barmhartigheid, Franciscus, geluk, heilig, Jezus Christus, liefde, paus, verkiezingen
Een ander gelukkig maken; Mt 25, 31-46
Ruim vijf jaar geleden schreef paus Franciscus de exhortatie ‘Verheugt u en juicht’. Met deze brief roept de paus ons op tot heiligheid. Hij roept ons op ons leven te heiligen. Door ons leven te heiligen geven wij invulling aan onze opdracht het Evangelie in ons dagelijks leven te verkondigen. Als wij met ons christelijk leven een voorbeeld voor anderen zijn, is dat bij uitstek een vorm van verkondiging.
Twee Evangelieteksten spelen in deze brief van de paus een belangrijke rol: de tekst die we vandaag hebben gelezen en de Zaligsprekingen. Beide teksten staan in het Evangelie volgens Matteüs. Deze twee teksten bakenen bij Matteüs als het ware het verhaal over het openbare leven van Jezus af. De zaligsprekingen zijn het begin van de Bergrede (Mt 5,1-8,1). Hiermee wordt duidelijk met welke missie Jezus in de wereld is gekomen. De Bergrede is de aankondiging van het Rijk der hemelen, het Rijk van liefde en gerechtigheid. Aan het einde van zijn openbare leven plaatst Matteüs weer een rede. De teksten van de afgelopen zondagen komen uit deze rede. Vandaag hebben we de afsluiting van deze rede gehoord.
In beide teksten doet Jezus uitspraken over welke mensen gelukkig zijn. In de zaligsprekingen wordt aangegeven welke eigenschappen en karaktertrekken deze mensen hebben. In tekst van vandaag zien we tot welke daden van liefde deze eigenschappen leiden. Door de twee teksten aan het begin en aan het einde van het openbare leven van Jezus te plaatsen, geeft Matteüs aan dat deze twee teksten essentieel zijn. Zij vormen de kern van de boodschap van Jezus. Zij omvatten zijn leven.
Paus Franciscus ziet de zaligsprekingen als de weg voor de christen, als de weg van heiliging. Hij schrijft: “De zaligsprekingen zijn als de identiteitskaart van de christen.” “Het woord ‘gelukkig’ of ‘zalig’ wordt zo een synoniem voor ‘heilig’. Het geeft uitdrukking aan het feit dat zij die God trouw zijn en zijn woord naleven, door hun zelfgave het werkelijke geluk verkrijgen.” De paus sluit zijn betoog over de Zaligsprekingen af door alles in het licht te stellen van de tekst die we vandaag lazen. Hierin wordt duidelijk wat het betekent barmhartig te zijn. Barmhartigheid leidt tot heiligheid. Barmhartigheid maakt ons gelukkig.
“Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven. Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen, Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht.” Bij het lezen van deze tekst dreig ik altijd te struikelen over de herhaling van het woord ‘bezocht’. Dat verwacht je niet in een – in zekere zin – poëtische tekst. Het blijkt ook gewoon een minder geslaagde vertaling. In het Grieks worden verschillende woorden gebruikt. In de Statenvertaling staat in het tweede geval: “Ik was in de gevangenis en gij zijt tot Mij gekomen”.
Het is wel zo dat de herhaling ons met de neus op de feiten drukt. We ontmoeten Jezus niet alleen bij toeval, niet alleen als wij bij toeval een dakloze, een vluchteling of een bedelaar tegenkomen. We moeten de Heer ook opzoeken. Wij moeten op zoek gaan naar de mensen die onze aandacht en hulp nodig hebben. Van ons wordt gevraagd dat we bijvoorbeeld aanbellen bij onze buren die door ziekte of ouderdom eenzaam zijn of door armoede of discriminatie uitgesloten worden.
Jezus vraagt ons hier dat we radicaal ingaan tegen de stroom van onze huidige cultuur. Het gaat niet primair om ons eigen belang en ook niet om het belang van onze eigen groepje. Het gaat om het belang van alle mensen, van de gehele mensheid. Jezus vraagt dat wij ons radicaal richten op het geluk van de ander. Alleen dat maakt ons heilig, zalig en gelukkig. Alleen een ander gelukkig maken, maakt uiteindelijk onszelf gelukkig. Dat is het onderscheid tussen de bokken en schapen. Jezus zegt dat er mensen zijn die vanuit de liefde leven, en mensen die dat weigeren te doen.
Die laatste categorie heeft afgelopen weken vaak en luid laten horen. De uitslag van de verkiezingen is er het gevolg van. Opmerkelijk was de oproep vanuit een van de meest seculiere partijen: Een bejaarde oud-politicus die opriep verstandig te stemmen: Hij riep op niet te stemmen voor de eigen bestaanszekerheid, maar voor de bestaanszekerheid van de komende generaties. Hij riep ons – waarschijnlijk onbedoeld – op tot heiligheid. Amen.
From → Preken