Vandaag gaat het over kerkmuziek. Hoe brengen wij met onze muziek God eer en hoe brengt de muziek ons dichter bij God? Jezus Sirach schrijft in het boek Ecclesiasticus: “Het werk van de pottenbakker wordt beproefd door de oven, en de mens door wat hij zegt in het gesprek. Prijs daarom geen mens vóórdat hij gesproken heeft.” Gelukkig heeft Gerard Legierse ons via een interview in Kerk aan de Vliet al toegesproken. Vandaag vieren wij zijn jubileum: vijftig jaar kerkmusicus. Zijn credo is: “Het mooiste is voor kerkmuziek niet mooi genoeg. Zij is niet alleen een verfraaiing en omlijsting van de liturgie, maar ook een verdieping van het gesproken woord; zij maakt mensen ontvankelijker voor het mysterie, muziek blijft ‘hangen’.”
Ontvankelijk zijn is een belangrijke eigenschap van mensen. Het is een lichamelijke eigenschap: kunnen zien, kunnen horen, kunnen ruiken en kunnen proeven. Het is ook een geestelijke eigenschap: willen zien, willen horen, willen ruiken en willen proeven. Blindheid en doofheid zijn een ernstige handicappen, maar wegkijken en niet willen luisteren zijn erger. Als leerlingen van Jezus, als pelgrims van hoop leven wij vanuit de genade en de liefde die God ons geeft. Dat vraagt op de eerste plaats ontvankelijkheid. Als wij ons daar niet voor opstellen, als wij denken alles op eigen kracht te kunnen, komen we niet verder dan zelfgerichtheid.
Openstaan voor Gods liefde en genade laat ons ook openstaan voor onze medemensen. Door Gods liefde toe te laten kunnen ook wij liefhebben, respect hebben voor anderen en hen zien als mensen die ons iets te zeggen hebben. Mensen zijn van elkaar afhankelijk. Samen kunnen wij zoeken naar het goede, het ware en het schone. Wijsheidsspreuken zoals we vandaag in de lezingen horen, zijn een vorm van gestolde levenservaringen van vele generaties. Door deze spreuken heen spreken onze voorouders tot ons.
Wij mensen zijn veelzijdig. Op vele manieren zoeken wij naar antwoorden. Eigen ervaringen en die van anderen spelen daarin een belangrijke rol. Geloof, hoop en liefde geven antwoorden. De wetenschap geeft antwoorden en ook de kunst geeft antwoorden. Deze verschillende manieren van antwoorden zoeken vullen elkaar aan. Hier samenkomen in de kerk is daar een duidelijk voorbeeld van. We luisteren naar het Woord van God en denken erover na. We verbinden ons met Jezus, onze Heer, en we verbinden ons met elkaar. We zien de schoonheid van de afbeeldingen, we luisteren naar de muziek en zingen ook zelf. Het geheel van al die ervaringen brengt ons dichter bij God. We worden erdoor opgetild. We stijgen boven ons zelf uit. We komen los van onze zelfgerichtheid. We richten ons op het goede, het ware en het schone. We richten ons op God. Bij Hem is goedheid, waarheid en schoonheid.
In iedere mens licht Gods goedheid, waarheid en schoonheid een beetje op. Ieder mens is een kind van God, iedere mens is Gods erfgenaam. Juist door naar elkaar te luisteren, door met elkaar in gesprek te gaan krijgen we meer zicht op de ultieme werkelijkheid. Dat luisteren naar elkaar omvat alle facetten van ons menselijk bestaan. Heel onze lichamelijkheid, al onze zintuigen zijn daarbij van belang. Het gaat om kunnen zien, kunnen horen, kunnen ruiken en kunnen proeven en het gaat om willen zien, willen horen, willen ruiken en willen proeven.
Vandaag gaat vooral om de muziek. Door op een goede manier inhoud te geven aan ons menselijk bestaan, door te leven zoals onze Schepper het van ons vraagt, eren wij God. Zo eren wij Hem ook als wij mooie muziek maken. De schoonheid van de muziek doet ook iets met onszelf. Kunst opent ons hart en scherpt onze geest. Het mysterie laat zich moeilijk in woorden vatten. Wetenschappelijke, rationele taal schiet tekort. Gedichten, glas-in-loodramen en muziek raken aan andere dimensies van ons bestaan. Zij kunnen ons ontvankelijk maken voor het mysterie. Zij voeren ons naar God. Zij doen ons ook ervaren wat goed is en wat kwaad is. En zij brengen ons tot elkaar. Om met Gerard te spreken: zij doen ons één kerkfamilie vormen. Amen.
Ben je verlangend of ben je zelfgenoegzaam? Deze vraag stelt Jezus aan de leerlingen en aan de aanwezige volksmenigte afkomstig uit heel Israël. Met deze vraag richt Jezus zich ook tot ons. Ben je verlangend of ben je zelfgenoegzaam?
We kennen de zaligsprekingen vooral uit het evangelie volgens Matteüs. Bij Lucas zijn het vier zaligsprekingen en hij vult ze aan met vier wee-uitspraken. Met de wee-uitspraken ontstaat er een tegenstelling. Jezus plaatst de wee-uitspraken tegenover de zaligsprekingen. Zalig de armen, maar wee u, rijken. Zalig die nu honger hebben, maar wee u, die nu verzadigd zijt. Zalig die nu weent, maar wee u, die nu lacht. Zalig zij die gehaat worden, maar wee u, wanneer alle mensen lof over u spreken. Door de tegenstellingen worden we als christen voor een keuze geplaatst. Kies je als leerling van Jezus voor de ene of de andere levenswijze? Ben je verlangend of ben je zelfgenoegzaam? Arm zijn en honger hebben staan hier voor verlangend zijn, rijk en verzadigd zijn voor zelfgenoegzaamheid. Wie weent, weet dat hem nog van alles ontbreekt. Wie lacht is tevreden met zichzelf.
Hoe staan wij in het leven: zijn we verlangend en of zijn we zelfgenoegzaam. Verlangen wij naar het bevrijdende werk van Jezus? Verlangen wij naar het Rijk Gods dat Hij verkondigd? Zien wij onszelf als afhankelijk van Gods liefde en genade? Of verliezen wij ons in kortstondig plezier? Zijn wij vooral uit op ons eigen genieten? Denken wij ons geluk zelf in de hand te hebben? Deze vraag geldt voor ieder van ons. Deze vraag stelt Jezus aan jonge mensen die nog een heel leven voor zich hebben, zoals de jongeren die drie maanden geleden gevormd zijn. Deze vraag geldt net zo goed voor de volwassenen die midden in het leven staan, en voor de ouderen die weten dat hun leven eindig is.
Verlangend in het leven staan is ook hoopvol zijn. Je weet dat je niet alles zelf kunt, dat je afhankelijk bent van anderen en dat geluk afhankelijk is van Gods genade. Vanuit die houding hoop je dat God en andere mensen ervoor jou willen zijn. Als je zelf hoopvol en verlangend bent, zie je ook de hoop en verlangens van anderen. De hoop richt je op de ander. Je wilt er voor de ander zijn, zoals jij hoopt dat die ander er voor jou is. Je bent niet alleen op jezelf gericht. De hoop maakt ook dat je je leven ziet als een geschenk. Het leven is je gegeven en je vertrouwt erop dat dat geschenk goed voor je is. Je vertrouwt erop dat je in staat bent een goed en gelukkig mens te zijn. Dit maakt je ook realistisch in je verlangens.
Onlangs verscheen het boek ‘Op een andere planeet kunnen ze me redden’, geschreven door Lieke Marsman. Zij is 34 jaar en een succesvol schrijver en dichter. Zeven jaar geleden kreeg zij een ongeneselijke vorm van kanker. Van een ongelovige werd zij een gelovige. Ondanks alles blijft zij hopen dat er plotseling een medicijn voor haar zal zijn. Daarnaast is ze ook realistisch en weet ze dat dit haar leven is. Ze schrijft: “Al is dit niet de koers die ik voor mijn leven had uitgestippeld, al gaat dit allemaal buiten mijn wil en weten om: dit is wel mijn leven. Van mij. Ook als het mijn dood inluidt. En ook die gedachte lucht op. Dit is hoe mijn leven zich gekneed heeft. Ik leef het met moeite, maar graag.”
Wij zijn allemaal mensen. Ieder mens en elk leven heeft zijn beperkingen. Met sommige beperkingen moeten we leren leven: niet iedereen wordt topsporter of filmster. Niet iedereen heeft een prachtige kop vol krullen zoals ik vroeger had. Aan andere beperkingen mogen we werken in de hoop en vertrouwen dat het werkelijk beter kan. We kunnen eraan werken dat we liefdevolle mensen mogen zijn, dat we de vrede en verbondenheid onder de mensen bevorderen, dat we rechtvaardige mensen mogen zijn. God zal ons daarbij met zijn liefde en genade behulpzaam zijn. Als we zelfgenoegzaam zijn sluiten we ons daarvoor af. Als we als pelgrims van hoop verlangend en hoopvol zijn staan we ervoor open en zijn we ontvankelijk.
Leerling zijn van Jezus vraagt durf en moed om te kiezen voor geloof, hoop en liefde, te kiezen voor gerechtigheid en vrede. Er is moed voor nodig die weg van liefde en waarheid te gaan. Leerling zijn van Jezus vraagt om tegen de tijdgeest in te gaan.
Zalig is de leerling die het aandurft met lege handen te staan. Zalig is de leerling die het aandurft pijn te lijden. Zalig is de leerling die zijn vreugde niet zoekt in kortstondig plezier. Zalig is de leerling die tegen de stroom in durft te gaan. Zalig is de leerling die leeft vanuit hoop en verlangen. Amen.
Auteur: Paus Franciscus
Titel: Ik wens je een glimlach: Een handleiding voor geluk
Uitgever: Antwerpen: Halewijn, 2024
Prijs: € 19,95
ISBN: 978 90 8528 726 1
Aantal pagina’s: 216
Het boek bevat zo’n honderdtachtig korte teksten, citaten uit brieven, preken, toespraken en boodschappen van paus Franciscus. Het zijn teksten die je aanzetten te reflecteren op je leven, teksten die je laten nadenken en die je de weg wijzen tot een liefdevol en gelukkig leven, inspirerende, hoopvolle en troostende teksten. Een voorbeeld: “Laten we onze hoop en onze dromen steeds weer als wegwijzers beschouwen. (…) Onze dromen realiseren we door hoop te koesteren en geduld en toewijding aan de dag te leggen. Snelheid is hier niet aan de orde. (…) We moeten niet bang zijn om risico’s te nemen of fouten te maken. (…) Niemand heeft het recht je de hoop te ontnemen.”
De teksten zijn thematisch gegroepeerd in acht hoofdstukken met titels als: ‘Dromen over schoonheid’, ‘Waarom God vol vreugde is?’, ‘Vreugde heeft het laatste woord’ en ‘Wees hoop’. Naast deze teksten bevat het boek twaalf gebeden van de paus en een interview met hem. Een boek om dagelijks een tekst uit te lezen.
Auteur: Tim ‘S Jongers
Titel: Armoede uitgelegd aan mensen met geld
Uitgever: De Correspondent, 2024
Prijs: € 22,00
ISBN: 978 94 9325 446 6
Aantal pagina’s: 192
“Armoede is zoveel meer dan geen geld hebben.” Armoede is geen kwestie “van gewoon een bijbaantje nemen en de tering naar de nering zetten”. Armoede houdt niet op zodra je geld hebt. Armoede is eeuwig en erfelijk. Tim ‘S Jongers beschrijft op indringende wijze wat armoede werkelijk voor mensen betekent. Hij groeide zelf op in armoede. Uiteindelijk ging hij studeren en nu is hij directeur van de Wiardi Beckman Stichting.
Het zijn de mensen met geld die beslissen over de situatie van de armen. Iemand uit Moerwijk in Den Haag vraagt zich bijvoorbeeld af waarom “de woningbouwcorporatie elke zeven jaar de gevel verfrist, maar dat de schimmels in de slaapkamer al ruim een decennium bloeien”. De armen wordt niets gevraagd. Zelfredzaamheid is voor de rijken. Allerlei subsidieregelingen zijn alleen toegankelijk voor mensen met geld. Armoede is een dagtaak. Armoede bestrijden kan pas als de mensen met geld anders naar armoede leren kijken. Daarom is dit zeer leesbare boek zo belangrijk.
Auteur: Lieke Marsman
Titel: Op een andere planeet kunnen ze me redden
Uitgever: Uitgeverij Pluim, 2025
Prijs: € 24,99
ISBN: 978 94 932 5698 9
Aantal pagina’s: 197
“Mensen vragen me nu enigszins smalend: dus jij gelooft in God? Mijn antwoord luidt: hoe heb ik ooit niét kunnen geloven? Waarom heb ik er ooit genoegen mee genomen dat ik zou moeten leven in een onttoverde wereld, een leven van leegheid, sleur, van onzinnige procedures en sociale conventies? Waarin je je moet houden aan ongeschreven regels, zoals dat je hond niet op je bed mag slapen, waarin je geluk moet doseren, waarin je altijd binnen de lijntjes moet kleuren en je iedere beslissing tot op het bot moet rationaliseren, ook al kom je keer op keer tot de conclusie dat je er op rationele wijze naast hebt gezeten? Dit is het dichtst bij een openbaring dat je als mens kunt komen: niet de wetenschap dat er een God bestaat, maar de wetenschap dat je het jezelf toestaat te geloven in dingen die je niet kunt toetsen.”
Lieke Marsman lijdt aan een ongeneselijke kanker en komt als overtuigd atheïst tot geloof. Het boek bevat zes essays over geloof, hoop, eenzaamheid en wetenschappelijk onverklaarbare verschijnselen, over leven en doodgaan. Deze worden afgewisseld met dagboeknotities over haar ziekte en de naderende dood. “Er is misschien een bovennatuurlijke kracht. Er is misschien een medicijn tegen mijn ziekte. Het leven is het misschien waard te leven – en vanwege dat misschien is het dat zeker.” Ze weet dat dit haar leven is. “Al is dit niet de koers die ik voor mijn leven had uitgestippeld, al gaat dit allemaal buiten mijn wil en weten om: dit is wel mijn leven. Van mij. Ook als het mijn dood inluidt. En ook die gedachte lucht op. Dit is hoe mijn leven zich gekneed heeft. Ik leef het met moeite, maar graag.”
Een bijzonder boek.