Liefde en waarheid; 1 Tes 2,7b-9.13; Mt 23,1-12
De lezingen van vandaag zijn zeer verschillend van toon. Ze lijken op het eerste gezicht weinig met elkaar gemeen te hebben. Maar bij nader inzien hebben brief van Paulus en het Evangelie wel veel met elkaar gemeen. Wat als we bedenken dat Paulus eerder tot de gemeenschap van de Farizeeën behoorde? Paulus heeft een stevige opleiding in de joodse Wet gehad. Hij kende de joodse geboden en verboden goed en was radicaal in het naleven ervan. In zijn ogen zaten de volgelingen van Jezus op een dwaalspoor. Hun leven en hun verkondiging kwamen niet overeen met de overtuiging van de jonge Paulus. Twee visies stonden tegenover elkaar: de radicale naleving van de joodse geboden en verboden zoals Paulus voorstond en praktiseerde, en de wet van de liefde die de christenen leefden en verkondigden.
De bekering van Paulus van vervolger van de christenen tot volgeling van Jezus Christus betekende een radicale ommekeer in het leven van Paulus. Jezus heeft hem duidelijk gemaakt dat de liefde centraal staat. De joodse Wet vindt zijn vervulling juist in het gebod van de liefde. Het doel is niet het naleven van de geboden en verboden. De essentie van het leven is de liefde voor God en de liefde voor elkaar. Geboden en verboden zijn een hulpmiddel om de liefde een concrete plaats in ons leven te geven.
Daarmee was voor Paulus het belang van de joodse Wet niet verdwenen. Ook als christen heeft hij zich zoveel mogelijk aan de Wet gehouden. Wel was hem duidelijk dat hij dit niet kon eisen van de heidenen die zich tot het christendom bekeerden. Het gebod van de liefde betekende voor Paulus bijvoorbeeld dat hij zich niet aan de spijswetten kon houden als hij bij christenen uit het heidendom te eten was. Het afwijzen van de aangeboden gastvrijheid was voor hem erger dan het niet naleven van de spijswetten. Het belang van de gemeenschap stond voor hem voorop.
Zo heeft Paulus wegen gevonden om het christendom onder de heidenen te verkondigen. Met veel liefde, geduld en zachtmoedigheid heeft hij de boodschap van liefde van Jezus aan hen overgebracht. Hiermee was Paulus zeker geen ‘watje’ of een ‘softie’ geworden. De radicaliteit die hij in zijn jeugd had, was niet verdwenen. De radicaliteit van de liefde vraagt echter heel andere wegen dan de radicaliteit van geboden en verboden. Met een bovenmenselijke ijver heeft Paulus zich ingezet om mensen tot leerlingen van Jezus te bekeren. Wanneer dat nodig was, maakte hij duidelijk waar het op stond. Ook in deze brief aan de christenen van Tessalonica schrijft hij over fouten en misstanden in die gemeenschap. Hij vermaant hen en spoort hen aan tot een zuiver leven. ‘Een moeder die haar kinderen voedt en koestert’, vertelt haar kinderen ook de waarheid. Uit liefde leert zij haar kinderen hoe ze goed kunnen leven.
Liefde en waarheid staan niet tegenover elkaar. Liefde en waarheid: het zijn twee centrale begrippen in ons geloof. Het geloof zoekt en verkondigt de waarheid. De essentie van deze waarheid is de liefde: God is liefde. Vormgeving van deze liefde vraagt om waarheid. Liefde en waarheid kunnen niet zonder elkaar. Zonder waarheid wordt liefde sentimentaliteit, staat zij los van kennis en ervaring en is er geen sprake van solidariteit en verantwoordelijkheid. Bij waarheid zonder liefde wordt alles enkel technologie en nuttigheid. Zonder liefde worden ontwikkeling en wetenschap onmenselijk. De liefde richt ze juist op de mens en op de menselijke waardigheid. Waarheid zonder liefde leidt tot moord en doodslag.
In het Evangelie zien we hoe Jezus niet bang is om de waarheid te vertellen. Hij zegt duidelijk waar het op staat. Hij wijst op het liefdeloze gedrag van de Farizeeën. Jezus maakt duidelijk dat het gaat om de liefde. Ook van Jezus weten we dat Hij de joodse wet belangrijk vond. Vorige week hoorden we Jezus zeggen dat heel de joodse Wet hangt aan het gebod van de liefde.
Geboden en verboden helpen ons de weg van de liefde te gaan. Ze zijn als verkeersborden. Ze wijzen ons de juiste weg. Ze helpen ons goed te leven. Het helpt ons na te denken over het belang van geboden en verboden. Door te oefenen kunnen we ze ons eigen maken. Dan worden ze ons niet meer van buiten opgelegd, dan zijn ze van onszelf en volgen wij ze uit onszelf. Amen.