Spring naar inhoud

Donderdag eerste week Veertigdagentijd – 26 februari

Inzicht (gaven van de Geest 2)

De heilige apostel Paulus schrijft:
“Dit zijn de dingen waarvan de Schrift zegt:
Geen oog heeft ze gezien, geen oor heeft ze gehoord,
geen mens kan het zich voorstellen,
al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben.
Maar aan ons heeft God het geopenbaard door de Geest.” (1 Kor 2,9-10)
Het inzicht dat de Geest ons geeft,
gaat het inzicht van ons menselijk verstand te boven.
Het goddelijk Licht doet ons de dingen zien zoals God ze ziet.
Dit is het inzicht dat onze ogen opent en ons hart doet branden.
Het brengt ons tot geloof en het blijft ons geloof voeden.
“Alles wordt helder in het Licht.” (Sint Laurentius)

Vrijdag eerste week Veertigdagentijd – 27 februari

De dorstigen laven (barmhartigheid 2)

“Naar U gaat mijn verlangen, Heer.” (Psalm 25,1)
Verlangen naar liefde en geluk:
een niet te lessen dorst, onverzadigbaar.
Aan het kruis sprak Hij:
“Ik heb dorst.” (Joh 19,28)
Toen was het volbracht.
Altijd hebben wij dorst.
Mensen hebben nood aan water.
Wij verlangen naar levend water.
Altijd blijven wij verlangen,
verlangen naar het ware leven, naar het eeuwig geluk.
Christus is de overvloedige Bron van liefde en genade.

Zaterdag eerste week Veertigdagentijd – 28 februari

Hoop (deugden 2)

Wij hebben onze aardse verlangens:
de kleine hoop op verzadiging van onze lichamelijke behoeften.
We kennen ook de geweldige, ons leven dragende hoop op God,
het diep menselijke verlangen naar liefde en waarheid.
Iedere mens hunkert naar liefde
en is op zoek naar waarheid.
Wij allen hopen en verlangen naar het volmaakte geluk:
het ware leven, het eeuwig leven.
We kunnen ons er geen enkele voorstelling van maken.
Diep in ons leeft er een verlangen naar het ware leven,
wat het ook moge zijn.

Tweede zondag Veertigdagentijd – 1 maart

Marcus 9,2-10

“Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.” (Mc 9,7)
Aan Petrus, Jakobus en Johannes
wordt de volle werkelijkheid van Jezus geopenbaard.
Later zullen zij Hem vergezellen in de Hof van Olijven.
Daar leren zij de volheid en diepte van het lijden kennen.
Beide keren gaat het hun begrip te boven.
Ook het lege graf brengt hen niet tot werkelijk inzicht.
Jezus schenkt hen zijn Geest.
De gaven van de Geest geven hen en ons het inzicht.
De heilige Geest zet ons in het Licht.
Hij brengt ons tot werkelijk geloof.
Hij openbaart ons de waarheid
en brengt ons tot daden van liefde.

Maandag tweede week Veertigdagentijd – 2 maart

Genesis 22,1-2.9-13.15-18

Voor joden, christenen en moslims is Abraham
hun vader in het geloof.
De God van Abraham is hun God.
Abraham is een vriend van God
en hij stelt heel zijn vertrouwen op God.
Op de roep van God antwoordt hij:
“Hier ben ik.” (Gn 22,1.11)
Hij geeft zich helemaal.
Hij stelt zich zonder voorwaarden beschikbaar.
Met het offer van zijn zoon Isaak is Abraham
tot het uiterste toe trouw en gehoorzaam aan God.
Abraham toont zich de ware gelovige.

Dinsdag tweede week Veertigdagentijd – 3 maart

Romeinen 8,31-34

“Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?” (Rom 8,31)
God is vol liefde voor ons en Hij is eindeloos trouw.
Hij heeft zijn eigen Zoon gegeven om ons te redden.
Wat let ons nog om op Hem te vertrouwen?
Wat zal God ons weigeren als wij op Hem vertrouwen?
Hij heeft ons als zijn kinderen aanvaard.
Hij zal ons alles vergeven als wij ons tot Hem keren.
Het is Christus zelf die liefdevol over ons waakt.
Hij draagt ons en laat ons delen in zijn vreugde.
Niets kan ons van zijn liefde scheiden.
Niets hebben wij te vrezen
als wij vertrouwen op Hem.

Woensdag tweede week Veertigdagentijd – 4 maart

Jaloezie (hoofdzonden 3)

Dat wil ik ook!
Waarom doet het geluk van de ander ons pijn?
Waarom zijn wij niet blij om het geluk van de ander?
We zijn zo op onszelf gericht.
Wij zijn het centrum van de wereld.
De ander is er voor ons.
Zijn geluk komt ons toe.
Hoe liefdeloos kunnen we zijn.
“Als ik de liefde niet heb, ben ik niets.
De liefde is lankmoedig en goedertieren;
de liefde is niet afgunstig,
zij praalt niet, zij beeldt zich niets in.” (1 Kor 13,2.4)

Donderdag tweede week Veertigdagentijd – 5 maart

Raad (gaven van de Geest 3)

Heer, help mij, geef mij raad, wat moet ik doen?
Een goede keuze maken vraagt raad.
Als wij ruimte maken voor de heilige Geest,
dan spreekt Hij in ons en geeft Hij ons raad.
Hij maakt ons vrij van egoïsme en zelfgenoegzaamheid.
Hij laat ons keuzes maken in gemeenschap met God.
Gods Geest spreekt niet alleen in ons geweten.
Hij spreekt ook met de mond van onze medemens,
onze broeders en zusters in Christus.
“Ik dank de Heer die mij geleid heeft,
Hij spreekt ook des nachts in mijn hart.” (Psalm 16,7)
Zijn raad volgen laat ons groeien in wijsheid.

Vrijdag tweede week Veertigdagentijd – 6 maart

De vreemdelingen herbergen (barmhartigheid 3)

Hij is zo anders, zo niet van ons:
een ander gezicht, een andere kleur,
een andere taal, een andere cultuur,
andere gewoonten, andere waarden.
Hoe kan ik met hem verkeren?
Kan ik hem respecteren
en aanvaarden zoals hij is?
Of moet hij zich aanpassen
en worden zoals wij?
Dan is hij geen vreemdeling meer.
Mag hij vreemdeling zijn en toch gerespecteerd,
mag hij vreemdeling zijn en toch gekend en geliefd?

Zaterdag tweede week Veertigdagentijd – 7 maart

Liefde (deugden 3)

Gods liefde voor mij is onbegrensd.
Zij is zo groot en overweldigend.
Word ik er niet door verpletterd?
Toch ervaar ik haar als een zacht licht en als een warme gloed.
Zij is als de arm om mij heengeslagen.
Mijn naam staat geschreven in Gods hand. (zie Js 49,16)
Vanuit die liefde mag ik leven en liefhebben.
Zijn liefde mag ik doorgeven aan anderen.
Mijn menselijke liefde komt voort uit zijn goddelijke liefde.
Zijn liefde maakt mij vrij om lief te hebben,
en vrij om het goede te doen.
Ik mag licht en liefde zijn.