barmhartigheid, beproeving, Franciscus, gerechtigheid, God, Jezus Christus, liefde, paus
Liefde en gerechtigheid; Js 66,18-21; Hb 12,5-7.11-13; Lc 13,22-30
In de eerste lezing laat Jesaja weten hoe God als een liefhebbende Vader iedereen kent en hoe Hij iedereen tot zich roept om zijn glorie te aanschouwen. De brief aan de Hebreeën leert ons hoe liefde en gerechtigheid samengaan in de opvoeding van onze kinderen. De liefdevolle terechtwijzing is noodzakelijk om tot een goed mens te kunnen opgroeien. Ook wij ontmoeten lijden en tegenslag in ons leven. Ons leven is niet alleen maar rozengeur en maneschijn. In die zin worden wij mensen beproefd. Wat doen wij in dergelijke situaties? Juist in moeilijke situaties komen we tot nieuwe inzichten. Moeilijke tijden in ons leven doen ons groeien in geloof, hoop en liefde.
Jezus wijst erop dat het niet voldoende is tot het uitverkoren volk te behoren. Ook voor ons geldt dat wij het Rijk Gods niet zullen binnengaan alleen maar omdat we gedoopt zijn. Mensen worden op hun eigen intenties en eigen handelen beoordeeld. In Israël leeft in de tijd van Jezus onder de joden de gedachte dat slechts een klein aantal mensen gered zal worden, en dat alleen joden gered zullen worden. Jezus antwoordt hen dat het geen garantie is dat je deel uitmaakt van het uitverkoren volk. Ook mensen die met Jezus gegeten en gedronken hebben, worden buitengesloten. En anderen van de hele wereld – uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden – zullen worden toegelaten: “Er zijn laatsten die eersten zijn en eersten die laatsten zullen zijn.”
In deze tijd kunnen wij deze boodschap als volgt vertalen: Christen-zijn is geen garantie op de hemel, ook moslims, hindoes en vele anderen worden daar toegelaten. Het gaat niet om het lidmaatschap van de Kerk, maar om onze persoonlijke intentie en hoe wij die in ons leven gestalte geven.
Jezus heeft het over het bedrijven van ongerechtigheid. In de eerste lezing stelt Jesaja de liefde van God centraal. Als een liefhebbende Vader kent God ons. Hij kent onze werken en onze gedachten. Hij weet hoezeer wij tekort schieten. Hij zal alle volkeren en talen bijeenroepen. Allen zullen zij zijn glorie aanschouwen. Allen worden geroepen tot geloof te komen. Ook bij Jesaja blijft de uitverkiezing niet beperkt tot het uitverkoren volk.
Voor ons menselijke denken zijn liefde en gerechtigheid vaak moeilijk met elkaar te verenigen. Hoe kan God die liefde is, mensen voorgoed uitsluiten? Het enige wat we hierop kunnen zeggen is: God is geen mens. Hij denkt niet zoals mensen doen. Elders schrijft Jesaja over God: “Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen niet mijn wegen.” Goddelijke gerechtigheid is anders. De apostel Jacobus schrijft: “Want onbarmhartig zal het oordeel zijn voor hem die geen barmhartigheid heeft bewezen, maar de barmhartigheid triomfeert over het oordeel.”
God is rechtvaardig in zijn oordeel, Maar zijn liefde is groter dan zijn rechtvaardigheid. Gods gerechtigheid is op de eerste plaats barmhartigheid. Zonder barmhartigheid is er geen gerechtigheid. Volgens Augustinus is het voor God gemakkelijker zijn toorn te bedwingen dan zijn barmhartigheid. Paus Franciscus voegt hieraan toe: “Als God bij de gerechtigheid halt zou houden, dan zou Hij ophouden God te zijn, Hij zou zoals alle mensen zijn die een beroep doen op het respect voor de wet.”
Laat dit gegeven ons tot troost zijn. Als onze intentie goed is, als wij oprecht geloven in God als wij zelf de liefde centraal stellen in ons leven, zal God ons alles vergeven. Zijn liefde en barmhartigheid voor ons zal triomferen over het oordeel. Ondanks al onze tekortkomingen zal Jezus Christus ook ons tot redding zijn. Hij is onze Verlosser. Op Hem mogen wij onze hoop vestigen. Hij is onze weg ten eeuwig leven, onze weg naar de Vader. Amen.
From → Preken