Een levend geloof; Jes 50,5-9a; Jak 2,14-18; Mc 8,27-35
Wat betekent geloven voor ieder van ons? Met de geloofsbelijdenis verwoorden wij zo meteen ons gezamenlijk geloof, het geloof van de Kerk. Maar dat betekent niet dat we allemaal precies hetzelfde geloven. Ieder van ons heeft daar zijn eigen ideeën bij. Ieder van ons leeft het geloof op een eigen manier. Zowel onze ideeën als onze manier van leven verandert in de loop van ons leven. We hebben een levend geloof, een geloof dat niet stil staat. In de geloofsbelijdenis spreken we uit dat we ìn God geloven, ìn de Vader, ìn de Zoon en ìn de heilige Geest. We spreken uit dat we op God vertrouwen, dat we ons leven in zijn handen leggen. Geloven is durven te vertrouwen. Geloof en hoop gaan hand in hand. Dat is ook wat Jesaja ons voorhoudt. Wat er ook gebeurt: “God de Heer zal mij helpen.”
Jakobus heeft een geheel andere boodschap. Voor hem is een levend geloof een geloof dat zichtbaar wordt in daden. “Zo is ook het geloof, op zichzelf genomen zonder zich in daden te uiten, dood.” Ik mag Jakobus wel. Hij is zeer duidelijk over hoe wij moeten leven. Gedurende deze weken staat zijn brief op het leesrooster. De boodschap is telkens weer dat wij ons geloof met onze daden zichtbaar moeten maken. Jakobus is een man van ‘geen woorden maar daden’.
En dan de vraag die Jezus stelt: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?” Het is een heel indringende vraag die Jezus aan zijn leerlingen stelt. Praten over wat anderen ervan vinden, dat is gemakkelijk, dat is ook een manier om jezelf te verstoppen: je verstopt je achter de mening van een ander en zelf zeg je niets fout, zelf neem je geen risico. Jezus neemt daar geen genoegen mee. Voor Hem was wat anderen over Hem denken, slechts een inleiding. Hij vraagt zijn leerlingen op de man af: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?”
Zoals vaker neemt Petrus het voortouw en spreekt de grote woorden: “Gij zijt Christus.” Vervolgens blijkt dat Petrus niet echt begrijpt wat hij zegt. Hij begrijpt niet dat de Christus, de Zoon van God, zal lijden en sterven om ons te redden en te verlossen. Petrus heeft zijn geheel eigen ideeën over de Christus, over de Redder van Israël. Het lijden en sterven komt daar niet in voor. De Christus is voor hem een overwinnaar naar menselijke maatstaven. Petrus is bij uitstek een voorbeeld van een levend geloof. Gedurende zijn leven komt hij een aantal keren tot geheel nieuwe inzichten. Zo groeit hij in het geloof. Zo kan hij ook de Kerk leiden.
Hoe zit dat bij ons? Ook ons wordt de vraag gesteld: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?” Welke ideeën hebben wij over Jezus? Hoe zien wij Hem? En hoe heeft Hij een plaats in ons leven?
Petrus en ongetwijfeld ook de andere leerlingen laten zich “leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.” Zes dagen na deze aanvaring met de leerlingen neemt Jezus Petrus, Jakobus en Johannes mee een hoge berg op. Daar verandert Hij van gedaante. Weer laat Petrus zich leiden door menselijke overwegingen: hij stelt voor drie tenten te bouwen, zodat ze in dat moment kunnen blijven. Dan klinkt er een stem uit de hemel: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.”
Voor een levend geloof is luisteren een essentiële voorwaarde. We moeten luisteren naar de Heer en luisteren naar elkaar. Paus Franciscus wenst een synodale Kerk, een luisterende Kerk. Luisteren is niet eenvoudig. Luisteren vraagt verbeeldingskracht. Het vraagt loskomen van onze eigen ideeën om erachter te komen wat de ander ons werkelijk te zeggen heeft. Ook een missionaire Kerk vraagt dat we naar elkaar luisteren. We moeten met elkaar in gesprek gaan. Door naar elkaar te luisteren, verkondigen wij ons geloof. Door ons voor elkaar open te stellen, zullen we allemaal veranderen. In het gesprek met elkaar luisteren we naar de stem van de Heer. In het gesprek is de heilige Geest actief aanwezig. Zo zijn wij leerlingen van Jezus en hebben we een levend geloof. Zo maken we met Hem Gods liefde voor allen zichtbaar. Zo voegen wij de daad bij het woord. Zo vormen wij een synodale en missionaire Kerk. Amen.