Op de avond voor zijn lijden en sterven bidt Jezus voor de eenheid. Hij vraagt zijn Vader dat allen één mogen zijn. Bij eenheid denken wij al gauw aan eenvormigheid. Je straalt bijvoorbeeld eenheid uit door allemaal het zelfde uniform te dragen. Maar dat is niet de eenheid waarom Jezus vraagt. Jezus vraagt zijn Vader “dat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U; dat zij ook in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt. Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die Gij Mij geschonken hebt, opdat zij één zijn zoals Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij…”
De apostel Johannes gebruikt geen eenvoudige taal. Het gaat ook niet over een gemakkelijk te begrijpen zaak. Laten we proberen er een vinger achter te krijgen. De eenheid die Jezus voor ons vraagt, is gelijk aan de eenheid van de Vader en de Zoon: de eenheid van de heilige Drie-eenheid, de eenheid van één God in drie Personen. God is eenheid in verscheidenheid. Dit is een eenheid waarin één en veel samengaan. Er zijn drie Personen die samen één God zijn. De goddelijke Drie-eenheid is een gemeenschap van drie Personen. God is in zichzelf gemeenschap. De drie goddelijke Personen zijn volmaakt één, omdat ze oneindig veel van elkaar houden. Hun verbondenheid met elkaar is gebaseerd op liefde. God is liefde. God is relatie in zichzelf.
De liefde streeft naar eenheid. De liefde streeft naar een in elkaar opgaan. Jezus zegt: “Gij, Vader in Mij en Ik in U” en “Ik in hen en Gij in Mij”. Liefde kan alleen bestaan tussen verschillende personen. Liefde kan alleen bestaan als er sprake is van verscheidenheid. Liefde brengt eenheid in verscheidenheid. Eenheid en verscheidenheid zijn beide even belangrijk. Eenheid en verscheidenheid bestaan niet los van elkaar. Ook als wij in elkaar opgaan blijven we afzonderlijke personen.
Liefde is altijd een vrije keuze. Liefde kan niet afgedwongen worden. In volle vrijheid houden de drie goddelijke Personen van elkaar. Niets dwingt hen ertoe. Uit liefde komt de Zoon uit de Vader voort. Uit liefde komt de heilige Geest voort uit de Vader en de Zoon. Dit is een eeuwig gebeuren. Het is altijd geweest en het gebeurt altijd. God is niet aan tijd gebonden. Eenheid en verscheidenheid zijn direct verbonden met liefde en vrijheid. Dit is de eenheid die Jezus voor ons vraagt. Hij vraagt dat wij een gemeenschap vormen van allerlei verschillende mensen. Hij vraagt om eenheid in verscheidenheid. Hij vraagt dat al die verschillende mensen zich met elkaar verbonden weten.
Eenheid, verbondenheid, liefde en vrijheid zijn geschenken. God geeft ze ons als een genade. Wij zijn niet in staat deze gaven zelf tot stand te brengen. We kunnen ze wel weigeren. Wij zijn vrij. Wij mogen Gods genade afwijzen. Genade vraagt van onze kant ontvankelijkheid. Genade vraagt dat wij ons ervoor openstellen. Wij zijn in staat om Gods liefde in de wereld te blokkeren en de werking van zijn liefde negatief te beïnvloeden.
Twee weken geleden hoorden we Jezus zeggen: “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben; zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.” (Joh 13,34-35) Evenals de lezing van vandaag spreekt Jezus deze tekst uit tijdens zijn grote toespraak bij het Laatste Avondmaal. Zowel de liefde voor elkaar als de daaruit voortkomende gemeenschap zijn tekenen van ons geloof in God, van ons geloof in de Blijde Boodschap die Jezus verkondigt.
Op diezelfde avond zegt Jezus: “Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn. Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in mijn Naam vraagt. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.” (Joh 15,16-17) Wij stellen niet zelf onze gemeenschap samen. Wij mensen worden aan elkaar gegeven. Ook daarin gaat het om ontvankelijkheid en openstaan voor elkaar. Dat is het wezen van onze gastvrijheid.
Een gastvrije parochie zet geen mensen bij de deur om te selecteren wie wel en niet naar binnen mogen. Een gastvrije parochie staat open voor iedereen. Wij nodigen in volle vrijheid iedereen uit die bij ons aanklopt. Eenheid in verscheidenheid vraagt om openheid en gastvrijheid. Het is een eenheid die God zelf tot stand brengt. Het is zijn liefde voor ons die de gemeenschap opbouwt. Het is de heilige Geest, de Geest die voortkomt uit de Vader en de Zoon, de Geest die in ons woont die ons doet liefhebben. Maar dat vraagt wel dat wij in volle vrijheid daarop reageren. Amen.
In het boek Openbaring lezen we over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Heel de schepping zal haar voltooiing vinden. In het Evangelie gaat het over de verheerlijking aan het kruis waardoor heel de schepping wordt bevrijdt en verlost. Als wij aan het kruis van Christus denken, komt niet als eerste dit beeld van de verheerlijking op. Wij zijn gewend aan het beeld van een lijdende Jezus aan het kruis. Dat is wat wij zien op de kruisbeelden in onze kerken en in onze huizen. Dit is niet altijd zo geweest. Denk aan het kruis van San Damiano. Dit is het kruis waarbij Franciscus van Assisi heeft gebeden en waar hij zijn roeping verstond. Op dit kruis zien we niet een lijdende Christus maar de glorievolle verrezen Heer afgebeeld.
Dood en verrijzenis zijn nauw met elkaar verbonden. Pasen en Goede Vrijdag kunnen niet los van elkaar bestaan. De dood van Jezus is niet zomaar een dood. Het is een sterven dat tot heerlijkheid en glorie leidt, waarin de verheerlijking plaatsvindt. In zijn verrijzenis wordt Jezus door God de Vader verheerlijkt en in Jezus wordt de Vader zelf verheerlijkt. In de verrezen Heer toont God zijn liefdevolle macht. In Jezus’ dood en verrijzenis wordt Gods grootheid zichtbaar voor ons. Jezus heeft onze dood ondergaan. En als eerste van alle schepselen is Hij verrezen en heeft Hij de dood overwonnen. Als een van ons is Hij ons op deze weg voorgegaan. Hij is onze weg.
Uit liefde heeft God ons geschapen en uit liefde heeft Hij ons verlost en bevrijd. Het is aan ons om die liefde zichtbaar te maken voor iedereen: “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.” Hoezo een nieuw gebod. Eerder noemt Jezus het dubbelgebod van de liefde het grootste gebod. Gij zult de Heer uw God liefhebben en uw naaste als uzelf. Dit dubbelgebod is gebaseerd op de Wet van Mozes. Jezus heeft ook gezegd, dat je ook je vijanden moet liefhebben. Je moet een naaste zijn voor iedereen die jouw daad van liefde nodig heeft. Met heel zijn leven, lijden en sterven heeft Jezus het gebod van de liefde nieuw leven ingeblazen. Hij heeft het in een nieuw perspectief geplaatst. Hij is de liefde zelf. Hij heeft zijn leven gegeven uit liefde voor allen. Zijn weg is de weg van de liefde. Zijn weg is de weg van God: God is liefde.
Leerling van Jezus zijn, Hem volgen, zijn weg gaan vraagt van ons dat de liefde de basis van ons leven is, de basis van al handelen en spreken, altijd en overal. Dat begint dicht bij huis, in onze directe omgeving. Jezus noemt zijn leerlingen hier kindertjes, lieve kinderen. Als een vader van een groot gezin spreekt Hij met zijn leerlingen. Om zijn liefde in de wereld te verkondigen en uit te dragen, moeten zij als eerste van elkaar houden. Hun broederlijke liefde is de basis van hun missie. In de Handelingen der Apostelen kunnen we lezen, hoe de eerste christenen dit nieuwe gebod in de praktijk brengen. Zij worden herkend door en geprezen om hun broederliefde. Zij zijn mensen van de weg, de weg van Jezus, de weg van de liefde.
Vanuit deze broederliefde, vanuit de liefde van Jezus komen we tot liefde voor iedereen. Alle vormen van liefde hangen met elkaar samen, ze bestaan niet los van elkaar. Jezus maakt duidelijk dat de twee delen van het dubbelgebod van de liefde met elkaar samenvallen. Alles wat wij voor een mens in nood doen, doen we voor Jezus. Al onze daden van liefde zijn uiteindelijk op Hem gericht. We kunnen niet God liefhebben zonder zijn kinderen lief te hebben. En als we onze medemensen liefhebben hebben we God, die hierin als bron van liefde aanwezig is, lief.
De vorige twee pausen hebben uitgebreid over de liefde geschreven. Zowel Benedictus XVI als Franciscus wijdden er twee encyclieken aan. Terwijl paus Benedictus een filosofische en theologische uiteenzetting geeft, vinden we bij Franciscus een meer meditatieve overweging en vele voorbeelden van liefdevol handelen.
Deze ochtend wordt paus Leo XIV geïnaugureerd. Hij wordt officieel ingehuldigd als universeel herder van de katholieke Kerk. Direct na zijn verkiezing sprak hij over vrede, over liefde, over bruggen bouwen door dialoog en ontmoeting en over een synodale en missionaire Kerk. Leo XIV geeft aan op de weg van zijn voorgangers verder te gaan. Broederliefde vertaalt hij ook naar eenheid. Zij wapenspreuk luidt: ‘In Illo uno unum’ (In de Ene zijn wij één). Bidden wij voor onze nieuwe paus. Dat hij ons voorgaat op de weg de liefde tot zegen en vreugde van de gehele mensheid. Amen.
Vandaag gaat het over kerkmuziek. Hoe brengen wij met onze muziek God eer en hoe brengt de muziek ons dichter bij God? Jezus Sirach schrijft in het boek Ecclesiasticus: “Het werk van de pottenbakker wordt beproefd door de oven, en de mens door wat hij zegt in het gesprek. Prijs daarom geen mens vóórdat hij gesproken heeft.” Gelukkig heeft Gerard Legierse ons via een interview in Kerk aan de Vliet al toegesproken. Vandaag vieren wij zijn jubileum: vijftig jaar kerkmusicus. Zijn credo is: “Het mooiste is voor kerkmuziek niet mooi genoeg. Zij is niet alleen een verfraaiing en omlijsting van de liturgie, maar ook een verdieping van het gesproken woord; zij maakt mensen ontvankelijker voor het mysterie, muziek blijft ‘hangen’.”
Ontvankelijk zijn is een belangrijke eigenschap van mensen. Het is een lichamelijke eigenschap: kunnen zien, kunnen horen, kunnen ruiken en kunnen proeven. Het is ook een geestelijke eigenschap: willen zien, willen horen, willen ruiken en willen proeven. Blindheid en doofheid zijn een ernstige handicappen, maar wegkijken en niet willen luisteren zijn erger. Als leerlingen van Jezus, als pelgrims van hoop leven wij vanuit de genade en de liefde die God ons geeft. Dat vraagt op de eerste plaats ontvankelijkheid. Als wij ons daar niet voor opstellen, als wij denken alles op eigen kracht te kunnen, komen we niet verder dan zelfgerichtheid.
Openstaan voor Gods liefde en genade laat ons ook openstaan voor onze medemensen. Door Gods liefde toe te laten kunnen ook wij liefhebben, respect hebben voor anderen en hen zien als mensen die ons iets te zeggen hebben. Mensen zijn van elkaar afhankelijk. Samen kunnen wij zoeken naar het goede, het ware en het schone. Wijsheidsspreuken zoals we vandaag in de lezingen horen, zijn een vorm van gestolde levenservaringen van vele generaties. Door deze spreuken heen spreken onze voorouders tot ons.
Wij mensen zijn veelzijdig. Op vele manieren zoeken wij naar antwoorden. Eigen ervaringen en die van anderen spelen daarin een belangrijke rol. Geloof, hoop en liefde geven antwoorden. De wetenschap geeft antwoorden en ook de kunst geeft antwoorden. Deze verschillende manieren van antwoorden zoeken vullen elkaar aan. Hier samenkomen in de kerk is daar een duidelijk voorbeeld van. We luisteren naar het Woord van God en denken erover na. We verbinden ons met Jezus, onze Heer, en we verbinden ons met elkaar. We zien de schoonheid van de afbeeldingen, we luisteren naar de muziek en zingen ook zelf. Het geheel van al die ervaringen brengt ons dichter bij God. We worden erdoor opgetild. We stijgen boven ons zelf uit. We komen los van onze zelfgerichtheid. We richten ons op het goede, het ware en het schone. We richten ons op God. Bij Hem is goedheid, waarheid en schoonheid.
In iedere mens licht Gods goedheid, waarheid en schoonheid een beetje op. Ieder mens is een kind van God, iedere mens is Gods erfgenaam. Juist door naar elkaar te luisteren, door met elkaar in gesprek te gaan krijgen we meer zicht op de ultieme werkelijkheid. Dat luisteren naar elkaar omvat alle facetten van ons menselijk bestaan. Heel onze lichamelijkheid, al onze zintuigen zijn daarbij van belang. Het gaat om kunnen zien, kunnen horen, kunnen ruiken en kunnen proeven en het gaat om willen zien, willen horen, willen ruiken en willen proeven.
Vandaag gaat vooral om de muziek. Door op een goede manier inhoud te geven aan ons menselijk bestaan, door te leven zoals onze Schepper het van ons vraagt, eren wij God. Zo eren wij Hem ook als wij mooie muziek maken. De schoonheid van de muziek doet ook iets met onszelf. Kunst opent ons hart en scherpt onze geest. Het mysterie laat zich moeilijk in woorden vatten. Wetenschappelijke, rationele taal schiet tekort. Gedichten, glas-in-loodramen en muziek raken aan andere dimensies van ons bestaan. Zij kunnen ons ontvankelijk maken voor het mysterie. Zij voeren ons naar God. Zij doen ons ook ervaren wat goed is en wat kwaad is. En zij brengen ons tot elkaar. Om met Gerard te spreken: zij doen ons één kerkfamilie vormen. Amen.