barmhartigheid, bidden, Dilexi te, Dilexit nos, Franciscus, gerechtigheid, God, heilig Hart, Jezus Christus, Leo XIV, liefde, paus, verkiezingen, wijsheid
Gods gerechtigheid; (Sir 35,12-14.16-18); Lc 18,9-14
Het boek Ecclesiasticus ofwel de Wijsheid van Jezus Sirach is bijna tweehonderd jaar voor Christus geschreven en behoort tot de zogenaamde wijsheidsliteratuur. In de lezing van vandaag wordt God met een rechter vergeleken. De eerste vraag bij het lezen van deze tekst is, roept dit bij ons hetzelfde beeld op als in de tijd van Jezus Sirach? Als wij denken aan een rechter dan hebben het beeld voor ogen van iemand die het gedrag van mensen toetst aan de wet: is er sprake van een wetsovertreding, is er sprake van een strafbaar feit?
Bij Jezus Sirach gaat het niet primair om het naleven van de wet maar om het doen van gerechtigheid. Hij beschrijft de gerechtigheid van God. Zoals ook hier duidelijk wordt, valt Gods gerechtigheid samen met zijn barmhartigheid. Gods gerechtigheid is op de eerste plaats barmhartigheid. Recht doen aan de armen en de zwakken vraagt om barmhartigheid. Barmhartigheid is het recht van de zwakke. Gods gerechtigheid volgen is opkomen voor de zwakke.
Ons huidige denken is vooral juridisch van aard. Als iets niet verboden is, mag het en is het niet slecht. Gods gerechtigheid is wezenlijk anders. Hier gaat het om barmhartigheid. Het vraagt dat wij het goede doen, los van wat de wet voorschrijft. Gerechtigheid betekent vooral recht doen aan de armen en de zwakken.
In de onlangs verschenen exhortatie van paus Leo XIV ‘Dilexi te’ (Ik heb je liefgehad) schrijft de paus: “God toont zich bezorgd om de noden van de armen. (…) Daarom worden wij, wanneer wij naar de roep van de armen luisteren, geroepen om ons te identificeren met het hart van God, die zorgzaam is voor de noden van zijn kinderen, en in het bijzonder voor de meest behoeftigen.”
Wij worden opgeroepen ons hart te laten spreken. In zijn laatste encycliek ‘Dilexit nos’ (Hij heeft ons liefgehad) mediteert paus Franciscus op de liefde. Hij doet dit aan de hand van de devotie van het heilig Hart van Jezus. Alles, ziel en lichaam, is verenigd in het hart. Het hart is de zetel van de liefde. Alles speelt zich af in het hart, daar zijn wij onszelf. Het verstand en de wil moeten zich ten dienste stellen van het hart. Het hart herkend het hogere goed. De wil moet zich daar op richten. Ook de verbeeldingskracht en gevoelens laten zich leiden door het hart. Door ons hart te laten spreken, handelen we uit liefde en laten wij ons leiden door de waarheid die wij in Jezus vinden. Zo komen we tot ware wijsheid.
Ook in het Evangelie gaat het over het laten spreken van het hart. De Farizeeër is God dankbaar dat hij geen slecht mens is en daar is natuurlijk niets op tegen, maar hij acht zichzelf ook een beter mens dan anderen. Dat maakt hem blind voor zijn eigen falen en tekortschieten, ook al houdt hij zich keurig aan de voorschriften. De tollenaar blijft op afstand. Hij durft zijn ogen niet op te heffen naar de hemel. Hij weet dat hij niet volmaakt is, dat hij gezondigd heeft. Hij vraagt God om genade. Hij erkent dat hij afhankelijk is van Gods barmhartigheid. Hij spreekt vanuit zijn hart.
Paus Leo XIV schrijft in ‘Dilexi te’ over Gods liefde voor de armen. Hij roept ons op tot solidariteit. Hij schrijft: “We mogen onze waakzaamheid ten aanzien van armoede niet laten verslappen. We maken ons vooral zorgen over de ernstige omstandigheden waarin veel mensen verkeren door een gebrek aan voedsel en water. Elke dag sterven duizenden mensen aan de gevolgen van ondervoeding. Ook in rijke landen zijn de cijfers over het aantal armen zorgwekkend.”
De liefde voor de naaste is het tastbare bewijs van onze liefde voor God. Met de woorden van Jezus: “Voorwaar, ik zeg u: alles wat gij voor een van deze minste broeders van mij hebt gedaan, hebt gij voor mij gedaan.” (Mt 25,40) De paus schrijft: “Ik hoop dat het aantal politici toeneemt dat in staat is een authentieke dialoog aan te gaan die effectief gericht is op het genezen van de diepe wortels (…) van het kwaad in de wereld… We moeten ons steeds meer inzetten om de structurele oorzaken van armoede op te lossen. Dit is een dringende noodzaak die niet kan wachten…”
Het gaat niet alleen om materiële armoede. Het gaat ook over zieken, over migranten en vluchtelingen. Het gaat over alle vormen van uitsluiting. Deze week zijn de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Wij zijn geroepen om ons hart te laten spreken. Stemmen met ons hart is kiezen voor het algemeen welzijn, kiezen voor het welzijn van alle mensen, niemand uitgezonderd. Onze onderbuik moeten we laten zwijgen. En dat geldt ook voor de stem van onze portemonnee. Ik wens u veel wijsheid en liefde toe. De geest des Heren zal met u zijn. Amen.
From → Preken