Hoop (deugden 2)
Wij hebben onze aardse verlangens:
de kleine hoop op verzadiging van onze lichamelijke behoeften.
We kennen ook de geweldige, ons leven dragende hoop op God,
het diep menselijke verlangen naar liefde en waarheid.
Iedere mens hunkert naar liefde
en is op zoek naar waarheid.
Wij allen hopen en verlangen naar het volmaakte geluk:
het ware leven, het eeuwig leven.
We kunnen ons er geen enkele voorstelling van maken.
Diep in ons leeft er een verlangen naar het ware leven,
wat het ook moge zijn.
Genesis 22,1-2.9-13.15-18
Voor joden, christenen en moslims is Abraham
hun vader in het geloof.
De God van Abraham is hun God.
Abraham is een vriend van God
en hij stelt heel zijn vertrouwen op God.
Op de roep van God antwoordt hij:
“Hier ben ik.” (Gn 22,1.11)
Hij geeft zich helemaal.
Hij stelt zich zonder voorwaarden beschikbaar.
Met het offer van zijn zoon Isaak is Abraham
tot het uiterste toe trouw en gehoorzaam aan God.
Abraham toont zich de ware gelovige.
Romeinen 8,31-34
“Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?” (Rom 8,31)
God is vol liefde voor ons en Hij is eindeloos trouw.
Hij heeft zijn eigen Zoon gegeven om ons te redden.
Wat let ons nog om op Hem te vertrouwen?
Wat zal God ons weigeren als wij op Hem vertrouwen?
Hij heeft ons als zijn kinderen aanvaard.
Hij zal ons alles vergeven als wij ons tot Hem keren.
Het is Christus zelf die liefdevol over ons waakt.
Hij draagt ons en laat ons delen in zijn vreugde.
Niets kan ons van zijn liefde scheiden.
Niets hebben wij te vrezen
als wij vertrouwen op Hem.
Jaloezie (hoofdzonden 3)
Dat wil ik ook!
Waarom doet het geluk van de ander ons pijn?
Waarom zijn wij niet blij om het geluk van de ander?
We zijn zo op onszelf gericht.
Wij zijn het centrum van de wereld.
De ander is er voor ons.
Zijn geluk komt ons toe.
Hoe liefdeloos kunnen we zijn.
“Als ik de liefde niet heb, ben ik niets.
De liefde is lankmoedig en goedertieren;
de liefde is niet afgunstig,
zij praalt niet, zij beeldt zich niets in.” (1 Kor 13,2.4)
Raad (gaven van de Geest 3)
Heer, help mij, geef mij raad, wat moet ik doen?
Een goede keuze maken vraagt raad.
Als wij ruimte maken voor de heilige Geest,
dan spreekt Hij in ons en geeft Hij ons raad.
Hij maakt ons vrij van egoïsme en zelfgenoegzaamheid.
Hij laat ons keuzes maken in gemeenschap met God.
Gods Geest spreekt niet alleen in ons geweten.
Hij spreekt ook met de mond van onze medemens,
onze broeders en zusters in Christus.
“Ik dank de Heer die mij geleid heeft,
Hij spreekt ook des nachts in mijn hart.” (Psalm 16,7)
Zijn raad volgen laat ons groeien in wijsheid.
Liefde (deugden 3)
Gods liefde voor mij is onbegrensd.
Zij is zo groot en overweldigend.
Word ik er niet door verpletterd?
Toch ervaar ik haar als een zacht licht en als een warme gloed.
Zij is als de arm om mij heengeslagen.
Mijn naam staat geschreven in Gods hand. (zie Js 49,16)
Vanuit die liefde mag ik leven en liefhebben.
Zijn liefde mag ik doorgeven aan anderen.
Mijn menselijke liefde komt voort uit zijn goddelijke liefde.
Zijn liefde maakt mij vrij om lief te hebben,
en vrij om het goede te doen.
Ik mag licht en liefde zijn.