen onmiddellijk tot het christendom te bekeren, maar om de eenheid en liefde tussen alle mensen te bevorderen. Samen kunnen we bijdragen aan een betere wereld, aan een wereld waar vrede heerst. Dit jaar vieren we dat het zestig jaar geleden is dat de tekst van Nostra aetate door het Concilie werd goedgekeurd. Deze verklaring gaat over de houding van de Kerk ten opzichte van de niet-christelijke godsdiensten.

Hierin lezen we het volgende: “De katholieke Kerk wijst niets af van wat er aan waars en heiligs is in deze godsdiensten. Met oprechte eerbied beschouwt zij die vormen van handelen en leven, die normen en leerstelsels, die wel in vele opzichten afwijken van hetgeen zijzelf gelooft en voorhoudt, maar toch niet zelden een straal weerkaatsen van de Waarheid, die alle mensen verlicht. Zij spoort daarom haar kinderen aan om met voorzichtigheid en liefde, door een dialoog en door samenwerking met de volgelingen van andere godsdiensten, en daarbij altijd het getuigenis gevend van christelijk geloof en leven, de geestelijke en morele goederen en ook de sociaal-culturele waarden, die deze godsdiensten bezitten, te erkennen, te bewaren en te bevorderen.”

Namens het bisdom Rotterdam ben ik lid van de Contactraad voor Interreligieuze Dialoog van de r.-k. Kerk in Nederland. In dat kader ben ik bezig om samen met twee moslims – een jong Turks echtpaar – een interreligieuze wandeling in Leiden te ontwikkelen. Op de dag voor Kerstmis liepen wij samen als eerste test deze wandeling. We liepen langs twee moskeeën, de synagoge en een aantal kerken. Het was een wat druilerige ochtend, maar dat was geen probleem. Het was een zeer inspirerende wandeling. Het is leuk om allerlei weetjes met elkaar uit te wisselen. Wist u dat er allemaal halve maantjes op het stadhuis van Leiden staan? En wist u dat het Koninkrijk der Nederlanden een eeuw geleden het grootste moslimrijk ter wereld was? Na de viering kan ik u daar meer over vertellen.

We spraken samen over onze godsdiensten, over de Kerststalletjes die overal te zien waren, over wat er in de Koran staat over de geboorte van Jezus, over de overeenkomst tussen de christelijke diaconie en de zakaat in de islam. Zo hoorde ik dat Maria in de Koran de enige vrouw is die bij haar naam genoemd wordt. Zij staat in de islam hoog in aanzien. Aan het einde van de wandeling kreeg ik een Kerstkaart van hen. Thuis aangekomen vond ik daarop een prachtige en ontroerende tekst. Een tekst die ik u niet wil onthouden.

“Beste Pier, In deze bijzondere tijd van het jaar is het inspirerend om de boodschap van vrede, begrip en liefde te herinneren. Zowel de islam als het christendom benadrukken het belang van dankbaarheid en verbondenheid met God.

In dit kader willen wij graag de volgende prachtige woorden met u delen:
– ‘Als je dankbaar bent, zal ik je zeker meer geven.’ (Koran)
– ‘Wees in alle omstandigheden dankbaar, want dit is wat God van u wil.’ (Bijbel)
Daarnaast is het leven van Maria (Maryam), haar opoffering en haar zuivere houding een grote bron van inspiratie voor ons allemaal.
– ‘Wees gegroet, vrouw vol genade! De Heer is met u.’ (Bijbel)
– ‘God heeft u gekozen en u verheven boven alle vrouwen in de wereld.’ (Koran)

Moge deze periode een gelegenheid zijn voor de mensheid om een pad van liefde, vrede en begrip te bewandelen. Het verdiepen van onze gemeenschappelijke waarden, geeft ons vreugde. Fijne kerstdagen.”

Daar heb ik weinig aan toe te voegen. Amen.

Toelichting:
De halve maantjes op het stadhuis van Leiden herinneren aan de watergeuzen, die Leiden hebben ontzet. Zij droegen halve maantjes op hun kleding met de tekst ‘Liever Turks dan Paaps’. In het islamitische Ottomaanse Rijk was destijds meer godsdienstvrijheid dan onder de katholieke koning Filips II van Spanje.

Momenteel is Indonesië het land met de meeste moslims. Destijds was dit land een kolonie van Nederland en zo was het Koninkrijk der Nederlanden toen het grootste moslimrijk ter wereld. Een gevolg daarvan is dat de Universiteit van Leiden nog steeds een belangrijke leerstoel islam kent en dat hier veel documentatie over de islam beschikbaar is.

De waarheid ontmoeten; Joh 1,1-18

Vannacht werd het verhaal van de geboorte van Jezus verteld met de woorden die Lucas heeft opgeschreven. Een heel menselijk verhaal over aanstaande ouders op reis. Deze ouders vinden onderdak in een stal. Daar wordt het kind geboren. Van dat kind zegt de engel: “Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer.” (Lc 2,11) Deze ochtend horen hetzelfde verhaal vertelt door Johannes. Johannes vertelt het op een geheel andere manier. Hij gebruikt geheel andere woorden: “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.” Met deze tekst dringt Johannes diep door in het mysterie van de menswording van God. Hij gebruikt hierbij de woorden ‘woord’ en ‘vlees’.

‘Woord’ is de vertaling van het Griekse ‘logos’. Logos heeft een bredere betekenis dan ons ‘woord’. Het betekent ‘woord’, maar ook ‘kennis’ en het vermogen om te kennen. Aan het einde van zijn leven, aan het Laatste Avondmaal verbindt Jezus Gods Woord met waarheid. “Uw woord is waarheid.” (Joh 17,17) En van Zichzelf zegt Hij: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” (Joh 14,6) Gods Woord, de waarheid wordt mens, een mens van vlees en bloed. Het woord vlees wijst op de lichamelijkheid van Jezus. Jezus is geen geest, geen mythologische figuur. Hij is ook geen hologram, geen product van kunstmatige intelligentie. Hij is waarlijk een mens, een mens van vlees en bloed. Ook de woorden ‘Woord’ en ‘Licht’ zijn direct met elkaar verbonden. Denk aan de tekst uit Psalm 119: “Uw woord is een lamp voor mijn voeten, een licht op mijn pad.” Jezus is zowel het Woord als het Licht.

De menswording van God is nodig om ons tot de waarheid te brengen. De Wet van Mozes gaf leefregels. De komst van Jezus in de wereld brengt ons tot de waarheid zelf. In Jezus wordt Gods waarheid geopenbaard. Juist in onze tijd is dit een belangrijk gegeven. Er is veel verwarring over wat waarheid is en wat waar is. Onze wereld verkeert wat dat betreft in duisternis. Toch blijven mensen naar waarheid zoeken. Paus Franciscus schreef in 2013 in de encycliek Lumen fidei: “In de huidige cultuur zijn we vaak geneigd enkel de technologie als waarheid te aanvaarden: wáár is wat de mens met zijn wetenschap kan maken en meten.” Vervolgens heeft de paus het over individuele waarheid. Je hoort vaak: ‘Ieder zijn eigen waarheid.’ De paus schrijft: “De grote waarheid, die het geheel van het persoonlijk en maatschappelijk leven verklaart, wordt met argwaan bejegend. (…) Men is niet meer geïnteresseerd in de vraag naar de universele waarheid, die ten diepste ook de vraag naar God is.”

Ondertussen zijn we al weer tien jaar verder. Nu wordt er beweerd dat wetenschap ook maar een mening is. Daarnaast is er de opkomst van kunstmatige intelligentie, zijn er volop complottheorieën en zaaien trollen onrust op internet. Het wordt steeds moelijker nepnieuws van echt te onderscheiden. Wat is waarheid? Wat is waar? Waarheid bestaat niet uit de verzameling feiten die je op internet vindt. Waarheid is meer dan kennis. Waarheid heeft te maken met verstaan. Daar heb je elkaar voor nodig. Hoe begrijpen wij, hoe verstaan wij de wereld om ons heen. Paus Franciscus wijst op de relatie van de waarheid met de liefde. Liefde en waarheid kunnen niet zonder elkaar. “Liefde en waarheid kan men niet scheiden; zonder liefde wordt de waarheid koud, onpersoonlijk en belastend voor het concrete leven van een mens.”

De zoektocht naar waarheid vraagt om relaties, vraagt om dialoog. Zo komen we tot gezamenlijke en gedeelde kennis, tot een zienswijze vanuit het perspectief van een gemeenschappelijke kijk op de wereld. Dat vraagt dat we elkaar als mensen ontmoeten. Dat we met elkaar in gesprek gaan en ons leven met elkaar delen. Het vraagt niet alleen om een ontmoeting van hoofd tot hoofd, een ontmoeting van geest tot geest. Het vraagt ook om een ontmoeting van hart tot hart, een ontmoeting van vlees tot vlees. Het vraagt een fysieke ontmoeting, om lichamelijke aanwezigheid. Het vraagt ook dat we met elkaar eten en drinken. Ontmoeting is ook nodig om te ontsnappen aan de groeiende tweedeling in onze samenleving en aan de groeiende polarisatie. Niemand heeft de waarheid in pacht. De waarheid ligt ook niet in het midden in het compromis. De waarheid ligt buiten ons zelf. We moeten er samen naar zoeken.

Juist in het elkaar ontmoeten is Jezus ons voorgegaan. Hij was en is nog steeds lichamelijk onder ons aanwezig. Hij is aanraakbaar en raakt zelf de mensen aan. Op deze wijze wordt Hij ook in ons geboren. Hij die de waarheid zelf is. Zo laat Hij ons Gods heerlijkheid aanschouwen. De Eniggeboren Zoon, Hij doet ons God kennen. Laten ook wij ons door Hem aanraken.

Ik wens u allen een zalig Kerstfeest. Amen.

Bereidt de weg van de Heer; Bar 5,1-9; Fil 1,3-6.8-11; Lc 3,1-6

Veertig jaar geleden ging ik jaarlijks met een stel vrienden naar Frankrijk om daar te fietsen, het liefst in het hooggebergte, in de Alpen of in de Pyreneeën. Op die fietstochten dacht ik wel eens: er valt hier nog een hoop te doen: de bergen slechten en de dalen opvullen, zodat er een mooi vlak land ontstaat zoals wij dat hier in Nederland gewend zijn.

Het beeld van het aanleggen van mooie vlakke en rechte wegen vinden we op verschillende plaatsen in de Bijbel. Dit beeld keert jaarlijks terug in de lezingen op de tweede zondag van de Advent. Het is een beeld dat past bij het heuvelachtige en bergachtige Israël. En het past bij een tijd waarin het reizen vooral te voet ging. Denk aan de reis van Maria naar haar nicht Elisabeth en van Jozef en Maria naar Betlehem.

“Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.” Ook wij worden opgeroepen alle obstakels op te ruimen, alle obstakels die de komst van de Heer in de weg staan. Nu is het niet zo dat de Heer zich laat tegenhouden door obstakels. Hij komt hoe dan ook, wat er ook gebeurt. Niemand houdt Hem tegen. Maar het is wel de vraag of wij dat in de gaten zullen hebben. De obstakels staan niet zozeer de Heer in de weg; de obstakels staan ons in de weg de komst van de Heer te ervaren.

De komst van de Heer vieren we met Kerstmis. Dan vieren we de menswording van Gods Zoon. Het Woord is vlees geworden. De komst van Jezus in ons persoonlijke leven is iets dat niet aan Kerstmis gebonden is. Hij komt voortdurend in ons leven. Hij klopt voortdurend op onze deur. Als wij het horen, als wij opendoen, zal Hij bij ons te gast zijn. (Apk 3,20) De Heer komt tot ons in het Woord dat wij lezen, in de Bijbel. Hij komt tot ons in zijn wonderschone schepping. En Hij komt tot ons in onze medemens: in de armen, in de zieken, in de gevangenen, in de vreemdelingen en in hen die lijden onder de klimaatverandering, zoals op West-Flores. Als wij daar blind voor zijn, lopen we aan Hem voorbij.

Terug naar mijn fietstochten. Dat deed ik natuurlijk voor mijn plezier. Bergen en dalen en kronkelende wegen geven veel meer plezier dan aangeharkte rechte en vlakke wegen. Ik fietste ook vaak van hier naar mijn familie in Friesland. Ik verwachtte destijds dat de Afsluitdijk een lang en saai stuk zou zijn, maar dat viel reuze mee. Het water is voortdurend in beweging en er is van alles te zien: vogels, bootjes, de naderde kust van Friesland. Echt saai was de Wieringermeerpolder met zijn lange rechte wegen en een eindeloze herhaling van een boom, een hek en een boerderij en dan weer een boom, een hek en een boerderij. Juist het aangeharkte, het keurige, het zijn precies zoals het hoort kan ons behoorlijk benauwen.

Dat doet me denken aan wat paus Franciscus schreef in de encycliek ‘Verheugt u en juicht’, de encycliek over heiliging van ons leven. Hij schreef: “Wij moeten weliswaar de deur voor Jezus Christus openen, omdat Hij klopt en roept, maar soms vraag ik mij af of Jezus, ten gevolge van de verstikkende lucht van onze zelfbetrokkenheid, niet in ons aan het kloppen zal zijn om Hem daaruit te laten.” Door onze zelfbetrokkenheid, onze zelfgerichtheid zien we de ander over het hoofd. Ook de wonderen van de schepping zien we dan niet en we zijn doof voor het Woord van de Heer. Onze zelfgerichtheid leidt er ook toe dat we geen ruimte laten aan de Heer. Wij maken zelf wel uit wat de Heer van ons en vooral ook van anderen vraagt. Wij vormen ons een God naar onze eigen ideeën.

Maar Gods wegen zijn niet onze wegen. Zijn gedachten zijn niet onze gedachten. Wat recht en vlak is in de ogen van God gaat onze voorstelling ver te boven. Dat kun je misschien als bedreigend ervaren, maar dat is het zeker niet. Het is een boodschap van hoop. De hoop dat Hij ons ondanks alles toch zal vinden en dat wij Hem zullen ontmoeten. De hoop dat zijn liefde, zijn barmhartigheid recht en vlak maakt wat in onze ogen krom en oneffen is. Laten we ons als leerlingen van Jezus en als pelgrims van hoop vanuit die gedachte voorbereiden op de komst van de Heer. Laten we ons zo voorbereiden op het komende Kerstfeest. Dan zullen we ook net als de apostel Paulus bidden in blijdschap. Amen.

Leren luisteren

Auteur: Timothy Radcliffe
Titel: Leren luisteren: Een nieuwe bron van spirituele rijkdom
Uitgever: Antwerpen: Otheo, 2024
Prijs: € 19,99
ISBN: 978 90 8528 758 2
Aantal pagina’s: 188

De dominicaan Timothy Radcliffe verzorgde in 2023 voorafgaand aan de synode over synodaliteit een retraite voor de deelnemers en daarnaast meditaties tijdens de synode. Dit boek bevat zijn bijdragen hieraan. Hierin overweegt hij het wezen van de synodaliteit. Hij gaat in op wat mensen beweegt en tegenhoudt. Over angst schrijft hij, “dat moed zich vertaalt in de weigering slaaf te worden van zijn angst”. Het gaat om de “hoop voor de hele mensheid” die de synode bijeenbrengt. Het synodale proces vraagt dat we leren te luisteren naar elkaar en het vraagt geduld. Synodaliteit is een kwestie van lange adem en vertrouwen in de werking van de heilige Geest in iedere gedoopte. Verwacht geen snelle veranderingen op korte termijn. Synodaliteit gaat tegen onze huidige cultuur in en gaat over het wezen van de Kerk.

Het is zeer lezenswaardig en inspirerend boek. Het helpt ons ook in onze eigen lokale situatie synodaal te denken en te handelen, samen op zoek te gaan naar de waarheid. “De heilige Albertus de Grote (1200-1280), de leermeester van Thomas van Aquino, beweerde dat de grootste vreugde bestaat in ‘het samen zoeken naar de waarheid en het plezier van het gezelschap hierbij’.”

Wat is geloven?

In de serie over waarheid, geloof en wetenschap de vraag: wat is geloven? De Belgische filosoof Herman Den Dijn schrijft dat in onze geseculariseerde wereld velen het geloof zien als een rationele levensvisie, die met rationele argumenten bekritiseerd moet worden. Hij stelt daar tegenover: “De godsdienst is geen (primitieve) theorie over de werkelijkheid en haar causale verbanden, een theorie waarmee men best rekening houdt in de beheersing van de levensomstandigheden. Het gaat in de godsdienst integendeel om een waarheid en een visie die te maken hebben met de diepere zin van het menselijk leven.”

Het woord ‘geloven’ wordt op drie verschillende manieren gebruikt. Je kunt geloven dat iets waar is, je kunt in iemand geloven en je kunt iemand geloven. Het verschil tussen de gelovige en de niet gelovige wordt vooral omschreven met het wel of niet geloven dat God bestaat. In de geloofsbelijdenis van de r.-k. Kerk wordt het woord ‘geloven’ niet op deze wijze gebruikt. Hier is sprake van geloven in God de Vader, in God de Zoon en in God de heilige Geest. ‘Geloven in’ duidt op een relatie met degene in wie je geloof. Zoals je kunt zeggen dat je in je geliefde geloofd. Het drukt niet op de eerste plaats uit dat de ander bestaat maar dat je op hem kunt vertrouwen. Dat geldt ook voor iemand geloven. In de geloofsbelijdenis geldt dit voor de Kerk. De Kerk wordt geloofd.

In de Catechismus van katholieke Kerk lezen we onder meer: “Het geloof tracht te begrijpen: het is eigen aan het geloof dat de gelovige Hem beter wil leren kennen in wie hij gelooft, en dat hij beter wil begrijpen wat Hij geopenbaard heeft; een dieper gaande kennis zal op haar beurt een groter, steeds meer van liefde brandend geloof vragen.”

Het onwrikbare vertrouwen is het zeker weten van het geloof. Dat staat los van alle twijfel die we kunnen hebben ten aanzien van allerlei geloofswaarheden. Vertrouwen heb je in de God die liefde is, niet in een verzameling geloofszekerheden. God reduceren tot een verzameling geloofswaarheden en het kennen van de absolute waarheid betekent dat je God in je macht hebt. Geloven is overgave aan Hem op wie je vertrouwt. Trouw is zekerheid. Geloven vraagt ook om een zekere naïviteit. Jezus wijst zijn leerlingen terecht: “Laat die kinderen toch bij Mij komen en houdt ze niet tegen. Want aan hen die zijn zoals zij behoort het Koninkrijk Gods. Voorwaar, Ik zeg u: wie het Koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er zeker niet binnengaan.” (Mc 10,14-15)

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact november 2024