Spring naar inhoud

Dilexit nos (Hij heeft ons liefgehad)

21 mei 2025

Inleiding

Afgelopen zondag (vijfde zondag van Pasen) lazen we: “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben; zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.” (Joh 13,34)

Onze Kerk is een Kerk van lange adem. Ontwikkelingen hebben hun tijd nodig. Maar als ik terugkijk naar mijn jeugd moet ik constateren dat de Kerk een ware revolutie heeft doorgemaakt. De Kerk van nu is een andere dan de Kerk van mijn ouders. Afgelopen jaren heb ik regelmatig bedacht dat ik mij niet kan herinneren dat er in mijn jeugd veel over de liefde werd gesproken. Wij moesten brave kinderen zijn en werden opgevoed tot in het gelid lopende brave burgers. Het woord liefde viel daarbij niet. Bladerend in mijn catechismus van de lagere school kom ik de woorden liefde en barmhartigheid nauwelijks tegen. In plaats van te beginnen met bijvoorbeeld het dubbelgebod van de liefde gaat het pas tegen het einde – in de achtenveertigste les – over de christelijke liefde. Wel leerde ik de oefening van liefde uit mijn hoofd, maar leerde ik daardoor liefhebben? Gelukkig had ik liefhebbende ouders.

Hoe anders is deze tijd. Zowel paus Benedictus XVI als paus Franciscus schreven twee encyclieken over de liefde. De eerste ‘Deus caritas est’ en ‘Caritas in veritate’ en de laatste ‘Fratelli tutti’ en eind vorig jaar ‘Dilexit nos’. Waar Benedictus begint met de basis te leggen voor zijn pontificaat, sluit Franciscus zijn pontificaat af met het verdiepen van het door hem gehanteerde fundament. Terwijl Benedictus een filosofische en theologische uiteenzetting geeft, vinden we bij Franciscus een meditatieve overweging. In het verlengde van het Tweede Vaticaans Concilie sprak paus Paulus VI eerder over een ‘beschaving van liefde’. Hiermee is de sociale leer van de Kerk steeds duidelijker gefundeerd in de liefde. Het is werkelijk een andere benadering dan in mijn kinderjaren. In de encycliek ‘Quadragesimo anno’ van Pius XI uit 1931 komt het woord liefde wel voor, maar rechtvaardigheid is het belangrijkste uitgangspunt.

Een ander voorbeeld: in 1956 kwam Pius XII met de encycliek Haurietis Aquas. Hierin schrijft hij over de verering van het heilig Hart van Jezus. Ook hierin is het zoeken naar het woord liefde. Waar het over liefde gaat betreft het vooral de goddelijke liefde. Van het dubbelgebod van de liefde wordt alleen het eerste gedeelte geciteerd. De menselijke genegenheid die ook bij Jezus aanwezig is, wordt een aandoening genoemd passend bij de menselijke zwakheid.

Een jaar geleden presenteerde het Dicasterie voor de Geloofsleer een document over menselijke waardigheid: ‘Dignitas infinita’. Het is een momentopname van het denken van de Kerk over menselijke waardigheid. Ook in dit document vormt de liefde de basis voor het denken. Waar in het verleden naar de natuurwet werd verwezen, komt dit begrip nu in zijn geheel niet voor. De liefde is gericht op het goede, niet op de verdelging van het onkruid. (Vgl. Mt 13,24-30)

Gelijktijdig heeft ook de barmhartigheid als een van de vormen van liefde de afgelopen decennia een centrale plaats binnen onze Kerk gekregen.

‘God is liefde’. Wij zijn kinderen van God. Liefde is bepaald wat anders dan braaf zijn en in het gelid lopen. De liefde maakt verantwoordelijk. Liefde vraagt eerder eigenzinnige radicaliteit en tegen de stroom in gaan.

De encycliek ‘Dilexit nos’

Hoofdstuk 1: Het belang van het hart

Het eerste hoofdstuk gaat over het belang van het hart. Alles, ziel en lichaam, is verenigd in het hart. Het hart is de zetel van de liefde. Wij zijn geschapen om te beminnen en bemind te worden. Alles speelt zich af in het hart, daar zijn wij onszelf. Het verstand en de wil moeten zich ten dienste stellen van het hart. Het hart herkend het hogere goed. De wil moet zich daar op richten. Ook de verbeeldingskracht en gevoelens laten zich leiden door het hart.

Onze omgang met de Heer is een zaak van het hart. Alleen met het hart kunnen wij ons geheel op de Heer richten. Met ons hart overbruggen we verschillen binnen onze gemeenschappen. Onze harten hebben een ontologische waardigheid. Voor ons zoeken naar een waardiger leven hebben wij Gods liefde nodig. In het Hart van Jezus leren wij onszelf kennen en leren wij lief te hebben. Het Heilig Hart is het eenmakend principe van de werkelijkheid, omdat Christus het hart van de wereld is.

Hoofdstuk 2: Gebaren en woorden van liefde

Christus heeft niet uitgelegd, hoe Hij ons liefheeft. Hij heeft het ons laten zien. Hij is altijd vol liefde en tederheid op zoek naar mensen, naar nabijheid en naar ontmoeting. Zo kent Jezus onze goede bedoelingen en goede daden. De woorden van Jezus laten een liefde vol passie zien, een liefde die compassie met ons heeft, die ontroerd raakt, bedroefd is en zelfs tot tranen wordt bewogen.

Hoofdstuk 3: Dit is het hart dat zozeer heeft liefgehad

De devotie tot het Hart van Christus staat niet los van de Persoon van Jezus. Wij aanbidden de hele Persoon Jezus en gaan met Hem een relatie aan. De afbeelding van het hart ondersteunt dit. Als wij niet liefhebben, bereiken wij ons volledig mens-zijn niet. Gods Zoon heeft ons ook met een menselijk hart willen liefhebben. Vanuit zijn oneindige liefde heeft God een lichaam en een hart aangenomen en is zo de geschiedenis en de menselijke situatie binnengetreden. Zo kunnen wij het oneindige vinden in het eindige. Zo aanschouwen en ontmoeten we het onzichtbare en onuitsprekelijke Mysterie.

Het beeld van het Hart van Jezus bevat een drievoudige liefde: allereerst de oneindige goddelijke liefde die wij vinden in Christus, daarnaast de geestelijke dimensie van zijn mens-zijn en ten slotte is het een symbool van zijn zichtbare liefde. Deze drie liefdes staan niet los van elkaar. Juist in zijn menselijke liefde vinden wij zijn goddelijke liefde. De devotie tot het Hart van Jezus is uitgesproken christologisch. Jezus is echter de weg naar de Vader en in zijn Hart is de Heilige Geest levend en werkzaam. Zo is devotie van het Heilig Hart ook trinitair.

In het verleden was deze devotie een antwoord op de vormen van spiritualiteit die de barmhartigheid van God vergaten. Nu heeft de mens behoefte aan het Hart van Christus om God te kennen en om zichzelf te kennen. De mens heeft behoefte aan een beschaving van de liefde. Iedereen heeft behoefte aan een richtpunt in het leven, aan een bron van waarheid en goedheid. De devotie tot het Hart van Jezus is wezenlijk voor ons christelijk leven. In deze tijd komen er verschillende vormen van religiositeit op die niets hebben met een persoonlijke relatie met een God van liefde. Het zijn vormen van ‘ontlichaamde’ spiritualiteit. Het is een manifestatie van het gnosticisme.

Het Hart van Christus bevrijdt ons ook van een andere misvatting: het zoeken van oplossingen in uiterlijke activiteiten, in wereldse projecten en geseculariseerde overwegingen. Deze leiden tot een christendom zonder de tederheid van het geloof, zonder de vreugde van de toewijding aan de dienstbaarheid, het vuur van de zending van persoon tot persoon, de overweldigende schoonheid van Christus, zonder de diepe dankbaarheid voor zijn vriendschap en voor de uiteindelijke zin die Hij ons leven geeft. Het beste is te vertrouwen op de oneindige barmhartigheid van een God die grenzeloos liefheeft.

Hoofdstuk 4: De liefde die te drinken geeft

In het Oude Testament nemen de messiaanse aankondigingen geleidelijk de vorm aan van een bron van reinigend water. De eerste christenen zagen dit verwezenlijkt in de open zijde van Christus, de bron waaruit het nieuwe leven stroomt. In zijn doorstoken zijde, in zijn hart vinden we Gods liefde voor zijn volk. Vele grote christenen hebben op dit beeld als bron van liefde en barmhartigheid gemediteerd. De verrezen Christus draagt de wonden van het Lijden. Ze zijn niet verdwenen maar veranderd. Het glorierijke leven van de Verrezene en de goddelijke barmhartigheid gaan hand-in-hand.

De gelovige wil niet alleen op deze grote liefde een antwoord geven, maar ook op de pijn die Jezus ervoor heeft willen verdragen. De sensus fidelium voelt aan dat het hier om iets mysterieus gaat dat onze menselijke logica te boven gaat, en dat het lijden van Christus niet puur een feit uit het verleden is, maar dat wij er door het geloof deel aan kunnen hebben. Het evangelie moet ook geleefd worden, zowel in de werken van liefde als in de innerlijke ervaring, en dit geldt vooral voor het mysterie van de dood en de verrijzenis van Christus.

Het verlangen om Christus te troosten begint met het verdriet van het aanschouwen van zijn lijden. Het gaat er niet om dat we door berouw verteerd worden. Berouw is een genade. Berouw wijkt voor vertrouwen en bevrijdt ons van de lasten. Zo kunnen wij, als wij lijden, de innerlijke troost ervaren te weten dat Christus zelf met ons lijdt. In ons verlangen om Hem te troosten worden wij zelf getroost.

Hoofdstuk 5: Liefde voor liefde

Jezus vraagt om liefde. Het antwoord van het gelovige hart is een kwestie van liefde. Het beste antwoord op de liefde van zijn Hart is de liefde voor onze broeders en zusters. Deze verbinding tussen de devotie tot het Hart van Jezus en de verplichting jegens de broeders en zusters loopt als een rode draad door de geschiedenis van de christelijke spiritualiteit. De mensheid van vandaag heeft behoefte aan het Hart van Christus om een beschaving van liefde op te bouwen. Een puur uiterlijk eerherstel is niet voldoende, noch voor de wereld, noch voor het Hart van Christus.

Het eerherstel vraagt om werkelijk het hart van de gekwetste persoon te raken en niet om een eenvoudige daad van compenserende gerechtigheid. Het vraagt erkennen dat men schuldig is en vragen om vergeving om de relaties te herstellen. Jezus beperkt zichzelf en beteugelt de verspreiding van zijn liefde om ons de ruimte te geven tot samenwerking met zijn Hart. Ons afwijzen of onze onverschilligheid beperken de vruchtbaarheid van zijn liefde in ons. Zo wordt eerherstel verstaan als het verwijderen van de hindernissen die wij – met ons gebrek aan vertrouwen, dankbaarheid en toewijding – opwerpen tegen de uitbreiding van de liefde van Christus in de wereld. Er valt niets toe te voegen aan het ene verlossende offer van Christus, maar onze afwijzing maakt het voor het Hart van Christus onmogelijk zijn liefde uit te breiden. Het gaat om een vorm van eerherstel waarin onze liefde het Hart van Christus de ruimte geeft. Dit gaat verder dan een eenvoudige ‘troost’ voor Christus. De opofferingen door daden van liefde voor de naaste, verenigen ons met het lijden van Christus. Christus maakt het ons mogelijk lief te hebben zoals Hij heeft liefgehad. Zo heeft Hijzelf lief en dient Hij door ons.

Door onze getuigenis wordt de liefde in de harten van de mensen uitgestort. Zo wordt de Kerk en ook een maatschappij van gerechtigheid, vrede en broederschap opgebouwd. In het perspectief van het uitstralen van de liefde van het Hart van Jezus, vraagt de zending om missionarissen die verliefd zijn en zo door Christus in beslag worden genomen, dat ze niet anders kunnen dan deze liefde, die hun leven heeft veranderd, door te geven. Met het grootste respect voor de vrijheid en de waardigheid van de ander hoopt de verliefde eenvoudigweg dat hij over de liefde die hem zoveel vreugde geeft, mag vertellen. Missie wordt beleefd in gemeenschap met de eigen gemeenschap en met de Kerk. Als wij de gemeenschap vergeten zal onze vriendschap met Jezus verkoelen.

Tenslotte geeft de paus aan dat dit document een sleutel is tot de sociale encyclieken ‘Laudato si’’ en ‘Fratelli tutti’. Christus’ liefde kan deze aarde een hart geven en de liefde doen herleven waar wij het niet meer mogelijk achten. Ook de Kerk heeft behoefte aan die liefde om niet te vervallen in vergankelijke structuren, en allerlei vormen van fanatisme.

Dit is een uitgebreidere versie van de inleiding op 21 mei 2025 voor de priesters, diakens en pastoraal werkers van het bisdom Rotterdam.

From → Algemeen

One Comment
  1. Stephan Kuik's avatar
    Stephan Kuik permalink

    Dag Pier, hele mooie inleiding over Delixit Nos! Veel dank! Grt, Stephan Kuik

Plaats een reactie