Spring naar inhoud

De invloed van Franciscus op het denken in onze tijd

6 september 2023

Inleiding

Welke invloed heeft Franciscus van Assisi in deze tijd? Allereerst is daar de encycliek Laudato si’ van paus Franciscus over de zorg voor de schepping. Voordat we naar deze encycliek gaan wil ik – om het perspectief te verbreden – het hebben over drie denkers uit de vorige eeuw. Wat vinden we bij hen aan gelijkenis met Franciscus en op welke wijze verschillen zij van hem. Net als Franciscus zijn het drie mystici, mystieke denkers. Het zijn Pierre Teilhard de Chardin, Titus Brandsma en Thomas Merton.

Wat is mystiek?

Mystiek onderzoekt de grondslagen van ons bestaan en beleeft ze ook. De diepere kennis van het leven openbaart zich rechtstreeks aan de mysticus. Mystiek is een vorm van leren kennen naast kennisoverdracht, wetenschappelijk onderzoek, logische redenering, kunst en geloof. Mystiek is een vorm van onmiddellijke kennis, van ervaren zekerheid, van inspiratie en intuïtie. Tegenwoordig noemen we het ook wel spiritualiteit. Mystiek doet eerder denken aan contemplatie en het verkrijgen van inzicht, terwijl spiritualiteit ook doet denken aan de motivatie voor het handelen.

God – mens – schepping

In het denken van mystici spelen de onderlinge verhoudingen tussen God, mens en schepping een belangrijke rol. Aan de basis van het christelijke denken staan de Bijbelse scheppingsverhalen. Zij vertonen een scherpe tegenstelling met het heidense scheppingsverhalen van de andere volkeren in het Midden-Oosten. In de Bijbel is de schepping niet goddelijk, maar een maaksel van God.

God, mens en schepping zijn in het scholastieke denken van de Middeleeuwen duidelijk afzonderlijke entiteiten. Ze staan met elkaar in relatie maar zijn niet met elkaar verweven. De opkomende moderniteit trekt ze verder uit elkaar. Franciscus van Assisi verzette zich hiertegen. Voor hem was er een nauwe verbondenheid tussen mens en schepping. In de late Middeleeuwen zijn mystici – vooral in onze streken – bezig met de intieme relatie tussen God en mens. Voorbeelden zijn: Johannes Eckhart: God woont in de ziel. Jan van Ruusbroec: Een geestelijk huwelijk tussen God en mens. Geert Grote en de Moderne devotie: De persoonlijke vereniging van de mens met God. Na de nadruk op de navolging van Christus, zoals we bij Franciscus zien, is er een ontwikkeling naar de vereniging met Christus, zoals bij Teresa van Avila in de zestiende eeuw. Het is bij mystici steeds een kwestie van balanceren om in de relatie tussen God en mens het evenwicht te behouden tussen afstand en nabijheid, tussen onderscheid en samenvallen.

Drie mystici

Na deze inleiding nu de drie mystici. We beginnen met Pierre Teilhard de Chardin.

Pierre Teilhard de Chardin
De Fransman Pierre Teilhard de Chardin leefde van 1881 tot 1955. Hij was jezuïet, priester en paleontoloog. Hij wilde zijn geloof en zijn wetenschappelijke inzichten bij elkaar brengen. Hij streefde naar een universele en allesomvattende wereldvisie zonder strijdigheid tussen schepping en evolutie, tussen geloof en evolutieleer. Gods scheppende kracht ligt verborgen in de eigen zelfwerkzaamheid van de schepping.

Wij ontmoeten onze Schepper in de werking van de natuur zelf. Het wordend bestaan van de wereld heeft een richting en een bestemming. Deze bestemming is het Punt Omega. God verschijnt aan het einde. In het laatste Bijbelboek Openbaring lezen we: “Ik ben de Alpha en de Omega, spreekt God de Heer.” (Apk 1,8) Gods scheppingsdaad is als een magneet die de dingen uit het niets roept en tot zich trekt. Dit is geen deterministisch proces, maar een evolutie die wordt gedragen door vrijheid, door persoonlijke keuze en vooral door liefde. De persoonlijke aantrekkingskracht van God, die liefde is, draagt de vooruitgang. Er is sprake van een groeiende complexiteit. Met zijn extreme complexiteit is de mens de bekroning en vervulling van heel de stoffelijke wereld. Het is een gerichte ontwikkeling van oerstof tot mens tot en met de voltooiing van de aardse mensengeschiedenis. Het leven is de hoogste vorm van stof-zijn. In de mens, die geest is, is dit volmaakt. In de materie is de geest reeds aanwezig.

De mens is diep in de aarde geworteld. Eerbied en zorg voor de schepping behoren tot de gehoorzaamheid aan God. De wereld heeft een heilige wijding en wordt geheel door God doordrongen. Alles bestaat omwille van de mens en de mens bestaat omwille van God. Enerzijds is de mens een hogere vorm van dierlijk leven en anderzijds een geheel originele en definitieve schepping, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Er is een wezenlijk verschil tussen mens en dier. De evolutieleer is een hoopvolle geschiedenis van steeds hogere vormen van leven op weg naar het Punt Omega. Het Punt Omega is de liefdevolle vereniging van alle mensen met God. Een vrijwillige vereniging van allen in één waarheid en één liefde. Hierin versmelten de personen niet met elkaar. Ze blijven elementaire en autonome werkelijkheden.

Teilhard de Chardin leeft in een andere wereld dan Franciscus. Franciscus leeft in een statische, harmonisch geordende wereld. Alles heeft zijn rol en plaats. Het is een tijdloze door God gegeven ordening. Teilhard de Chardin leeft in een wereld in beweging, een veranderende wereld. De dimensie tijd heeft zijn intrede gedaan in het wereldbeeld. Nu ervaart de mens zichzelf als een bron van creativiteit. Hij heeft de kennis en de macht om de wereld vorm te geven. Hoezeer beiden van elkaar verschillen blijkt uit ‘De hymne van de stof’, het Zonnelied van Teilhard de Chardin. Enkele regels hieruit: “Een zegen ben je, o stof vol gevaren, zee vol geweld, o tomeloze hartstocht: jij, die ons verslindt als wij je niet temmen. Een zegen ben je, o machtige materie, o evolutie, in je loop onomkeerbaar en steeds nieuw waar iets maar ontstaat: jij, die onze geest bij voortduring noopt tot herzien van de schema’s, die ons dwingt almaar verder en verder te gaan op onze jacht naar wat waar moge zijn.”

Titus Brandsma
Titus Brandsma leefde van 1881 tot 1942. Hij is een tijdgenoot van Pierre Teilhard de Chardin. Ze zijn in hetzelfde jaar geboren. De wieg van Brandsma stond in een boerderij op het Friese platteland. Na de lagere school ging hij naar het kleinseminarie bij de franciscanen. Daarna koos hij voor de karmelieten. Na zijn priesterwijding ging hij naar Rome om daar te promoveren. Terug in Nederland werd hij docent filosofie en vervolgens hoogleraar aan de katholieke universiteit in Nijmegen. Hier bestudeerde hij de geschiedenis van de wijsbegeerte en van de mystiek. Daarnaast was hij journalist. Hij zette zich in voor het katholiek onderwijs en de persvrijheid en verzette zich tegen opkomend nazisme. Hierdoor kwam hij in het concentratiekamp Dachau terecht, waar hij in 1942 stierf aan een dodelijke injectie. In 2022 is hij heilig verklaard.

Pierre Teilhard de Chardin maakte als natuurwetenschapper volop deel uit van de moderniteit en het daarmee verbonden positivisme. Van Titus Brandsma kun je zeggen dat hij op de drempel van de moderniteit stond en nog met één been in de traditionele samenleving. Hij maakte zich zorgen over de nieuwe tijd. In 1932 opende hij als rector magnificus de diësrede als volgt: “Onder de vele vragen, welke ik mijzelven stel, houdt wel geen mij meer bezig dan het raadsel, dat de zich ontwikkelende mensch, prat en fier op zijn vooruitgang, zich in zoo grooten getale afkeert van God.” Zich bewust van een steeds veranderende wereld schetste hij een beeld van het in de loop van de tijd veranderende Godsbeeld en zocht hij naar een passend Godsbeeld voor onze tijd. “Wij moeten allereerst God zien als den diepsten grond van ons wezen, verholen in het meest innerlijke onzer natuur, maar daar toch te zien en te aanschouwen.” Brandsma stond in de traditie van de laatmiddeleeuwse mystici. God is de schepper en instandhouder van alle wezens. In heel de schepping, in elk schepsel is God te zien. Nergens is God zo nabij, als in onszelf. De liefde is het middel om tot vereniging met God te komen. De vereniging met God is geen eenwording, wel een samengaan.

Opvallend bij Brandsma is zijn letterlijk bloemrijke taalgebruik, waaruit zijn liefde voor schoonheid en voor de natuur blijkt. Hiermee staat hij in de traditie van de Friese plattelands spiritualiteit. Met Franciscus deelt hij de verwondering over de schepping. De volgende tekst is uit een inleiding waarin hij spreekt over het belang van een liturgisch leven voor jongeren. “De lente brengt ons weer bloemen en zon. Overal zien we weer het jonge groen in al zijn frischheid en bekoorlijkheid door de lentezon bestraald en doorweven met bloemen. (…) Nu is Holland op zijn mooist, nu bloeit en geurt de Betuwe en waar men nu in Nederland komt, in dorp en stad in land en bosch, het zijn overal bloemen, die we zien. Men biedt ze in bossen aan om ze tot in de huiskamer te brengen, zoo’n overvloed is er. En wij verlustigen ons in de schoonheid van die bloemenweelde en voelen ons hart overstroomd van genot bij het genieten van die zeldzame pracht en heerlijkheid. (…) De bloem in de Zon. Dat is de jongen, dat is het meisje, dat in liturgisch leven de volheid van Gods genade deelachtig wordt en geniet van de heerlijkheid en vruchtbaarheid dier goddelijke genade.”

Thomas Merton
Thomas Merton was een Amerikaanse benedictijner monnik. Hij werd geboren in 1905, liet zich na een losbandig leven in 1938 dopen en werd in 1941 trappistenmonnik. Hij stierf in 1968. Hij was een groot liefhebber van de natuur, mysticus, theoloog, dichter, auteur en sociaal activist. Hij voerde actie tegen de uitbuiting van de Derde Wereld, rassendiscriminatie, de Vietnamoorlog en de kernbewapening. Gaandeweg kon hij zich vanuit het klooster steeds meer terugtrekken in een kluis in het bos. Hij was graag alleen.

Merton is een generatie jonger dan Brandsma en Teilhard de Chardin. Hij is een kind van de moderniteit en komt hiertegen in verzet. Hij ziet de uitwassen van de moderniteit, de instrumentele kijk op de schepping en op mensen en de daarmee gepaard gaande exploitatie van beide. Bij hem horen we een duidelijk ecologisch geluid. “De wereld wordt geëxploiteerd tot meerdere eer en glorie van de mens en niet van God. De menselijke macht wordt een doel op zich. De dingen worden niet gebruikt, maar opgebruikt en vernietigd. Mensen zijn niet langer arbeiders en ‘scheppers’ maar productiemiddelen, instrumenten voor de winst.”

Op lyrische wijze geeft Merton uiting aan zijn mystieke natuurbeleving. Hij geniet van de natuur. “De hele natuur is bedoeld om ons te doen denken aan het paradijs. De bossen, velden, valleien, heuvels, de rivieren en de zee, de wolken die reizen langs de hemel, zon en sterren, herinneren ons eraan dat de wereld oorspronkelijk gemaakt was als een paradijs voor de eerste Adam. (…) De hemel wordt zelf nu al in geschapen dingen weerspiegeld. Als God in ons woont, en onze ziel maakt tot zijn paradijs, dan kan de wereld om ons heen worden zoals zij bedoeld was voor Adam – zijn paradijs.”

Van zichzelf zegt hij: “Ik ben een franciscaan. Dat is mijn geestelijke aard: buiten te zijn in de bossen, onder de bomen.” Ieder schepsel heeft volgens hem zijn eigen waarde. “Een boom verheerlijkt God door een boom te zijn. Want door te zijn waar God hem voor bestemd heeft, gehoorzaamt de boom aan Hem.” Merton zoekt de eenzaamheid en de stilte om één te zijn met God. Hij voelt zich een met de natuur die net als hij schepping is. Hij hoort de vogels zingen en ervaart hen als een wonderbaar gezelschap. Hij voelt een diepe band met de herten en een diepe compassie met hen. Hij wil ze beschermen tegen de aantasting van het milieu.

Voor hem vormen de geestelijke en de natuurlijke werkelijkheid een geheel. “Hoe belangrijk is het voor monniken om op het land te werken, in de regen en de zon, in de modder en de klei, in de wind: zij zijn onze geestelijke begeleiders…” Hier zien we de benedictijn aan het woord. Bij Franciscus denken we vooral aan ongerepte natuur. De benedictijner monniken brachten het land in cultuur. Wij loven God niet alleen met verwondering, zang en gebed maar ook met het werken in en aan zijn schepping. God is de bron van alles. God is het zijn zelf. Alles dankt zijn bestaan aan Hem. Alles is daarom aan elkaar verwant en met elkaar verbonden. God is in heel de schepping aanwezig. Ons eigen zijn is een participatie in Gods ‘er zijn’. De natuur doet ons God ervaren.

Merton is zich steeds meer bewust van de problemen die de technologische ontwikkelingen veroorzaken. Alles moet worden verklaard en beheerst. Mysteries bestaan niet meer. Alles is gericht op nog meer consumptie.

De encycliek Laudato si’

In 2015 schrijft paus Franciscus een brief aan alle bewoners van ons gezamenlijk huis. Hij opent deze encycliek met woorden uit het Zonnelied geschreven door Franciscus van Assisi en geeft haar daarmee de titel: Laudato si’. De encycliek gaat over duurzaamheid, over de schepping en haar voortbestaan en over de gevolgen van het onverantwoord omgaan met de schepping. De paus zet hiermee een volgende stap in het kerkelijk denken over ecologie. De inhoud van een encycliek maakt deel van de katholieke leer.

De paus beschrijft de bedreigingen die uitgaan van klimaatverandering, vervuiling van water en verlies van biodiversiteit. Deze bedreigingen – waaraan de mens medeschuldig is – treffen alle mensen. Hij concludeert: “Nooit hebben wij ons gemeenschappelijk huis zo mishandeld en beschadigd als in de laatste twee eeuwen.” Ons wereldbeeld is van grote invloed op de wijze waarop wij met de wereld omgaan. De paus schrijft: “dat het menselijk leven op drie fundamentele en nauw met elkaar verbonden relaties gebaseerd is: met God, met de naaste en met de aarde zelf.” De mens is deel van de schepping, is ervan afhankelijk en draagt er verantwoordelijkheid voor. De schepping is aan de mens gegeven om haar te bewerken en te beheren. Zij is er voor alle mensen, nu en in de toekomst. Zij is ons gegeven om te gebruiken; niet om te verbruiken en niet om haar aan onze wil te onderwerpen. De schepping bewerken en met respect beheren betekent, dat we haar verder mogen ontwikkelen maar haar ook moeten verzorgen en beschermen.

Dit vraagt een andere manier van denken, een culturele revolutie. Wetenschap en technologie zijn geschenken van God, maar vragen om verantwoord gebruik met respect voor mens en natuur. Mensen en schepping mogen niet ondergeschikt zijn aan winstbejag en eigenbelang. Omdat alles nauw met elkaar verbonden is, pleit de paus voor een integrale ecologie met duidelijk respect voor menselijke en sociale aspecten. De natuur heeft niet alleen gebruikswaarde voor de mens, maar is ook waardevol op zichzelf. De schepping openbaart ons Gods liefde. God is in heel de schepping aanwezig. Zo zorgt Hij voor het voortbestaan en de ontwikkeling van ieder wezen als een voortzetting van zijn scheppend handelen. Hierbij wordt gerefereerd aan het denken van Pierre Teilhard de Chardin.

De paus beschrijft wegen tot verder gesprek en tot activiteiten om aan de spiraal van zelfvernietiging te ontkomen. Politici en wetenschappers zijn verantwoordelijk voor concrete maatregelen. De Kerk biedt een moreel kompas aan. Wij mensen moeten een nieuwe levensstijl aannemen, loskomen van het consumentisme. Dit vraagt een ecologische bekering en een ecologische spiritualiteit.

De invloed van Franciscus van Assisi

Paus Franciscus begint zijn encycliek met te verwijzen naar het Zonnelied. Ons gemeenschappelijk huis is als een zuster met wie wij ons leven delen, en als een goede moeder die ons in haar armen neemt. Franciscus van Assisi “nodigt ons (…) uit de natuur als een schitterend boek te zien waarin God tot ons spreekt en ons een glimp schenkt van zijn oneindige schoonheid en goedheid.” We zien dit ook bij Titus Brandsma en Thomas Merton. Franciscus wordt het voorbeeld bij uitstek van een integrale ecologie genoemd. Zijn overtuiging dat “ieder schepsel een zuster is” kan richting geven aan ons gedrag. Hij leert ons: “De wereld is een vreugdevol mysterie dat wij met vreugde en lofprijzing bewonderen.” Overeenkomstig de visies van Franciscus en Thomas Merton heeft ieder schepsel zijn eigen waarde en brengt heel de schepping God lof.

De belangrijkste zorg is de bewoonbaarheid van de aarde voor de mensheid. Heel de schepping is een liefdesproject van God. Daarbinnen heeft de mens een bijzondere positie. Hij is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. De mens maakt deel uit van de schepping en is ervan afhankelijk. Alles hangt met elkaar samen en met elkaar verbonden. Daarom is het nodig dat de mens – overeenkomstig het voorbeeld van Franciscus – leeft in harmonie met de schepping.

De mens heeft de opdracht te werken in en te werken aan de schepping. Hij is belast met zorg voor de aarde. Benedictus van Nursia wordt slechts een keer genoemd. Toch is de benedictijnse spiritualiteit mogelijk van grotere invloed op de inhoud van de encycliek dan de franciscaanse. De mens is verantwoordelijk met antwoorden te komen op de ecologische crisis. Hierbij wordt een nadrukkelijk beroep gedaan op de politiek en op wetenschap en techniek. Daarnaast is er het belang van de religieuze taal. De encycliek besteed hier aandacht aan in het hoofdstuk ‘Het mysterie van het heelal’, waarin het Zonnelied vrijwel geheel is opgenomen. Bij de oproep tot ecologische bekering en tot een ecologische spiritualiteit wordt Franciscus naast andere heiligen als een voorbeeld genoemd. Hierbij moet wel aangetekend worden dat je Franciscus niet als een hedendaagse ecoloog kunt beschouwen. Ecologie bestond toen niet en was toen ook niet nodig.

Franciscus maakte zich ook niet druk over het geloof in God. God was in zijn tijd vanzelfsprekend. Voor de paus is het geloof in God en de door Hem geschapen ordening van wezenlijk belang voor een ecologische spiritualiteit. Franciscus verzette zich tegen de scheiding tussen mens en schepping en de instrumentalisatie van de schepping. Dit vinden we ook bij Thomas Merton. Hij en Titus Brandsma wijzen ook op het verdwijnen van God uit de samenleving. Dit alles vinden we terug in de encycliek Laudato si’.

Bibliografie

Voor teksten van Titus Brandsma zie: https://titusbrandsmateksten.nl/.
Bras, Kick, Onuitsprekelijk paradijs: De groene spiritualiteit van Thomas Merton, Heeswijk: Berne Media, 2021.
Duchatelez, Kamiel, Geschiedenis van de christelijke spiritualiteit, Averbode/Baarn: Altiora/Gooi en Sticht, 1995.
Franciscus, Laudato si’, Utrecht: Secretariaat van het Rooms-Katholieke kerkgenootschap, 2015.
Munster, Hans van, De mystiek van Franciscus: De macht van barmhartigheid, Haarlem: Gottmer, 2002.
Smulders, P., Het visioen van Teilhard de Chardin: Poging tot theologische waardering, Brugge/Utrecht: Desclée de Brouwer, 1964, 4e druk.
Teilhard de Chardin, Pierre, Hymne-aan-de-stof, https://www.mystieknetwerk.nl/teilhard-de-chardin-hymne-aan-de-stof, geraadpleegd op 27 juli 2023.
Todoroff, Boris, Laat heb ik je liefgehad: Christelijke mystiek van Jezus tot nu, Leuven: Davidsfonds, 2002.

Uitgesproken op 6 september 2023 tijdens de Studiemiddag over Sint Franciscus van de Opleiding Italiaanse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Leiden.

Geef een reactie

Plaats een reactie