Spring naar inhoud

Dilexi te: De voorkeursoptie voor de armen (samenvatting)

10 februari 2026

‘Dilexi te’ (Ik heb je liefgehad) (Apk 3,9). De Heer verklaart zijn liefde voor de mensen, vooral voor de armen. Na de encycliek ‘Dilexit nos’ (Hij heeft ons liefgehad) bereidde paus Franciscus deze exhortatie over de zorg van de Kerk voor de armen en met de armen voor. Paus Leo XIV voltooide dit werk. Zij wensen dat alle christenen de sterke samenhang zien tussen de liefde van Christus en zijn oproep in de nabijheid van de armen te zijn. (DT 1-3)

HOOFDSTUK EEN – ENKELE ONMISBARE WOORDEN

De liefde voor de Heer en voor de armen vallen samen. De uitspraak “Armen hebt gij altijd in uw midden” (Mt 26,11) valt samen met: “Ik ben met u alle dagen.” (Mt 28,20) Hier weerklinkt: “Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan.” (Mt 25,40) Franciscus van Assisi begreep dit: in de melaatse was het Jezus zelf die hem omhelsde en zijn leven veranderde. Als we ons bevrijden van onze zelfgerichtheid en naar de armen luisteren, zorgt de voorkeursoptie voor de armen voor een bijzondere vernieuwing in de Kerk en in de samenleving. God toont zich bezorgd om de noden van de armen. Als wij naar de roep van de armen luisteren, verbinden we ons met het hart van God. (DT 4-8)

Er zijn er vele vormen van armoede: de armoede van te weinig middelen van bestaan, de armoede van de sociale marginalisatie en het ontbreken van middelen om de eigen waardigheid en capaciteiten te uiten, morele en spirituele armoede, culturele armoede, de armoede van persoonlijke of sociale zwakte of kwetsbaarheid, de armoede van rechteloosheid, het gebrek aan ruimte en vrijheid. De inzet voor de armen en voor het wegnemen van de structurele oorzaken van armoede is nog steeds ontoereikend. Er ontstaan steeds nieuwe vormen van armoede. Naast concrete inspanningen is ook een mentaliteitsverandering nodig. De illusie dat een welvarend leven geluk brengt, doet veel mensen denken dat het bestaan draait om het vergaren van rijkdom en sociaal succes, zelfs ten koste van anderen. Elke dag sterven duizenden mensen aan ondervoeding. Ook in rijke landen zijn de cijfers over het aantal armen zorgwekkend. (DT 9-12)

Als we erkennen dat alle mensen dezelfde waardigheid hebben mogen we de grote verschillen tussen landen en regio’s niet negeren. Arme mensen zijn niet per toeval of door het lot arm geworden. Armoede is meestal geen keuze. Toch zijn er nog steeds mensen, ook christenen, die dat beweren. (DT 13-15)

HOOFDSTUK TWEE – GOD KIEST VOOR DE ARMEN

God is barmhartige liefde. Met een barmhartige blik en een hart vol liefde wendde Hij zich tot zijn schepselen. Om onze beperkingen en kwetsbaarheid te delen, heeft Hij zichzelf arm gemaakt, is Hij mens geworden en heeft Hij onze radicale armoede, namelijk de dood, gedeeld. Theologisch kan men spreken van een voorkeursoptie van God voor de armen. Deze voorkeur voor de armen vindt zijn volledige vervulling in Jezus van Nazareth. Met radicale armoede openbaart Hij het ware gezicht van de goddelijke liefde. Jezus is de openbaring van de voorkeursoptie voor de armen. Hij presenteert zich aan de wereld niet alleen als arme Messias, maar ook als Messias van de armen en voor de armen. (DT 16-20)

Jezus realiseert de liefdevolle nabijheid van God. Hij verkondigt: “Zalig zijn jullie armen, want aan jullie behoort het koninkrijk van God.” (Lc 6,20) De Kerk moet een Kerk van de zaligsprekingen zijn, ruimte bieden aan de kleinen en arm zijn met de armen, een Kerk waar de armen een bevoorrechte plaats hebben. Onze zorg voor de integrale ontwikkeling van hen die in de maatschappij het meest aan hun lot worden overgelaten vloeit voort uit het geloof in Christus die arm is geworden en de armen en de uitgeslotenen altijd nabij is. (DT 21-23)

De apostel Johannes schrijft: “Wie zijn broeder, die hij ziet, niet liefheeft, kan God, die hij niet ziet, niet liefhebben.” (1 Joh 4,20) Jezus noemt de twee oude geboden: “Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht” (Dt 6,5) en “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf” (Lv 19,18), en voegt ze samen tot één gebod. Men kan God niet liefhebben zonder ook de armen lief te hebben. Elke daad van liefde jegens de naaste weerspiegelt de goddelijke liefde: “Voorwaar, ik zeg u: alles wat u voor een van deze minste broeders van mij hebt gedaan, hebt u voor mij gedaan.” (Mt 25,40) De werken van barmhartigheid zijn een vorm van authentieke eredienst waarmee – terwijl zij God looft – wij ons openstellen voor de omvorming tot het beeld van Christus en van zijn barmhartigheid jegens de zwaksten. (DT 24-28)

De brief van Jakobus besteedt veel aandacht aan rijkdom en armoede. Bij Johannes vinden we de oproep: “Als iemand rijkdommen van deze wereld heeft en zijn broeder in nood ziet, maar zijn hart voor hem sluit, hoe blijft dan de liefde van God in hem?” (1 Joh 3,17) Bij de eerste christelijke gemeenschap zijn er duidelijke voorbeelden van het delen van goederen en van aandacht voor armoede. Denk aan de dagelijkse ondersteuning van weduwen (Vgl. Hnd 6,1-6). Toen Paulus naar Jeruzalem ging om de apostelen te raadplegen “opdat hij niet tevergeefs zou lopen of gelopen hebben” (Gal 2,2), werd hem gevraagd de armen niet te vergeten. Door de eeuwen heen hebben Bijbelverhalen het hart van de christenen aangespoord om lief te hebben en werken van naastenliefde te verrichten. (DT 29-34)

HOOFDSTUK DRIE – EEN KERK VOOR DE ARMEN

Ondanks hun armoede zorgden de eerste christenen voor de behoeftigen. Diaken Laurentius toont zijn trouw aan Jezus Christus door de dienst aan de armen en het martelaarschap te verenigen. De dienaren van de Kerk mogen de zorg voor de armen nooit verwaarlozen. Vanaf de eerste eeuwen erkenden de kerkvaders in de armen een weg om tot God te komen, een bijzondere manier om Hem te ontmoeten. Naastenliefde jegens de behoeftigen werd gezien als een concrete uitdrukking van het geloof. De armen waren een essentieel onderdeel van de gemeenschap. Hoofdstuk 3 geeft verder een uitgebreid overzicht van de geschiedenis van de christelijke liefdadigheid met interessante citaten van kerkvaders en een beschrijving van het werk van kloosterordes en congregaties. (DT 35-81)

HOOFDSTUK VIER – EEN VERHAAL DAT VOORTDUURT

De technologische en sociale veranderingen van de afgelopen twee eeuwen werden niet alleen ondergaan, maar ook aangepakt en doordacht door de armen. De bewegingen van arbeiders, vrouwen en jongeren, evenals de strijd tegen rassendiscriminatie, hebben geleid tot een nieuw bewustzijn van de waardigheid van mensen in de marge. De sociale leer van de Kerk is ondenkbaar zonder de christelijke leken die worstelden met de uitdagingen van hun tijd. Ook nu is de interactie tussen gedoopten en leergezag, tussen burgers en deskundigen, tussen volk en instellingen noodzakelijk. Het Tweede Vaticaans Concilie is een mijlpaal in het kerkelijk denken over de armen. Paus Johannes XXIII sprak: “De Kerk presenteert zich zoals ze is en zoals ze wil zijn, als de Kerk van iedereen en in het bijzonder als de Kerk van de armen.” Paus Paulus VI stelt dat de Kerk met bijzondere belangstelling kijkt naar “de armen, de behoeftigen, de verdrukten, de hongerigen, de lijdenden, de gevangenen, dat wil zeggen naar de hele mensheid die lijdt en huilt”. De arme is een vertegenwoordiger van Christus. Gaudium et Spes bevestigt de universele bestemming van de goederen van de aarde en de sociale functie van het eigendom dat daaruit voortvloeit. (DT 82-86)

Paus Johannes Paulus II legt in Sollicitudo Rei Socialis de voorkeursrelatie van de Kerk met de armen vast. In Laborem Exercens stelt hij dat “menselijke arbeid een sleutel is, en waarschijnlijk de essentiële sleutel, tot de hele sociale kwestie”. Paus Benedictus XVI stelt in Caritas in Veritate dat “men zijn naaste des te effectiever liefheeft, naarmate men zich meer inzet voor een algemeen welzijn dat ook beantwoordt aan zijn werkelijke behoeften”. Hij merkt op dat “honger niet zozeer te wijten is aan materiële schaarste, maar veeleer aan een tekort aan sociale middelen, waarvan de belangrijkste van institutionele aard zijn.” Paus Franciscus is getuige van de ontwikkelingen in Latijns-Amerika. Daar spraken de bisschoppen zich uit voor de voorkeurskeuze voor de armen: “Christus, onze Verlosser, had niet alleen liefde voor de armen, maar ‘zijnde rijk, werd hij arm’, leefde in armoede, richtte zijn missie op de verkondiging van hun bevrijding en stichtte zijn Kerk als teken van deze armoede onder de mensen.” Naastenliefde verandert de werkelijkheid. Het is onze plicht om de dictatuur van een economie die doodt, aan de kaak te blijven stellen en te erkennen dat het inkomen van enkelen exponentieel groeit waarmee de inkomenskloof met de meerderheid steeds groter wordt. (DT 87-92)

In Dilexit Nos schrijft paus Franciscus dat sociale zonde in de samenleving vorm krijgt als een “zondige structuur”, die “vaak deel uitmaakt van een heersende mentaliteit die als normaal of rationeel beschouwt wat in werkelijkheid slechts egoïsme en onverschilligheid is.” Het wordt normaal om de armen te negeren en te leven alsof ze niet bestaan. We moeten ons steeds meer inzetten om de structurele oorzaken van armoede op te lossen. Hulpverlening is slechts een tijdelijke oplossing. Het gebrek aan rechtvaardigheid is de wortel van alle sociale kwalen. Hebben zwakkeren niet dezelfde waardigheid als wij? Zijn zij die met minder mogelijkheden zijn geboren minder waard, moeten zij zich beperken tot overleven? Een van de structurele kwesties die moeten worden aangepakt, is die van de plaatsen, de huizen en steden waar de armen wonen en leven. Tegelijkertijd moeten we rekening houden met de gevolgen voor mensen van de aantasting van het milieu, het huidige ontwikkelingsmodel en de wegwerpcultuur. De onrechtvaardige structuren moeten worden vernietigd met de kracht van het goede, door een mentaliteitsverandering, maar ook, met behulp van wetenschap en techniek, door de ontwikkeling van effectief beleid. Het gaat om de liefde voor God, die in de wereld regeert. Laten we zijn Koninkrijk zoeken. De zorg voor de zuiverheid van het geloof mag niet los worden gezien van de zorg voor een doeltreffend getuigenis van dienstbaarheid aan de naaste, in het bijzonder aan de armen en onderdrukten. (DT 93-98)

Fundamenteel is het inzicht dat de voorkeurskeuze voor de armen door de Kerk verankerd is in het christologische geloof in God die arm is geworden om ons te verrijken met zijn armoede. Daarom bevestigen wij opnieuw onze evangelische voorkeurskeuze voor de armen. We moeten gemarginaliseerde gemeenschappen zien als subjecten die in staat zijn hun eigen cultuur te creëren, in plaats van als objecten van liefdadigheid. De keuze voor de armen vereist van ons aandacht voor de ander. Dit houdt in dat we de arme waarderen om zijn eigen goedheid, om zijn manier van zijn, zijn cultuur, zijn manier van het geloof beleven. Zo kunnen we hen op de juiste manier begeleiden op hun weg naar bevrijding. Het is duidelijk dat wij ons moeten laten evangeliseren door de armen en de mysterieuze wijsheid erkennen die God ons via hen wil meedelen. Opgegroeid in extreme onzekerheid, lerend te overleven in de meest ongunstige omstandigheden, hebben de armen veel geleerd. Zij die soortgelijke ervaringen niet hebben, kunnen zeker veel leren van de ervaring van de armen. (DT 99-102)

HOOFDSTUK VIJF – EEN PERMANENTE UITDAGING

De aandacht voor en met de armen is een essentieel onderdeel is van de weg van de Kerk. De zorg voor de armen is als een baken van licht. We moeten iedereen uitnodigen om zich in dit licht te begeven. De liefde voor de armen is een essentieel onderdeel van de geschiedenis van God met ons. Als Lichaam van Christus voelt de Kerk het leven van de armen als haar eigen ‘vlees’. Voor de christen zijn de armen niet alleen een sociaal probleem: zij zijn een ‘familiekwestie’. De heersende cultuur zet ertoe aan de armen aan hun lot over te laten, hen niet waardig te achten aandacht en waardering te schenken. We zijn het gewoon de andere kant op te kijken. Kan ik reageren vanuit geloof en liefde en in de mens in nood een mens zien met dezelfde waardigheid als ik. Veel vormen van huidige onverschilligheid zijn tekenen van een algemene levensstijl en symptomen van een zieke samenleving. Welvaart maakt ons blind. We denken dat we alleen gelukkig zijn als we zonder anderen kunnen. De armen kunnen voor ons stille leraren zijn die onze trots en arrogantie tot de juiste nederigheid terugbrengen. Het zijn juist de armen die ons evangeliseren. Zij confronteren ons met onze zwakheid en onthullen onze kwetsbaarheid en de leegheid van een schijnbaar beschermd en veilig leven. De voorkeursoptie voor de armen spoort de Kerk aan zich te richten tot de wereld waarin de armoede gigantische vormen aanneemt. Om echt in het mysterie van de incarnatie van God binnen te treden, moet men juist goed begrijpen dat de Heer vlees wordt dat honger heeft, dorst heeft, ziek is, gevangen zit. De armen staan centraal in de Kerk. De christelijke religie mag niet beperkt blijven tot de privésfeer. Elke kerkgemeenschap valt uiteen als zij zich niet creatief inzet en effectief samenwerkt om de armen een waardig leven te bieden en iedereen te integreren. In werkelijkheid is de ergste discriminatie waaronder de armen lijden het gebrek aan spirituele aandacht. (DT 103-114)

Het is goed om nog stil te staan bij de aalmoes, die vandaag de dag ook onder gelovigen geen goede naam heeft, zelden wordt beoefend en soms zelfs veracht. De belangrijkste hulp voor een arme is hem aan een goede baan helpen, zodat hij een waardig leven kan leiden. Echter als deze concrete mogelijkheid nog niet bestaat, mogen we iemand niet aan zijn lot overlaten. En dus blijft de aalmoes een noodzakelijk moment van contact, van ontmoeting en van inleven in de situatie van anderen. We worden uitgenodigd even stil te staan en de arme in de ogen te kijken, hem aan te raken en iets van onszelf met hem te delen. Het zal ons hart raken ook al lost het de armoede in de wereld niet op. (DT 115-119)

Christelijke liefde overwint alle barrières, brengt verre mensen dichterbij, brengt vreemden samen, maakt vijanden tot vrienden, dringt door tot in de meest verborgen krochten van de samenleving. Christelijke liefde is van nature profetisch, verricht wonderen, kent geen grenzen: zij doet het onmogelijke gebeuren. Liefde is bovenal een manier om het leven te begrijpen en te leven. De Kerk die de wereld vandaag nodig heeft, is een Kerk die alleen mannen en vrouwen kent om lief te hebben. Zowel door uw werk en inzet om onrechtvaardige sociale structuren te veranderen, als door die eenvoudige, zeer persoonlijke en nabije daad van hulp, kan iedere arme voelen dat de woorden van Jezus voor hem bedoeld zijn: “Ik heb u liefgehad” (Apk 3,9). (DT 120-121)

De complete tekst van de exhortatie staat op:
https://rkdocumenten.nl/toondocument/9671-dilexi-te-nl
Voorlopig is dit nog een werkvertaling. Uiteindelijk verschijnt hier de geautoriseerde vertaling.
De tekst is ook in diverse talen te vinden op:
https://www.vatican.va/content/leo-xiv/en/apost_exhortations.index.html

Geef een reactie

Plaats een reactie