Onderscheidingsvermogen; 1 K 3,5.7-12; Rom 8,28-30; Mt 13,44-52
De jonge koning Salomo is zich bewust van zijn onervarenheid. Hij weet nog niet hoe hij de goede keuzes kan maken. Dit is niet alleen iets van vroeger. Dit is van alle tijden. Hoe maak ik de juiste keuze? Veel mensen, vooral jonge mensen hebben last van keuzestress. Het aantal mogelijkheden is vrijwel onbeperkt en groeit nog steeds. Vaak leidt dit tot uitstel van het maken van een keuze. Laat ik eerst een tussenjaar nemen en daarna gaan studeren. Hopelijk weet ik dan beter wat ik wil. Er is ook een neiging om alle opties open te houden of om voorlopige keuzes te maken. We zien dat bij het aangaan van relaties. Het maken van een radicale keuze wordt uit de weg gegaan. Ook het uitstellen van het krijgen van kinderen is daar een voorbeeld van.
De jonge Salamo vraagt niet om uitstel. Hij vraagt om wijsheid. Met Gods steun durft hij het leven aan en de verantwoordelijkheid van het koningschap op zich te nemen. Hij vraagt God om onderscheidingsvermogen. Het vinden van een schat in de akker en het herkennen van een mooie parel vragen onderscheidingsvermogen. De eerste twee parabels gaan over het vinden van het Rijk der hemelen. Vinden is vooral een kwestie van zien en herkennen; het vraagt onderscheidingsvermogen. De derde parabel gaat over het oordeel op het einde van de wereld. De slechten en de rechtvaardigen worden van elkaar gescheiden. Rechtvaardig zijn vraagt te kunnen kiezen tussen goed en kwaad. Ook dat vraagt onderscheidingsvermogen.
Onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad, is iets waar we voortdurend mee te maken hebben. Leven is telkens weer keuzes maken. Het is eigen aan ons menselijk bestaan dat we niet alles kunnen en dus moeten we kiezen: kiezen tussen verschillende goede zaken maar ook kiezen tussen goede en minder goede zaken. We moeten kiezen tussen korte- en langetermijnbelangen, tussen ons individuele eigenbelang en het algemeen belang, tussen economische belangen en zorg voor de schepping, tussen eigen plezier en het welzijn van anderen. Voortdurend moeten we kiezen tussen goed en kwaad. Dat vraagt onderscheidingsvermogen.
Als we grote en belangrijke keuzes moeten maken, nemen we bedenktijd. We wegen de voor- en nadelen tegen elkaar af. We wikken en wegen. Waartoe zal dit besluit op de langere termijn leiden? Wat zullen de gevolgen ervan zijn? We vragen anderen om advies en om met ons mee te denken. We bidden om raad en dat we een goed besluit mogen nemen. Daarnaast zijn er ook vele kleine keuzes, keuzes die we intuïtief en zonder nadenken maken. Ook dat zijn vaak keuzes tussen goed en kwaad, keuzes die van invloed zijn op het welzijn van onze medemensen. Hoe zorgen we ervoor dat we ook hier de juiste keuzes maken?
Je kunt niet voortdurend eerst even rustig gaan zitten nadenken. Dat zou je eigen leven en dat van anderen verpesten. Wat je wel kunt doen is: je oefenen in het doen van het goede. Je kunt achteraf nagaan of je tevreden bent met de gemaakte keuze en op basis daarvan een voornemen maken voor een volgende keer. Zo word je je gaandeweg bewust van je gedrag en leer je met vallen en opstaan te onderscheiden wat goed en kwaad is. God geeft ieder van ons telkens weer een nieuwe kans.
Op deze manier kom je tot goede gewoonten. Je ontwikkelt ook principes als basis voor je handelen en spreken. Zo doe je gaandeweg de gewone dingen op een goede wijze. Zo word je langzaam maar zeker een goed mens. Om met de heilige Titus Brandsma te spreken: Wij zijn niet geroepen om grootse, opvallende en druk besproken dingen te doen. Wij zijn geroepen de gewone dingen op grootse wijze te doen.
Het is de liefde die ons helpt onderscheid te maken. De liefde wijst ons de weg in ons leven. De liefde doet ons goed en kwaad van elkaar onderscheiden. De liefde zorgt ervoor dat wij goed handelen. Het is de liefde die ons de weg wijst naar het Rijk der hemelen. De liefde opent ons de ogen voor deze schat. God is liefde. Het Rijk der hemelen is liefde. Het is deze liefde die de mens in zijn leven ontdekt. Deze liefde is als de verborgen schat en als de prachtige parel. Als wij deze liefde in ons leven vinden en toelaten, bepaalt zij heel ons leven, al ons doen en laten.
Jezus zegt: “Daarom is iedere schriftgeleerde die onderwezen is in het Rijk der hemelen gelijk aan een huisvader die uit zijn schat nieuw en oud te voorschijn haalt.” Als wij zelf de liefde hebben leren kennen, zijn wij in staat ook anderen hierin de weg te wijzen. Ook zo zijn wij missionair. Amen.