Soms word je door een Bijbeltekst in eerste instantie op het verkeerde been gezet. Dat gebeurde mij deze week met de eerste lezing. Jesaja begint zijn tekst met: “Ik wil zingen voor mijn vriend, zingen het lied van mijn vriend en zijn wijngaard.” Ik had meteen het beeld van een succesvolle ondernemer voor ogen. Zijn vriend die een wijngaard heeft, is goed bezig. Hij doet alles wat een bekwame wijngaardenier moet doen. Maar helaas: “de wijngaard gaf enkel wilde vruchten”.
Nog steeds had ik niet door wat Jesaja ons duidelijk wil maken. Nu kwam bij mij het beeld op van de wereld van procedures en protocollen. Moderne managers schrijven voor dat hun medewerkers zich strikt aan procedures en protocollen moeten houden. Ze hebben geen enkel vertrouwen in de professionaliteit van hun medewerkers. Bovendien zijn ze bang dat zij ter verantwoording worden geroepen als iets mis gaat. Als iedereen zich aan de procedures en protocollen houdt is niemand verantwoordelijk, want alles is keurig volgens de regels gedaan. Wat er echter ontbreekt is aandacht voor de werkelijkheid. Wat ook ontbreekt is betrokkenheid. Betrokkenheid vat je niet in regels. Het gaat in regels alleen om meetbare zaken. De geest ontbreekt.
Aan het einde van lezing blijkt pas waar het Jesaja omgaat. De wijngaard is van de Heer van de hemelse machten. De wijngaard is van God. God zelf is de wijngaardenier. Hier is dus iets anders aan de hand. Bij God ontbreekt het niet aan betrokkenheid en aan geest. God is liefde en de heilige Geest is God. Jesaja heeft het over de relatie tussen de wijngaardenier en de wijngaard, de relatie tussen God en het volk Israël. In een relatie gaat het altijd over twee partijen. Beide partijen moeten de werkelijkheid onder ogen zien. Beide partijen moeten werkelijk willen en betrokken zijn. Beide partijen moeten geestdriftig zijn. Jezus maakt met zijn gelijkenis duidelijk hoe het totaal uit de hand kan lopen als de betrokkenheid op elkaar ontbreekt. Als het enkel om eigenbelang gaat, loopt het uit op moord en doodslag.
Paulus schrijft hoe het wel kan. Hij schrijft: “Weest onbezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend worden.” We hoeven niet alles op eigen kracht te doen. Wees dankbaar voor wat je krijgt en bidt om wat je nodig hebt. Stop je energie niet berekening, niet in het volgen van procedures en protocollen. Vertrouw op God en richt je aandacht op belangrijke waarden: op het ware, het schone en het goede. De aanbeveling van Paulus vraagt van ons dat we onderscheidingsvermogen hebben. Wat is het ware, het schone en het goede? Dat onderscheidingsvermogen krijgen we door bezinning en gebed. Het vraagt dat we de heilige Geest in ons zijn werk laten doen. In ons westerse denken is niet zoveel ruimte voor de heilige Geest. We weten niet goed wat we met Hem aan moeten.
Op dit moment is de synode over synodaliteit in Rome gaande. Bij het begin ervan besteedde paus Franciscus uitgebreid aandacht aan de heilige Geest. De heilige Geest is de hoofdrolspeler op de synode. De paus benadrukte dat de synode geen parlement is. Hij zei: “De heilige Geest speelt de hoofdrol in het leven van de Kerk. Het plan van de verlossing van de mensen gebeurt dankzij de Geest. Hij vertolkt de hoofdrol.” De Kerk is – zegt de paus – “een unieke overeenstemming van stemmen, in vele stemmen, bewerkt door de heilige Geest. Zo moeten we de Kerk opvatten.” “Verder, de heilige Geest heeft een veelvormige troostende werking. We moeten leren de stemmen van de Geest te horen: ze zijn allen verschillend. Leren onderscheiden.” Op onze website vindt u meer over de toespraak van de paus.
Ook wij zijn geroepen te luisteren naar de heilige Geest en te leren onderscheiden. De Geest van waarheid en wijsheid, de Geest van vuur en liefde, de Geest van bezinning en inspiratie. Laat ons luisteren naar de heilige Geest. Amen.
Inleiding
Welke invloed heeft Franciscus van Assisi in deze tijd? Allereerst is daar de encycliek Laudato si’ van paus Franciscus over de zorg voor de schepping. Voordat we naar deze encycliek gaan wil ik – om het perspectief te verbreden – het hebben over drie denkers uit de vorige eeuw. Wat vinden we bij hen aan gelijkenis met Franciscus en op welke wijze verschillen zij van hem. Net als Franciscus zijn het drie mystici, mystieke denkers. Het zijn Pierre Teilhard de Chardin, Titus Brandsma en Thomas Merton.
Wat is mystiek?
Mystiek onderzoekt de grondslagen van ons bestaan en beleeft ze ook. De diepere kennis van het leven openbaart zich rechtstreeks aan de mysticus. Mystiek is een vorm van leren kennen naast kennisoverdracht, wetenschappelijk onderzoek, logische redenering, kunst en geloof. Mystiek is een vorm van onmiddellijke kennis, van ervaren zekerheid, van inspiratie en intuïtie. Tegenwoordig noemen we het ook wel spiritualiteit. Mystiek doet eerder denken aan contemplatie en het verkrijgen van inzicht, terwijl spiritualiteit ook doet denken aan de motivatie voor het handelen.
God – mens – schepping
In het denken van mystici spelen de onderlinge verhoudingen tussen God, mens en schepping een belangrijke rol. Aan de basis van het christelijke denken staan de Bijbelse scheppingsverhalen. Zij vertonen een scherpe tegenstelling met het heidense scheppingsverhalen van de andere volkeren in het Midden-Oosten. In de Bijbel is de schepping niet goddelijk, maar een maaksel van God.
God, mens en schepping zijn in het scholastieke denken van de Middeleeuwen duidelijk afzonderlijke entiteiten. Ze staan met elkaar in relatie maar zijn niet met elkaar verweven. De opkomende moderniteit trekt ze verder uit elkaar. Franciscus van Assisi verzette zich hiertegen. Voor hem was er een nauwe verbondenheid tussen mens en schepping. In de late Middeleeuwen zijn mystici – vooral in onze streken – bezig met de intieme relatie tussen God en mens. Voorbeelden zijn: Johannes Eckhart: God woont in de ziel. Jan van Ruusbroec: Een geestelijk huwelijk tussen God en mens. Geert Grote en de Moderne devotie: De persoonlijke vereniging van de mens met God. Na de nadruk op de navolging van Christus, zoals we bij Franciscus zien, is er een ontwikkeling naar de vereniging met Christus, zoals bij Teresa van Avila in de zestiende eeuw. Het is bij mystici steeds een kwestie van balanceren om in de relatie tussen God en mens het evenwicht te behouden tussen afstand en nabijheid, tussen onderscheid en samenvallen.
Drie mystici
Na deze inleiding nu de drie mystici. We beginnen met Pierre Teilhard de Chardin.
Pierre Teilhard de Chardin
De Fransman Pierre Teilhard de Chardin leefde van 1881 tot 1955. Hij was jezuïet, priester en paleontoloog. Hij wilde zijn geloof en zijn wetenschappelijke inzichten bij elkaar brengen. Hij streefde naar een universele en allesomvattende wereldvisie zonder strijdigheid tussen schepping en evolutie, tussen geloof en evolutieleer. Gods scheppende kracht ligt verborgen in de eigen zelfwerkzaamheid van de schepping.
Wij ontmoeten onze Schepper in de werking van de natuur zelf. Het wordend bestaan van de wereld heeft een richting en een bestemming. Deze bestemming is het Punt Omega. God verschijnt aan het einde. In het laatste Bijbelboek Openbaring lezen we: “Ik ben de Alpha en de Omega, spreekt God de Heer.” (Apk 1,8) Gods scheppingsdaad is als een magneet die de dingen uit het niets roept en tot zich trekt. Dit is geen deterministisch proces, maar een evolutie die wordt gedragen door vrijheid, door persoonlijke keuze en vooral door liefde. De persoonlijke aantrekkingskracht van God, die liefde is, draagt de vooruitgang. Er is sprake van een groeiende complexiteit. Met zijn extreme complexiteit is de mens de bekroning en vervulling van heel de stoffelijke wereld. Het is een gerichte ontwikkeling van oerstof tot mens tot en met de voltooiing van de aardse mensengeschiedenis. Het leven is de hoogste vorm van stof-zijn. In de mens, die geest is, is dit volmaakt. In de materie is de geest reeds aanwezig.
De mens is diep in de aarde geworteld. Eerbied en zorg voor de schepping behoren tot de gehoorzaamheid aan God. De wereld heeft een heilige wijding en wordt geheel door God doordrongen. Alles bestaat omwille van de mens en de mens bestaat omwille van God. Enerzijds is de mens een hogere vorm van dierlijk leven en anderzijds een geheel originele en definitieve schepping, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Er is een wezenlijk verschil tussen mens en dier. De evolutieleer is een hoopvolle geschiedenis van steeds hogere vormen van leven op weg naar het Punt Omega. Het Punt Omega is de liefdevolle vereniging van alle mensen met God. Een vrijwillige vereniging van allen in één waarheid en één liefde. Hierin versmelten de personen niet met elkaar. Ze blijven elementaire en autonome werkelijkheden.
Teilhard de Chardin leeft in een andere wereld dan Franciscus. Franciscus leeft in een statische, harmonisch geordende wereld. Alles heeft zijn rol en plaats. Het is een tijdloze door God gegeven ordening. Teilhard de Chardin leeft in een wereld in beweging, een veranderende wereld. De dimensie tijd heeft zijn intrede gedaan in het wereldbeeld. Nu ervaart de mens zichzelf als een bron van creativiteit. Hij heeft de kennis en de macht om de wereld vorm te geven. Hoezeer beiden van elkaar verschillen blijkt uit ‘De hymne van de stof’, het Zonnelied van Teilhard de Chardin. Enkele regels hieruit: “Een zegen ben je, o stof vol gevaren, zee vol geweld, o tomeloze hartstocht: jij, die ons verslindt als wij je niet temmen. Een zegen ben je, o machtige materie, o evolutie, in je loop onomkeerbaar en steeds nieuw waar iets maar ontstaat: jij, die onze geest bij voortduring noopt tot herzien van de schema’s, die ons dwingt almaar verder en verder te gaan op onze jacht naar wat waar moge zijn.”
Titus Brandsma
Titus Brandsma leefde van 1881 tot 1942. Hij is een tijdgenoot van Pierre Teilhard de Chardin. Ze zijn in hetzelfde jaar geboren. De wieg van Brandsma stond in een boerderij op het Friese platteland. Na de lagere school ging hij naar het kleinseminarie bij de franciscanen. Daarna koos hij voor de karmelieten. Na zijn priesterwijding ging hij naar Rome om daar te promoveren. Terug in Nederland werd hij docent filosofie en vervolgens hoogleraar aan de katholieke universiteit in Nijmegen. Hier bestudeerde hij de geschiedenis van de wijsbegeerte en van de mystiek. Daarnaast was hij journalist. Hij zette zich in voor het katholiek onderwijs en de persvrijheid en verzette zich tegen opkomend nazisme. Hierdoor kwam hij in het concentratiekamp Dachau terecht, waar hij in 1942 stierf aan een dodelijke injectie. In 2022 is hij heilig verklaard.
Pierre Teilhard de Chardin maakte als natuurwetenschapper volop deel uit van de moderniteit en het daarmee verbonden positivisme. Van Titus Brandsma kun je zeggen dat hij op de drempel van de moderniteit stond en nog met één been in de traditionele samenleving. Hij maakte zich zorgen over de nieuwe tijd. In 1932 opende hij als rector magnificus de diësrede als volgt: “Onder de vele vragen, welke ik mijzelven stel, houdt wel geen mij meer bezig dan het raadsel, dat de zich ontwikkelende mensch, prat en fier op zijn vooruitgang, zich in zoo grooten getale afkeert van God.” Zich bewust van een steeds veranderende wereld schetste hij een beeld van het in de loop van de tijd veranderende Godsbeeld en zocht hij naar een passend Godsbeeld voor onze tijd. “Wij moeten allereerst God zien als den diepsten grond van ons wezen, verholen in het meest innerlijke onzer natuur, maar daar toch te zien en te aanschouwen.” Brandsma stond in de traditie van de laatmiddeleeuwse mystici. God is de schepper en instandhouder van alle wezens. In heel de schepping, in elk schepsel is God te zien. Nergens is God zo nabij, als in onszelf. De liefde is het middel om tot vereniging met God te komen. De vereniging met God is geen eenwording, wel een samengaan.
Opvallend bij Brandsma is zijn letterlijk bloemrijke taalgebruik, waaruit zijn liefde voor schoonheid en voor de natuur blijkt. Hiermee staat hij in de traditie van de Friese plattelands spiritualiteit. Met Franciscus deelt hij de verwondering over de schepping. De volgende tekst is uit een inleiding waarin hij spreekt over het belang van een liturgisch leven voor jongeren. “De lente brengt ons weer bloemen en zon. Overal zien we weer het jonge groen in al zijn frischheid en bekoorlijkheid door de lentezon bestraald en doorweven met bloemen. (…) Nu is Holland op zijn mooist, nu bloeit en geurt de Betuwe en waar men nu in Nederland komt, in dorp en stad in land en bosch, het zijn overal bloemen, die we zien. Men biedt ze in bossen aan om ze tot in de huiskamer te brengen, zoo’n overvloed is er. En wij verlustigen ons in de schoonheid van die bloemenweelde en voelen ons hart overstroomd van genot bij het genieten van die zeldzame pracht en heerlijkheid. (…) De bloem in de Zon. Dat is de jongen, dat is het meisje, dat in liturgisch leven de volheid van Gods genade deelachtig wordt en geniet van de heerlijkheid en vruchtbaarheid dier goddelijke genade.”
Thomas Merton
Thomas Merton was een Amerikaanse benedictijner monnik. Hij werd geboren in 1905, liet zich na een losbandig leven in 1938 dopen en werd in 1941 trappistenmonnik. Hij stierf in 1968. Hij was een groot liefhebber van de natuur, mysticus, theoloog, dichter, auteur en sociaal activist. Hij voerde actie tegen de uitbuiting van de Derde Wereld, rassendiscriminatie, de Vietnamoorlog en de kernbewapening. Gaandeweg kon hij zich vanuit het klooster steeds meer terugtrekken in een kluis in het bos. Hij was graag alleen.
Merton is een generatie jonger dan Brandsma en Teilhard de Chardin. Hij is een kind van de moderniteit en komt hiertegen in verzet. Hij ziet de uitwassen van de moderniteit, de instrumentele kijk op de schepping en op mensen en de daarmee gepaard gaande exploitatie van beide. Bij hem horen we een duidelijk ecologisch geluid. “De wereld wordt geëxploiteerd tot meerdere eer en glorie van de mens en niet van God. De menselijke macht wordt een doel op zich. De dingen worden niet gebruikt, maar opgebruikt en vernietigd. Mensen zijn niet langer arbeiders en ‘scheppers’ maar productiemiddelen, instrumenten voor de winst.”
Op lyrische wijze geeft Merton uiting aan zijn mystieke natuurbeleving. Hij geniet van de natuur. “De hele natuur is bedoeld om ons te doen denken aan het paradijs. De bossen, velden, valleien, heuvels, de rivieren en de zee, de wolken die reizen langs de hemel, zon en sterren, herinneren ons eraan dat de wereld oorspronkelijk gemaakt was als een paradijs voor de eerste Adam. (…) De hemel wordt zelf nu al in geschapen dingen weerspiegeld. Als God in ons woont, en onze ziel maakt tot zijn paradijs, dan kan de wereld om ons heen worden zoals zij bedoeld was voor Adam – zijn paradijs.”
Van zichzelf zegt hij: “Ik ben een franciscaan. Dat is mijn geestelijke aard: buiten te zijn in de bossen, onder de bomen.” Ieder schepsel heeft volgens hem zijn eigen waarde. “Een boom verheerlijkt God door een boom te zijn. Want door te zijn waar God hem voor bestemd heeft, gehoorzaamt de boom aan Hem.” Merton zoekt de eenzaamheid en de stilte om één te zijn met God. Hij voelt zich een met de natuur die net als hij schepping is. Hij hoort de vogels zingen en ervaart hen als een wonderbaar gezelschap. Hij voelt een diepe band met de herten en een diepe compassie met hen. Hij wil ze beschermen tegen de aantasting van het milieu.
Voor hem vormen de geestelijke en de natuurlijke werkelijkheid een geheel. “Hoe belangrijk is het voor monniken om op het land te werken, in de regen en de zon, in de modder en de klei, in de wind: zij zijn onze geestelijke begeleiders…” Hier zien we de benedictijn aan het woord. Bij Franciscus denken we vooral aan ongerepte natuur. De benedictijner monniken brachten het land in cultuur. Wij loven God niet alleen met verwondering, zang en gebed maar ook met het werken in en aan zijn schepping. God is de bron van alles. God is het zijn zelf. Alles dankt zijn bestaan aan Hem. Alles is daarom aan elkaar verwant en met elkaar verbonden. God is in heel de schepping aanwezig. Ons eigen zijn is een participatie in Gods ‘er zijn’. De natuur doet ons God ervaren.
Merton is zich steeds meer bewust van de problemen die de technologische ontwikkelingen veroorzaken. Alles moet worden verklaard en beheerst. Mysteries bestaan niet meer. Alles is gericht op nog meer consumptie.
De encycliek Laudato si’
In 2015 schrijft paus Franciscus een brief aan alle bewoners van ons gezamenlijk huis. Hij opent deze encycliek met woorden uit het Zonnelied geschreven door Franciscus van Assisi en geeft haar daarmee de titel: Laudato si’. De encycliek gaat over duurzaamheid, over de schepping en haar voortbestaan en over de gevolgen van het onverantwoord omgaan met de schepping. De paus zet hiermee een volgende stap in het kerkelijk denken over ecologie. De inhoud van een encycliek maakt deel van de katholieke leer.
De paus beschrijft de bedreigingen die uitgaan van klimaatverandering, vervuiling van water en verlies van biodiversiteit. Deze bedreigingen – waaraan de mens medeschuldig is – treffen alle mensen. Hij concludeert: “Nooit hebben wij ons gemeenschappelijk huis zo mishandeld en beschadigd als in de laatste twee eeuwen.” Ons wereldbeeld is van grote invloed op de wijze waarop wij met de wereld omgaan. De paus schrijft: “dat het menselijk leven op drie fundamentele en nauw met elkaar verbonden relaties gebaseerd is: met God, met de naaste en met de aarde zelf.” De mens is deel van de schepping, is ervan afhankelijk en draagt er verantwoordelijkheid voor. De schepping is aan de mens gegeven om haar te bewerken en te beheren. Zij is er voor alle mensen, nu en in de toekomst. Zij is ons gegeven om te gebruiken; niet om te verbruiken en niet om haar aan onze wil te onderwerpen. De schepping bewerken en met respect beheren betekent, dat we haar verder mogen ontwikkelen maar haar ook moeten verzorgen en beschermen.
Dit vraagt een andere manier van denken, een culturele revolutie. Wetenschap en technologie zijn geschenken van God, maar vragen om verantwoord gebruik met respect voor mens en natuur. Mensen en schepping mogen niet ondergeschikt zijn aan winstbejag en eigenbelang. Omdat alles nauw met elkaar verbonden is, pleit de paus voor een integrale ecologie met duidelijk respect voor menselijke en sociale aspecten. De natuur heeft niet alleen gebruikswaarde voor de mens, maar is ook waardevol op zichzelf. De schepping openbaart ons Gods liefde. God is in heel de schepping aanwezig. Zo zorgt Hij voor het voortbestaan en de ontwikkeling van ieder wezen als een voortzetting van zijn scheppend handelen. Hierbij wordt gerefereerd aan het denken van Pierre Teilhard de Chardin.
De paus beschrijft wegen tot verder gesprek en tot activiteiten om aan de spiraal van zelfvernietiging te ontkomen. Politici en wetenschappers zijn verantwoordelijk voor concrete maatregelen. De Kerk biedt een moreel kompas aan. Wij mensen moeten een nieuwe levensstijl aannemen, loskomen van het consumentisme. Dit vraagt een ecologische bekering en een ecologische spiritualiteit.
De invloed van Franciscus van Assisi
Paus Franciscus begint zijn encycliek met te verwijzen naar het Zonnelied. Ons gemeenschappelijk huis is als een zuster met wie wij ons leven delen, en als een goede moeder die ons in haar armen neemt. Franciscus van Assisi “nodigt ons (…) uit de natuur als een schitterend boek te zien waarin God tot ons spreekt en ons een glimp schenkt van zijn oneindige schoonheid en goedheid.” We zien dit ook bij Titus Brandsma en Thomas Merton. Franciscus wordt het voorbeeld bij uitstek van een integrale ecologie genoemd. Zijn overtuiging dat “ieder schepsel een zuster is” kan richting geven aan ons gedrag. Hij leert ons: “De wereld is een vreugdevol mysterie dat wij met vreugde en lofprijzing bewonderen.” Overeenkomstig de visies van Franciscus en Thomas Merton heeft ieder schepsel zijn eigen waarde en brengt heel de schepping God lof.
De belangrijkste zorg is de bewoonbaarheid van de aarde voor de mensheid. Heel de schepping is een liefdesproject van God. Daarbinnen heeft de mens een bijzondere positie. Hij is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. De mens maakt deel uit van de schepping en is ervan afhankelijk. Alles hangt met elkaar samen en met elkaar verbonden. Daarom is het nodig dat de mens – overeenkomstig het voorbeeld van Franciscus – leeft in harmonie met de schepping.
De mens heeft de opdracht te werken in en te werken aan de schepping. Hij is belast met zorg voor de aarde. Benedictus van Nursia wordt slechts een keer genoemd. Toch is de benedictijnse spiritualiteit mogelijk van grotere invloed op de inhoud van de encycliek dan de franciscaanse. De mens is verantwoordelijk met antwoorden te komen op de ecologische crisis. Hierbij wordt een nadrukkelijk beroep gedaan op de politiek en op wetenschap en techniek. Daarnaast is er het belang van de religieuze taal. De encycliek besteed hier aandacht aan in het hoofdstuk ‘Het mysterie van het heelal’, waarin het Zonnelied vrijwel geheel is opgenomen. Bij de oproep tot ecologische bekering en tot een ecologische spiritualiteit wordt Franciscus naast andere heiligen als een voorbeeld genoemd. Hierbij moet wel aangetekend worden dat je Franciscus niet als een hedendaagse ecoloog kunt beschouwen. Ecologie bestond toen niet en was toen ook niet nodig.
Franciscus maakte zich ook niet druk over het geloof in God. God was in zijn tijd vanzelfsprekend. Voor de paus is het geloof in God en de door Hem geschapen ordening van wezenlijk belang voor een ecologische spiritualiteit. Franciscus verzette zich tegen de scheiding tussen mens en schepping en de instrumentalisatie van de schepping. Dit vinden we ook bij Thomas Merton. Hij en Titus Brandsma wijzen ook op het verdwijnen van God uit de samenleving. Dit alles vinden we terug in de encycliek Laudato si’.
Bibliografie
Voor teksten van Titus Brandsma zie: https://titusbrandsmateksten.nl/.
Bras, Kick, Onuitsprekelijk paradijs: De groene spiritualiteit van Thomas Merton, Heeswijk: Berne Media, 2021.
Duchatelez, Kamiel, Geschiedenis van de christelijke spiritualiteit, Averbode/Baarn: Altiora/Gooi en Sticht, 1995.
Franciscus, Laudato si’, Utrecht: Secretariaat van het Rooms-Katholieke kerkgenootschap, 2015.
Munster, Hans van, De mystiek van Franciscus: De macht van barmhartigheid, Haarlem: Gottmer, 2002.
Smulders, P., Het visioen van Teilhard de Chardin: Poging tot theologische waardering, Brugge/Utrecht: Desclée de Brouwer, 1964, 4e druk.
Teilhard de Chardin, Pierre, Hymne-aan-de-stof, https://www.mystieknetwerk.nl/teilhard-de-chardin-hymne-aan-de-stof, geraadpleegd op 27 juli 2023.
Todoroff, Boris, Laat heb ik je liefgehad: Christelijke mystiek van Jezus tot nu, Leuven: Davidsfonds, 2002.
Uitgesproken op 6 september 2023 tijdens de Studiemiddag over Sint Franciscus van de Opleiding Italiaanse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Leiden.
Jezus vraagt zijn leerlingen wie Hij volgens de mensen is: “Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?” Jezus vraagt hier naar de bekende weg. Hij hoort zelf ook wel wat de mensen van Hem vinden. Het gaat ook niet om de antwoorden op deze vraag. De antwoorden geven aanleiding tot een gesprek. De volgende vraag die Jezus stelt is: “Maar gij wie zegt gij dat Ik ben?” In dit gesprek maakt Jezus de leerlingen bewust van de situatie waarin Hij zich bevindt. Ook bereidt Hij hen voor op de taak die zij op zich zullen nemen. Volgende week horen we het vervolg van dit gesprek.
Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik ben niet dagelijks bezig met de vraag wie Jezus voor mij is. Ik neem aan dat ook u er niet aan gewend bent, dat deze vraag het onderwerp van gesprek is tijdens een verjaardag, dat u niet tijdens uw verjaardag aan de mensen vraagt: wie is Jezus voor jou? Als u het een keer zou doen, zou dat waarschijnlijk heel veel verschillende antwoorden opleveren. De antwoorden die de mensen volgens de leerlingen geven, zullen er waarschijnlijk niet bijzitten. Het antwoord van Petrus mogelijk wel.
De antwoorden zullen variëren van heel concreet tot abstract, van heel goddelijk tot heel menselijk. Juist die grote variëteit aan antwoorden zegt veel over Jezus. Ik zie dat ook als ik met mijn broers en zussen over onze ouders praat. Het is opvallend hoe verschillend de beelden zijn die wij van hen hebben, terwijl we toch echt allemaal dezelfde ouders hebben. Zo is het ook met Jezus. Ieder heeft zijn eigen beeld, een beeld dat past bij de relatie die jij met Jezus hebt.
Zo komen we denk ik tot de kern. Jezus is een persoon met wie je een relatie kunt hebben. In een relatie is er sprake van twee partijen. De relatie wordt daardoor ook van twee kanten ingekleurd. Door de relatie die je met de ander hebt, krijg je ook een beeld van de ander. Maar dat betekent ook dat er iets van jezelf in het beeld van de ander zit. Zo heeft ieder van ons zijn eigen beeld van Jezus. En al die verschillende beelden mogen er zijn. Juist door de verschillen is het ook zo boeiend en verrijkend om er met elkaar over te praten. Het gesprek levert je nieuwe inzichten op. Je vult elkaar aan en brengt elkaar op nieuwe ideeën. Het gesprek leidt ook tot uitzuivering, zeker als daarbij ook de teksten uit de Bijbel en de leer van de Kerk betrekt. Soms blijkt je beeld wel heel erg persoonlijk te zijn. Geloven doe je in gemeenschap. Het is ook een kwestie van samen groeien in geloof. Samen ben je op zoek naar de waarheid, ook al is het niet mogelijk die in ons aardse leven exact te kennen. Zoals Paulus ergens schrijft: we kijken nu nog in een wazige spiegel. (1 Kor 13,12)
Mocht het u niet zo aanspreken om hierover op verjaardagen te spreken, maar denkt u dat een dergelijk gesprek waardevol voor u kan zijn, dan is er Alpha. Alpha is de gelegenheid bij uitstek om over dergelijke vragen met elkaar in gesprek te zijn. Na de informatieavond op woensdag 13 september is een week later de vraag aan de orde: ‘Wie is Jezus?’ De avonden beginnen met een maaltijd. Daarna gaat u na een korte inleiding met elkaar in gesprek. Dan heeft u het gesprek wat u op verjaardagen niet voert.
Zo’n twintig jaar geleden heb ik zelf aan een Alpha meegedaan. Ik was vooral nieuwsgierig naar Alpha. Dat werd een bijzondere ervaring. Ik kan het u alleen maar aanraden ook een keer mee te doen. Alpha is er voor jong en oud, voor de onwetende zoeker en voor de trouwe kerkganger. Alpha is er voor iedereen. Alpha is een kwestie van gewoon een keer doen. Amen.
De jonge koning Salomo is zich bewust van zijn onervarenheid. Hij weet nog niet hoe hij de goede keuzes kan maken. Dit is niet alleen iets van vroeger. Dit is van alle tijden. Hoe maak ik de juiste keuze? Veel mensen, vooral jonge mensen hebben last van keuzestress. Het aantal mogelijkheden is vrijwel onbeperkt en groeit nog steeds. Vaak leidt dit tot uitstel van het maken van een keuze. Laat ik eerst een tussenjaar nemen en daarna gaan studeren. Hopelijk weet ik dan beter wat ik wil. Er is ook een neiging om alle opties open te houden of om voorlopige keuzes te maken. We zien dat bij het aangaan van relaties. Het maken van een radicale keuze wordt uit de weg gegaan. Ook het uitstellen van het krijgen van kinderen is daar een voorbeeld van.
De jonge Salamo vraagt niet om uitstel. Hij vraagt om wijsheid. Met Gods steun durft hij het leven aan en de verantwoordelijkheid van het koningschap op zich te nemen. Hij vraagt God om onderscheidingsvermogen. Het vinden van een schat in de akker en het herkennen van een mooie parel vragen onderscheidingsvermogen. De eerste twee parabels gaan over het vinden van het Rijk der hemelen. Vinden is vooral een kwestie van zien en herkennen; het vraagt onderscheidingsvermogen. De derde parabel gaat over het oordeel op het einde van de wereld. De slechten en de rechtvaardigen worden van elkaar gescheiden. Rechtvaardig zijn vraagt te kunnen kiezen tussen goed en kwaad. Ook dat vraagt onderscheidingsvermogen.
Onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad, is iets waar we voortdurend mee te maken hebben. Leven is telkens weer keuzes maken. Het is eigen aan ons menselijk bestaan dat we niet alles kunnen en dus moeten we kiezen: kiezen tussen verschillende goede zaken maar ook kiezen tussen goede en minder goede zaken. We moeten kiezen tussen korte- en langetermijnbelangen, tussen ons individuele eigenbelang en het algemeen belang, tussen economische belangen en zorg voor de schepping, tussen eigen plezier en het welzijn van anderen. Voortdurend moeten we kiezen tussen goed en kwaad. Dat vraagt onderscheidingsvermogen.
Als we grote en belangrijke keuzes moeten maken, nemen we bedenktijd. We wegen de voor- en nadelen tegen elkaar af. We wikken en wegen. Waartoe zal dit besluit op de langere termijn leiden? Wat zullen de gevolgen ervan zijn? We vragen anderen om advies en om met ons mee te denken. We bidden om raad en dat we een goed besluit mogen nemen. Daarnaast zijn er ook vele kleine keuzes, keuzes die we intuïtief en zonder nadenken maken. Ook dat zijn vaak keuzes tussen goed en kwaad, keuzes die van invloed zijn op het welzijn van onze medemensen. Hoe zorgen we ervoor dat we ook hier de juiste keuzes maken?
Je kunt niet voortdurend eerst even rustig gaan zitten nadenken. Dat zou je eigen leven en dat van anderen verpesten. Wat je wel kunt doen is: je oefenen in het doen van het goede. Je kunt achteraf nagaan of je tevreden bent met de gemaakte keuze en op basis daarvan een voornemen maken voor een volgende keer. Zo word je je gaandeweg bewust van je gedrag en leer je met vallen en opstaan te onderscheiden wat goed en kwaad is. God geeft ieder van ons telkens weer een nieuwe kans.
Op deze manier kom je tot goede gewoonten. Je ontwikkelt ook principes als basis voor je handelen en spreken. Zo doe je gaandeweg de gewone dingen op een goede wijze. Zo word je langzaam maar zeker een goed mens. Om met de heilige Titus Brandsma te spreken: Wij zijn niet geroepen om grootse, opvallende en druk besproken dingen te doen. Wij zijn geroepen de gewone dingen op grootse wijze te doen.
Het is de liefde die ons helpt onderscheid te maken. De liefde wijst ons de weg in ons leven. De liefde doet ons goed en kwaad van elkaar onderscheiden. De liefde zorgt ervoor dat wij goed handelen. Het is de liefde die ons de weg wijst naar het Rijk der hemelen. De liefde opent ons de ogen voor deze schat. God is liefde. Het Rijk der hemelen is liefde. Het is deze liefde die de mens in zijn leven ontdekt. Deze liefde is als de verborgen schat en als de prachtige parel. Als wij deze liefde in ons leven vinden en toelaten, bepaalt zij heel ons leven, al ons doen en laten.
Jezus zegt: “Daarom is iedere schriftgeleerde die onderwezen is in het Rijk der hemelen gelijk aan een huisvader die uit zijn schat nieuw en oud te voorschijn haalt.” Als wij zelf de liefde hebben leren kennen, zijn wij in staat ook anderen hierin de weg te wijzen. Ook zo zijn wij missionair. Amen.
Al een aantal zondagen achter elkaar luisteren we naar het gesprek van Jezus met zijn apostelen. Hij zendt hen uit om het Koninkrijk de hemelen te verkondigen en geeft hen allerlei aanwijzingen en goede raad mee. Hij waarschuwt hen voor tegenslag en gevaar, Hij spreekt hen ook moed in en zegt dat ze vertrouwen mogen hebben. Zij moeten niet bang zijn. Het is God die hen eropuit stuurt. Hij zal hen ook beschermen.
Vandaag maakt Jezus de apostelen duidelijk dat ze voor moeilijke keuzes komen te staan. Hoe moeilijk dat kan zijn, blijkt uit het dilemma dat Jezus schetst. “Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig.” Bij het horen van deze uitspraak dacht u – net als ik – mogelijk, dat Jezus het ons hier nu wel erg moeilijk maakt. Overdrijft Hij hier niet?
Jezus predikt voortdurend de liefde, niet alleen de liefde voor God, maar ook de liefde voor onze medemens. Onze ouders en onze kinderen moeten wij liefhebben. Waar het hier om gaat is dat er situaties kunnen zijn waarin we ons niet door deze liefde moeten laten leiden. Wat doe je bijvoorbeeld als je merkt dat je kind moordlustig is en daarmee een bedreiging voor de samenleving? Ik hoop dat niemand van ons dit ooit overkomt. Maar wat doe je in zo’n geval? Houd je dan nog steeds je kind de hand boven het hoofd en houd je vol dat het geen vlieg kwaad doet, of ga je ervoor zorgen dat er maatregelen worden getroffen en dat de samenleving beschermd wordt tegen de moordlust van je kind?
Voor een dergelijke keuze stelt Jezus ons hier ook. Keer je je uit liefde voor je ouders of je kinderen af van Jezus, keer je je af van God omdat zij dat van je vragen? Of ben je standvastig in je geloof en kies je onvoorwaardelijk voor God en voor Jezus? Jezus drijft de zaak hier op de spits. Ook in dit geval hoop ik dat geen van ons ooit voor deze keuze komt te staan. Maar er zijn zoveel andere zaken die ons onvrij maken, allerlei kleine verslavingen en onhebbelijkheden die ons belemmeren leerling van Jezus te zijn en zijn weg te volgen. Waar het om gaat is dat wij vrije mensen zijn, dat we loskomen van onze al te menselijke verlangens, zodat we ons zo geheel aan Jezus en aan zijn Koninkrijk kunnen wijden. Als wij werkelijk vrij zijn, zijn we ook in staat tegenslag en gevaar te doorstaan, dan zijn ook wij in staat ons kruis op ons te nemen.
Het begrip vrijheid kent verschillende betekenissen. In onze huidige maatschappij denkt men bij vrijheid vooral aan ‘kunnen doen waar je zin in hebt’. Dat is een tamelijk leeg begrip van vrijheid. Dit is echt niet de vrijheid waar ze in Oekraïne nu hun leven voor geven. Daar staat het begrip vrijheid tegenover onderdrukking. Daar gaat het om de zelfbeschikking van een heel volk. Daar staat vrijheid tegenover slavernij.
Vandaag wordt onze aandacht gevraagd voor de slavernij in verleden en voor de gevolgen ervan. Honderdzestig jaar geleden werd de slavernij in ons land afgeschaft. Daarna moesten de slaafgemaakten in de Nederlandse koloniën nog tien jaar zonder betaling hun werk blijven doen. Feitelijk werd de slavernij in Nederland dus pas honderdvijftig jaar geleden afgeschaft. In een verklaring schrijven de Nederlandse bisschoppen: “We willen het slavernijverleden onder ogen zien. En we realiseren ons dat de voorsprong in economische ontwikkeling in het deel van de wereld waarin wij leven mede mogelijk werd door slavernij en kolonialisme.” U vindt de tekst van de verklaring van de bisschoppen op onze website.
Slavernij is een ernstige zonde tegen de waardigheid van iedere mens. Vaak gaat slavernij hand in hand met vormen van racisme. Op basis van etniciteit, van huidskleur worden mensen tot minderwaardig en ondergeschikt bestempeld. Deze vormen van discriminatie bestaan nog steeds. Zij werken door en veroorzaken leed tot op de dag van vandaag. Zo werkt ook de slavernij van vroeger door in het heden. Ook in onze tijd bestaan er nog vele vormen van slavernij, vormen van onrecht en ontmenselijking. Denk aan uitbuiting, kinderarbeid, dwangarbeid, prostitutie en gedwongen huwelijken. Onze economie en onze welvaart is deels gebouwd op zondige structuren, structuren van moderne slavernij, structuren die tegemoet komen aan onze onhebbelijkheden, structuren die in ingaan tegen de boodschap van Jezus Christus. Daarnaast zijn er nog onze eigen verslavingen, verslavingen die onszelf van onze vrijheid beroven, verslavingen die ons afhouden van het doen van het goede, verslavingen die ons afhouden van God.
De essentiële boodschap van het Evangelie van vandaag is, dat we ons niet op onszelf moeten richten, maar op God. Niet wij zijn het centrum van de wereld, maar God is het centrum van de wereld. Als wij ons richten op God en Hem liefhebben, komen wij als vanzelf ook tot liefde voor zijn kinderen. De liefde voor God mondt vanzelf uit in het dubbelgebod van de liefde: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand.” En “Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.” Liefde voor God en liefde voor de naaste zijn innig met elkaar verbonden. Als wij als leerlingen van Jezus kiezen voor God, dan is dat geen keuze tegen onze ouders of tegen onze kinderen. Het is geen keuze die ten koste van anderen gaat. Zij maken er juist onderdeel van uit. Jezus vraagt ons als werkelijk vrije mensen te kiezen voor Hem en voor zijn Vader. Een keuze voor God is ook een keuze voor alle mensen, ook voor de mensen direct om ons heen. Amen.
Jeremia heeft het er moeilijk mee. Hij lijdt eronder dat men hem haat en belachelijk maakt. Hij beklaagt zich bij God. God heeft hem de opdracht gegeven die hem smaad en schande brengt. In het Evangelie vallen we vandaag binnen midden in een gesprek van Jezus met de apostelen. Vorige week hoorden we hoe Jezus hen uitzendt om het Rijk der Hemelen te verkondigen. Jezus spreekt hen moed in. “Weest niet bang voor de mensen.” Die tekst is duidelijk en helder. De daaropvolgende tekst is moeilijker te verstaan. Pakt u de tekst van het Evangelie er even bij dan nemen we die door.
“Niets is bedekt of het zal onthuld, niets verborgen of het zal bekend worden. Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht, en wat ge u in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van de daken.” Hiermee moedigt Jezus de apostelen aan iedereen te vertellen wat ze gehoord hebben. Het verborgen mysterie van Gods liefde wordt zo openbaar. Met de verkondiging van het Rijk der Hemelen brengt Jezus iets nieuws. Mensen houden niet van verandering. Ze verzetten zich ertegen. Juist daarom moet het van de daken geschreeuwd worden.
“Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden maar niet de ziel; vreest veeleer Hem die én ziel én lichaam in het verderf kan storten in de hel. Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver? En toch zal buiten de wil van uw Vader niet één mus op de grond vallen. Bij u echter is zelfs ieder haar van uw hoofd geteld. Weest dus niet bevreesd; gij zijt toch méér waard dan een zwerm mussen.” Ook met deze woorden spreekt Jezus de apostelen moed in. Ze moeten niet bang zijn voor mensen. Die kunnen wel je lichaam doden maar niet je ziel. Alleen God beschikt over je lichaam én je ziel. Maar God is goed en barmhartig. Voor Hem hoef je niet bang te zijn. Het is God die hen er op uit stuurt. Hij zal hen ook beschermen. Als boodschappers van God zijn zij toch meer waard dan een zwerm mussen.
“Ieder die Mij bij de mensen belijdt, zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de hemel is. Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen, zal ook Ik verloochenen tegenover mijn Vader die in de hemel is.” Nogmaals een woord van bemoediging van Jezus aan de apostelen. Als jullie mijn leerling zijn, als jullie je met Mij verbinden, dan kun je al je vertrouwen op Mij stellen, dan verbind Ik Mij met jullie. Jezus zegt hun dat zijn Vader ook hun Vader is. Zij leven in eenheid en verbondenheid met elkaar. Wie Jezus verloochent, verloochent deze verbondenheid en daarmee ook zichzelf.
Niet alleen de apostelen hebben een missionaire taak. Wij allemaal zijn geroepen om de Blijde Boodschap te verkondigen. Wij allen zijn geroepen om anderen te vertellen over God en over zijn grote liefde voor de mensen. Ook tegen ons wordt gezegd: Weest niet bang. Als we bang zijn, zijn we niet vrij. Voortdurend lezen we in de Bijbel: Vreest niet. Het reddende werk van Christus is er opgericht ons te bevrijden van onze angsten.
Door zich bij God te beklagen komt Jeremia weer tot het inzicht dat God hem uit de handen van de boosdoeners zal redden. Wij staan er niet alleen voor. Donderdag vieren we het hoogfeest van de apostelen Petrus en Paulus. Zij zijn ons op deze weg voorgegaan. Zij zijn ons voorbeeld en onze voorspraak. Ook wij mogen vertrouwen op God en ons door Hem gedragen weten. Jezus heeft ons toegezegd altijd bij ons te zijn. Hij steunt ons en Hij heeft ons de Helper, de heilige Geest gezonden. Wij mogen op God vertrouwen en hoeven niet bang te zijn. Amen.
Jezus zegt: “De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten.” Daarna worden de twaalf apostelen gezonden om net als Jezus zieken te genezen, doden op te wekken, melaatsen te reinigen en duivels uit te drijven.
Wij willen een missionaire parochie zijn. Dat betekent dat we het werk dat Jezus is begonnen en door zijn leerlingen is voortgezet, ook in onze tijd een vervolg willen geven. Onze missionaire opdracht is niet alleen een opdracht voor de leden van het pastoraal team. Het is een opdracht voor alle gelovigen. Allen worden gezonden.
Waar gaat het over als Jezus zegt: “De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig.” Uit mijn kindertijd heb ik daar een duidelijk beeld bij. In de zomer was ik vaak bij mijn grootvader op de boerderij. Ik de hooitijd was daar veel werk te verrichten. Het was de tijd voor de komst van tractoren en dergelijke. Dus werden mijn ooms en de mannen van mijn tantes opgetrommeld om te helpen bij het binnenhalen van de oogst. Misschien is dit ook uw eerste gedachte bij deze woorden van Jezus, maar gaat het hier wel om het binnenhalen van oogst? Als we kijken naar de opdracht die de apostelen krijgen, gaat het niet over binnenhalen, maar over het uitdelen van de oogst. Zij moeten zieken genezen, doden op wekken, melaatsen reinigen en duivels uitdrijven.
De oogst staat voor de gaven van het Koninkrijk der hemelen. De oogst is groot want de genade is overvloedig. Het vraagt vele arbeiders om al die genadegaven uit te delen. Wij worden gezonden niet om zieltjes te winnen, niet om ervoor te zorgen dat onze kerken weer vol stromen, zodat we onze gebouwen in stand kunnen houden. We zijn missionair niet uit zelfbehoud maar om de boodschap van het Evangelie naar buiten te brengen. Wij worden gezonden om mensen gelukkig te maken. Het gaat om hoop te geven aan de mensen van vandaag, mensen die verlangen naar onvoorwaardelijke liefde, mensen die zoeken naar de grond van hun bestaan, mensen die bewust of onbewust zoeken naar God.
Missionair zijn begint met elkaar ontmoeten en elkaar tegemoet komen. Het vraagt een houding van luisteren naar de verlangens en de dromen van de ander. Het vraagt om gesprek en dialoog over wat ieder van ons bezig houdt. Het vraagt om het bieden van hoop en barmhartigheid voor hen die op welke wijze dan ook eenzaam, gekwetst of beschadigd zijn. Jezus werd bij het zien van de menigte door medelijden bewogen, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder. Wat mensen nodig hebben is een bemoedigend woord, een gedachte die hoop en uitzicht biedt en nieuwe wegen opent, een gebaar van liefde en betrokkenheid.
Vandaag is het vaderdag. Deze houding van liefde en betrokkenheid wensen wij allereerst alle vaders toe. Maar er is meer. Onze maatschappij kent vele noden. Zo zijn er mensen in onze eigen omgeving met concrete materiële noden. Daarvoor is straks de collecte voor IPCI, de parochiële caritas. Er zijn ook veel immateriële noden. Mensen die het niet zien zitten, mensen zonder hoop, mensen zonder vrede, mensen die geen houvast hebben, mensen die het geluk zoeken in bezit en consumptie. Ook voor deze mensen kunnen wij er zijn met onze boodschap van het Koninkrijk der hemelen, met onze boodschap van hoop, met de Blijde Boodschap van Jezus Christus.
Paulus schrijft dat Christus is gestorven voor goddelozen. Ook hen zal Hij met God verzoenen. Die boodschap van hoop mogen wij hen brengen. Daartoe worden wij gezonden. Zoals het volk van Israël op arendsvleugelen werd gedragen, zo mogen wij ons ook gedragen weten door God. Jezus heeft ons de heilige Geest gegeven als onze Helper. Zo zijn ook wij een priesterlijk koninkrijk en een heilig volk, een volk met een bijzondere opdracht. Voor niets hebben wij ontvangen, voor niets mogen wij geven. Amen.
Pinksteren is het feest van energie. De heilige Geest brengt de apostelen in beweging. Dat veroorzaakt een behoorlijke onrust in Jeruzalem. Om hun roeping te kunnen volgen hebben de apostelen liefde, moed en wijsheid nodig. De heilige Geest schenkt hen zijn gaven zoals ook Jezus aan het begin van zijn openbare leven aangeeft dat de Geest des Heren op Hem rust. Jezus is door Hem gezalfd. (Lc 4,18)
Roeping
God roept ook ons om zijn liefde voor alle mensen te verkondigen. Hij roept ons om met ons hele leven te getuigen van zijn goedheid. Met de gaven van de heilige Geest wordt ook ons alles geschonken wat wij hiervoor nodig hebben. De Geest is niet alleen onze Trooster. Hij is ook onze Helper, onze Leraar: “Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu niet verdragen. Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen.” (Joh 16,12-13) De Geest brengt ons in beweging. Hij brengt ons tot daden van liefde.
Haast je langzaam
Toen ik in de vliegtuigbouw werkte leerde ik: ‘haast je langzaam’. Blijf nadenken, handel niet overhaast, daar komen maar brokken van. Hoe groter de nood, hoe belangrijker rust is. Rust heb je nodig om tot goede beslissingen te komen. De heilige Geest brengt ons in beweging. Hij geeft ons energie, misschien zelfs een heilige onrust. Dat begint met rustig in gebed luisteren om daarna in beweging te komen, want als wij onrustig zijn, kunnen we de stem van de Geest niet verstaan. De stem van de Geest vraagt om rust en vrede in onszelf. De apostel Paulus schrijft aan de Galaten: “De vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid.” (Gal 5,22)
Bron van liefde worden
Onze roeping begint met de liefde van God voor ons. De drie-ene God is liefde in zichzelf. De heilige Geest schenkt ons die liefde. Om zelf een bron van liefde te worden is het nodig ons vaak grote ‘ego’ te beteugelen. Ingetogenheid, bescheidenheid en respect voor anderen helpen daarbij. Luisteren naar de stem van de Geest zet ons op het pad van Gods wil te doen. Dat maakt ons tot liefdevolle mensen die er voor een ander willen zijn en voor hen alle goeds willen. Dan kunnen we luisteren naar wat een ander ons te zeggen heeft en kunnen we de volle waarheid op het spoor komen. Dan worden we ook werkelijke vrije mensen, niet vrij om ons eigen zin te doen, maar vrij om het goede te doen. Ik wens u een zalig Pinksteren toe.
Artikel in Kerk aan de Vliet 7,3 mei/augustus 2023