Spring naar inhoud

Eenheid, verscheidenheid, liefde en vrijheid; Joh 17,20-26

Op de avond voor zijn lijden en sterven bidt Jezus voor de eenheid. Hij vraagt zijn Vader dat allen één mogen zijn. Bij eenheid denken wij al gauw aan eenvormigheid. Je straalt bijvoorbeeld eenheid uit door allemaal het zelfde uniform te dragen. Maar dat is niet de eenheid waarom Jezus vraagt. Jezus vraagt zijn Vader “dat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U; dat zij ook in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt. Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die Gij Mij geschonken hebt, opdat zij één zijn zoals Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij…”

De apostel Johannes gebruikt geen eenvoudige taal. Het gaat ook niet over een gemakkelijk te begrijpen zaak. Laten we proberen er een vinger achter te krijgen. De eenheid die Jezus voor ons vraagt, is gelijk aan de eenheid van de Vader en de Zoon: de eenheid van de heilige Drie-eenheid, de eenheid van één God in drie Personen. God is eenheid in verscheidenheid. Dit is een eenheid waarin één en veel samengaan. Er zijn drie Personen die samen één God zijn. De goddelijke Drie-eenheid is een gemeenschap van drie Personen. God is in zichzelf gemeenschap. De drie goddelijke Personen zijn volmaakt één, omdat ze oneindig veel van elkaar houden. Hun verbondenheid met elkaar is gebaseerd op liefde. God is liefde. God is relatie in zichzelf.

De liefde streeft naar eenheid. De liefde streeft naar een in elkaar opgaan. Jezus zegt: “Gij, Vader in Mij en Ik in U” en “Ik in hen en Gij in Mij”. Liefde kan alleen bestaan tussen verschillende personen. Liefde kan alleen bestaan als er sprake is van verscheidenheid. Liefde brengt eenheid in verscheidenheid. Eenheid en verscheidenheid zijn beide even belangrijk. Eenheid en verscheidenheid bestaan niet los van elkaar. Ook als wij in elkaar opgaan blijven we afzonderlijke personen.

Liefde is altijd een vrije keuze. Liefde kan niet afgedwongen worden. In volle vrijheid houden de drie goddelijke Personen van elkaar. Niets dwingt hen ertoe. Uit liefde komt de Zoon uit de Vader voort. Uit liefde komt de heilige Geest voort uit de Vader en de Zoon. Dit is een eeuwig gebeuren. Het is altijd geweest en het gebeurt altijd. God is niet aan tijd gebonden. Eenheid en verscheidenheid zijn direct verbonden met liefde en vrijheid. Dit is de eenheid die Jezus voor ons vraagt. Hij vraagt dat wij een gemeenschap vormen van allerlei verschillende mensen. Hij vraagt om eenheid in verscheidenheid. Hij vraagt dat al die verschillende mensen zich met elkaar verbonden weten.

Eenheid, verbondenheid, liefde en vrijheid zijn geschenken. God geeft ze ons als een genade. Wij zijn niet in staat deze gaven zelf tot stand te brengen. We kunnen ze wel weigeren. Wij zijn vrij. Wij mogen Gods genade afwijzen. Genade vraagt van onze kant ontvankelijkheid. Genade vraagt dat wij ons ervoor openstellen. Wij zijn in staat om Gods liefde in de wereld te blokkeren en de werking van zijn liefde negatief te beïnvloeden.

Twee weken geleden hoorden we Jezus zeggen: “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben; zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.” (Joh 13,34-35) Evenals de lezing van vandaag spreekt Jezus deze tekst uit tijdens zijn grote toespraak bij het Laatste Avondmaal. Zowel de liefde voor elkaar als de daaruit voortkomende gemeenschap zijn tekenen van ons geloof in God, van ons geloof in de Blijde Boodschap die Jezus verkondigt.

Op diezelfde avond zegt Jezus: “Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen, die blijvend mogen zijn. Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in mijn Naam vraagt. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.” (Joh 15,16-17) Wij stellen niet zelf onze gemeenschap samen. Wij mensen worden aan elkaar gegeven. Ook daarin gaat het om ontvankelijkheid en openstaan voor elkaar. Dat is het wezen van onze gastvrijheid.

Een gastvrije parochie zet geen mensen bij de deur om te selecteren wie wel en niet naar binnen mogen. Een gastvrije parochie staat open voor iedereen. Wij nodigen in volle vrijheid iedereen uit die bij ons aanklopt. Eenheid in verscheidenheid vraagt om openheid en gastvrijheid. Het is een eenheid die God zelf tot stand brengt. Het is zijn liefde voor ons die de gemeenschap opbouwt. Het is de heilige Geest, de Geest die voortkomt uit de Vader en de Zoon, de Geest die in ons woont die ons doet liefhebben. Maar dat vraagt wel dat wij in volle vrijheid daarop reageren. Amen.

Dilexit nos (Hij heeft ons liefgehad)

Inleiding

Afgelopen zondag (vijfde zondag van Pasen) lazen we: “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben; zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.” (Joh 13,34)

Onze Kerk is een Kerk van lange adem. Ontwikkelingen hebben hun tijd nodig. Maar als ik terugkijk naar mijn jeugd moet ik constateren dat de Kerk een ware revolutie heeft doorgemaakt. De Kerk van nu is een andere dan de Kerk van mijn ouders. Afgelopen jaren heb ik regelmatig bedacht dat ik mij niet kan herinneren dat er in mijn jeugd veel over de liefde werd gesproken. Wij moesten brave kinderen zijn en werden opgevoed tot in het gelid lopende brave burgers. Het woord liefde viel daarbij niet. Bladerend in mijn catechismus van de lagere school kom ik de woorden liefde en barmhartigheid nauwelijks tegen. In plaats van te beginnen met bijvoorbeeld het dubbelgebod van de liefde gaat het pas tegen het einde – in de achtenveertigste les – over de christelijke liefde. Wel leerde ik de oefening van liefde uit mijn hoofd, maar leerde ik daardoor liefhebben? Gelukkig had ik liefhebbende ouders.

Hoe anders is deze tijd. Zowel paus Benedictus XVI als paus Franciscus schreven twee encyclieken over de liefde. De eerste ‘Deus caritas est’ en ‘Caritas in veritate’ en de laatste ‘Fratelli tutti’ en eind vorig jaar ‘Dilexit nos’. Waar Benedictus begint met de basis te leggen voor zijn pontificaat, sluit Franciscus zijn pontificaat af met het verdiepen van het door hem gehanteerde fundament. Terwijl Benedictus een filosofische en theologische uiteenzetting geeft, vinden we bij Franciscus een meditatieve overweging. In het verlengde van het Tweede Vaticaans Concilie sprak paus Paulus VI eerder over een ‘beschaving van liefde’. Hiermee is de sociale leer van de Kerk steeds duidelijker gefundeerd in de liefde. Het is werkelijk een andere benadering dan in mijn kinderjaren. In de encycliek ‘Quadragesimo anno’ van Pius XI uit 1931 komt het woord liefde wel voor, maar rechtvaardigheid is het belangrijkste uitgangspunt.

Een ander voorbeeld: in 1956 kwam Pius XII met de encycliek Haurietis Aquas. Hierin schrijft hij over de verering van het heilig Hart van Jezus. Ook hierin is het zoeken naar het woord liefde. Waar het over liefde gaat betreft het vooral de goddelijke liefde. Van het dubbelgebod van de liefde wordt alleen het eerste gedeelte geciteerd. De menselijke genegenheid die ook bij Jezus aanwezig is, wordt een aandoening genoemd passend bij de menselijke zwakheid.

Een jaar geleden presenteerde het Dicasterie voor de Geloofsleer een document over menselijke waardigheid: ‘Dignitas infinita’. Het is een momentopname van het denken van de Kerk over menselijke waardigheid. Ook in dit document vormt de liefde de basis voor het denken. Waar in het verleden naar de natuurwet werd verwezen, komt dit begrip nu in zijn geheel niet voor. De liefde is gericht op het goede, niet op de verdelging van het onkruid. (Vgl. Mt 13,24-30)

Gelijktijdig heeft ook de barmhartigheid als een van de vormen van liefde de afgelopen decennia een centrale plaats binnen onze Kerk gekregen.

‘God is liefde’. Wij zijn kinderen van God. Liefde is bepaald wat anders dan braaf zijn en in het gelid lopen. De liefde maakt verantwoordelijk. Liefde vraagt eerder eigenzinnige radicaliteit en tegen de stroom in gaan.

De encycliek ‘Dilexit nos’

Hoofdstuk 1: Het belang van het hart

Het eerste hoofdstuk gaat over het belang van het hart. Alles, ziel en lichaam, is verenigd in het hart. Het hart is de zetel van de liefde. Wij zijn geschapen om te beminnen en bemind te worden. Alles speelt zich af in het hart, daar zijn wij onszelf. Het verstand en de wil moeten zich ten dienste stellen van het hart. Het hart herkend het hogere goed. De wil moet zich daar op richten. Ook de verbeeldingskracht en gevoelens laten zich leiden door het hart.

Onze omgang met de Heer is een zaak van het hart. Alleen met het hart kunnen wij ons geheel op de Heer richten. Met ons hart overbruggen we verschillen binnen onze gemeenschappen. Onze harten hebben een ontologische waardigheid. Voor ons zoeken naar een waardiger leven hebben wij Gods liefde nodig. In het Hart van Jezus leren wij onszelf kennen en leren wij lief te hebben. Het Heilig Hart is het eenmakend principe van de werkelijkheid, omdat Christus het hart van de wereld is.

Hoofdstuk 2: Gebaren en woorden van liefde

Christus heeft niet uitgelegd, hoe Hij ons liefheeft. Hij heeft het ons laten zien. Hij is altijd vol liefde en tederheid op zoek naar mensen, naar nabijheid en naar ontmoeting. Zo kent Jezus onze goede bedoelingen en goede daden. De woorden van Jezus laten een liefde vol passie zien, een liefde die compassie met ons heeft, die ontroerd raakt, bedroefd is en zelfs tot tranen wordt bewogen.

Hoofdstuk 3: Dit is het hart dat zozeer heeft liefgehad

De devotie tot het Hart van Christus staat niet los van de Persoon van Jezus. Wij aanbidden de hele Persoon Jezus en gaan met Hem een relatie aan. De afbeelding van het hart ondersteunt dit. Als wij niet liefhebben, bereiken wij ons volledig mens-zijn niet. Gods Zoon heeft ons ook met een menselijk hart willen liefhebben. Vanuit zijn oneindige liefde heeft God een lichaam en een hart aangenomen en is zo de geschiedenis en de menselijke situatie binnengetreden. Zo kunnen wij het oneindige vinden in het eindige. Zo aanschouwen en ontmoeten we het onzichtbare en onuitsprekelijke Mysterie.

Het beeld van het Hart van Jezus bevat een drievoudige liefde: allereerst de oneindige goddelijke liefde die wij vinden in Christus, daarnaast de geestelijke dimensie van zijn mens-zijn en ten slotte is het een symbool van zijn zichtbare liefde. Deze drie liefdes staan niet los van elkaar. Juist in zijn menselijke liefde vinden wij zijn goddelijke liefde. De devotie tot het Hart van Jezus is uitgesproken christologisch. Jezus is echter de weg naar de Vader en in zijn Hart is de Heilige Geest levend en werkzaam. Zo is devotie van het Heilig Hart ook trinitair.

In het verleden was deze devotie een antwoord op de vormen van spiritualiteit die de barmhartigheid van God vergaten. Nu heeft de mens behoefte aan het Hart van Christus om God te kennen en om zichzelf te kennen. De mens heeft behoefte aan een beschaving van de liefde. Iedereen heeft behoefte aan een richtpunt in het leven, aan een bron van waarheid en goedheid. De devotie tot het Hart van Jezus is wezenlijk voor ons christelijk leven. In deze tijd komen er verschillende vormen van religiositeit op die niets hebben met een persoonlijke relatie met een God van liefde. Het zijn vormen van ‘ontlichaamde’ spiritualiteit. Het is een manifestatie van het gnosticisme.

Het Hart van Christus bevrijdt ons ook van een andere misvatting: het zoeken van oplossingen in uiterlijke activiteiten, in wereldse projecten en geseculariseerde overwegingen. Deze leiden tot een christendom zonder de tederheid van het geloof, zonder de vreugde van de toewijding aan de dienstbaarheid, het vuur van de zending van persoon tot persoon, de overweldigende schoonheid van Christus, zonder de diepe dankbaarheid voor zijn vriendschap en voor de uiteindelijke zin die Hij ons leven geeft. Het beste is te vertrouwen op de oneindige barmhartigheid van een God die grenzeloos liefheeft.

Hoofdstuk 4: De liefde die te drinken geeft

In het Oude Testament nemen de messiaanse aankondigingen geleidelijk de vorm aan van een bron van reinigend water. De eerste christenen zagen dit verwezenlijkt in de open zijde van Christus, de bron waaruit het nieuwe leven stroomt. In zijn doorstoken zijde, in zijn hart vinden we Gods liefde voor zijn volk. Vele grote christenen hebben op dit beeld als bron van liefde en barmhartigheid gemediteerd. De verrezen Christus draagt de wonden van het Lijden. Ze zijn niet verdwenen maar veranderd. Het glorierijke leven van de Verrezene en de goddelijke barmhartigheid gaan hand-in-hand.

De gelovige wil niet alleen op deze grote liefde een antwoord geven, maar ook op de pijn die Jezus ervoor heeft willen verdragen. De sensus fidelium voelt aan dat het hier om iets mysterieus gaat dat onze menselijke logica te boven gaat, en dat het lijden van Christus niet puur een feit uit het verleden is, maar dat wij er door het geloof deel aan kunnen hebben. Het evangelie moet ook geleefd worden, zowel in de werken van liefde als in de innerlijke ervaring, en dit geldt vooral voor het mysterie van de dood en de verrijzenis van Christus.

Het verlangen om Christus te troosten begint met het verdriet van het aanschouwen van zijn lijden. Het gaat er niet om dat we door berouw verteerd worden. Berouw is een genade. Berouw wijkt voor vertrouwen en bevrijdt ons van de lasten. Zo kunnen wij, als wij lijden, de innerlijke troost ervaren te weten dat Christus zelf met ons lijdt. In ons verlangen om Hem te troosten worden wij zelf getroost.

Hoofdstuk 5: Liefde voor liefde

Jezus vraagt om liefde. Het antwoord van het gelovige hart is een kwestie van liefde. Het beste antwoord op de liefde van zijn Hart is de liefde voor onze broeders en zusters. Deze verbinding tussen de devotie tot het Hart van Jezus en de verplichting jegens de broeders en zusters loopt als een rode draad door de geschiedenis van de christelijke spiritualiteit. De mensheid van vandaag heeft behoefte aan het Hart van Christus om een beschaving van liefde op te bouwen. Een puur uiterlijk eerherstel is niet voldoende, noch voor de wereld, noch voor het Hart van Christus.

Het eerherstel vraagt om werkelijk het hart van de gekwetste persoon te raken en niet om een eenvoudige daad van compenserende gerechtigheid. Het vraagt erkennen dat men schuldig is en vragen om vergeving om de relaties te herstellen. Jezus beperkt zichzelf en beteugelt de verspreiding van zijn liefde om ons de ruimte te geven tot samenwerking met zijn Hart. Ons afwijzen of onze onverschilligheid beperken de vruchtbaarheid van zijn liefde in ons. Zo wordt eerherstel verstaan als het verwijderen van de hindernissen die wij – met ons gebrek aan vertrouwen, dankbaarheid en toewijding – opwerpen tegen de uitbreiding van de liefde van Christus in de wereld. Er valt niets toe te voegen aan het ene verlossende offer van Christus, maar onze afwijzing maakt het voor het Hart van Christus onmogelijk zijn liefde uit te breiden. Het gaat om een vorm van eerherstel waarin onze liefde het Hart van Christus de ruimte geeft. Dit gaat verder dan een eenvoudige ‘troost’ voor Christus. De opofferingen door daden van liefde voor de naaste, verenigen ons met het lijden van Christus. Christus maakt het ons mogelijk lief te hebben zoals Hij heeft liefgehad. Zo heeft Hijzelf lief en dient Hij door ons.

Door onze getuigenis wordt de liefde in de harten van de mensen uitgestort. Zo wordt de Kerk en ook een maatschappij van gerechtigheid, vrede en broederschap opgebouwd. In het perspectief van het uitstralen van de liefde van het Hart van Jezus, vraagt de zending om missionarissen die verliefd zijn en zo door Christus in beslag worden genomen, dat ze niet anders kunnen dan deze liefde, die hun leven heeft veranderd, door te geven. Met het grootste respect voor de vrijheid en de waardigheid van de ander hoopt de verliefde eenvoudigweg dat hij over de liefde die hem zoveel vreugde geeft, mag vertellen. Missie wordt beleefd in gemeenschap met de eigen gemeenschap en met de Kerk. Als wij de gemeenschap vergeten zal onze vriendschap met Jezus verkoelen.

Tenslotte geeft de paus aan dat dit document een sleutel is tot de sociale encyclieken ‘Laudato si’’ en ‘Fratelli tutti’. Christus’ liefde kan deze aarde een hart geven en de liefde doen herleven waar wij het niet meer mogelijk achten. Ook de Kerk heeft behoefte aan die liefde om niet te vervallen in vergankelijke structuren, en allerlei vormen van fanatisme.

Dit is een uitgebreidere versie van de inleiding op 21 mei 2025 voor de priesters, diakens en pastoraal werkers van het bisdom Rotterdam.

Heb elkaar lief; Apk 21,1-5a; Joh 13,31-33a.34-35

In het boek Openbaring lezen we over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Heel de schepping zal haar voltooiing vinden. In het Evangelie gaat het over de verheerlijking aan het kruis waardoor heel de schepping wordt bevrijdt en verlost. Als wij aan het kruis van Christus denken, komt niet als eerste dit beeld van de verheerlijking op. Wij zijn gewend aan het beeld van een lijdende Jezus aan het kruis. Dat is wat wij zien op de kruisbeelden in onze kerken en in onze huizen. Dit is niet altijd zo geweest. Denk aan het kruis van San Damiano. Dit is het kruis waarbij Franciscus van Assisi heeft gebeden en waar hij zijn roeping verstond. Op dit kruis zien we niet een lijdende Christus maar de glorievolle verrezen Heer afgebeeld.

Dood en verrijzenis zijn nauw met elkaar verbonden. Pasen en Goede Vrijdag kunnen niet los van elkaar bestaan. De dood van Jezus is niet zomaar een dood. Het is een sterven dat tot heerlijkheid en glorie leidt, waarin de verheerlijking plaatsvindt. In zijn verrijzenis wordt Jezus door God de Vader verheerlijkt en in Jezus wordt de Vader zelf verheerlijkt. In de verrezen Heer toont God zijn liefdevolle macht. In Jezus’ dood en verrijzenis wordt Gods grootheid zichtbaar voor ons. Jezus heeft onze dood ondergaan. En als eerste van alle schepselen is Hij verrezen en heeft Hij de dood overwonnen. Als een van ons is Hij ons op deze weg voorgegaan. Hij is onze weg.

Uit liefde heeft God ons geschapen en uit liefde heeft Hij ons verlost en bevrijd. Het is aan ons om die liefde zichtbaar te maken voor iedereen: “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.” Hoezo een nieuw gebod. Eerder noemt Jezus het dubbelgebod van de liefde het grootste gebod. Gij zult de Heer uw God liefhebben en uw naaste als uzelf. Dit dubbelgebod is gebaseerd op de Wet van Mozes. Jezus heeft ook gezegd, dat je ook je vijanden moet liefhebben. Je moet een naaste zijn voor iedereen die jouw daad van liefde nodig heeft. Met heel zijn leven, lijden en sterven heeft Jezus het gebod van de liefde nieuw leven ingeblazen. Hij heeft het in een nieuw perspectief geplaatst. Hij is de liefde zelf. Hij heeft zijn leven gegeven uit liefde voor allen. Zijn weg is de weg van de liefde. Zijn weg is de weg van God: God is liefde.

Leerling van Jezus zijn, Hem volgen, zijn weg gaan vraagt van ons dat de liefde de basis van ons leven is, de basis van al handelen en spreken, altijd en overal. Dat begint dicht bij huis, in onze directe omgeving. Jezus noemt zijn leerlingen hier kindertjes, lieve kinderen. Als een vader van een groot gezin spreekt Hij met zijn leerlingen. Om zijn liefde in de wereld te verkondigen en uit te dragen, moeten zij als eerste van elkaar houden. Hun broederlijke liefde is de basis van hun missie. In de Handelingen der Apostelen kunnen we lezen, hoe de eerste christenen dit nieuwe gebod in de praktijk brengen. Zij worden herkend door en geprezen om hun broederliefde. Zij zijn mensen van de weg, de weg van Jezus, de weg van de liefde.

Vanuit deze broederliefde, vanuit de liefde van Jezus komen we tot liefde voor iedereen. Alle vormen van liefde hangen met elkaar samen, ze bestaan niet los van elkaar. Jezus maakt duidelijk dat de twee delen van het dubbelgebod van de liefde met elkaar samenvallen. Alles wat wij voor een mens in nood doen, doen we voor Jezus. Al onze daden van liefde zijn uiteindelijk op Hem gericht. We kunnen niet God liefhebben zonder zijn kinderen lief te hebben. En als we onze medemensen liefhebben hebben we God, die hierin als bron van liefde aanwezig is, lief.

De vorige twee pausen hebben uitgebreid over de liefde geschreven. Zowel Benedictus XVI als Franciscus wijdden er twee encyclieken aan. Terwijl paus Benedictus een filosofische en theologische uiteenzetting geeft, vinden we bij Franciscus een meer meditatieve overweging en vele voorbeelden van liefdevol handelen.

Deze ochtend wordt paus Leo XIV geïnaugureerd. Hij wordt officieel ingehuldigd als universeel herder van de katholieke Kerk. Direct na zijn verkiezing sprak hij over vrede, over liefde, over bruggen bouwen door dialoog en ontmoeting en over een synodale en missionaire Kerk. Leo XIV geeft aan op de weg van zijn voorgangers verder te gaan. Broederliefde vertaalt hij ook naar eenheid. Zij wapenspreuk luidt: ‘In Illo uno unum’ (In de Ene zijn wij één). Bidden wij voor onze nieuwe paus. Dat hij ons voorgaat op de weg de liefde tot zegen en vreugde van de gehele mensheid. Amen.

In memoriam paus Franciscus

Het is de ochtend van tweede Paasdag. In gedachten ben ik bezig met een column voor de KBO in Voorburg. Afgelopen dagen vierden we dat Jezus met zijn lijden en sterven de dood heeft overwonnen. In zijn liefde voor ons ging hij tot het uiterste toe. Zijn verrijzenis maakt duidelijk dat de liefde sterker is dan het kwaad. Dan komt het nieuws van het overlijden van de paus.

De liefde was de basis voor pontificaat van paus Franciscus. Uit liefde voor de mensen gaf hij gisteren op Pasen met zijn laatste krachten de zegen, urbi et orbi. Toen hij net paus was ging hij naar Lampedusa. Daar sprak hij bootvluchtelingen uit Afrika. Hij trok zich hun lot aan. Afgelopen zaterdag las ik dat de paus met geld en aandacht een groep Zuid-Amerikaanse transgender sekswerkers nabij Rome steunt. Barmhartigheid geldt voor alle mensen.

De afgelopen decennia is de liefde de basis geworden voor het christelijke handelen in de wereld. Paus Benedictus XVI schreef aan het begin van zijn pontificaat de encycliek ‘Deus caritas est’ (God is liefde). ‘Liefde’ is hét kernwoord van het christelijk geloof. Het is de meest bepalende eigenschap van God en het moet het meest belangrijke werkwoord voor de christen zijn. Daarmee gaf paus Benedictus een nieuwe richting aan het katholieke sociale denken. Paus Franciscus zette deze weg voort. Hij schreef in de encycliek ‘Laudato si’’ over de zorg voor de schepping en in ‘Fratelli tutti’ over broederschap en sociale vriendschap. Met zijn laatste encycliek ‘Delexit nos’ (Hij heeft ons liefgehad) mediteert hij over de vele aspecten van de liefde, de liefde van God voor ons en de liefde van de mensen voor elkaar. Hiermee geeft hij aan wat de basis is voor onze zorg voor de schepping en voor een broederlijke samenleving. De Nederlandse vertaling van deze encycliek is afgelopen week gepubliceerd. Zie hier.

Paus Benedictus XVI schreef in de encycliek ‘Caritate in veritate’ (liefde in waarheid) dat liefde en waarheid niet zonder elkaar kunnen. Voor paus Franciscus betekende dit dat hij veel nadruk legde op de dialoog, de dialoog met andere religies, met de politiek en met de wetenschap en ook de dialoog binnen de Kerk. Het in gang zetten van het synodale proces op weg naar een synodale Kerk is hiervan het resultaat. Het is nu aan ons hiermee verder aan de slag te gaan.

Wij geloven en bidden dat God paus Franciscus opneemt in zijn Rijk van liefde en geluk.

Zie ook de website rkkerk.nl.

Barmhartigheid; Joh 20,19-31

Vandaag is de zondag van de goddelijke barmhartigheid. Gisteren was de uitvaart paus Franciscus. Barmhartigheid had een belangrijke plaats in zijn pontificaat. Zo was 2016 een buitengewoon heilig jaar: het Jaar van Barmhartigheid. Goed om eens uitvoerig stil staan bij het begrip barmhartigheid.

Barmhartigheid is een wezenlijk menselijke ervaring. Mensen worden geraakt door het lijden van anderen en komen daardoor in actie. Barmhartigheid en medelijden zijn direct met elkaar verbonden. Zonder medelijden is er geen barmhartigheid. Barmhartigheid is een vorm van liefde die voortkomt uit het geraakt zijn door de nood van de medemens. Bij barmhartigheid is er sprake van ongelijkheid: de sterke helpt de zwakke, de rijke helpt de arme en de gezonde helpt de zieke.

Onze maatschappij heeft nood aan barmhartigheid. Individualisme gaat samen met onverschilligheid ten opzichte van anderen. Zelfredzaamheid geldt niet alleen als een deugd, maar veel meer ook als een plicht. Kortom laat mij met rust, ik zoek het zelf wel uit, maar ook dop jij je eigen boontjes maar, je bent zelf verantwoordelijk voor je ellende. Paus Franciscus schrijft in de sociale encycliek ‘Fratelli tutti’ dat we steeds verder uit elkaar groeien. Het lijkt dat sommige mensen opgeofferd mogen worden ten gunste van een bevoorrechte groep om te kunnen doen wat ze wil. Uiteindelijk worden mensen niet langer gezien als een hoogste waarde die gerespecteerd en beschermd moet worden. (FT 15-18) Als tegengif tegen het hedendaagse denken, het neoliberalisme, het consumentisme, het marktdenken, de maakbaarheid, het individualisme en de zelfgerichtheid hebben we behoefte aan een beschaving van liefde met de barmhartigheid als een recht voor de zwakke.

Wij mensen hebben te maken met het kwaad in de wereld. Het kwaad kan ons van buitenaf overkomen. Het kwaad wordt ons ook aangedaan door medemensen. En niet op de laatste plaats zit het kwaad ook in onszelf. Zowel voor veroorzakers van het kwaad als voor de slachtoffers is barmhartigheid van levensbelang. Slachtoffers hebben hulp nodig om de noodsituatie weer te boven te komen of zoals bij een ongeneselijke ziekte deze uit te kunnen houden. Daders kunnen tot inkeer komen en om vergeving vragen. Voor hen is verzoening noodzakelijk om hun leven weer op de rails te krijgen. Denk aan hen die in de gevangenis hun straf uitzitten. Vandaag wijst Jezus erop dat wij elkaar kunnen vergeven.

Dit maakt barmhartigheid tot een mensenrecht. Zonder barmhartigheid is het menselijk bestaan onmogelijk. Zonder barmhartigheid is er geen gerechtigheid. Gods gerechtigheid is op de eerste plaats barmhartigheid. Gerechtigheid betekent ook dat daders recht hebben op verzoening. Dit betekent niet dat barmhartigheid een afdwingbaar recht is. Mensenrechten zijn op de eerste plaats een vorm van beschaving. Barmhartigheid is een vorm van liefde, zoals ook respect dat is. Liefde is niet afdwingbaar. Het vraagt dat wij ons als mensen verplichten anderen te respecteren en hun barmhartigheid te gunnen. Het gaat erom dat wijzelf barmhartig zijn.

Paus Franciscus schrijft in ‘Fratelli tutti’ over het voorbeeld van de barmhartige Samaritaan. Met zijn handelen heeft de barmhartige Samaritaan laten zien dat het bestaan van iedere mens met dat van anderen verbonden is. Bij zoveel pijn en zoveel wonden in de wereld is barmhartige Samaritaan zijn de enige uitweg. Bij al ons maatschappelijk handelen is de vraag aan de orde of we wel of niet omzien naar de slachtoffers. Elke dag staan we voor de keuze: zijn we goede Samaritanen of zijn we onverschillige reizigers die doorlopen. (FT 66-69)

Het gaat om de waardigheid van iedere mens. Iedere mens is door God geschapen, voor ieder is er de verlossing door Christus en allen zijn bestemd voor het heil. Bij mensen in nood wordt het recht op een menswaardig leven bedreigd. Hier helpt niet alleen gerechtigheid. Steeds is er de noodzaak tot het beoefenen van de barmhartigheid. Steeds zijn er situaties die vragen om werken van barmhartigheid. Het doen van barmhartigheid is voor elke mens een persoonlijke opdracht en daarnaast ook een gemeenschappelijke opdracht die gestalte kan krijgen in de Kerk, in maatschappelijke organisaties en in de politiek. Van daaruit gaat de aandacht naar het verbeteren van de gerechtigheid. Jezus roept ons op tot barmhartigheid: “Weest barmhartig, zoals uw Vader barmhartig is.” (Lc 6,36) Hij geeft ons het voorbeeld van de barmhartige Samaritaan (Lc 10,25-37) en Hij wijst ons op de bevrijdende werking van de barmhartigheid voor onszelf: “Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.” (Mt 5,7) Wij mogen voor onszelf vertrouwen op Gods barmhartigheid. Amen.

Paaswake; Lc 24,1-12

Wij waken bij onze dierbare overledenen en we vertellen elkaar verhalen, eindeloze verhalen. Het zijn verhalen die ons troosten, verhalen van dankbaarheid, verhalen van liefde en verhalen die ons hoop geven. Het is iets van alle tijden. In deze traditie staat ook de Paaswake: van de invallende duisternis tot het licht van de morgen wordt de nacht biddend en wakend doorgebracht. De grote verhalen van de heilsgeschiedenis worden verteld. Het zijn verhalen van liefde en geloof. De verhalen maken ons duidelijk dat de liefde niet vergaat.

In deze nacht waken we bij het graf van Jezus van Nazareth. Hij heeft zijn boodschap van liefde met de dood moeten bekopen. We verkeren tussen licht en donker. En wij vragen ons vertwijfeld af: Waar zijn wij? We lezen de verhalen die ons altijd op de been hebben gehouden. We lezen hoe God de wereld gewild heeft en hoe Hij alles wat Hij gemaakt heeft, goed vindt. We lezen hoe God de mensen steeds weer redt. Hoe Hij hen verlost uit de slavernij. Hoe Hij hen begeleidt naar het beloofde land. Tegen Mozes heeft Hij gezegd: Mijn Naam is: “Ik zal er zijn”. De verhalen vertellen ons hoe God met mensen omgaat, hoe God van de mensen houdt en er voor de mensen is, ook vandaag.

Met de vrouwen gaan wij naar het graf van Jezus. Direct na zijn dood was er te weinig tijd om Hem met alle zorg te begraven. De sabbat stond op het punt te beginnen. Nu op de eerste dag van de week gaan ze zo vroeg mogelijk naar het graf om Hem te balsemen. De doden begraven is een van de werken van barmhartigheid. Het is onze heilige plicht de doden met respect te bejegenen en ze een fatsoenlijke begrafenis te geven. Dat is een daad respect, een daad van liefde. Als ergens ontmenselijking en onbarmhartigheid zichtbaar wordt, is het wel in de manier waarop gestorvenen met bulldozers in een massagraf gedumpt worden. Dat mag zelfs de ergste misdadiger niet aangedaan worden.

Met zijn leven, lijden en sterven heeft Jezus een einde aan de liefdeloosheid willen maken. Hij is het beeld van de barmhartige Vader. Hij roept ons op barmhartig te zijn als de Vader. Onze huidige maatschappij heeft nood aan barmhartigheid. Zijn verrijzenis laat zien, dat Jezus met zijn liefde de dood heeft overwonnen. De liefde is sterker dan het kwaad. Het is onze opdracht de liefde Jezus getoond heeft, over de hele wereld, bij alle mensen te laten stralen.

Afgelopen week was in Leidschendam op het Veurs Lyceum. Daar was voor de brugklassen een religiemiddag georganiseerd. Mij was gevraagd twee keer een les over het katholicisme te verzorgen. Daar valt natuurlijk heel veel over te vertellen. Mijn verhaal moest de leerlingen in staat stellen een aantal vragen te beantwoorden: Een daarvan was: Wat moet ik als gelovige doen? Hoe moet ik leven? Ook daar valt eindeloos over te praten. Ik heb het beperkt tot: God zoeken in gebed en verdieping. God dienen en anderen gelukkig maken. Een goed mens zijn. En tenslotte: Heb elkaar lief, God is liefde. Uiteindelijk draait onze opdracht om deze laatste zin: Heb elkaar lief. Wie weet wat liefde is, kent God. Alleen door elkaar lief te hebben, kunnen we God liefhebben. Jezus heeft het ons voorgedaan. Hij ging in zijn liefde tot het uiterste toe. Hij is onze leidsman in de liefde. Hij is onze weg, onze waarheid en ons leven.

Jezus heeft het kwaad en de dood overwonnen. Wij mogen delen in de overwinning van onze leider. Wij zijn uitgenodigd te werken aan een beschaving van liefde. Ook al is het kwaad overwonnen, het kwaad is niet de wereld uit. Dat zien we dagelijks om ons heen. Als leerlingen van Jezus laten wij zien dat het anders kan, dat het mogelijk is respectvol en vredelievend met elkaar om te gaan, dat het mogelijk is ons te verbinden met onze medemensen, dat het mogelijk is de zwakken in de wereld bij te staan en te helpen. Als pelgrims van hoop gaan wij onze weg. De liefde voor de ander is onze bron van vreugde. Ik wens u allen een zalig Pasen. Amen.

Barmhartigheid; Ex 3,1-8a.13-15; Lc 13,1-9

Mijn eerste gedachte bij het lezen van het Evangelie van vandaag was: complottheorieën, ook toen al. Wij mensen hebben veel moeite met toeval in ons leven. Alles moet een reden hebben, alles moet een oorzaak hebben. Wij hebben nogal de neiging te denken, dat wanneer iemand door het kwaad getroffen wordt, de oorzaak daarvan bij die mens zelf ligt: boontje komt om zijn loontje. Ze zullen zelf wel schuldig zijn. Ze zullen wel gezondigd hebben. Dat is makkelijk en overzichtelijk. Nogal eens wordt van mensen in nood gedacht: eigen schuld, dikke bult.

Jezus komt met een ander verhaal. Hij vertelt de gelijkenis van de vijgenboom die geen vrucht draagt. Die vijgenboom krijgt extra zorg en aandacht. Die vijgenboom krijgt nog een kans. Het is een daad van barmhartigheid en een daad van hoop. Barmhartigheid en hoop gaan hand in hand.

Onze maatschappij heeft nood aan barmhartigheid. Bij ons draait alles om zelfredzaamheid. Zelfredzaamheid geldt niet alleen als een deugd. Zelfredzaamheid is een plicht geworden. Tegenwoordig geldt: laat mij met rust, ik zoek het zelf wel uit. En ook: dop jij je eigen boontjes maar, je bent toch zelf verantwoordelijk voor je ellende. Het heersende individualisme gaat gepaard met onverschilligheid ten opzichte van anderen. Mensen die extra hulp of aandacht nodig hebben zijn maar lastig.

Wat vindt u van het reclamespotje van ReumaNederland? De tekst ervan luidt: “Als we uitgaan, gaat Eva vaak op het laatste moment niet mee. Heeft ze een reuma-aanval. Laatst hadden we concertkaartjes, zitplaatsen nog wel. Haakt ze toch weer af. We zien haar steeds minder. Ja, dat is wel zo.” Wat ik hoor is een klagende vriendin. Zij heeft er last van dat Eva aan reuma lijdt. Zieken zijn maar lastig voor hun zelfgerichte vrienden. Ik neem aan dat het ReumaNederland gaat om hulp aan patiënten, maar ondertussen vinden ze het blijkbaar normaal dat patiënten door vrienden in de steek worden gelaten.

Als tegengif tegen het hedendaagse denken, het neoliberalisme, het consumentisme, het marktdenken, de maakbaarheid, het individualisme en de zelfgerichtheid hebben we behoefte aan een beschaving van liefde met de barmhartigheid als een recht voor de zwakke. Barmhartigheid is van levensbelang zowel voor veroorzakers van het kwaad als voor de slachtoffers. Slachtoffers hebben hulp nodig om de noodsituatie weer te boven te komen of zoals bij een ongeneselijke ziekte deze uit te kunnen houden. Veroorzakers van het kwaad kunnen tot inkeer komen. Voor hen is verzoening en barmhartigheid noodzakelijk om hun leven weer op de rails te krijgen. Dit maakt barmhartigheid tot een mensenrecht. Zonder barmhartigheid is het menselijk bestaan onmogelijk.

Vanaf het allereerste begin leren we God kennen als de Barmhartige. Hij voorziet Adam en Eva na de zondeval van kleding. Hij gaf Kain na de moord op zijn broer Abel “een merkteken, om te voorkomen dat ieder die hem ontmoette hem doden zou”. In de eerste lezing laat God zich aan Mozes kennen. God zegt tegen Mozes: “Ik ben die er is.” God zegt telkens weer tegen ons: Ik ben er voor jou, Ik heb je gehoord en Ik houd van je. God is de bron van ons bestaan, de bron waaruit wij blijven putten. Hij is er voor iedereen. Hij is barmhartig voor alle mensen. God stelt zich voor met de woorden: “Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob.” Hij stelt zich voor als een God van mensen, van mensen die in Hem geloven en zijn aanwezigheid ervaren.

Tegen Mozes zegt Hij: “Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord; ja, Ik ken zijn lijden.” God lijdt met ons mee. Hij treurt en verheugt zich met en om ons. Zo laat Hij zich kennen als onze barmhartige Vader. Hij is de God die mens geworden is in zijn Zoon Jezus Christus. Zo heeft Hij ons menselijk bestaan met ons gedeeld.

Als leerlingen van Jezus, als pelgrims van hoop komen ook wij vanuit medelijden en mededogen tot solidariteit, tot de bereidheid iets van onszelf te geven aan de ander. Dat kan zijn in de vorm van troost en van aandacht voor de ander. Wij kunnen de ander ook laten delen in onze tijd en welvaart. Amen.

Toespraak bij iftarmaaltijd 2025 in Rijswijk

Dit jaar overlappen de Ramadan van de moslims en Veertigdagentijd van de christenen elkaar voor een groot gedeelte. Een halve week na het begin van de Ramadan begon op Aswoensdag onze Veertigdagentijd. De Veertigdagentijd duurt tot Pasen. Dan vieren wij dat Jezus Christus na zijn dood aan het kruis uit zijn graf is opgestaan. Pasen is het belangrijkste feest van de christenen.

Deze veertig dagen worden ons gegeven om te groeien in echte vrijheid, om te groeien in vertrouwen en in hoop op God. Dit is de tijd bij uitstek om ons te oefenen in het goede en af te zien van alles wat andere mensen, de schepping en onszelf schade berokkent. Het is een tijd van bezinning, bekering en verzoening, een tijd van aalmoes, gebed en vasten, een tijd van solidariteit, spiritualiteit en soberheid. Dit alles wordt concreet in daden van naastenliefde, in het gebed en in de beperking van eigen overdaad. Zo maken wij ons vrij om als christen toe te leven naar het Paasfeest.

De Ramadan en de Veertigdagentijd zijn vergelijkbaar met elkaar. Beide zijn een tijd van aalmoes, gebed en vasten, een tijd van solidariteit, spiritualiteit en soberheid. Spiritualiteit betekent dat we ons bezinnen op ons leven. Wat beweegt ons? Wat motiveert ons? Wat maakt ons gelukkig? Wat is de bron van ons bestaan? Wat is een zinvol leven? Wat is onze plaats in deze wereld? Wat is onze plaats ten opzicht van elkaar? Leven wij alleen voor onszelf of leven wij voor iets of iemand die groter is. Voor ons is dat de liefdevolle en barmhartige God. Hij is onze Schepper. Hij heeft ons uit liefde geschapen. In Hem vinden wij ook onze voltooiing.

Solidariteit betreft onze verhouding ten opzichte van elkaar. Mensen zijn geen losstaande individuen. Wij zijn geschapen om elkaar lief te hebben, elkaar te respecteren en elkaar de ruimte te geven. Wij zijn geschapen om in vrede met elkaar te leven. Wij zijn ook geschapen om een gemeenschap te vormen, er voor elkaar te zijn, elkaar te helpen en solidair te zijn met elkaar.

Soberheid heeft vooral te maken met onze eigengerichtheid. Tegenover de soberheid staat onze neiging alles voor ons zelf te willen en de zucht naar een snelle bevrediging van onze lusten. Soberheid staat tegenover allerlei kleine en grote vormen van verslaving. Soberheid geeft ons ruimte voor spiritualiteit en solidariteit, ruimte voor God en ruimte voor onze medemens. Soberheid maakt vrij. Soberheid staat ook in dienst van de zorg voor de schepping, de zorg voor de aarde, ons gemeenschappelijke huis. De schepping is ons gegeven om te gebruiken, niet om te verbruiken.

Bij al onze inspanningen, bij ons oefenen in solidariteit, spiritualiteit en soberheid mogen wij vertrouwen op de barmhartigheid van God. Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en vol liefde. God is onze hoop. Altijd gloort er licht aan de horizon! Hoopvolle mensen zijn ook blije mensen. Hoopvolle mensen zijn ook mensen die met hun solidariteit anderen blij maken. In dit licht is de weg van aalmoes, gebed en vasten, de weg van solidariteit, spiritualiteit en soberheid een hoopvolle weg van vreugde. Zo gaan soberheid en vasten hand in hand met blijdschap. Zo zijn Ramadan en Veertigdagentijd tijden van vreugde. Het zijn tijden om nieuwe wegen vinden en nieuwe wegen te gaan, wegen van een grotere vreugde en een grotere rijkdom dan de wegen van zelfgerichtheid.

Ten slotte wil u enige citaten voorlezen uit de boodschap van de katholieke Kerk aan alle moslims waar ook ter wereld.

Beste moslimbroeders en -zusters, In de maand Ramadan bieden u onze warme groet en vriendschap aan. Deze periode van vasten, bidden en delen is een bevoorrechte gelegenheid om dichter bij God te komen en zich te vernieuwen in de fundamentele waarden van geloof, mededogen en solidariteit.

Voor ons katholieken is het een vreugde om dit moment met u te delen, omdat het ons eraan herinnert dat we allemaal pelgrims zijn op deze aarde en dat we allemaal proberen een beter leven te leiden, maar vooral aan dat wat we samen willen worden, als christenen en moslims, in een wereld op zoek naar hoop. Deze tijd van geestelijke discipline is een tijd om spiritualiteit te oefenen, de deugd die ons dichter bij God brengt en ons hart opent voor anderen. Door vasten, gebed en aalmoezen proberen we ons hart te zuiveren en ons te concentreren op God, die ons leven leidt en stuurt.

Onze wereld dorst naar broederschap en authentieke dialoog. Samen kunnen moslims en christenen getuigen zijn van hoop, vanuit de overtuiging dat vriendschap mogelijk is, ondanks de last van de geschiedenis en de ideologieën die ons in de val laten lopen. Wat we samen willen worden, is broeders en zusters te zijn in menselijkheid, mensen die elkaar wederzijds ten diepste waarderen. Ons geloof in God is een schat die ons verenigt, ver over onze verschillen heen.

In een wereld waarin opnieuw de bekoring verschijnt om de ontmoeting met andere culturen en met andere mensen te verhinderen, is het onze uitdaging om door middel van dialoog een gemeenschappelijke toekomst op te bouwen, gebaseerd op broederschap. We willen niet alleen naast elkaar bestaan; we willen samenleven in oprechte en wederzijdse achting. De waarden die we met elkaar delen, zoals rechtvaardigheid, mededogen en respect voor de schepping, zouden onze acties en relaties moeten inspireren en dienen als kompas om bouwers van bruggen te zijn in plaats van bouwers van muren, pleitbezorgers voor rechtvaardigheid in plaats van onderdrukking, beschermers van het milieu in plaats van vernietigers ervan.

Tot zover de boodschap uit Rome.

Ik wens u allen een gezegende tijd en een smakelijke maaltijd toe.

Aswoensdag; Jl 2,12-18; 2 Kor 5,20-6,2; Mt 6,1-6.16-18

We beginnen aan de Veertigdagentijd. Deze tijd is ons gegeven als een tijd van bezinning en verzoening, een tijd van aalmoes, gebed en vasten, een tijd van solidariteit, spiritualiteit en soberheid. Jezus zegt ons hoe wij het beste solidair kunnen zijn, hoe wij het beste kunnen bidden en hoe wij het beste kunnen vasten.

In de eerste lezing roept de profeet Joël ons op tot bekering. Met vasten en gebed moeten wij ons voorbereiden op de dag van de Heer. Voor Joël is de dag van de Heer niet iets van een verre toekomst. De dag van de Heer is nabij, heeft plaats tijdens ons eigen leven. Je kunt zeggen dat de dag van de Heer zich in ieders leven voltrekt. De dag van de Heer kun je ervaren als een bedreiging. Voor Joël is het een dag van oordeel over het kwaad. Daarom roept hij op tot bekering en verzoening: “Keert tot Mij terug, van ganser harte (…), keert terug naar de Heer, uw God.” Wij mogen vertrouwen op de barmhartigheid van God: “want genadig is Hij en barmhartig, lankmoedig en vol liefde”. Als wij ons zo voorbereiden op de dag van de Heer is het niet langer een bedreiging, maar is het een dag waar we naar uitkijken. “Toen is de Heer voor zijn land opgekomen en heeft Hij zijn volk gespaard.”

De apostel Paulus schrijft soortgelijke woorden op: “Laat u met God verzoenen.” Zo worden we door Christus Gods eigen heiligheid: “Hij zegt immers: ‘Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van heil ben Ik u te hulp gekomen.’ Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil.” Zowel Joël als Paulus spreken ons moed is. Zij verkondigen een boodschap van hoop. Juist in donkere tijden mogen wij vertrouwen op Gods barmhartigheid. Er gloort licht aan de horizon! In dit licht wordt de weg van aalmoes, gebed en vasten, de weg van solidariteit, spiritualiteit en soberheid een hoopvolle weg van vreugde. zo gaan vasten en blijdschap hand in hand.

Afgelopen zaterdag is de ramadan begonnen. Moslims ervaren deze maand van vasten als een feestmaand. Net als onze Veertigdagentijd is de ramadan voor hen een tijd van bezinning en verzoening, een tijd van aalmoes, gebed en vasten, een tijd van solidariteit, spiritualiteit en soberheid. Het is voor hen een tijd van vreugde. Wij zijn als leerlingen van Jezus pelgrims van hoop. Pelgrims van hoop zijn blije mensen. Pelgrims van hoop zijn ook mensen die met hun solidariteit anderen blij maken.

Het Vastenactieproject van dit jaar gaat over schoner koken. Het project wil vrouwen in Oeganda helpen nieuwe wegen in te slaan. Het zal hen helpen tot een beter leven te komen, een leven met minder armoede, een betere gezondheid en een schone omgeving. Door onze solidariteit kunnen zij zich aanpassen aan de veranderde omstandigheden. Met onze hulp kan er gewerkt worden aan een beter leven voor de vrouwen en voor hun gezinnen.

Wij willen graag gelukkige mensen zijn. Naast solidariteit en soberheid vraagt dat aandacht voor spiritualiteit. Wat beweegt ons? Wat motiveert ons? Wat maakt ons gelukkig? Wat is de bron van ons bestaan? Wat is een zinvol leven? De Veertigdagendagentijd is een geweldige gelegenheid ons te bezinnen op ons leven en ons te oefenen in het gaan van nieuwe wegen. Vasten en soberheid kunnen onze zeker blij maken. Het zijn wegen naar het vinden van een grotere vreugde en een grotere rijkdom. Ik wens u een gezegende Veertigdagentijd toe. Amen.

Kerkmuziek; Sir 27,4-7; Lc 6,39-45

Vandaag gaat het over kerkmuziek. Hoe brengen wij met onze muziek God eer en hoe brengt de muziek ons dichter bij God? Jezus Sirach schrijft in het boek Ecclesiasticus: “Het werk van de pottenbakker wordt beproefd door de oven, en de mens door wat hij zegt in het gesprek. Prijs daarom geen mens vóórdat hij gesproken heeft.” Gelukkig heeft Gerard Legierse ons via een interview in Kerk aan de Vliet al toegesproken. Vandaag vieren wij zijn jubileum: vijftig jaar kerkmusicus. Zijn credo is: “Het mooiste is voor kerkmuziek niet mooi genoeg. Zij is niet alleen een verfraaiing en omlijsting van de liturgie, maar ook een verdieping van het gesproken woord; zij maakt mensen ontvankelijker voor het mysterie, muziek blijft ‘hangen’.”

Ontvankelijk zijn is een belangrijke eigenschap van mensen. Het is een lichamelijke eigenschap: kunnen zien, kunnen horen, kunnen ruiken en kunnen proeven. Het is ook een geestelijke eigenschap: willen zien, willen horen, willen ruiken en willen proeven. Blindheid en doofheid zijn een ernstige handicappen, maar wegkijken en niet willen luisteren zijn erger. Als leerlingen van Jezus, als pelgrims van hoop leven wij vanuit de genade en de liefde die God ons geeft. Dat vraagt op de eerste plaats ontvankelijkheid. Als wij ons daar niet voor opstellen, als wij denken alles op eigen kracht te kunnen, komen we niet verder dan zelfgerichtheid.

Openstaan voor Gods liefde en genade laat ons ook openstaan voor onze medemensen. Door Gods liefde toe te laten kunnen ook wij liefhebben, respect hebben voor anderen en hen zien als mensen die ons iets te zeggen hebben. Mensen zijn van elkaar afhankelijk. Samen kunnen wij zoeken naar het goede, het ware en het schone. Wijsheidsspreuken zoals we vandaag in de lezingen horen, zijn een vorm van gestolde levenservaringen van vele generaties. Door deze spreuken heen spreken onze voorouders tot ons.

Wij mensen zijn veelzijdig. Op vele manieren zoeken wij naar antwoorden. Eigen ervaringen en die van anderen spelen daarin een belangrijke rol. Geloof, hoop en liefde geven antwoorden. De wetenschap geeft antwoorden en ook de kunst geeft antwoorden. Deze verschillende manieren van antwoorden zoeken vullen elkaar aan. Hier samenkomen in de kerk is daar een duidelijk voorbeeld van. We luisteren naar het Woord van God en denken erover na. We verbinden ons met Jezus, onze Heer, en we verbinden ons met elkaar. We zien de schoonheid van de afbeeldingen, we luisteren naar de muziek en zingen ook zelf. Het geheel van al die ervaringen brengt ons dichter bij God. We worden erdoor opgetild. We stijgen boven ons zelf uit. We komen los van onze zelfgerichtheid. We richten ons op het goede, het ware en het schone. We richten ons op God. Bij Hem is goedheid, waarheid en schoonheid.

In iedere mens licht Gods goedheid, waarheid en schoonheid een beetje op. Ieder mens is een kind van God, iedere mens is Gods erfgenaam. Juist door naar elkaar te luisteren, door met elkaar in gesprek te gaan krijgen we meer zicht op de ultieme werkelijkheid. Dat luisteren naar elkaar omvat alle facetten van ons menselijk bestaan. Heel onze lichamelijkheid, al onze zintuigen zijn daarbij van belang. Het gaat om kunnen zien, kunnen horen, kunnen ruiken en kunnen proeven en het gaat om willen zien, willen horen, willen ruiken en willen proeven.

Vandaag gaat vooral om de muziek. Door op een goede manier inhoud te geven aan ons menselijk bestaan, door te leven zoals onze Schepper het van ons vraagt, eren wij God. Zo eren wij Hem ook als wij mooie muziek maken. De schoonheid van de muziek doet ook iets met onszelf. Kunst opent ons hart en scherpt onze geest. Het mysterie laat zich moeilijk in woorden vatten. Wetenschappelijke, rationele taal schiet tekort. Gedichten, glas-in-loodramen en muziek raken aan andere dimensies van ons bestaan. Zij kunnen ons ontvankelijk maken voor het mysterie. Zij voeren ons naar God. Zij doen ons ook ervaren wat goed is en wat kwaad is. En zij brengen ons tot elkaar. Om met Gerard te spreken: zij doen ons één kerkfamilie vormen. Amen.